Deze minor is voor mij meer dan een zelfreflectie en een samenvatting van bloederige veldslagen, ethiek, empathie, kameraadschap en geschiedenis. Voor mij is het de uitwerking van een lang gekoesterde therapie in de persoonlijke zoektocht van de essentie tussen goed en fout. Een zoektocht naar willen en moeten, naar keuzes maken, ervaren en relativeren. Het is een therapie, indien succesvol, ervoor zorgt dat de demonen in mijn hoofd heel diep verstopt blijven zitten voor zo lang ik leef.
Ik moet zeggen dat de minor voor mij een emotionele zoektocht is geweest. Ik heb vaak tot laat wakker gelegen, nadenkend over wat ik tijdens de colleges had gehoord. Ik reflecteerde op de theorie en verbond deze met mijn eigen ervaringen. Het voelde alsof ik de afgelopen maanden bezig was met een puzzel van mijn eigen levensloop. Dat was niet altijd makkelijk, maar uiteindelijk voelde het ook als een vorm van verlichting.
Ik merk dat ik ben veranderd. Hoe vreemd dat misschien ook klinkt: ik lijk meer te genieten van het heden. De demonen verdwijnen niet zomaar; daarvoor heb ik te veel meegemaakt. Maar ik heb, bewust en onbewust, wel handvatten gekregen om ze beter te bedwingen.
Daarnaast zijn er natuurlijk de nauwelijks te bevatten feiten en verrassingen die de geschiedenis met zich meebrengt. Denk aan het optreden van het Nederlands verzet en koningshuis, de invloed van de Joodse lobby in Amerika, de bemoeienis met Europa en de manier waarop feiten door de Duitse overheid worden gemanipuleerd of verdoezeld. Ook het kapitalisme en politieke belangen kwamen nadrukkelijk naar voren, soms lijnrecht tegenover de morele redenen die werden aangevoerd om een natie aan te vallen.
Wat mij vooral verraste, is dat er onderscheid werd gemaakt tussen de zogenoemde ‘slimme nazi’ en de uitvoerende nazi. De uitvoerders werden zichtbaar verantwoordelijk gehouden, terwijl de zonden van sommige hooggeplaatste of bruikbare nazi’s werden vergeten, of werden bedekt met de mantel van het kapitalisme. Dat wringt, omdat het laat zien dat waarheid, schuld en verantwoordelijkheid niet altijd eerlijk worden verdeeld. Ze lijken soms afhankelijk te zijn van macht, politiek belang en bruikbaarheid.
Ook zijn veel daders onbestraft gebleven. Zoals ik al eerder in mijn gedicht heb aangegeven, denk ik dat zij gekweld zijn door de gezichten die dag na dag, jaar na jaar terugkeerden in hun dromen. Tegelijkertijd maakte het ook uit waar je wieg stond. Groepsdruk, maatschappelijke druk en de omstandigheden van die tijd konden mensen veranderen in monsters. Monsters die uiteindelijk een herkenbaar en eeuwig graf hebben gekregen, terwijl veel slachtoffers letterlijk in de lucht zijn verdwenen.
Die oneerlijkheid kennen we nog steeds. Open de kranten en je wordt ermee geconfronteerd. Juist daarom is het voor mij belangrijk om scheurtjes in de samenleving tijdig te herkennen en oog te blijven houden voor elkaar.
Ik wil de dialoog aangaan en geweld zo lang mogelijk uitstellen. Ik ben een dienaar van de wet: wetten die door mensen zijn gemaakt, namens het volk en mogelijk gemaakt door de democratie. Daar kan ik goed mee uit de voeten, maar niet iedereen. Perspectief is leidend voor de opvatting van de medemens, daar ga ik vanaf nu nog meer rekening mee houden.
Mijn beeld van de wereldoorlogen is veranderd en verdiept. Aan het begin van de minor gaf ik al aan dat mijn beeld vooral westers georiënteerd was en dat ik mij afvroeg wat waarheid eigenlijk is. Door mijn eigen ervaringen met missies wist ik al dat de werkelijkheid vaak ingewikkelder is dan het verhaal dat later wordt verteld. Dat gevoel is tijdens de minor sterker geworden, maar ook beter onderbouwd.
Het is moeilijk om mijn huidige beeld in één woord samen te vatten, maar het woord “ingewikkeld” komt voor mij het dichtst in de buurt. Letterlijk zelfs: alles wat met de wereldoorlogen te maken heeft, is “in-gewikkeld” geraakt in meningen, politieke belangen, tegenstrijdigheden, getuigenissen, feiten, fictie en persoonlijke belangen. Wij, hier en nu, hebben de verantwoordelijkheid om die wikkels eraf te halen. Door verhalen, bronnen en inzichten van anderen serieus te onderzoeken, kunnen we ons verder “ont-wikkelen” richting de waarheid.
Die waarheid is vaak lastig te verdragen, laat staan volledig te accepteren of te presenteren. Toch is dat precies waarom het belangrijk is om feiten centraal te blijven stellen. Waar ik vier maanden geleden nog vooral losse beelden, aannames en fragmenten had, weet ik nu beter onderscheid te maken tussen feit en fictie. Mijn beeld van de wereldoorlogen is daardoor niet simpeler geworden, maar wel eerlijker, scherper en beter onderbouwd.
Aan mijn verwachtingen en leerwensen is in grote mate voldaan. In mijn startdocument schreef ik dat ik hoopte dat de minor met behulp van feiten en ooggetuigenverhalen helderheid zou bieden over het verloop van de oorlogen. Die helderheid heb ik gekregen, maar niet op de simpele manier die ik vooraf misschien verwachtte. Ik heb geen afgerond antwoord gekregen waarin alles netjes goed of fout is. Ik heb juist geleerd dat de werkelijkheid complexer is dan dat.
Ik wilde ook kijken door de ogen van de bezetter en van de dienstplichtige militair, voor wie door anderen een kant werd gekozen. Dat is voor mij een belangrijk onderdeel van de minor geworden. Ik ben meer gaan nadenken over de positie van de gewone mens binnen grote systemen. Niet om daders vrij te pleiten, maar om te begrijpen hoe mensen onder invloed van tijd, plaats, context, propaganda en groepsdruk tot bepaald gedrag kunnen komen.
Ook hoopte ik dichter bij de waarheid te komen over de oorzaken van huidige geopolitieke spanningen. Dat is deels gelukt, maar vooral doordat ik ben gaan begrijpen dat “de waarheid” vaak onder druk staat. Feiten kunnen worden gepresenteerd, verdraaid, verzwegen of verdoezeld. Juist daarom vind ik het belangrijk om bronnen kritisch te benaderen en meerdere perspectieven mee te nemen.
Mijn persoonlijke leerwens was misschien nog wel het belangrijkst: ik hoopte handvatten te krijgen om tegenstrijdigheden tussen mijn oren beter te begrijpen en te accepteren. Daar heeft de minor veel in betekend. Ik heb theorie kunnen verbinden aan mijn eigen ervaringen, mijn werk, mijn verleden en mijn positie als mens.
Inhoudelijk heb ik geleerd dat de wereldoorlogen veel meer zijn dan militaire conflicten. Ze gaan over macht, ideologie, economie, propaganda, groepsdruk, gehoorzaamheid, uitsluiting en menselijk gedrag maar vooral politiek. Ik heb geleerd hoe de Eerste Wereldoorlog niet alleen een op zichzelf staande oorlog was, maar ook de basis legde voor latere spanningen in Europa. De gevolgen van die oorlog werkten door in de opkomst van het nazisme en uiteindelijk in de Tweede Wereldoorlog.
Ik heb ook geleerd hoe systematisch het nazistische geweld was georganiseerd. De Holocaust was geen plotselinge uitbarsting van geweld, maar een proces waarin mensen stap voor stap werden uitgesloten, ontmenselijkt en vernietigd. De bezoeken aan locaties zoals Bergen-Belsen, Dora Mittelbau, Bernburg, Ravensbrück en Wewelsburg hebben dit concreet gemaakt. Op papier kun je veel lezen, maar op locatie voel je beter wat een dergelijk systeem met mensen kan doen.
Daarnaast heb ik geleerd dat daderschap, omstanders en slachtoffers niet altijd eenvoudig te plaatsen zijn. Daders waren niet altijd herkenbare monsters. Vaak waren het gewone mensen die binnen een bepaalde context keuzes maakten of juist geen keuzes meer leken te maken. Dat inzicht vind ik confronterend, omdat het laat zien dat menselijk gedrag kwetsbaar is voor groepsdruk, gehoorzaamheid en maatschappelijke omstandigheden.
Over mezelf heb ik geleerd dat deze minor veel dieper binnenkwam dan ik vooraf had verwacht. Ik wilde de tegenstrijdigheden in mijn hoofd beter leren begrijpen. Tijdens de minor merkte ik dat ik colleges, gesprekken en bezoeken vaak koppelde aan mijn eigen ervaringen met leger, uitzendingen, geweld, waarheid en verantwoordelijkheid. Daardoor voelde de minor soms als een emotionele zoektocht.
Ik heb geleerd dat mijn eigen ervaringen mij helpen om bepaalde onderwerpen te begrijpen, maar dat ze mij soms ook gevoelig maken voor thema’s als macht, oorlog, onrecht en manipulatie. Tegelijkertijd heb ik gemerkt dat ik deze ervaringen kan inzetten in gesprekken met anderen. Binnen de groep werd ik soms een soort vraagbaak als het ging over militaire ervaringen, uitzendingen of oorlogssituaties. Dat heeft mij laten zien dat mijn ervaringen waardevol kunnen zijn, zolang ik ze blijf verbinden aan reflectie en niet alleen aan overtuiging.
Ook heb ik geleerd dat ik meer in het heden ben gaan staan. Dat klinkt misschien groot, maar ik merk dat ik anders kijk naar mijn eigen leven. De demonen verdwijnen niet, daarvoor heb ik te veel meegemaakt, maar ik heb wel handvatten gekregen om ze beter te bedwingen.
Over anderen heb ik geleerd dat mensen veel gelaagder zijn dan je aan de buitenkant ziet. In de minor-klas zag ik verschillende achtergronden, leeftijden, ervaringen en levensfasen. In het begin zocht iedereen zijn plek, maar na verloop van tijd ontstonden subgroepen, vertrouwen en verbondenheid. Tijdens de studieweek werd zichtbaar hoe een groep naar elkaar toe kan groeien door gezamenlijke ervaringen.
Tegelijkertijd heb ik geleerd hoe krachtig groepsprocessen zijn. Groepsdruk hoeft niet altijd hard of zichtbaar te zijn. Soms zit het in kleine momenten, in verwachtingen of in de behoefte om mee te doen. Dat heb ik binnen onze groep op een kleine en onschuldige manier gezien, maar het helpt wel om beter te begrijpen hoe groepsgedrag in grotere historische contexten kan werken. Daarnaast is het belangrijk om de dialoog niet te vermijden, perceptie van de ander is nodig om zijn of haar gevoelens te begrijpen. In het begin voelde het als losse puzzelstukjes, nu zie ik meer verbanden. Niet de hele puzzel is opgelost, maar het beeld is veel duidelijker geworden.
Het effect van de minor is dat ik bewuster ben geworden van mijn eigen positie als mens, burger en politieagent. Ik kijk kritischer naar waarheid, macht, groepsdruk en uitsluiting. Ik ben mij er meer van bewust dat destructieve processen klein kunnen beginnen: met taal, grappen, wegkijken, meebewegen of zwijgen.
Voor mijn toekomstig handelen betekent dit dat ik sneller een stap naar voren wil doen wanneer ik merk dat er een grens wordt overschreden. Dat kan op het werk zijn, thuis, bij vrienden of in mijn sociale omgeving. Ik wil niet meelachen met opmerkingen die niet kunnen. Ik wil het gesprek aangaan, juist voordat iets escaleert. Voor mij begint actief burgerschap niet pas bij grote maatschappelijke thema’s, maar in mijn eigen cirkel van invloed.
Ook wil ik mijn professionele handelen blijven verbinden aan dialoog. Geweld kan soms noodzakelijk zijn binnen politiewerk, maar het moet niet het vertrekpunt zijn. Ik wil blijven zoeken naar manieren om te praten, te luisteren en te de-escaleren. De minor heeft mij laten zien hoe belangrijk het is om mensen niet te snel te reduceren tot een groep, label of vijandbeeld.
Daarnaast heeft de minor mijn belangstelling voor geschiedenis, democratie en Europese samenwerking vergroot. Europa is niet vanzelfsprekend. De relatieve vrede die wij kennen, is bijzonder en kwetsbaar. Juist daarom wil ik kritischer blijven kijken naar ontwikkelingen in de samenleving en naar de manier waarop democratische waarden onder druk kunnen komen te staan.
Ik wil mijn ideeën concreet realiseren door mijn handelen klein en dichtbij te beginnen. In mijn eigen werkomgeving wil ik actiever reageren op opmerkingen of gedrag die bijdragen aan uitsluiting, discriminatie of ontmenselijking. Dat hoeft niet altijd zwaar of confronterend te zijn. Soms begint het met een vraag stellen, niet meelachen of benoemen dat iets niet klopt.
Daarnaast wil ik me in mijn werk bewust blijven inzetten op dialoog en de-escalatie. Ik wil proberen eerst te begrijpen wat er achter gedrag zit, voordat ik alleen naar het gedrag zelf kijk. Dat betekent luisteren, doorvragen en mensen serieus nemen, ook wanneer ik het niet met hen eens ben.
Ook wil ik mijn opgedane kennis blijven gebruiken in gesprekken met collega’s, vrienden en familie. Niet door te beleren, maar door voorbeelden te delen en vragen te stellen. Herinneringseducatie stopt voor mij niet na deze minor. Het wordt pas waardevol als ik het meeneem in mijn dagelijks handelen.
Tot slot wil ik blijven reflecteren. Ik wil die ontwikkeling vasthouden door kritisch te blijven lezen, gesprekken aan te gaan en mijn eigen oordeel steeds te blijven toetsen. De belangrijkste stap is voor mij dat ik niet zwijg wanneer ik iets zie of hoor dat niet klopt. Ik doe een stap naar voren, ik lach niet mee, ik maak een keuze en ik start de dialoog. Want je hoeft niet altijd begrip voor de ander te hebben maar het is wel fijn als je andermans perspectief begrijpt.
S B