Op dit moment zie ik de wereldoorlogen nog steeds als extreem gewelddadige conflicten, maar mijn beeld daarvan is tijdens de minor sterk veranderd. Bij de start van de minor had ik al het idee dat er meer nuance in deze geschiedenis moest zitten dan ik tot dan toe had geleerd. Inmiddels kan ik dat alleen maar bevestigen. Mijn beeld is niet zozeer vervangen, maar vooral vergroot.
Waar ik eerder vooral keek naar de grote lijnen van de geschiedenis, zoals de landen, legers, politieke keuzes en bekende gebeurtenissen, kijk ik nu veel meer naar de mensen achter deze verhalen. Door de bezoeken aan verschillende locaties heb ik gemerkt dat geschiedenis veel meer bestaat uit individuele ervaringen dan ik vooraf besefte. Achter iedere gebeurtenis zitten mensen met hun eigen keuzes, omstandigheden, overtuigingen en verhalen. Dit heeft geholpen om juist het grotere plaatje van de wereldoorlogen te begrijpen. Daarnaast merk ik dat ik anders ben gaan kijken naar daders, omdat ik meer ben gaan nadenken over hoe mensen tot bepaalde keuzes komen. Ik ben nieuwsgieriger geworden naar de mechanismen achter geweld, macht, groepsdruk en overtuigingen. Dat helpt heel erg om een completer beeld van de geschiedenis te krijgen.
Ook ben ik kritischer geworden op het idee dat de wereldoorlogen simpelweg lessen uit het verleden zijn waar we van leren. Aan het begin van de minor dacht ik daar vrij vanzelfsprekend over. Nu vraag ik mij vaker af of mensen die lessen daadwerkelijk leren of dat conflicten steeds opnieuw ontstaan omdat ze voortkomen uit menselijke eigenschappen die van alle tijden zijn. Mensen doen maar namelijk wat én het is altijd mensenwerk. Daardoor zie ik de wereldoorlogen minder als uitzonderlijke gebeurtenissen uit een afgesloten verleden en meer als gebeurtenissen die iets laten zien over menselijk gedrag in bredere zin. Want het zou iedereen kunnen overkomen en wij mensen zijn beste gruwelijke wezens.
Ik denk dat mijn verwachtingen en leerwensen grotendeels zijn uitgekomen en op sommige punten zelfs zijn overstegen. Wanneer ik mijn startdocument teruglees, valt mij op dat ik mezelf best grote leerdoelen had gesteld. Ik wilde niet alleen meer leren over geschiedenis, maar ook nadenken over mijn eigen positie binnen de samenleving en de rol die ik daarin kan spelen. Aan het begin van de minor wist ik nog niet goed wat ik daarvan moest verwachten. Inmiddels heb ik het gevoel dat ik daar wel degelijk stappen in heb gezet.
Ik ben tijdens deze minor steeds meer gaan nadenken over mijn rol als iemand die deelneemt aan een samenleving, nieuws consumeert en probeert grip te krijgen op de verhalen die er afspelen in de wereld. Tegelijkertijd ben ik ook bewuster gaan nadenken over mijn rol als journalist. Juist die combinatie van geschiedenis, actualiteit en beeldvorming heeft ervoor gezorgd dat ik vaker stilsta bij de manier waarop verhalen worden verteld en ontvangen. Ook mijn leerwens rondom de rol van media in historische verhalen is meer dan uitgekomen. Ik ben veel kritischer gaan kijken naar de manier waarop media berichten over de wereldoorlogen en andere historische onderwerpen. Daarbij ben ik mij steeds vaker gaan afvragen welke keuzes worden gemaakt, welke perspectieven zichtbaar zijn en welke informatie juist ontbreekt. Daardoor kijk ik niet alleen anders naar bestaande berichtgeving, maar denk ik ook vaker na over hoe ik zelf verhalen zou vertellen.
Tegelijkertijd heb ik geleerd dat daar geen eenvoudig of eenduidig antwoord op bestaat. Juist dat besef zie ik als een belangrijk resultaat van deze minor. Ik kijk niet alleen kritischer naar historische verhalen, maar ook naar mijn eigen rol in het vertellen ervan.
Als mens heb ik vooral confronterende dingen geleerd over de mensheid en daarmee ook over mezelf en de mensen om mij heen. Ik ben meer gaan beseffen dat daders vaak geen uitzonderlijke monsters of psychopaten zijn. Vaak zijn het mensen die binnen bepaalde omstandigheden, systemen, groepsdruk of overtuigingen tot gruwelijke handelingen komen. Dat vind ik een belangrijk en ongemakkelijk besef. Het laat zien dat mensen tot veel meer in staat zijn dan we vaak van onszelf willen denken. Ik denk het en belangrijk besef is om erachter te komen dat we in staat zijn tot die dingen, zoals dat wij inderdaad van aard allemaal racisten zijn, want dan kun je ervoor zorgen en bewust worden hoe je er naar gedraagt en hoe je daarmee om moet gaan door een manier van accepteren dat het zo is. Vanuit die positie kun je ervoor zorgen dat je voor een volledige acceptatie gaat.
Ik heb ook geleerd dat gedrag sterk wordt beïnvloed door sociale mechanismen. Groepsdruk, angst, propaganda, gewenning en gehoorzaamheid kunnen ervoor zorgen dat mensen dingen doen die van buitenaf onbegrijpelijk lijken. Maar ook vooral dat sociale mechanismen beïnvloeden hoe iemand denkt en handelt vanuit eigen trauma’s etc. Voor veel mensen was geweld binnen die systemen niet altijd iets uitzonderlijks, maar onderdeel van hun dagelijkse werkelijkheid of zelfs hun werk. Dat maakt mijn beeld van daderschap veel complexer dan voor de minor.
Als professional heb ik geleerd dat ik als journalist beter moet kijken naar de mechanismen achter gebeurtenissen. Een verhaal gaat niet alleen over wat er is gebeurd, maar ook over waarom mensen handelen zoals ze handelen en welke omstandigheden dat mogelijk maken. Ik denk dat ik daardoor kritischer ben geworden op simpele verhalen over goed en fout. In mijn toekomstige werk wil ik meer aandacht hebben voor context, perspectief en de menselijke kant achter grote gebeurtenissen. Daarnaast ben ik veel bewuster gaan nadenken over de rol van media bij het vertellen van historische verhalen. In mijn startdocument schreef ik al dat ik benieuwd was naar die invloed. Tijdens de minor ben ik daar veel kritischer naar gaan kijken. Ik merk dat berichtgeving over de wereldoorlogen vaak versimpeld wordt tot bekende verhalen, vaste beelden en duidelijke tegenstellingen. Daarbij verdwijnen nuance, context en minder bekende perspectieven soms naar de achtergrond. Juist daardoor ben ik vaker gaan nadenken over hoe historische verhalen worden opgebouwd en welke keuzes daarin worden gemaakt. Als journalist heeft dat mij bewuster gemaakt van mijn eigen verantwoordelijkheid. Ik stel mezelf steeds vaker de vraag welke verhalen worden verteld, welke verhalen ontbreken en hoe ik zelf kan bijdragen aan een completer beeld van de werkelijkheid.
Ik wilde meer leren over geschiedenis, maar ook over mezelf. Terugkijkend denk ik dat beide doelen zijn bereikt. Ik heb veel kennis opgedaan over de wereldoorlogen, maar misschien nog belangrijker is dat ik anders ben gaan kijken naar de mensen binnen deze geschiedenis en naar de mechanismen die menselijk gedrag beïnvloeden.
Daarnaast wilde ik nadenken over mijn eigen positie binnen de samenleving en de rol die geschiedenis daarin speelt. Tijdens de minor ben ik mij bewuster geworden van hoe ik zelf naar conflicten, nieuws en historische gebeurtenissen kijk. Ik ben meer gaan nadenken over de manier waarop mensen tot bepaalde keuzes komen en welke invloed omstandigheden, groepsdruk en sociale processen daarop hebben. Ook mijn leerdoel rondom media komt sterk terug in wat ik heb geleerd. In mijn startdocument schreef ik dat ik benieuwd was naar de rol van media bij het vertellen van historische verhalen. Tijdens de minor ben ik veel kritischer gaan kijken naar de keuzes die media maken en naar de manier waarop geschiedenis wordt verteld. Daardoor denk ik ook bewuster na over mijn eigen rol als journalist en ‘verhalenverteller’.
Ik heb altijd al een passie voor de geschiedenis gehad, maar dat is door deze minor alleen maar toegenomen. Nu ik mijn kennis en mijn denken echt heb vergroot, wil ik kijken of ik dit kan combineren met de journalistiek, want daar ligt echt mijn passie en mijn hart.
Het lijkt mij sowieso tof en goed om nieuwe locaties te blijven bezoeken, te zien wat er is gebeurd op die locatie en wat het verhaal erachter is. Daarnaast wil ik eigenlijk ook meer in gesprek gaan met mensen die er vanaf weten. Het mooie aan de journalistiek is dat je die verhalen misschien wel een groter podium kan geven. Al gaat het alleen al om de soms pijnlijke waarheid onder de aandacht te brengen. Tijdens de bijeenkomsten werd ook duidelijk dat de media dat niet wil belichten en dat het daardoor niet aan bod komt. Waarom zou ik daar niet iets van verandering in brengen? Het voelt heel zonde als ik met al deze informatie die ik nu heb vergaard niets ga doen binnen de journalistiek.
Ook lijkt het me interessant om gesprekken aan te gaan met mensen die wat ruimer denken en dus een keer een andere invalshoek belichten. Ik ben me er zeker van bewust dat dat gevoelig terrein is waar ik mij op bevind. De verhalen van W over hoe snel je al een antisemiet wordt genoemd, laten de gevoeligheid van die verhalen goed zien. Uiteindelijk wil ik ernaar streven om een objectieve, onafhankelijke journalist te zijn. Dan moeten er soms ook risico’s genomen worden als het gaat om die verhalen aan bod te brengen.
Als doelgroep denk ik nog steeds dat juist een jongere doelgroep belangrijk is. Zeker omdat je die nu aan het verliezen bent door alle onwaarheden op sociale media.
Tot slot denk ik dat het portfolio een ontzettend goede basis is om ook op te kunnen terugvallen, en ik ben ontzettend blij dat we zulk goed materiaal hebben meegekregen van W waarin nog zoveel theorie en inhoud staat.
Ik ben al bezig met nadenken over hoe ik de verhalen en inzichten die ik tijdens deze minor heb opgedaan een groter podium kan geven. Op dit moment ben ik voor mijzelf aan het inventariseren welke verhalen mij het meest zijn bijgebleven. Waar zit voor mij de kern? Welke verhalen worden volgens mij onvoldoende verteld? En welke onderwerpen lenen zich voor een grotere journalistieke productie?
Daarnaast ben ik al voorzichtig bezig met het ontwikkelen van ideeën voor een podcastreeks. Audio blijft voor mij een van de mooiste manieren om verhalen te vertellen. Tijdens de minor merkte ik hoe leuk ik het vind om met elkaar de diepte in te gaan. Tegelijkertijd ben ik ervan overtuigd dat dit naar een nog hoger niveau getild kan worden. Ik wil er meer onderzoek en verdieping in hebben met inhoudelijk sterke bronnen. Gelukkig heb ik binnen de journalistiek ook mensen om mij heen met wie ik hierover kan sparren. Zowel binnen mijn opleiding als daarbuiten ken ik mensen die enthousiast worden van dit soort onderwerpen. Ik wil die gesprekken blijven voeren, ideeën blijven delen en kijken of daar nieuwe samenwerkingen of producties uit kunnen ontstaan.
Het voelt voor mij in ieder geval zonde om alle kennis, verhalen en inzichten die ik tijdens deze minor heb opgedaan niet verder te gebruiken. Wat ik hier heb geleerd verdient wat mij betreft, in ieder geval voor een deel, een groter podium.
J P