16-01-17

Bergen Belsen ('16-'17)

Op Wikipedia wordt het kampterrein als volgt omschreven: Het terrein is parkachtig ingericht met taluds en symbolische graven...’ Deze omschrijving lijkt te suggereren dat we naar een idyllische plek gaan voor een onschuldige wandeling. Ik vraag me af of dat het gevoel is dat je bezoekers wilt meegeven als je een bezoek brengt aan Bergen Belsen.
Met de tegenstrijdigheid tussen de op Wikipedia gesuggereerde idyllische wandeling en de gruwelijkheden die hebben plaatsgevonden in WOII in mijn achterhoofd, werd ik bij aankomst nogmaals op het verkeerde been gezet. De ingang van de memorial site was namelijk een combinatie van een futuristisch gebouw dat doet denken aan een bunker en een muur met aangrenzend gebouw uit waarschijnlijk de jaren ’70 van de vorige eeuw. Hierna zou ik nog meermaals verrast worden… 
Na een kennismaking met en introductie door onze gids in een weinig inspirerende ruimte in dat ‘jaren ‘70-gebouw’, gingen we op weg naar de begraafplaats, door Wikipedia omschreven als parkachtig ingericht. Dat idee wordt inderdaad gewekt door de vele bomen in de omgeving van en op het voormalig kampterrein. Het is alleen niet (meer) in overeenstemming met hoe het eruit zag in WOII. Dat is in Vught en Amersfoort natuurlijk ook niet meer, maar daar wordt niet gelijk de suggestie gewekt dat het een idyllische begraafplaats/park is. 

Lopend over de begraafplaats valt mij op dat:
  • op de massagraven niet ‘slachtoffers’ staat, maar ‘doden’. De gekozen bewoording doet geen recht aan de slachtoffers en creëert een onwenselijke afstand tussen de bezoekers en de slachtoffers;
  • er een aantal herdenkingstekens staan voor mensen in de massagraven. Eén daarvan is die voor Anne en Margot Frank. Ik kreeg de neiging om het graf wat op te ruimen, want het stond vol met ‘geschenken’ en prut die ooit bloemen waren geweest. Als je Anne Frank dan zo als marketingmiddel inzet voor je concentratiekamp, vind ik dat je er op z’n minst voor kunt zorgen dat het er netjes uitziet;
  • onze gids het heeft over het Nationaal Socialistische Regime i.p.v. over de WOII; dat hij aangeeft dat Joden het tegenwoordig beter hebben dan andere bevolkingsgroepen in Duitsland; en dat er tegenwoordig meer Joden wonen in de omgeving dan voor het Nationaal Socialistische Regime. Dit roept bij mij dan weer allerlei vragen op zoals: Hoe slecht hebben die andere bevolkingsgroepen het dan nu in Duitsland? Aangezien ik me het college van Wim kan herinneren ter voorbereiding op deze excursie, waarin hij aangeeft dat het antisemitisme nog sterk aanwezig is…
  • op de vraag wat we horen (na een knal), krijgen we als antwoord dat dat het tankoefeningsterrein is (waar het in het verleden allemaal mee is begonnen). Tot vorig jaar oefenden daar de Engelsen en nu vooral Duitsland en Nederland. Hij gaf mij het idee dat hij de Engelsen vanaf het einde van WOII (ik gebruik wel gewoon die term) als bezetters ziet en het vertrek van hen mogelijkheden biedt om als memorial meer te kunnen bereiken.

Na de begraafplaats staan drie uur tentoonstelling op het programma in het bunkerachtige gebouw. Het is veel lezen over de geschiedenis en het beluisteren/bekijken van ooggetuigenverslagen. Daaruit blijkt dat het kamp in de verschillende perioden dienst deed als:

  • 1940-1945: prisoners of war camp (1940-1943 Russen/niet officieel; 
  • 1943: KZ
  • 1945-1950: displaced persons camp in Wehrmacht barakken
  • 1950-nu: memorial culture

Wat me vooral bijgebleven is, is het feit dat de Russen niet als krijgs-gevangenen werden behandeld. Ze moesten op een braakliggend terrein ‘leven’ en om enige beschutting te vinden, maakten ze holen in de grond. Dit vind ik schokkend, omdat het een mensonterende behandeling is, omdat het voor mij nieuwe informatie was over dit kamp, maar bovenal omdat ik me besef dat dergelijke leefomstandigheden nog steeds voorkomen in de wereld.
Een bijzonder verhaal vond ik dat van een 11-jarig meisje dat zonder familie in het kamp verbleef en  van een onbekende handschoenen kreeg. Uit haar verhaal werd duidelijk dat je in je eentje in een isolement leefde en nagenoeg geen kans had om te overleven.

Over de tentoonstelling vond ik verder het volgende:
  • het is erg algemeen; het komt afstandelijk over (veel korte persoonlijke verhalen over slachtoffers, maar veelal zonder de diepte in te gaan);
  • de Duits-Joodse getuigenverklaringen ontbraken en de daderkant werd nauwelijks belicht (Irma Grese wordt alleen genoemd bij het proces). 

Tijdens de evaluatie met de gids heb ik aangegeven dat ik verhalen van de kant van de bewakers heb gemist. Hij gaf aan dat ze toch allemaal schuldig zijn geweest. Daar gaat het onderzoek waaruit blijkt dat 20% van de bewakers sadist is, 50% bevelen opvolgt en 20% goede bewaker is! Enige nuance door bijvoorbeeld ook een persoonlijk verhaal van een goede bewaker te belichten lijkt mij beter dan alle bewakers over één kam scheren…
Eigenlijk had ik i.p.v. het bezoeken van de tentoonstelling ook gewoon een boek kunnen lezen uit de museumwinkel, hoewel daar niet veel boeken te vinden zijn die niet over Anne Frank gaan. Anne Frank is duidelijk het marketingmiddel. Ik snap dat ze met Anne Frank bezoekers kunnen trekken (ik moest ook gelijk aan haar denken), maar ik vind het jammer dat ze niet een ander kind hebben uitgekozen om op het voormalig kampterrein als ‘gids’ te dienen. Volgens onze gids waren er immers veel kinderen in het kamp. Ze zouden een voorbeeld kunnen nemen aan kamp Westerbork, waar Anne Frank ook gezeten heeft. Tijdens onze rondleiding daar werd ze wel genoemd toen we op de plek kwamen waar haar (werk)barak heeft gestaan, maar ze voert daar zeker niet de boventoon. Daar wordt in de tentoonstelling aandacht besteed aan meerdere kinderen en hoe ze daar leefden. Als je meer de diepte in wilt gaan, is daar (weer) het boek over Leo Meijer, een Nederlands-Joods jongentje dat twee jaar in Westerbork heeft gewoond. In Bergen Belsen zal ook wel een Duits (Joods) kind langere tijd hebben gezeten. Dat zou een perfect uitgangspunt kunnen zijn om een boek over te (laten) schrijven en om als ‘gids’ te dienen door het kamp.

Op dag twee bezoeken we met Wim eerst de begraafplaats van de m.n. Russische krijgsgevangenen, want onze gids vond dat te stressvol voor ons. Blijkbaar dacht hij daar bij de volgende groep anders over, want daar hebben we hem inmiddels op de foto’s zien staan. Tja… Over de begraafplaats zelf: het valt op dat het contrast met de Duitse begraafplaats in Ysselsteyn zo schrijnend is. Terwijl op beide plaatsen de ‘vijand’ van het desbetreffende land in WOII begraven ligt, straalt de begraafplaats in Ysselsteyn respect uit voor de doden en die in Bergen Belsen niet echt. Maar ook als Duitse gesneuvelde soldaat kun je beter in Ysselsteyn begraven liggen, want de – op eigen initiatief bezochte – begraafplaats van lokaal gesneuvelde Duitse soldaten, liet ook te wensen over. Dit is wellicht te verklaren doordat men – met het nog steeds overheersende gevoel het dadervolk te zijn – niet te veel aandacht wil vestigen op de Duitse gesneuvelde soldaten.

We zien de gids weer bij het militair station om vervolgens langs het spoor naar een wagon te lopen.De gids heeft het vooral over de strijd tussen de memorial en het Duitse leger en dat dat de reden is dat we niet met de bus naar de wagon kunnen, maar dat we moeten lopen. Voor ons geen probleem en voor mij persoonlijk weer een gemiste kans om ons mee te nemen in hoe het was voor de gevangenen i.p.v. het te hebben over de huidige ‘strijd’ met het Duitse leger. Gelukkig was dat gevoel verdwenen toen we bij de wagon zelf aankwamen. Deze staat op de plek waar de gevangenen aankwamen, voordat ze kilometers te voet naar het kamp moesten. Het is niet zeker of deze wagon ook daadwerkelijk gevangenen heeft vervoerd in WOII, maar het is wel het type wagon waarmee dat gebeurde. De sfeer rond die wagon was indrukwekkend bedrukt. De vakken die in de wagon op de grond waren gemarkeerd gaven goed weer hoe weinig plek je had als je er met 100 of 80 personen in was geduwd. De omstandigheden onderweg zijn moeilijk voor te stellen, maar de tekeningen van de Hongaarse gevangene (een soort stripboek) geven een indrukwekkend, nauwelijks te bevatten beeld.

Bij de ingang van het voormalig kampterrein krijgen we allemaal een tablet, waarmee we – na een toelichting bij de fundamenten van het ontluizingsgebouw – zelf het braakliggende, door everzwijnen omgeploegde kampterrein mogen verkennen. M.n. dit deel van het voormalig kampterrein roept bepaalde emoties bij mij op, die ik niet verwacht had. Niet de misselijk makende gedachten die ik had in Vught – omdat ik me iets te veel aan het inleven was hoe het voor mijn gezin zou zijn geweest –, maar woede en ongeloof.Blijkbaar mogen ze niets met het gehele terrein (zoals een barak neerzetten of duidelijke paden aanleggen) zonder toestemming van de lokale Rabbijn, omdat het gehele terrein een begraafplaats is en ze dat willen respecteren. Dat het terrein nu geheel is omgeploegd door everzwijnen komt ook niet echt respectvol over! Maar een hek eromheen is blijkbaar niet wenselijk, omdat er destijds ook een hek omheen stond. Wie zegt dat het een gelijksoortig hek met prikkeldraad hoeft te zijn? Ik krijg het idee dat ze niets met het terrein wíllen doen, gezien de volgende uitspraken: 
  • Het is het beleid van Bergen Belsen om geen objecten te plaatsen, zoals het neerzetten van een nagebouwde barak, omdat het landschap al is veranderd en het nooit de tijd/’t verblijf simuleren qua geur, drukte etc.
Dan zou je m.i. nog kunnen denken aan het openleggen van fundamenten, het plaatsen van verhogingen waar de barakken hebben gestaan en het aanleggen van paden zoals ten tijden van het kamp. Ook duidelijkere informatiepalen met foto’s van de plek in WOII en persoonlijke verhalen zou al een flinke verbetering zijn. 
  • Het lege veld is het gevolg van het beleid van Bergen Belsen en de bezoekers moeten de leegte zelf opvullen d.m.v. eigen fantasie/kennis en kennis opgedaan bij de tentoonstelling. 
-  Dat is een hele opgave voor de meeste mensen. De tablet is volgens hen hét middel om die leegte te helpen opvullen, maar ook de weergave van de gebouwen en de plattegrond kent geen gedetailleerde invulling (omdat het anders te veel op een computerspel lijkt), waardoor het écht aankomt op het inbeeldingsvermogen van de bezoeker. Doordat de bezoeker dan vooral bezig is met het de eerste twee/drie fasen van de herziende taxonomie van Bloom (Krathwohl, 2002): ‘onthouden’, ‘begrijpen’ en ‘toepassen’; krijgen ze niet de mogelijkheid via de fasen ‘analyseren’, ‘evalueren’ bij de laatste fase ‘creëren’ te komen. En die laatste fasen – van het hogere orde denken – zijn juist nodig om i) historisch te kunnen denken en redeneren, ii) door de tijd heen te kunnen kijken en iii) je te kunnen inleven in vroeger. Helaas heb ik dat niveau tijdens deze twee dagen niet vaak bereikt…
  • Het is een begraafplaats, dus moet er toestemming aan de Rabbij worden gevraagd.
Wie zegt dat de (lokale) Joodse gemeenschap niet wil dat er een (duidelijker)beeld wordt neergezet van het kamp? Ik neem aan dat ze herhaling willen voorkomen. Het leerproces van mensen wordt versterkt door meerdere zintuigen aan te spreken. Bij leerlingen in de romantische fase van Egan (8/9-14/15 jarigen; in Van der Kooij, 2005) werkt het extra goed om te werken met details, waardoor ze een beter beeld krijgen van wat er zich heeft afgespeeld. Natuurlijk hoef je daarvoor geen foto’s met stapels lijken te gebruiken, want er zijn genoeg andere onderwerpen, die aansluiten bij deze leeftijdscategorie, welke je tot in detail kunt uitwerken. Doordat het lijkt alsof ze er verder niets mee willen doen, krijg ik het idee dat het meer een plek is om te herdenken (hoewel het gebruik van ‘Toten’ dan wat onpersoonlijk blijft) dan om te herinneren. Bij herinneren, verwacht je meer pogingen om mensen aan te zetten tot nadenken, zodat je kunt leren van het verleden. Ter afsluiting van onze twee dagen in Bergen Belsen, liet onze gids ons kiezen uit vele afbeeldingen, waarover we iets wilden zeggen of vragen. Een dergelijke oefening had ik eerder aan het begin van de twee dagen verwacht om te peilen wat we al weten en wat we willen weten. 

Ik heb gekozen voor het gedichtje dat door een 11-jarig Nederlands meisje was geschreven voor haar vaders verjaardag. 

Ik vind het een aangrijpend gedichtje doordat het mooi is geschreven en versierd (hoe kom je aan pen/papier/potloden?) voor een normaal gesproken mooie gelegenheid (verjaardag) met de boodschap dat ze naar huis wilt met het hele gezin. Het geeft aan dat de gewone dingen doorgaan, maar dat de omstandigheden van de oorlog niet zijn buiten te sluiten. Als ik Bergen Belsen met groep 7/8[1] van de basisschool zou bezoeken, zou er wel iets moeten veranderen t.o.v. de invulling/begeleiding, omdat het abstractieniveau nu veel te hoog is voor vele mensen, dus zeker voor leerlingen uit groep 7/8. Het volgende zou in ieder geval moeten veranderen:

  • de gids zou ten alle tijden aanwezig moeten zijn. Juist op de momenten dat hij ons alleen liet (POW-begraafplaats, de tentoonstelling, het voormalig kampterrein), kwamen de gesprekken op gang met de bijbehorende vragen en overwegingen. En hij was niet aanwezig om deze vragen te beantwoorden of deel te nemen aan onze discussies, wat de discussies op een hoger niveau had kunnen brengen. Bij leerlingen van groep 7/8 verwacht ik discussies/gesprekken op een ander niveau, maar dat zegt niets over de aanwezigheid van een gids. Een gids is essentieel bij een dergelijk bezoek, mits deze aanwezig is, persoonlijke verhalen kan vertellen en aansluit op de beginsituatie van de groep;
  •  het programma zou maximaal een dag mogen duren, waarbij een verhaal van een kind centraal zou moeten staan, toegelicht op het niveau van leerlingen van groep 7/8. Het liefst een Duits (Joods) kind dat als gids kan dienen (of wellicht het ‘stripboek’ van de Hongaarse). Voorafgaand aan het bezoek zouden we het verhaal in de klas al bespreken/(voor)lezen. Idealiter komt dat verhaal op de verschillende plekken terug op informatiezuilen/in het verhaal van de gids/d.m.v. een speurtocht en zijn de plekken op het terrein duidelijk gemarkeerd;
  • de volgorde zou chronologisch moeten zijn: wagon/aankomst – POW-begraafplaats – kampterrein – tentoonstelling – begraafplaats, waarbij ik de tentoonstelling heel kort zou houden aan de hand van het verhaal van het kind of overslaan. De POW-begraafplaats zou ik  overslaan, omdat i) de kans erg klein is dat het gekozen kind in het POW-kamp zat en ik wil kiezen voor de focus op één kind om het aan te laten sluiten bij de belevingswereld van de leerlingen; ii) het programma anders wel erg lang wordt en niet omdat ik denk dat het te stressvol is voor de leerlingen…

Een dergelijk bezoek zou ik niet op zichzelf laten staan, maar onderdeel laten zijn van een lessenserie met meerdere bezoeken aan betekenisvolle plekken. De voorkennis dient dus te zijn opgebouwd door de voorgaande lessen en door het bespreken/(voor)lezen van een verhaal over een kind in Bergen Belsen. Na afloop zou ik kiezen voor een verwerkingsopdracht o.b.v. de Meervoudige Intelligenties van Gardner, zodat elke leerling het bezoek kan verwerken op het niveau dat hem/haar het beste ligt. Bijvoorbeeld door het schrijven van een lied/rap (Muzikaal/Ritmisch), het schrijven van een verhaal/gedicht (Verbaal), het maken van een quiz (Inter-persoonlijk), het maken van een tekening (Lichamelijk/Kinestetisch), het maken van een Rebus (Visueel/Ruimtelijk) etc.

Annemiek Schramade


[1] Ik zou kiezen voor groep 7/8, omdat de concentratieboog voor deze leerlingen al weer iets langer is dan die van leerlingen in groep 6. Daarnaast kennen ze dan het verschil tussen fantasie en werkelijkheid en bevinden ze zich in de Romantische fase van Egan (in Van der Kooij, 2005). In deze fase (8/9 – 14/15 jarigen) leren kinderen omgaan met de buitenwereld en identificeren ze zich met machtige, nobele mensen, waarbij begrippen als moed, kracht, energie en creativiteit centraal staan. Er is sprake van een groeiend besef van het andere in de vorm van historische tijd, geografische ruimte, verbanden etc.