02-12-16

Voorbereiding excursie Duitsland - november 2016



Qua voorkennis, vermoedens en verwachtingen vooraf kan ik kort zijn. We hebben in groepen presentaties voorbereid uit de reader over Bergen Belsen en Buchenwald, dus ik verwacht dat ik daar veel extra kennis over opdoe. Daarnaast verwacht ik dat Wim ons extra informatie geeft over de reis. Onze groep heeft een presentatie voorbereid over de Russische/DDR tijd van kamp Buchenwald. Ondanks dat de artikelen in het Duits waren (graafwerk in woordenboeken en het geheugen), vond ik het een interessante opgave. Op de basisschool had ik al een opstel geschreven over de dood op de laatste tsarenfamilie, omdat ik het zo onbegrijpelijk vond hoe een hele familie kan ‘verdwijnen’. Dat was inclusief alle gruwelijke details, zodat mijn leerkracht erbij zette dat het qua bloederigheid wel wat minder zou kunnen. Vanaf dat moment vond ik het een boeiend onderwerp waarover ik steeds meer te weten wil komen, waardoor ik zelfs een semester Russisch heb gevolgd tijdens mijn studie Bedrijfseconomie en de tijdspanne heb uitbreid tot en met de huidige situatie. Maar voordat we aan de presentaties mochten beginnen (mooie methode om de hele groep kennis te laten nemen van de reader, zonder dat je alles zelf moet lezen), leidde Wim het college in. Hij heeft aangegeven waarom we naar de kampen in Celle (Bergen Belsen) en Weimar (Buchenwald) gaan. Denk daarbij o.a. aan: i) afstand; ii) west versus oost; iii) eerste kamp bevrijd door de Britten en door de Amerikanen en iv) het pedagogisch programma. Op deze manier maken we kennis met het systeem van politieke terreur in de context van WOII. Het gaat dus niet alleen om de Jodenvervolging of Auschwitz als symbool van de Jodenvervolging. Hij heeft ook de link gelegd tussen de historische en de actuele situatie, waarbij ik het idee kreeg dat het antisemitisme helaas ook mee is gegaan met de tijd en zeker niet ten onder is gegaan. De presentaties hebben mij getriggerd om te trachten de artikelen zelf nog door te lezen voordat we naar Duitsland vertrekken. We zullen zien of dat lukt!

Na de presentaties nam Wim de regie weer over en heeft ons een toelichting gegeven op de nazi-concentratiekampen. Ik wist van de concentratiekampen in Zuid-Afrika (van de Engelsen) en in de VS, maar dat deze ook bestonden in Spanje/Cuba en Zuidwest-Afrika wist ik niet. Hitler heeft ze verder ‘geperfectioneerd’ en gaf aan dat je er gemakkelijk inkomt, maar er slechts moeilijk weer uit. Op deze manier wilde hij het thuisfront onder controle houden, waardoor het een symbool werd voor het derde rijk en niet specifiek voor de Holocaust. Iedereen wist van deze kampen, zodat het als voorbeeldfunctie kon dienen (exemplarische terreur). Daarnaast gebruikte hij het antisemitisme als middel om de mensen te mobiliseren, want van de 67 mln Duitsers waren in 1935 slechts 500.000 mensen van Joodse afkomst, wat overeenkomt met nog geen 1%. Dit lijkt nu niet echt als gevaar te bestempelen, zou je zeggen! Vervolgens werd ingegaan op de gevolgen van de operatie T4 (met ruim 60.000 dode kinderen tot gevolg), de industrialisatie, de guillotine en het abattoir: de ‘perfectionering’ van Auschwitz. Ook de overdracht van de SA naar de SS werd duidelijk toegelicht. Als inleiding op de filmbeelden over de bevrijding van de nazi-concentratiekampen, werd ons – ter aanvulling op de kennistoets – duidelijk gemaakt waarom de geallieerden niets deden tijdens WOII. Deze houding werd o.a. ingegeven door i) het heersende antisemitisme; ii) de vrees dat de Enigmacodes zouden worden aangepast; iii) de insteek dat men de Duitsers wilden verslaan en niet zozeer de Joden wilden bevrijden; iv) het feit dat alle manschappen die werden ingezet in de kampen, niet werden ingezet aan het front en v) de vrees dat bombardementen op de kampen zouden worden ingezet als propagandamiddel.

En dan de filmbeelden ‘nazi concentration camps’ zelf: ze zijn gemaakt door de geallieerden en het  lijkt een propagandafilm op zich, want de gevangenen worden op een onmenselijke manier in beeld gebracht, waardoor ze eigenlijk tweemaal misbruikt worden: eenmaal door de Nazi’s en vervolgens als propagandamiddel/t.b.v. de veroordeling van Nazi’s door de geallieerden. Het gevoel dat mij bijblijft is: walgelijk! Het verschil tussen lijken en wandelende lijken/skeletten is erg klein en de manier waarop er met hen wordt omgegaan is nagenoeg hetzelfde: zonder enig respect! De (nauwelijks levende) overlevenden en de overledenen worden naakt in beeld gebracht. De overledenen worden aan handen en voeten vastgepakt en in de massagraven gegooid of zelfs met een bulldozer het graf ingeduwd. Op deze manier lijken de geallieerden op dezelfde manier te denken als de nazi’s: het zijn wezens/dieren/… en geen mensen, dus die zijn geen respectvolle behandeling waardig. Deze houding zie je ook terug op de gezichten en in de manier van doen bij de mannen (nazi’s en burgers) die een ‘forced tour’ krijgen door één van de kampen: emotieloos. Ze lijken niet terug te deinzen een schuurtje in te gaan met opgestapelde lichamen om het feit dat daar lijken liggen, maar om de stank die ervan af komt. Zo’n tour lijkt dus niet te leiden tot inkeer. De afkeer is al meer af te lezen op de gezichten van de bezoek(st)ers aan Buchenwald. Na beelden welke lijken te suggereren dat de mensen gezellig op pad gaan voor een uitje, worden ze geconfronteerd met de producten gemaakt van mensenhuid (de beroemde lampenkap en tekeningen), de leefomstandigheden en de gevolgen voor de gevangenen. Bij alle kampen worden locals ingezet. Het inzetten van locals bij het begraven van de overledenen in de kampen, lijkt een goede manier om ze met de neus op de feiten te drukken, maar of het het gewenste resultaat heeft gehad, is de vraag. De manier van omgaan met de overlevenden blijft respectloos en onmenselijk. Het dwingen van deze locals en nazi’s om op een menselijke manier met de overlevenden om te gaan, lijkt me meer een straf voor hen. Dan worden ze gedwongen om ze eindelijk eens als mensen te behandelen.

Annemiek Schramade

29-11-16

The Holocaust experience - november 2016

Bij deze titel denk ik aan allerlei – niet realistische – associaties, zoals een belevenis à la een escape room om ons zoveel mogelijk te laten beleven wat het is om de Holocaust mee te maken. Dat is echter lastig te realiseren in een collegezaal, dus het is even afwachten….Tijdens het college blijkt dat we de documentaire ‘Holocaust experience’ gaan bekijken, waarin wijzelf niet de Holocaust gaan beleven, maar de bezoekers van Holocaust Memorial Sites in Polen (Auschwitz) en de VS. Alvorens we de documentaire bekijken, leidt Wim de documentaire in door bijvoorbeeld het verschil toe te lichten tussen de termen Holocaust (brandoffer/zinvolle daad) en Shoah (catastrofe/ niet zinvol). Zo leren we dat de TV-serie ‘Holocaust’ uit 1978/1979 ervoor gezorgd heeft dat sindsdien m.n. de term Holocaust gebruikt wordt. Dezelfde serie heeft ervoor gezorgd dat Auschwitz het symbool werd voor de Holocaust, terwijl tot dat moment Bergen Belsen die rol vervulde. Zo zien we maar weer wat beeldvorming met de mens doet, want de oorlog draaide niet alleen om de Jodenvervolging (er werden ook anderen vervolgd) en er ging nog een heel proces vooraf aan de gebeurtenissen in Auschwitz.

De documentaire laat wederom zien dat er een groot gebied kan liggen tussen de waarheid en de presentatie van de waarheid. Als je niet beter zou weten en je zou kijken naar het aantal Holocaust Memorials in de VS, dan zou je denken dat de Nazi-vernietigingskampen ook in de VS hebben gestaan. Deze veramerikanisering van de geschiedenis stuit mij tegen de borst omdat het de waarheid niet dient, het gelijk zo ‘over the top’ is (song of the survivors, medailles, fund raising) en de leerdoelen onduidelijk zijn. Welk doel heeft het om (basisschool)leerlingen letterlijk te laten beleven wat joodse leeftijdsgenoten in WOII meemaakten? Uitspraken als ‘Hitler wil jullie niet…’, het selectieproces voor de gaskamers en de gaskamers daadwerkelijk ingaan, maken m.i. onderdeel uit van zwarte pedagogiek, welke niet opbouwend is. Laat deze leerlingen nog even kind zijn en zich gelukkig voelen dat ze geen deel uit maakten van WOII. Er zijn ook andere manieren om ze – gedifferentieerd naar het niveau – de boodschap mee te geven wat er in WOII is gebeurd en welke lessen daaruit geleerd kunnen worden. Wellicht is het een idee om een deel van het geld dat ze ophalen d.m.v. fund raising te gebruiken om Auschwitz te helpen ontwikkelen?! Dat omvangrijke gebied wordt grotendeels overgelaten aan de elementen en slechts op amateuristische wijze gerestaureerd. Op dit moment zorgen de Amerikanen er vooral voor om zaken naar de VS te krijgen als onderdeel van hun Holocaust musea, maar zou het niet mooi zijn als de zaken op hun oorspronkelijke plaats blijven en daar – beschermd tegen de elementen – bezocht kunnen worden?!

Zo blijkt maar weer dat het gemakkelijker is om het negatieve (uit het verleden) van je land onder het tapijt te schuiven en je te richten op zaken die je (verleden) beter afschilderen, ook al wordt op deze manier de waarheid geweld aangedaan (‘het eerste dat sneuvelt bij herdenken/herinneren is de waarheid’). Dat zie je in de VS als je het aantal memorials voor de Holocaust vergelijkt met het aantal voor de slavernij (één, geopend in 2014!). Verder is in de VS tot 1999 vergassing ingezet als methode om de doodstraf uit te voeren.Je ziet het echter ook in Nederland: we denken graag dat alle Nederlanders in het verzet hebben gezeten en we mogen vooral niets verkeerds zeggen over de rol van Wilhelmina en Bernhard in WOII. Over de geschiedenis iets langer geleden, mogen we vooral niet teveel/niets zeggen over de slavernij, omdat deze de Gouden Eeuw zou besmetten en de Nederlander in een slecht daglicht zou zetten. De term ‘Gouden Eeuw’ is natuurlijk al misleidend en destijds voor maar een klein deel van de bevolking van toepassing, maar de slavernij is daar nu eenmaal een beschamend onderdeel van. Door deze onderwerpen niet te schuwen en ze op een op de doelgroep toegespitste manier over te brengen, kan er geleerd worden van deze gebeurtenissen i.p.v. een mythe in stand te houden van ‘wij zijn goed en zij zijn fout!’.

Annemiek Schramade

18-11-16

First Kill - november 2016



Op basis van het vorige college over de duivelse transitie, heb ik natuurlijk al enigszins een beeld bij de documentaire ‘First kill’, waarin Billy vertelt over de tijd dat hij soldaat was in de Vietnamoorlog en 36 mensen heeft gedood. Tot dat moment was mijn – beperkte – beeld gebaseerd op films en series, zoals Tour of Duty en Apocalypse Now. Die laatste film heb ik eerlijk gezegd nooit afgekeken door de trage voice over van Michael Herr. Ondanks dat dezelfde Michael Herr voorkomt in de documentaire, wordt een boeiend beeld geschetst van de VS-soldaten – niet alleen van Billy – in de Vietnamoorlog. Zaken die mij aanzetten tot nadenken zijn:

  • ‘De media verkortten de oorlog niet, maar verlengden de oorlog.’ 
  • Jonge mannen wilden er graag bij zijn en gingen vrijwillig in dienst. Billy ging naar Vietnam om erkenning te krijgen van zijn ouders.
  • ‘Je overlevingsinstincten komen terug t.b.v. persoonlijk overleven: zicht, gehoor, gevoel wordt beter/intenser.’
  • ‘Je first kill is vreemd, maar die daarna voelden goed/ een rush beter dan seks of drugs.’ Het lijkt wel een verslaving te worden!
  • Als de soldaten weer terug in de VS komen, merken ze dat hun daden en gevoelens niet passen in de maatschappij van de 10 geboden en normen en waarden. Verder worden ze niet als helden gezien, omdat de publieke opinie is gedraaid en ze de oorlog niet hebben gewonnen.
De soldaten lijken in een eigen wereld te hebben geleefd, waarbij de groep extra belangrijk was geworden. Wim had voorafgaand aan de documentaire al aangegeven dat juist in een oorlogssituatie het groepsgevoel erg belangrijk is door de isolatie, het vreemde land en het feit dat de enige sociale steun en contacten binnen de groep te vinden zijn. Het feit dat het geweld zo excessief was, is o.a. te verklaren door hun referentiekader (doden is geen misdaad, doden van burgers is geen misdaad, racisme in de VS, persoonlijke aanleg?, onzekerheid (guerrilla en land is nieuw/vreemd) en formele banden) en de uitgangspunten van de VS in Vietnam: i) bodycount (aantal dode ‘tegenstanders’ is bewijs militair succes, zwangere vrouw telt dubbel); ii) search & destroy tactiek (alle vijandige zaken opsporen en vernietigen; elk dorp is verdacht, dus wordt volledig vernietigd); en iii) free fire zones (zones waarin iedereen die er komt, wordt neergeschoten; zones waren alleen niet gecommuniceerd aan de burgers). Er werd ook geen onderscheid meer gemaakt tussen burgers en vijanden, want iedereen zou een vijand kunnen zijn. Op deze manier werd de vijand getotaliseerd en waren mannen, vrouwen en kinderen slachtoffer als ze op het verkeerde moment op de verkeerde plaats waren. Bij het gebruik van ontbladeringsmiddel (agent orange) en napalm om overzicht te krijgen in het oerwoud werd dus ook geen rekening gehouden met de mogelijkheid dat er onschuldige mensen het slachtoffer zouden kunnen worden, want in hun ogen waren er geen onschuldige mensen.

Dit doet helaas denken aan de werkwijze van de Einsatzgruppen t.o.v. de Joden...

Dit college herinnert mij aan het boek ‘Lord of the Flies’ van William Golding. Dat komt mede door het in de documentaire meermalen gebruikte beeld, waarin een varken door zijn hoofd wordt geschoten. Dit lijkt op de afbeelding op het boek, een varkenskop op een stok:
Daarnaast is er in het boek ook sprake van een hele eigen wereld, waarin het groepsproces wordt beschreven en duidelijk wordt dat – in dit geval – ook 12-jarige jongens moordenaars kunnen worden.
Goed en kwaad is in iedereen aanwezig. Je individuele geweten stuurt je bij het maken van de juiste keuzes. Het individuele geweten wordt echter opgeheven door de groep. De groep ondermijnt de remming op agressie en brengt een individu in de anonimiteit. Volgen is dan  gemakkelijker dan ertegen in gaan.

Annemiek Schramade