dinsdag 28 februari 2012

Minor Tweede Wereldoorlog educatie 2012 - 2013


Dinsdag 4 september as. start de eerstvolgende editie van deze Minor Tweede Wereldoorlog.

Inschrijven kan via Osiris vanaf eind maart as., om precies te zijn: vanaf 23 maart 2012, 00:00 uur, via Kies Op Maat is dat meestal ietsje later: 2 april as.

Om in diverse opzichten de kwaliteit te handhaven, is er ruimte voor een beperkt aantal deelnemers, waarvan de eersten zich inmiddels al officieus hebben gemeld. Dat zijn deelnemers vanuit allerlei opleidingen en faculteiten - vanuit het hele land. Wat dat betreft lijkt het erop dat het wederom 2 interessante groepen worden.

Hier de link naar de website en hier de brochure 2012.

Een recensie van de afgelopen Minor 2011-2012 is hier te vinden.

Vanaf eind augustus as. publiceren de deelnemers in deze Minor op dit weblog weer hun uiteenlopende - van amusant tot verbijsterende - ervaringen en belevenissen.

Wil je nog meer weten of alvast persoonlijk kennismaken, mail dan via http://www.tweedewereldoorlogeducatie.nl/contact.html of kom naar de Minorenmarkt van de Hogeschool Utrecht:

donderdag 22 maart as., aanvang 13.30 - Faculteit Maatschappij en Recht, Heidelberglaan 7 / Utrecht. (Routebeschrijving)

Wim Borghuis

vrijdag 27 januari 2012

Minor Tweede Wereldoorlog educatie 2011-2012; Oorlogslessen - man muß nur eben die zeichen der zeit erkennen, januari 2012


Hoewel de Tweede Wereldoorlog met het verstrijken van de tijd steeds verder achter ons komt te liggen, blijft het een interessant en intrigerend onderwerp. Dat blijkt oa. uit de voortdurende stroom van publicaties,in boekvorm, in kranten, in de media en diverse debatten waarin de oorlog of de Holocaust worden aangehaald om een standpunt te bekrachtigen dan wel een opponent in een hoek te zetten. Dat blijkt trouwens gelukkig ook uit het feit dat binnen de Minor Tweede Wereldoorlog jaarlijks het maximum aantal studenten deelneemt.

De interesse voor de Tweede Wereldoorlog is groot, die is veelal persoonlijk van aard en de keuze voor dit specifieke programma komt naar mijn idee eerder ondanks dan dankzij het eerder genoten basis- en voortgezet onderwijs over dit onderwerp.

Nu zal iedereen die in Nederland tussen zijn 6e en 16e Nederland op school heeft gezeten wel de nodige lessen hebben gehad over de oorlog. Wat de inhoud van die lessen is geweest kan uiteenlopen van het “Werken met boek en werkboek” tot een heuse excursie. Naast de beperkende randvoorwaarden van het reguliere onderwijs,zijn ambitie en hobbyisme van de betreffende docent veelal doorslaggevend wat betreft de kwaliteit van de lessen. Voor zover men daarin integer te werk gaat uiteraard, voor een groot aantal onderwijsgevenden maakt het weinig uit, of ze bij wijze van spreken lesgeven over onderwerp a of onderwerp b.

Lessen over de oorlog hebben vaak als doel naast het verwerven van kennis “herdenken,stilstaan bij, doorgeven,nooit weer” en dergelijke. Dit doen we dan door vermanen, waarschuwen en inprenten: kennisoverdracht vergezeld van de opgeheven vinger. Dit in algemene termen doen, is vrij zinloos. De geschiedenis leert ons immers al geruime tijd “Dat we er niets van leren”. De beloftes van nooit meer oorlog en genocide zijn sinds 1945 talloze malen verbroken. Wat daarin dan de bijdrage van onderwijs is geweest laat zich raden. Je zou in het algemeen de effecten van het leren binnen de muren van het schoolse klaslokaal wel kunnen relativeren, dit onderwerp is daar dan helaas veelal geen uitzondering in, een logisch gevolg van de educatieve benadering.

Toegegeven;het kan ook lastig zijn. Voor het merendeel van de scholieren en studenten is een oorlog in het algemeen en de Tweede Wereldoorlog in het bijzonder geen directe en eigen ervaring. Voor hen die recent afkomstig zijn uit oorlog- en conflict gebieden buiten Nederland, zoals de Gaza –strook , Irak en Afghanistan wel. Zij hebben echter veelal weinig affiniteit met het “Nederlandse verhaal”. Dat historisch en cultureel gezien vreemd is, veelal beperkt tot het niveau van kennis, verteld vanuit het nationale perspectief. Intern gericht volgens de schema’s goed-fout-grijs en vaak met het accent op de slachtoffers. Samenvattend: een specifiek belerende nationale herinnering.

Dat “nationale aspect” heeft overigens de laatste jaren een dubieus tintje gekregen. Onder invloed van het politieke klimaat wordt geforceerd aandacht opgeëist voor de betrokkenheid van allochtone bevolkingsgroepen tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Historisch gezien een bagatel, maar wat erger is, is dat beleidsmakers er kennelijk van uitgaan dat kennis van dit zogenaamde “gedeelde verleden “ zal leiden tot kennis en respect voor west Europese waarden en normen en vice versa, zal zorgen voor betere verstandhoudingen tussen diverse bevolkingsgroepen in Nederland. Interculturele herinnering omwille van integratie. Juist niet zou ik zeggen. Vanuit een dergelijke krampachtigheid bereik je weinig, hooguit benadruk je verschillen. Ogenschijnlijk politiek correct, maar weinig effectief.

Multiperspectiviteit als uitgangspunt en methodiek lijkt me beter; maar dan zonder aanzien des persoon, land van herkomst, religie of anderszins. Dat betekent heel concreet aan de slag gaan op het niveau van daders,slachtoffers en omstanders, van de historische context van toen, naar het recentere verleden en nu. Door een meer humaniserende benaderingswijze, soms in zwart-wit,soms in grijstinten. Een humaniserende insteek is wat dat laatste betreft ook een absolute voorwaarde. Onderscheid maken en verfijnen kun je wanneer je voldoende details hebt,op persoonlijk niveau. Waar sprake is van mogelijkheden tot identificatie en empathie, inleving en betrokkenheid.

Dan komen mentale processen op gang, die uiteindelijk leiden tot het besef van een eigen moraliteit en verantwoordelijkheid. Lessen waarin “beleven en emoties” een belangrijke component zijn dragen daarin onmiskenbaar bij. Oorlog gaat immers ook om beleven, ervaren, om spanningen en verdriet,om leven en dood, emoties, om dilemma’s en keuzes maken. Voorwaarde dus voor het verwerven van kennis, begrip en vaardigheden,voorwaarde om te komen tot een attitude en het uiteindelijk handelen volgens die attitude. Dat is toch wat we beogen met onze oorlogslessen?

Maak je zo het verhaal van de Tweede Wereldoorlog dan relevant? Ja, wanneer je er op voorhand vanuit gaat dat de Tweede Wereldoorlog een specifiek historisch fenomeen was, dat in die zin ook zodanig onderwezen mag worden. Ja, wanneer je je daarbij realiseert dat niet al het menselijk handelen altijd en perse tijd- en standplaatsgebonden is. Ja, wanneer je niet zomaar lukraak de koppeling probeert te leggen met racisme,discriminatie of rechts populisme.

Met actualiseren is niks mis, echter helaas maar al te vaak eindigt het verhaal van de oorlog van toen bij hedendaagse vormen van onrecht, neo-nazi’s, rechts populisme en Wilders .De Tweede Wereldoorlog als goedkoop instrument al naar gelang wat op dit moment maar ‘t beste uitkomt.
Linksom of rechtsom, van Jodenster naar hoofddoek, das niet zo moeilijk,maar dan?

Het is een rare sprong, die gevoed door of zal leiden tot politisering en verkeerd soort polemiek,dat is nu juist wat we niet willen, wel loskomen van –ismen, ideologie etc. Immers onder de vlag van ideologie, -ismen of andere etiketten worden de grootste misdaden begaan en gelegitimeerd, verantwoordelijkheden verplaatst; van persoon naar religie of ideologie.

Wat is nu studiejaar 2011-2012 het resultaat geweest van deze oorlogslessen op hbo niveau? Het merendeel van de deelnemers heeft nieuwe kennis en inzichten opgedaan wat betreft de Tweede Wereldoorlog. In de beeldvorming zijn de nodige en essentiële nuances aangebracht,of het nu gaat om de rol van ons koningshuis, het verzet of het systeem van concentratiekampen.
Ook is er veel meer kennis en inzicht wat betreft specifiek "de daders", weet men wat een oorlog doet met daders,slachtoffers en omstanders, is er meer inzicht in meer recente conflicten en genocides, het bewustzijn wat dat met ons doet,of juist niet. Is er het besef dat de mens zelf als dader, slachtoffer of omstander heeft een eigen verantwoordelijkheid heeft.

Kritisch kijken,nuanceren in het algemeen zijn ook 2 aspecten die bijna iedereen noemt. Voor een groot aantal deelnemers geldt ook dat ze het afgelopen halfjaar een bijzondere ontwikkeling op het persoonlijke vlak hebben doorgemaakt:

Veel gezien, veel gedaan, veel geleerd, mijzelf nog beter leren kennen, niet verwacht dat sommige zaken mij zo zouden raken, mijn breekpunt ligt in Buchenwald; overspoeld door informatie, overspoeld door emotie. Ik weet dat deze Minor mij heeft verrijkt in kennis, mijn kennis van anderen en mijn kennis in mijzelf.

Ik heb er bijna dagelijks profijt van bij gedachten en gevoelens over daders.

We hebben kritischer leren kijken – dat kan alleen wanneer je over de nodige kennis beschikt.

Niet alleen ‘mijn’ leerlingen kan ik hierin iets bijbrengen, maar ook mijn sociale omgeving kan ik nu meer duidelijk maken. In de wetenschap dat de afgelopen jaren de nodige studenten deze minor hebben gevolgd, zou dat toch invloed moeten hebben hoe wij in Nederland met het verleden omgaan.

Het is mooi om te zien hoe een half jaar je kijk op de geschiedenis, het heden en de toekomst heeft veranderd.

Het leren binnen deze Minor beperkt zich dus niet tot het schoolse leren, maar overstijgt ruimschoots de muren van klaslokaal en schoolgebouw en zelfs de deelnemers in kwestie zelf: is van belang voor het bestaan, het leven van alledag.

Van slechts oorlogslessen alleen is daarom geen sprake,van zingeving des te meer.

Wim Borghuis

http://www.scribd.com/doc/78388539/Tanzen-Herbert-Gronemeyer

Minor Tweede Wereldoorlog educatie - afsluiting(4), januari 2012


Dit is het einde

Op 5 mei 1945 eindigde voor Nederland de Tweede Wereldoorlog.

Voor ons studenten eindigde de minor Tweede Wereldoorlog Educatie op 24 januari 2012, althans voor wat betreft de bijeenkomsten.

‘Dit is het einde’ kan je letterlijk uitleggen maar ook figuurlijk, in de zin van ‘het is/was fantastisch’. Op deze wijze kijk ik ook terug op de minor. Hoewel ik al best veel wist over de Tweede Wereldoorlog, heb ik veel nieuwe feiten maar ook andere inzichten gekregen over hoe zaken zijn verlopen. Dat zie ik als grote winst voor de toekomst.

Niet alleen ‘mijn’ leerlingen kan ik hierin iets bijbrengen, maar ook mijn sociale omgeving kan ik nu meer duidelijk maken. In de wetenschap dat de afgelopen jaren de nodige studenten deze minor hebben gevolgd, zou dat toch invloed moeten hebben hoe wij in Nederland met het verleden omgaan. Laten we het hopen.

Wat ik beslist niet wil vergeten, is de saamhorigheid in de groep en het strak geregelde programma, een programma dat mutjevol zat. De tijd is vanaf september 2011 tot januari 2012 voorbij gevlogen. Alsof je in een trein stapt die maar doordenderd en pas tot stilstand komt op het laatste station.

Nu ik dit zo schrijf vraag ik mij af wanneer de Tweede Wereldoorlog ook daadwerkelijk als de Tweede Wereldoorlog is bestempeld. Vanaf welk moment zijn we deze oorlog ook zo gaan noemen? En heette de Eerste Wereldoorlog ook al de Eerste Wereldoorlog toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak? Kan je het nog volgen? Na even gezocht te hebben via Google kan ik niet direct een antwoord vinden op deze vragen. Wij weten in ieder geval wel dat door de impact van deze conflicten zij als ‘eigen naam’ te boek staan in het Groene Boekje en als zodanig een hoofdletter hebben afgedwongen, tsja….. Het lijkt wel een soort eretitel of iets dergelijks. We kunnen de gebeutenissen natuurlijk niet wegpoetsen, maar om nu direct een oorlog een eigen naam te geven, geeft toch te denken, niet?

In de krant las ik deze week een lijvig artikel over het antisemitisme in Duitsland. Nog steeds is 20% van de bevolking antisemiet. Dit percentage groeit niet, maar neemt ook niet af. Het blijkt dat de aversie tegen joden nog steeds diepgeworteld zit en niet alleen onder de autochtone bevolking leeft, maar ook onder allochtone moslims. Als dit blijft doorwoekeren liggen conflicten zo weer op de loer.

Waakzaamheid blijft geboden en signalen moeten denk ik zeer serieus worden genomen. Dat kan naar mijn mening maar op één manier, namelijk in gesprek komen met elkaar en elkaar verdragen om wie en wat wij zijn, want:

vrijheid maak je met elkaar!

Bert Hofman

donderdag 26 januari 2012

Minor Tweede Wereldoorlog educatie - afsluiting(3), januari 2012


Afsluiting

Gisteren was het dan zover: de allerlaatste bijeenkomst (aaaaah). Aan de eindpresentaties kan je opmaken dat iedereen een superleuk halfjaar heeft gehad. We hebben allemaal ongeveer dezelfde hoogte- en dieptepunten in de minor meegemaakt, met als übertoppunt natuurlijk de week in Duitsland.

Er zijn een aantal mooie dankwoorden uitgesproken en gelukkig is er altijd Pieter voor de vrolijke noot (letterlijk) (en vals ook trouwens). Leuk om te zien dat iedereen z’n eigen draai heeft gegeven aan hun presentatie en dat de indrukken en leermomenten ook verschillend waren.

Ik zal niet nog een keer langs memory lane wandelen – wil mensen niet nog emotioneler maken dan ze al zijn na gisteren. Vooral Wim valt natuurlijk helemaal in een zwart gat na deze fantastische klas ;) Daarom hou ik het kort.

Ik kan iedereen deze minor van harte aanbevelen en dat doe ik hierbij dan ook. Je volgt een mooi, vol programma waarin je niet alleen veel kennis opdoet, maar waar je je persoonlijk ook door ontwikkelt.

Het werd gisteren ook door een aantal mensen gezegd en ik vind het inderdaad een goed punt om ook even aan te stippen: alles is lekker strak georganiseerd en je weet altijd wat je moet doen en wat er van je verwacht wordt (iedereen die op de HU zit, weet dat dat een zeldzaamheid is).

Ik vind het al met al een zeer geslaagde periode geweest en met het oog op de $%&#vakken die ik komend blok moet gaan volgen, vind ik het heel jammer dat die voorbij is. Wim, heel erg bedankt en verder wens ik iedereen heel veel succes met de opleidingen en met het inleveren van de opdrachten, want dat moet natuurlijk nog wel gebeuren. Tschüss!

Marlinde Venema

Minor Tweede Wereldoorlog educatie - afsluiting(2), januari 2012


Afsluiting Minor

Bij de start van de laatste dag van onze minor Tweede Wereldoorlog educatie kreeg ik mijn startdocument retour, waarop ik in de eerste bijeenkomst mijn beeld van de Tweede Wereldoorlog mocht schetsen. Het is goed om te lezen waar ik toen stond, een half jaar geleden en waar ik nu ben.

Mijn verwachtingen over de minor waren als volgt: Diepgaande informatie en emoties, die werkelijk voelbaar worden, zodat er een duidelijk beeld ontstaat over WOII en andere oorlogen. De belichting van WOII met de verschillende rollen van landen en de wat als… scenario’s.
Deze minor heeft mijn verwachtingen ver overtroffen.

De invulling van de minor met excursies, gastsprekers en documentaires/films hebben diepe sporen achter gelaten. Hoewel de uitvoering van alle studietaken een zware wissel trekt op mijn tijd, kan ik alleen maar terugdenken op een geweldige tijd, waarin ik veel gezien en gehoord heb.

Ik denk nog regelmatig terug aan het bezoek aan Buchenwald. Het oude gevoel dat daar weer langs kwam, dat ik anders ben dan vele mensen uit onze groep en het gevoel dat ik mij niet te kan aansluiten en daar enorm verdrietig van werd. Datzelfde gevoel overviel mij toen ik het crematorium uit liep en uitkeek over het bijna lege kampterrein. Hier zijn zoveel mensen gestorven alleen maar om het feit dat ze anders waren in de ogen van anderen. Door mijn ervaringen te mogen delen heb ik ingezien dat het helemaal oké is hoe ik het doe en dat ik een voorbeeld mag zijn voor anderen. Dat ik mijzelf mag zijn. Het gaf mij een groot gevoel van vrijheid voor mijzelf, maar ook een enorm verdriet voor al het leed van anderen.

Natuurlijk bedank ik Wim voor de invulling van het programma, maar vooral gaat mijn dank uit naar Machteld, Moniek en Zoë. Zij waren de luisterende oren en gaven mij de feedback die ik nodig had, maar vooral het gevoel dat ik mag zijn wie ik ben.

Dus ja, de minor heeft mijn verwachtingen ver overtroffen.

Marlou Bakker

woensdag 25 januari 2012

Minor Tweede Wereldoorlog educatie - afsluiting (1) januari 2012


Minor Tweede Wereldoorlog educatie

Aan: iedereen die twijfelt en in het enorme aanbod van minoren van hogescholen en universiteiten de weg is kwijt geraakt.

Vandaag hebben wij de minor Tweede Wereldoorlog educatie (correcte spelling he Bert?) afgerond. Daar waar ik in augustus tegenop zag is achter de rug. En wat is zo'n halfjaar eigenlijk snel voorbij gegaan.

Ik weet nog dat ik op de eerste bijeenkomst was en de weekplanning van de minor kreeg. 'Ik zit hier verkeerd,' dat was de eerste gedachte die door mijn hoofd ging. Dit kan ik nooit inpassen in mijn al zo drukke schema. Al die excursies en collegetijden, hoe ga ik dit doen?

En nu een half jaar verder, lijkt dat zo'n nietig probleem. Ik geef toe, de minor is veel werk, de tijdsinvestering is groot en ook de geestelijke belasting is flink, maar wat leer je veel in deze minor en niet alleen over de Tweede Wereldoorlog, maar ook over de recente geschiedenis en vooral wat leer je jezelf kennen.

Als ik zou moeten omschrijven wat de kern van de minor is, dan kan ik dat niet in een woord. Als je zegt dat je alleen je kennis van de Tweede Wereldoorlog gaat uitdiepen dan klopt dat niet. Het gaat veel dieper, je krijgt een kijkje in de meest verdorven kant van de mens en niet alleen met betrekking tot de Holocaust, maar doorgetrokken naar huidige problemen met rassenhaat en genocide. Tegelijk is het heel praktisch en de verworven kennis zal heel waardevol zijn voor mensen in het onderwijs. Maar ook voor niet onderwijsgevenden.

De minor heeft enorm veel diepgang en is heel divers, iedereen haalt daar voor zichzelf waardevolle zaken uit. Dat bleek gisteren maar weer tijdens de persoonlijke eindpresentaties.

Iedereen die nog twijfelt over de keuze van een minor raad ik aan om deze minor te doen, het is bijna niet te omschrijven (en dat wil wat zeggen in mijn geval). Ga het zelf maar ervaren.

Wim bedankt voor alles en ik hoop dat je nog met vele groepen deze fantastische, karaktervormende, moreel ontwikkelende minor mag gaan doen!

Cindy Rousse - Jansen

woensdag 18 januari 2012

Eindpresentaties en Rechtspopulisme (2), 24 januari 2012


Voorafgaand aan de dialoog met journalist Rinke van de Brink over rechtspopulisme werden eerst de eerste eindpresentaties gehouden. Verwachtingsvol en benieuwd was ik naar de ervaringen en visies over de Tweede Wereldoorlog. Opvallend was dat ieder zijn of haar eigen interpretatie en leermomenten had. Het lastige is dat je na zoveel indrukken en informatie moet proberen je eigen visie, indrukken of gevoelens te verwoorden.

De meesten van de groep probeerden voor zichzelf samen te vatten wat de verwachtingen van de minor waren geweest en welke nieuwe inzichten en kennis ze hebben opgedaan gedurende het afgelopen halfjaar. Sommigen kozen voor één aspect of verhaal uit de Tweede Wereldoorlog. Het leuke is dat je totaal vrij bent om je verhaal te doen. Dat betekent dat je daardoor verassende en leuke dingen te horen kreeg. Mooi vond ik het nummer Why does my hart feel so bad van Moby dat Wouter afsluitend liet horen en leuk vond ik het verhaal van Mark over de (joodse) voetballer Eddy Hamel die bij Ajax had gespeeld en in Auschwitz is omgekomen. Een klein verhaal maar daardoor niet minder dramatisch.

Rinke van de Brink gaf ons een inkijkje in het rechts populisme van vandaag. Het is lastig er enig conclusie uit te trekken, omdat hij met ons aan de hand van een paar vragen een discussie aanging. Voor mij is in ieder geval een feit dat generaliseren erg gevaarlijk is en vaak ook simplistisch. Groepen bestrijden is niet verstandig, maar wel de opvattingen die ze uitdragen. Een ander punt is dat leiders die rechtpopulisme aanhangen en later willen terugkomen op hun standpunten zich maatschappelijk bijna niet meer kunnen rehabiliteren. Onder het mom van eens fout altijd fout krijgt diegene een stempel opgedrukt die niet meer is weg te poetsen. Van hieruit is de weg naar radicalisering een gevaar, omdat men weet dat er geen weg meer terug is. Dat hebben we ook gezien bij de bijeenkomst Duivelse Transitie. Hoe verder in de fuik van misdaad is het bijna onmogelijk je hieraan te ontrekken. Dat geldt dus ook voor politici die extreme standpunten innemen op het gebied van integratie en vreemdelingenbeleid.

Frappant is toch ook weer de rol die de journalistiek speelt bij de hedendaagse politiek. Zodra Geert Wilders van de PVV iets roept of ‘twit’, loopt de hele meute van journalisten er achteraan, want de bladen, journaals en tv programma’s moeten gevuld worden. Wilders laat bijna geen journalisten tot zich toe waardoor er geen ‘hoor en wederhoor’ is over zijn standpunten en uitlatingen. Er is kennelijk niemand onder de journalisten die de verantwoordelijkheid neemt of een statement aflegt om hier een eind aan te maken.

De macht van politici én de media kent geen grenzen. Alles voor het electoraat en de kijkcijfers zullen we maar zeggen en de principes gooien we over boord!

Bert Hofman

Rechts populisme (1), 17 januari 2012


Men zegt weleens dat alles waar ‘te’ voor staat niet goed is. Datzelfde kun je misschien wel zeggen van alles waar ‘ísme’ achter staat. Zomaar een wilde gedachte als ik naar het woord ‘populisme’ kijk.

Als ik de betekenis opzoek vind ik de volgende omschrijving: politieke stroming waarin de rol van de gewone man bij de machtsuitoefening sterk wordt benadrukt en waarin gestreefd wordt naar een sterke en directe band tussen leider(s) en het volk, die niet wordt belemmerd door inmenging van overheidsbureaucratie en partij...
Als ik kijk naar de huidige politieke partijen en dan de PVV in het bijzonder, dan denk ik weleens dat zij teveel gericht zijn op het volk, met andere woorden op de kiezer. Met korte krachtige uitspraken probeert men de kiezer aan zich te binden. Partijleiders moeten charismatische mannen zijn om zo de kiezer naar de stembus te krijgen.

Wat is er gebeurd met capabele mensen met verstand van zaken? Heeft men het landsbelang nog wel in het oog? Zomaar wat gedachten die in mij opkomen na de bijeenkomst van vandaag. En het heeft niet zozeer direct iets met het onderwerp te maken, maar toch…

Ik ging vandaag met hoge verwachtingen naar Utrecht. Ik was benieuwd wie we voor onze neus zouden krijgen, wat hij zou vertellen en hoe de discussie zich zou ontrollen. Rechts populisme is een actueel thema. Vanmorgen had ik het met mijn collega nog over de student uit Tilburg die was afgestudeerd op een vergelijking tussen Geert Wilders en Adolf Hitler. Een griezelige vergelijking, maar wel gemaakt. Terecht of onterecht daar kun je over discussieren.

Ik zat er met mijn verwachtingen niet ver naast. Het grootste deel van de middag was meneer Wilders onderwerp van gesprek. Aan de ene kant jammer, want door de man zoveel aandacht te geven hou je dergelijke personen in de schijnwerpers. Ik vond de vraag van Timon of de media niet teveel aandacht geeft aan Wilders om commerciële redenen dan ook een hele terechte vraag.

Wat mij het meest is bijgebleven is de constatering van het feit dat de Nederlandse samenleving zo veel harder is geworden. Rinke van den Brink vertelde dat de standpunten van de destijds verguisde CD politicus Hans Janmaat vele malen minder radicaal waren dan de uitspraken van wijlen meneer Fortuyn en meneer Wilders. Stemmen op de CD maakte je destijds haast tot een nazi, de partij had in zijn hoogtijdagen 3 zetels in de kamer, terwijl de PVV nu ruim 26 zetels bezet houdt. Wat zijn wij als samenleving dan veranderd. Die gedachte vind ik griezelig, zijn wij dus zo onverdraagzaam geworden ten opzichte van onze medemens?

Ik ben bang van wel, dergelijk korte, misschien wel demagogische uitspraken van Geert Wilders, worden gretig opgepikt door de Nederlandse kiezer. En al de media aandacht die hij krijgt, werkt daar aan mee. Evenals Rinke van den Brink ben ik heel benieuwd wat er zou gebeuren als de media afspreekt om Geert Wilders en zijn tweets te negeren. Maar dat doen we niet, want hij is nieuws en nieuws verkoopt. Toch jammer dat altijd dat commerciële aspect weer om de hoek komt.

Geert Wilders is op mijn school onder leerlingen een geliefde persoonlijkheid. Voor zijn korte duidelijke uitspraken die direct ergens de schuld aan geven of de oplossing voor de economische crisis lijken te zijn, zijn mijn veelal rechts georienteerde leerlingen gevoelig.

Aan ons als docenten de taak om nuances aan te brengen. Om dieper te gaan dan volksmennerij. Laten we onze leerlingen, de kiezer van de toekomst, wat meer democratische bagage meegeven dan meneer Wilders nodig acht!

Cindy Rousse

donderdag 12 januari 2012

Veteranen (3), januari 2012


Mijn broertje is in december 21 jaar geworden. Hij volgt een sport- en mediaopleiding in Tilburg en heeft daar ook sinds kort een kamer. Hij kan niet koken, mijn moeder doet elk weekend z’n was en laatst vroeg hij aan mij hoe je een schoolboek moet retourneren. De gedachte dat dit ventje – mijn broertje – een geweer in z’n handen gedouwd krijgt en ineens verantwoordelijk is voor duizenden vluchtelingen wier taal hij niet spreekt, is vermakelijk en tegelijkertijd zorgwekkend.

Met dit idee stel ik me ook de achthonderd jongens voor die deel uitmaakten van Dutchbat. Knulletjes van amper twintig die tot dan toe niet eens het einde van hun eigen Nederlandse straat hadden gezien, en nu moesten scheidsrechteren tussen twee bevolkingsgroepen die elkaar het licht in de ogen niet gunden. Deze jongens waren de enige buffer tussen de pakweg vijfduizend gewapende Serviërs en veertigduizend moslimvluchtelingen in de Bosnische enclave Srebrenica.

Volgens Boudewijn Kok – hij was 21 jaar tijdens zijn Dutchbat-periode – liet de voorbereiding voor zijn Joegoslavische avontuur flink te wensen over. Deze reikte, naast uiteraard zijn militaire training, niet veel verder dan seksuele voorlichting. Ook een teleurstelling: de uitrusting van de VN-soldaat was slechter dan die van de gemiddelde vluchteling. Er was te weinig munitie (twintig kogels per geweer), er waren veel geweren die het niet deden, het eten was niet om vrolijk van te worden en de hygiëne was slecht.

Zo moesten de Nederlanders de Bosniërs beschermen tegen de mannen van Mladic. Tot hun eigen verbazing bleken onze jongens net zoveel indruk te maken in Srebrenica als Mark Rutte doet in Washington. De veiligheid van de Bosniërs hing eerder af van de gratie van de Serviërs dan van de Nederlandse spierkracht. De Serviërs deden namelijk naar believen. Ze vorderden geweren van de Nederlanders; munitie, uniformen en andere dingen die ze nuttig achtten, zonder dat de VN’ers daar iets tegenin te brengen hadden. Zo gewild, kon een Dutchbatter achterlaten worden met niets anders dan een blauwe helm.

Deze jongens zijn door de VN en de Nederlandse regering behoorlijk aan hun lot overgelaten en vervolgens ook nog eens als zondebokken gebruikt na wat er in Srebrenica gebeurd is. Het is nogal makkelijk om als hoge pief met je vinger naar Dutchbat te wijzen, maar voor iemand als Boudewijn is het onmogelijk om terug te wijzen. Het is makkelijk om één Karremans van z’n bed te lichten, maar de gehele Nederlandse regering plus de VN Veiligheidsraad in de boeien slaan, is een lastiger verhaal.

Ik heb in elk geval een beetje medelijden gekregen voor de Dutchbatters die weggingen als peacekeepers en terugkwamen als ‘laffe honden’ en ‘massamoordenaars’. Je moet er toch vanuit kunnen gaan dat de Nederlanders alles gedaan hebben wat ze konden met alle verrotte middelen die ze hadden. De enigen mensen die alles hadden kunnen voorkomen waren de mannen in pak, met stropdas en nette schoenen, net als hun geweten ongetwijfeld mooi gepoetst.

Door Marlinde Venema

woensdag 11 januari 2012

Veteranen (2), januari 2012


Vredesmissies

Vandaag stonden twee gastsprekers op het programma. Beide gastsprekers hebben gediend in voormalige brandhaarden in de wereld en deel uitgemaakt van vredesmissies. Een voormalig kolonel die in Afghanistan en Joegoslavië had gediend kwam aan het woord. De tweede gastspreker had destijds deel uitgemaakt van Dutchbat in Joegoslavië, Srebrenica. Zelf kan ik mij de beelden op televisie nog herinneren van kolonel Karremans en generaal Mladic. Ook het feest bij terugkomst in Zagreb staat mij nog voor de geest. In ieder geval wist ik als kijker niet wat ik daar van moest denken. Wat er precies aan de hand is geweest, is voor een groot deel nu wel bekend alhoewel er ook nog veel vragen blijven.

De Nederlandse mentaliteit als het gaat om militarisme is anders dan in andere delen van de wereld zoals het Oostblok en Afghanistan. Daar geeft het status als je als man in het leger dient. In Nederland ligt dat anders, op het moment dat er een leger nodig is, dan is dat prima, maar als er geen dreiging is van een oorlog dan is het alleen maar een kostenpost. De huidige bezuinigingen bij defensie en het afstoten van veel kazernes en materieel passen dan ook goed bij deze visie. Veel militairen die terugkwamen vanuit vredesmissies waren getraumatiseerd. In het begin toen militairen werden uitgezonden naar vredesmissies, was er geen begeleiding en opvang. Tegenwoordig is dat veel beter geregeld. Daarnaast is er meer positieve aandacht en erkenning voor veteranen.

Duidelijk is wel geworden dat het beginnen van een vredesmissie niet alleen wordt ingegeven om vrede te stichten en mensen te helpen. De drijfveren bij politici en hoge ambtenaren liggen vaak ergens anders. De militair op de werkvloer is van goede wil en streeft daadwerkelijk ter plaatse naar een beter leefklimaat voor de mensen. Andere belangen spelen voor politici een belangrijke rol waarbij het economisch belang een hele grote is. Ook doordat verdragen zijn getekend, heeft Nederland zich geconformeerd aan daadwerkelijke deelname bij vredesmissies. Wij willen als land meedoen op het hoogste niveau. Dat betekent dan ook dat het verplichtingen met zich meebrengt. Doordat wij op het hoogste niveau opereren, heeft Nederland belangrijke onderhandelingsposities bij het sluiten van economische contracten. Ook het bewaren van de rust in gebieden waar conflicten zijn en wij economische belangen hebben, kan een reden zijn om deel te nemen aan een vredesmissie zodat het desbetreffende land economisch zo min mogelijk wordt getroffen. Dat hele beslissingsproces van deelname gaat langs de weg der geleidelijkheid. De politiek moet er voor zijn, de kans op succes wordt ingeschat en het moet ook uitvoerbaar zijn. Kortom voordat er wordt besloten, worden alle plussen en minnen secuur in kaart gebracht en besproken. Nu ik dit zo schrijf heb ik helemaal niet het idee dat vredesmissies worden uitgezonden met als doel vrede te stichten, nee andere belangen voeren de boventoon. En dat over de rug van burgers en militairen die zijn en worden uitgezonden.

Kijkend naar wat er gebeurt is in Srebrenica, de visie van de gastspreker (de enclaves moesten vallen om rust in het gebied te krijgen en aaneengesloten grenzen te krijgen) en de vele vragen en kanttekeningen die achteraf zijn geplaatst, dan gold voor deze missie dat vooraf al vaststond dat deze moest mislukken.

De omstandigheden waaronder de militairen moesten werken, het weigeren van luchtsteun, de passieve houding van de VN, het kwijtraken van een fotorolletje waar bewijsmateriaal op stond, enz. spreekt niet in het voordeel van de VN, politici en topmilitairen. Ook bij ander missies kan je je afvragen wat het resultaat is geweest en welke andere belangen hebben meegespeeld.

Na alles wat ik heb gelezen, gehoord en gezien wordt ik steeds wantrouwiger en twijfel ik steeds meer aan de bedoelingen en integriteit van politici, de VN, hoge ambtenaren en topmannen van grote bedrijven. Ieder opereert vanuit zijn eigen belang en positie zonder zich over de echte problemen ter plaatse zorgen te maken en daar worden burgers en militairen in grote getale voor opgeofferd.

Bert Hofman

Veteranen (1), januari 2012


Het is dat ik niet maar een woord mag gebruiken om als reflectie te geven, maar als je mij vraagt om vandaag in een woord te omschrijven dan kies ik voor ‘wereldpolitiek’.

Wat zijn wij toch minuskule onbetekenende pionnetjes op het schaakbord van de wereldpolitiek. Wat gaat er allemaal over tafel in de ivoren torens van de wereldleiders? Wat wordt daar besproken, hoe wordt het spel gespeeld? Wat is een mensenleven waard als het gaat om het ‘grote belang’? En dan kijk ik vandaag specifiek naar de levens van militairen in vredesoperaties. En dan niet alleen de levens van hen die sneuvelen, maar in het bijzonder van hen die terugkeren.

Hierboven staan zomaar wat vragen die bij mij opkomen naar aanleiding van de colleges van gastsprekers Peter Froling en Boudewijn Kok. De een kolonel en deelnemer van ‘vredesmissies’ in onder andere Afghanistan en voormalig Joegoslavië, de tweede, lid van Dutchbat en gestationeerd in de enclave Srebrenica.
Het is vreselijk als je als burger in een oorlogssituatie verzeild raakt, maar vandaag kregen we de andere kant te zien. Ook voor militairen in vredesmissies moet het vreselijk zwaar zijn.

Vooral het verhaal van Boudewijn Kok maakt grote indruk op mij. Na alles wat je in de media hoort over Srebrenica, alle negatieve berichten is het heel mooi om het eens te horen vanuit het gezichtspunt van een 21 jarige militair. Hij is daar voor zijn gevoel om de mensen te helpen die in een oorlogssituatie verkeren. Hij wil iets voor deze mensen betekenen. Willen dat ook velen niet met hem. Maar als je dan bedenkt dat deze missie helemaal geen steun kreeg vanuit de V.N. Deze mannen en vrouwen werkten zelf in erbarmelijke omstandigheden, geen voorraden, materialen en brandstof. Uiteindelijk bleven ze met 300 man over om de veiligheid van 40.000 moslims te waarborgen! Bedenk dan dat de media deze mannen afgebrand hebben toen ze thuiskwamen om iets wat ze niet konden weten, men heeft ze letterlijk vergeleken met nazi’s, dan vraag je je af waarom en aan welke touwtjes de wereldleiders getrokken hebben, welk doel ze hadden met Srebrenica.

Het bewijs ligt er, men wist van de plannen van de Servische strijders en vanuit de V.N. ondernam men niets, het lijkt wel een deja vu van Rwanda. Wat was het doel, moest Srebrenica vallen, mag je spelen met de levens van een ‘kleine minderheid’ in het belang van de meerderheid?

Boudewijn Kok en niet alleen hij maar alle VN militairen, hebben meer meegemaakt dan jij en ik ons kunnen voorstellen, ondanks de goede voorbereidingen, waarover Peter Froling vertelde kom je in allerlei situaties verzeild, heb je te maken met cultuurverschillen en vijandige gevoelens ten opzichte van jou, terwijl je alleen maar wilt helpen. Men slaat waterputten in Afghanistan en de bevolking gebruikt ze niet, ze zijn je dankbaar, maar door hun ingebedde cultuur gebruiken ze liever de put op twee uur loopafstand, zodat de vrouwen onderweg kunnen kletsen, waar ze anders niet aan toe komen. Voor ons onvoorstelbaar. Daar werk je dan als militair zo hard voor.

Je moet dat allemaal maar aan kunnen en van je af kunnen zetten als je weer in Nederland komt. En als er dan ook nog eens geen begrip voor je is of de media schotelt ons een verkeerd beeld voor, dan krijg je het voor je kiezen. En hoe ga je daarmee om. Tegenwoordig is dat allemaal goed geregeld met debriefings en dergelijke, maar zelfs na Srebrenica was dat nog niet het geval. Ik ben vandaag met meer respect naar militairen gaan kijken en heb weer eens een beetje minder vertrouwen gekregen in de wereldpolitiek.

Maar hoe link ik dit aan mijn onderwijspraktijk? Ik denk gelijk aan mijn 2e klas H/V. Een klas vol met ‘gamers’ die liefst heel de dag online de meest vreselijke oorlogsspelletjes spelen. Zou ik hen kunnen wakker schudden als ik Boudewijn in de klas zou laten vertellen? Ik denk het wel, niets zo waardevol als een ‘ervaringsdeskundige’ ook al is de ervaring nog zo negatief. Recente geschiedenis is ook geschiedenis, ik ga hiermee aan de slag, ik weet nog niet hoe…maar dat zal de tijd leren.

Cindy Rousse

vrijdag 6 januari 2012

Shooting dogs (1 - december 2011)


Met in mijn achterhoofd de documentaire First Kill, die ik verschrikkelijk vond en De Holocaust Experience, die ik geweldig vond, stop ik de DVD Shooting Dogs in de speler.

Ik sta niet te springen om naar deze film te kijken, wat ga ik zien, meer moord, bloed en narigheid? Gezien de informatie achterop het DVDhoesje kan dat haast niet anders. Mijn man is al naar bed vertrokken, die had geen zin in zware kost en ik moet eerlijk bekennen dat ik het kijken van deze film ook liever even uitstel tot overdag.

Uiteindelijk bekijk ik de film in etappes, als de jongens boven spelen en zet hem gauw uit als ik ze naar beneden hoor komen.
Aan het begin van de film wordt ik redelijk gerustgesteld door het feit dat de film gemaakt is door de BBC. Zij maken, voor zover ik weet, altijd op een heel integere manier films en documentaires.

Maar wat een gruwelijk verhaal weer. Onvoorstelbaar, wat bestaat er toch veel haat op deze wereld. Nu weer haat tussen zwart en zwart, binnen de eigen landgrenzen, maar twee verschillende volken. Hutu en Tutsi, de een haat de ander vanwege een verleden van onderdrukking. En verleden waar wij als Europeanen met onze kolonisatiedrift mede verantwoordelijk voor zijn.

Leren we dan niets van de geschiedenis? Hoelang is de Holocaust geleden, Joegoslavië of andere voorbeelden. Dit nooit meer, zei men toch in 1945?
Het is onvoorstelbaar dat de VN en de Veiligsraad niet ingrepen. Wat is de definitie van genocide? Was er in Rwanda sprake van genocide, in New York moest men daar nog over vergaderen en ondertussen werden de VNvredestroepen teruggetrokken en liet men duizenden mensen aan hun lot over. Tutsi’s werden massaal afgeslacht met grote kapmessen. Daarna keerde het tij en moesten de Hutu’s op de vlucht voor Tutsi’s op zoek naar vergelding.

De internationale gemeenschap deed niets.

‘We’re gonna shoot the dogs,’ zei de Belgische commandant van de vredesmacht in de film. Ze aten de lijken op. De cynische reactie van priester Christopher, geeft aan hoe triest de houding van de VN was. ‘Do you have a mandate for shooting the dogs, did they open fire on you first?’

Kunnen we met deze film een parallel trekken naar de jodenvervolging, de hele wereld zag wat er gebeurde in Rwanda, maar greep niet in. Net als in ’40-’45?
Een belangrijke gebeurtenis om aan leerlingen te vertellen, het is niet meer dan zeventig jaar geleden dat men probeerde een compleet volk te vernietigen, ook 20 jaar geleden en heden ten dage bestaat die haat nog steeds.

Ik schrijf dit stukje op oudjaarsdag 2011, misschien een beetje extra melancholisch, vanwege de jaarwisseling, en tegen beter weten in hoopvol op een verdraagzamer 2012…

Cindy Rousse

Shooting Dogs (2 - december 2011)


De ontspannen en jolige sfeer aan het begin van de bijeenkomst nadat wij elkaar voor het eerst weer zagen na de studieweek in Duitsland, stond in schril contrast met onze gemoedstoestand toen wij de film Shooting Dogs hadden gezien.

De week werd in groepjes geëvalueerd en de uitkomsten daarvan gepresenteerd. Het was de bedoeling de week op een goede manier af te sluiten en na te bespreken. Na het bezoek aan twee concentratiekampen denk ik dat het inderdaad verstandig is de week nog eens de revue te laten passeren en ervaringen met elkaar te delen. Het is leuk te merken dat ieder een ander moment had wat op hem of haar indruk maakte tijdens de reis. Bijvoorbeeld de uitgestrektheid van het terrein in Bergen Belsen, de tekst ‘Jedem das seine’ in Buchenwald of de dierentuin vlakbij het crematorium, ook in Buchenwald.

“Dat nooit meer!” is een vaak gehoorde kreet dat wordt gebruik nadat massale slachtingen/genociden tot de wereld doordringen, zeker na het zien van bewegende beelden maakt dat een diepe indruk op de kijkers. We weten nu dat er vóór en ná de Tweede Wereldoorlog verschillende genociden zijn geweest, dus “Dat nooit meer!” wil ik nooit meer horen. Bewust of onbewust maakt de mens gradaties in de waarde van een mensenleven. Voor de West Europeaan is een mensenleven in Afrika minder waard dan een leven van de gemiddelde West Europeaan. De media kunnen een rol spelen om conflicten niet uit de hand te laten lopen, alleen lijkt dat eenvoudiger dan het is. Internationale belangen, nieuwswaarde en de impact van een conflict bepalen of de media er wel of geen aandacht aan besteedt. Een ander aspect wat daarbij ook een rol speelt, is de afstand van het conflict tot het publiek. Een conflict in Afrika wordt door een Europeaan anders beleefd dan een conflict in de Balkan. Hoe dichterbij, hoe meer betrokken de kijker/lezer is. Ook heeft de mens bepaalde afweermechanismen om zichzelf tegen de gruwelen te beschermen. Zoveel leed kan een mens normaliter niet aan.

Bij het zien van de film Shooting Dogs kwam de verschrikkelijke genocide in Ruwanda aan bod. Door VN militairen werd een grote groep Tuti’s beschermd tegen de Hutu’s. Op niet mis te verstane wijze werd de groep Tuti’s afgeslacht nadat de VN militairen zich hadden teruggetrokken. Voor mij werd het een beetje te veel van het goede, na de week in Duitsland had ik het wel gehad. Misschien was ik niet goed voorbereid op wat zou komen. De ongegeneerde moordpartijen, zelfs op vrouwen en kinderen, en het feit dat de VN zonder blikken of blozen durfde te stellen dat hier geen sprake was van een genocide, maakte het voor mij allemaal een beetje te bont.

Na het zien van de zeer confronterende en indringende film wist ik niet wat ik moest zeggen, ik voelde mij machteloos en sprakeloos. Ik had de behoefte om snel weg te wezen en even alleen te zijn. In de auto op weg naar huis kon ik een klein beetje tot mij zelf komen. De radio galmde: “I’m dreaming of a white christmas”……. ‘O ja’, dacht ik, ‘binnenkort weer kerstfeest, het feest van de vrede en het licht ………

NB: Voor welke leeftijd zou de Kijkwijzer Shooting Dogs geschikt achten?

Bert Hofman

Bergen Belsen - Buchenwald, december 2011 (4)


Buchenwald 15 en 16 december 2011

Na de indrukwekkende dagen in Bergen-Belsen moest ik mij opladen voor Buchenwald. De indrukken van Bergen-Belsen had ik net een beetje een plaats gegeven. Deze indrukken maakten nu plaats voor een ander concentratiekampkamp. Via de presentaties op school had ik wel het een en ander meegekregen van Buchenwald, maar een duidelijk beeld en overzicht ontbrak nog. Net als bij Bergen-Belsen had ik bij Buchenwald direct de behoefte om mij te oriënteren. Ik wilde graag weten waar alles was en wat er heeft plaatsgevonden. Het is ongelofelijk dat je na krap twee dagen zoveel meer te weten bent gekomen en in je behoefte bent voorzien.

Groot verschil met Bergen-Belsen zijn natuurlijk de tastbare bewijzen van het verleden, de SS-gebouwen, de toegangspoort, de wachttorens, het crematorium, resten van de dierentuin en een houten barak. Voor mij waren sommige plekken behoorlijk confronterend, wat ik vooraf niet had verwacht van mijzelf. Het crematorium, de lijkenkelder, de cellenbarak en de plaats waar Russische soldaten een nekschot kregen, vond ik onvoorstelbaar. Onvoorstelbaar omdat ik nu op de plek stond waar vreselijke gruwelen waren gebeurd. Het besef dat oorlog rauw en keihard kan zijn, is hier goed voelbaar. Het verhaal van de gevangene die in de cellenbarakken maanden afschuwelijk was gemarteld, drong nu goed tot mij door, zeker toen ik door de gang van de barak liep en ook de martelwerktuigen zag.

Apart was het verblijf in het voormalig SS gebouw. Wetende dat gevangenen deze gebouwen hebben neergezet, geeft dat toch een raar gevoel. En dan kan honderd keer tegen je gezegd worden dat deze tijd voorbij is en dat het maar een gebouw is, het gevoel kwam toch zo nu en dan bij mij opzetten. De foto’s van Buchenwald op de gang vond ik ongepast. Het museum en het informatiecentrum bieden genoeg informatie voor de bezoeker, daar heb je de gang van het verblijf niet voor nodig.

Een ander aspect van Buchenwald is dat het concentratiekamp zich goed leent voor een bezoek met een schoolklas. De vele tastbare bewijzen dragen bij aan de beleving van de leerling. Voorbereiden, goed voorbereiden, is wel een vereiste. Ten eerste moet je de leerdoelen vooraf goed vastleggen. Wat wil je vertellen en wat niet? Vooral zaken die traumatisch kunnen zijn, moeten goed met leerlingen worden besproken en voorgelicht. Ten tweede is het jeugdcentrum een goede plaats om met de leerlingen in gesprek te gaan of opdrachten te laten doen. De gesealde foto’s waar wij in het beging een opdracht mee gingen doen is ook heel goed bruikbaar voor leerlingen van het voortgezet onderwijs en nodigt uit tot interactie en eigen activiteit.
Net zoals bij Bergen Belsen, moet de bevolking van Weimar geweten hebben van het concentratiekamp. Het kamp moest vanaf de stad goed zichtbaar zijn geweest vanwege de verlichting, nodig voor de beveiliging van het kamp. In een breder kader moest zo’n beetje het hele Duitse volk geweten hebben van de kampen. Dat kan ook bijna niet anders, omdat Europa meer dan 10.000 (!)) kampen heeft gehad. Alleen al in het district Berlijn waren ongeveer 650 kampen. Nog steeds vindt men materialen onder grond van het kampbestaan. Wij kregen de gelegenheid om met de gevonden voorwerpen letterlijk in contact te komen. Wij mochten schoenen, bestek, kolenkitten, flesjes, borden, klerenhangers en ga zo maar door zelf betasten en beetpakken. Ik kreeg zo een beeld welke spullen er zoal in het kamp aanwezig waren. Dat was meer dan ik had verwacht. Veel spullen waren overigens niet meer om aan te zien.

Ik kijk terug op bewogen studieweek waar ik veel indrukken en informatie te verwerken heb gekregen en natuurlijk veel heb geleerd. De magie in de groep was prima en aan het eind van de week had ik het idee dat we naar elkaar toe waren gegroeid. Je hebt namelijk iets met elkaar gedeeld dat je je leven bij zal blijven, een verrijking waar wij in de toekomst hoop ik ons voordeel mee kunnen doen.

Bert Hofman

Bergen Belsen - Buchenwald, december 2011 (3)


Bergen Belsen 12 en 13 december 2011

Al jaren wist ik van het bestaan af van het concentratiekamp Bergen Belsen. Via media zoals kranten en televisie had ik van de verschrikkingen vernomen, maar die verhalen weken niet af van de verhalen uit andere kampen. Dus wat dat betreft niets nieuws onder de zon. De rol van het kamp in het groter geheel is mij nu wel beter bekend geworden, namelijk Bergen Belsen was geen vernietigingskamp en naarmate de oorlog zijn einde naderde werd het steeds meer een vergaarbak van gevangenen die werden overgeplaatst naar Bergen Belsen vanwege zijn centrale ligging. Van enig structuur binnen het kamp was op het laatst geen sprake meer, er was een totale chaos die nog aan heel veel mensen op het laatst het leven heeft gekost.

De sfeer van het kamp, voor zover je over sfeer kunt spreken, deed mij denken aan het Ereveld in Loenen. Het terrein is flink bebost met open vlakten met veel heide, goed vergelijkbaar met de Veluwe. Het grote verschil met Loenen is dat in Bergen Belsen massagraven zijn. In Loenen heeft ieder slachtoffer zijn eigen graf en is elke steen identiek. De stenen van ongeveer 40 bij 50 cm liggen op de grond met daarop de namen en geboorte en sterfdatum. Dit geeft het gehele terrein een rustieke en verzorgde indruk. Het voormalig kampterrein van Bergen Belsen gaf mij een wat rommelige indruk, overal herkenningspunten van kampgebouwen en dergelijke met op verschillende punten herdenkingstekens, individuele graven en massagraven.

Vanwege de internationale bekendheid van het kamp, had ik verwacht dat het meer stijl zou hebben. Natuurlijk heeft het terrein met vaste gegevens te maken zoals de massagraven, maar wat mij betreft zou het plaatsen van individuele graven en herinneringsplekken meer coördinatie behoeven. Dat komt de rust, uitstraling maar vooral de eerbied aan de slachtoffers ten goede. Dit kan je doen door bijvoorbeeld eenheid in materialen na te streven, zoals de stenen plaketten bij de massagraven.
Dat neemt niet weg dat mijn bezoek aan Bergen Belsen een grote indruk heeft gemaakt. Je bent nu op de plek geweest waar de massale gruwelen hebben plaats gevonden. Het beeld dat mij bij blijft zijn de vele vele steentjes die je overal ziet op de graven en het centrale monument. Zoveel steentjes gaf mij het gevoel dat er nog veel mensen denken aan de slachtoffers, maar de vele steentjes waren tegelijk voor mij ook een symbool hoeveel slachtoffers er zijn gevallen. Ik vind het een erg mooi ritueel en een mooie gedachte dat steentjes nooit vergaan en dat zo de slachtoffers een plaats krijgen in ieders gedachte. Het moment dat ik voor het eerst bij het centrale monument kwam en tussen de teksten op de muur zo veel steentjes zag liggen, maakte op mij een diepe indruk.

Een ander moment was voor mij het bezoek aan het stationnetje waar de slachtoffers hun laatste gang naar het kamp moesten beginnen. Vanuit de wagon kon je de huizen van Bergen zien. De burgers die daar toen woonden, móeten de taferelen gezien en gehoord hebben. De term ‘Wir haben es nicht gewust’ werd hiermee voor mij ontkracht.
Ook de propaganda door verschillende partijen gaf weer stof tot nadenken. Wat te denken van het Russische monument waar wordt verwezen naar 50.000 slachtoffers terwijl er in werkelijkheid 20.000 vielen. Of het geënsceneerde beeldmateriaal van de geallieerden bij de ruiming van de lijken in het kamp, ook hier spelen de geallieerden de moraalridder. Zo van, “kijk eens wat de nazi’s allemaal hebben gedaan!”, terwijl de geallieerden wisten wat er in de kampen gebeurde, maar niets deden. Of het monument voor de joden waarop stond dat de joden het slachtoffer waren van de Holocaust, alsof er geen andere slachtoffers waren gevallen als gevolg van de oorlog. Over de rug van de slachtoffers je gelijk halen is wel het minste van het minst dat je kunt doen om de gevallenen onrecht aan te doen, te walgelijk voor woorden.

Hoe dan ook, ik hoop dat het voormalig kampterrein in de toekomst een plek kan zijn en blijven voor mensen waar zij kunnen verwerken, herdenken en leren van het verleden. Het mooie, informatieve en stijlvolle museum kan daar zeker een bijdrage aan leveren.

Bert Hofman

vrijdag 23 december 2011

Bergen Belsen - Buchenwald, december 2011 (2)


Excursie Bergen-Belsen en Buchenwald

Zondag 12.45 uur
Sommigen dragen koffers met de grootte van mijn handtas, anderen hebben hun uitrusting meer diva-achtige proporties meegegeven. We wachten nog op de laatste mensen, voordat we via de A1 richting Hannover kunnen karren. Zodra we compleet zijn, neemt iedereen zijn stellingen in de bus in. We’re off.

De busreis valt qua lengte reuze mee. Iedereen vermaakt zich prima met een pokermarathon en een potje Kniffel (Yatzee voor degene die niet thuis zijn in de Duitse gezelschapsspellen). Rond 18.00 uur arriveren we bij Hotel Tryp in Celle.

± 21.00 uur
Om de week goed in te luiden nemen we met een man of twaalf taxi’s naar het centrum. We verblijven de hele avond in café Rio’s. Van buiten mag het eruit zien als een verlept bordeel, het blijkt een heel gemütliche kroeg en tevens onze hangplek voor de komende drie dagen. Extra attractie: het fantastische, knalroze damestoilet.

Met maar drie vrouwen in de groep hangt er een nogal mannelijke energie. Nou zijn mannen onder elkaar per definitie al hilarisch, maar gooi er een Duits biertje in en je hebt de hele avond gratis entertainment. Ik heb mezelf serieus voorgehouden om het te laten bij een wijntje hier en daar. Dat blijkt met al die kerels een onmogelijke opgave: elke dag staat er een halve liter bier voor m’n snufferd. Erg charmant ook.

Maar we zijn natuurlijk niet op een GoGo zuipvakantie, dus iedereen duikt braaf op tijd z’n mandje in. De kamers zijn prima, al mogen de Duitse hotelkussens met een raket naar de maan. Ook zit het lichtknopje aan het hoofdeinde van het bed, waardoor ik die nacht zo’n drie keer met m’n hoofd het licht aandoe en me elke keer het lazarus schrik. Voor de rest: prima geslapen.

Maandag 09.00 uur
De wekker gaat vanochtend akelig vroeg, maar iedereen zit gelukkig fris en fruitig aan het ontbijt, waarover ook geen klachten. Dan stappen we met z’n allen weer de bus in, op weg naar het voormalig kampterrein van Bergen-Belsen.

De introductie met de gids (Felix) is binnen, zodat we rustig kunnen opstarten en wennen aan de omgeving. We krijgen van hem een algemene indruk van het kamp en ook wat beeldmateriaal te zien. In z’n beste Engels, waar hij zelf heel onzeker over is – maar dat ik niet slechter vind dan het Engels van sommige anderen – geeft hij de feiten weer.

Bergen-Belsen is oorspronkelijk opgericht als oefenterrein voor de Wehrmacht. Toen de Tweede Wereldoorlog begon, werden er Sovjet-krijgsgevangenen ondergebracht in de barakken die er toen al stonden. Die bleken echter al snel onvoldoende, vanwege de steeds grotere aantallen gevangenen. In 1943 kwam de SS in beeld, die het terrein omtoverde tot een concentratiekamp. Vanaf de oprichting van het krijgsgevangenenkamp in 1941 tot de bevrijding op 15 april 1945 hebben er ongeveer 120.000 mensen gevangen gezeten. Daarvan zijn er zo’n 70.000 omgekomen.

± 12.00 uur
Na deze voorbereidende woorden is het tijd om het kamp met eigen ogen te zien. Het is moeilijk om zelf een voorstelling te maken van hoe het vroeger geweest moest zijn. Op wat fundamenten na is er weinig meer van over. Ook staan er bomen waar die er vroeger niet of nauwelijks waren.
Het enige waar je je in kunt inleven zijn de weersomstandigheden. Ik mag dan een wanstaltig paar Timberlands aan hebben die ik ergens achter uit mijn kast gegrist heb – ik heb wel droge voeten en ik ben warm ingepakt. Dat konden de mensen hier vroeger niet zeggen. Het motto van vandaag is daarom ook: ‘we mogen niet klagen’.

We beginnen de tour bij het oude station waar de mensen vroeger aankwamen na een treinreis van soms wel een paar dagen. Er staat daar een oude goederenwagon die soort van authentiek is, maar net niet helemaal. Je kan je in elk geval een beeld vormen van de omstandigheden tijdens zo’n treinreis.

Vervolgens gaan we naar waar zich vroeger de ingang bevond en wandelen we door naar de monumenten voor de Russische krijgsgevangen, de restanten van de desinfectieruimte, het SS-zwembad, de latrines en de fundamenten van een barak.

Persoonlijk vind ik de uitgestrektheid het indrukwekkendst. Daar ben je je pas van bewust als je langs de vele massagraven loopt, waar ergens ook Anne en Margot Frank moeten liggen. Na toch wel anderhalf tot twee uur gelopen te hebben, sluiten we de dag af in het documentatiecentrum. Het is al donker als we de bus terug naar het hotel nemen.

± 18.30 uur
Na een lange dag hebben we allemaal behoorlijk hongaaah. Daarom schuiven we met z’n allen aan om een hapje te eten, bikken, schransen, vreten en dingen waarvan we niet weten wat ze zijn naar binnen te schuiven. Lekkaaah.

Na het eten gaat iedereen z’n eigen weg. Sommigen bezorgen café Rio’s de nodige omzet, anderen verkiezen de hotellobby. Daarna duikt iedereen – iets later dan gister, maar toch nog redelijk op tijd – z’n bed in.

Dinsdag 09.00 uur

Dag twee in Bergen-Belsen. We blijven vandaag voornamelijk binnen, wat niemand erg vindt vanwege het Nederlandse weer. Sommigen van ons zijn duidelijk nog niet helemaal wakker en hebben bij wat stille filmfragmenten moeite om de oogjes open te houden.

We hebben in de middag tijd om aan een presentatie te werken en op eigen houtje het museum te bezoeken. Het is een mooi, groot gebouw waar je even de tijd voor moet nemen, maar dan heb je ook wat. ’s Middags presenteert elk groepje een eigen lesplan voor een bepaald onderdeel van het kamp.

± 21.00 uur
Het is de laatste avond in Celle en daar moet op gedronken worden. Het wordt een latertje. We vermaken ons tot een uur of twee, drie met poker en tafelvoetbal met twee bloedserieuze Duitsers. De uitslagen worden groter naarmate het reactievermogen minder wordt. Cheers. Sommigen houden nog een afterparty in het hotel, maar ik vind het met nog drie uur slaap in het vooruitzicht wel mooi geweest.


Woensdag 09.00 uur

Nadat de wekker op een onchristelijk tijdstip is gegaan, sleep ik m’n hutkoffer naar de lift. In de bus kunnen we allemaal wat gemiste uurtjes slaap inhalen. Dat kan, maar vrijwel niemand doet het. Ik wel, ik ben geen ochtendmens. Na een korte stop in het winkelcentrum komen we rond 16.15 uur aan in Buchenwald. We weten niet goed wat we moeten verwachten van de voormalige SS-kazerne waar we de komende drie nachten zullen verblijven.
Het is merkbaar dat de eerste avond nog wat onwennig is. Niemand durft zich al te luidruchtig te gedragen en de ‘foute’ grappen blijven nog even achterwege. In Celle konden we wat makkelijker afstand nemen, omdat het hotel zich ruim buiten de hekken van het kamp bevond. Uit het oog, uit het hart, zeg maar. De omgeving speelt duidelijk een grote rol in je belevingswereld.

Na het eten neemt onze nieuwe gids (Daniël) ons nog even mee naar buiten voor een beknopte rondleiding. Het is echter pikkedonker en we zien geen hand voor ogen. Ik krijg niets mee van wat Daniël zegt en doe vooral mijn best om niet op m’n plaat te gaan. Dan staan we ineens vlak voor de ingang van het kamp. We blijven staan voor het hek met het bekende opschrift ‘jedem das seine’. Ondanks de kou en de vermoeidheid maakt dat toch wel indruk, vooral omdat we het door donker niet hebben zien aankomen.

± 20.00 uur
’s Avonds zijn de meesten al wat meer gewend aan de nieuwe omstandigheden. Damian heeft het briljante idee gehad om in het winkelcentrum twee seizoenen van ‘The Big Bang Theory’ te kopen. De komende vier uur zijn we daarom niet meer van de bank af te slaan, tenzij er een nieuwe flesje bier op tafel gezet moet worden.

Donderdag 09.00 uur
Het is weer tijd voor de nodige lichaamsbeweging. In tegenstelling tot de vorige dagen is het lekker weer – beetje koud, maar met een zonnetje – en in een rustig tempo wandelen we door het bos heuvel op, heuvel af. Zo komen we langs de plek waar vroeger het huis van de kampcommandant stond en lopen we door naar de steengroeve. Vanaf daar heb je een heel mooi panorama-uitzicht en ik voel me gelijk schuldig omdat dat het eerste is waar ik aan denk.

De eerste plek waarbij ik me echt een beetje ongemakkelijk voel is het crematorium. Ik heb niet de behoefte om daar heel lang te blijven hangen en dat doe ik dus ook niet. Ook de paardenstal die tevens als executieplaats gebruikt werd, is bizar om te zien, evenals de restanten van de dierentuin.

Tussen de buitenactiviteiten door krijgen we van een stagiaire binnen nog een goedbedoelde lezing over muziek- en kunstuitingen door kampgevangen. Schat van een meid, maar ik geloof niet dat er bij iemand ook maar een woord doordringt.

Na een laatste stop in het kunstmuseum is het tijd om in groepjes aan de tweede presentatie te werken. Wij verdiepen ons in de vrouw van de kampcommandant: Ilse Koch. Of zoals Roezbeh haar noemt: een halfdooie zeekoe.

± 21.00 uur
We hebben pas dertig afleveringen gezien van ‘The Big Bang Theory’, dus er kunnen er nog wel een paar bij. We sluiten af met The Hangover 2 en houden het dan voor gezien. Morgen weer een dag.

Vrijdag 09.00 uur
Ongeveer twee kilometer buiten de bebouwde kom begint de Bloedstraat, aangelegd door de gevangenen. Drie kilometer verder bevindt zich het Mahnmal met de enorme klokkentoren en de beeldengroep die het verzet in Buchenwald uitbeeldt. (Bron: http://www.go2war2.nl/artikel/948/3)

We rijden er met de bus naartoe. Gelukkig is het lekker weer (als je een cactus bent die al dertig jaar geen waterdruppel, laat staan sneeuw, heeft gezien). Het regent pijpenstelen en er staat een soort van poolwind. Ik moet eerlijk bekennen dat deze ochtend een beetje aan me voorbij gaat. Ik vind het allemaal reuze interessant, maar de vermoeidheid van de week begint erin te hakken en het enige wat ik denk als ik door de snijdende kou loop, is: ‘’zit m’n haar goed?’’. Dat kan toch niet goed zijn.

Gelukkig is het buitenprogramma vandaag beperkt en kunnen we onze toevlucht even in het museum zoeken. Dit geeft aandacht aan het Sovjet-Russische kamp. Bij een Duitstalige reportage tune ik even uit. Daarna lopen we terug naar onze kamers om even een uurtje te gaan liggen en de presentaties af te maken. Als die geweest zijn, sluiten we het programma af.

± 16.30 uur
We kunnen op eigen gelegenheid wat gaan eten in het centrum van Weimar. Ik breng de avond door in een bloedhete pizzeria. Daarna lopen we terug naar het Atrium om twintig minuten te ontspannen in een massagestoel. Jeroen niet – die loopt terug naar de pizzeria: tas vergeten.

Eenmaal terug op honk wordt de dvd-speler weer aangezet. Geen Big Bang Theory, maar een erotische film die Jeffrey (wie anders) heeft opgeduikeld. Zo erotisch is ie naar verluidt overigens niet. Ik zou het niet weten, ik ben keurig aan het ezelen op de kamer van papa Bert.


Zaterdag 09.00 uur

In de bus kijken we naar – hoe kan het ook anders – Big Bang Theory en een nogal gewelddadige film met Bruce Willis. Alles met goedkeuring van buschauffeur Mees. Had ik al gezegd dat we de hele week een buschauffeur hebben met niet alleen een bijzondere kijk op zijn medeweggebruikers, maar ook – in samenwerking met mijn kamergenootje Roezbeh – met de neiging om elke uitgesproken zin te plaatsen in een seksueel getinte context? Bij deze. Hij is in de groep in elk geval helemaal ingeburgerd.

16.21 uur
Aankomsttijd op de Uithof. Aan het afscheid zou je kunnen afleiden dat we elkaar hierna nooit meer zien, maar we hebben dinsdag gewoon weer les. Iedereen is moe maar voldaan en Wim volgens mij echt helemaal gebroken. We hebben straks in ieder geval twee weken de tijd om bij te komen.

Hier nog een beknopt overzicht van enkele veel gebruikte termen:
• Hallooooooooooooo
• Fantástisch!
• Als Katja Schuurman: wat een toéstand
• Lekkaah

Iedereen: tot volgend jaar!

Marlinde Venema

www.cafe-rios.de/

zondag 18 december 2011

Bergen Belsen - Buchenwald december 2011 (1)


Woensdagmorgen 5.42, de bus van Dalem naar Geldermalsen, met de trein naar Utrecht, Frankfurt, Erfurt en uiteindelijk om 14.05 Weimar, eindpunt van deze reis. Onderweg regen, regen, regen. Gelukkig (?) heb ik de dag ervoor een paar klassen een repetitie gegeven en ik moet deze nu verplicht van mijzelf nakijken. Vanuit de trein bel ik met Bert, die niet opneemt, dan met Wim die gelukkig zijn mobiele wel beantwoord. De groep is in het Atrium, het welkomstcentrum van Weimar en ik kan daar vanaf het station zo naar toe lopen. In het Atrium loop ik tegen Mirjam en nog wat andere bekende gezichten aan en zij helpen mij de weg naar de bus te vinden.

Ik voel me nog een beetje apart, zij zijn allemaal al een aantal dagen met elkaar op pad, ik moet even acclimatiseren, de groepshumor moet nog even landen. (lekkuh!)
Over een eerste indruk van het kamp valt niet veel te zeggen, want in het donker rijden we de Ettersberg op, dus ja, dan blijft mijn eerste indruk hangen bij, koud, donker en blij met mijn kamer voor mezelf alleen. Ik plof op het bed neer en weet even niet zo goed wat ik moet doen. Naar huis bellen, ik weet zeker dat ik het dan niet droog hou. Ik voel me altijd vreselijk schuldig als ik weg ben. Gelukkig heb ik weinig tijd om me daar druk om te maken. Een half uur later worden we boven verwacht voor de eerste kennismaking met de gids voor de komende dagen.

In ons slaapverblijf, voormalige SS-barakken, bevindt zich op de bovenste ruimte een soort van klaslokaal/documentatiecentrum. Hier beginnen we de ‘seminar’ in Buchenwald. Gids Daniel legt een veertigtal foto’s op de vloer en vraagt ons er een te kiezen, hierna volgt een rondje ter kennismaking en mogen we de foto die we gekozen hebben toelichten. Ondanks dat het buiten al donker is wil de gids toch nog even een rondje maken langs een paar plekken op de berg. Hij begeleidt de groep langs het treinstation en de toegangspoort. Omdat het donker is en ik graag even naar huis wil bellen, blijf ik achter en denk: ‘dat komt morgen wel’. Het is genoeg voor vandaag.

De volgende dag blijkt dat Wim ons niet voor niets aanraadde om wanten, sjaal en mutsen mee te nemen, want het is snijdend koud. Na de introductie film over het kamp hijst iedereen zich in eskimo-outfit en verlaten we de zeer comfortabele filmzaal. Het is zelfs zo koud dat ik tegen mijn principes in bijna geen aantekeningen en foto’s maak.

We blijven de hele morgen buiten en maken een wandeling over de berg. Langs de prachtige restanten van de huizen van de SS officieren.
We worden getrakteerd op een prachtig uitzicht over de stad Weimar, wat een tegenstelling. Daniel stelt ons hier de vraag wat je nou eigenlijk moet met zo’n steengroeve. Moet dit een monument blijven, of laat je hier in de winter de kinderen met hun sleetjes naar beneden rijden? Hier komt de vraag naar boven of je nog kunt blijven herinneren als de plaats delict een andere bestemming krijgt. Persoonlijk denk ik van wel.

Een volgende tegenstelling wacht ons bij het kamp zelf. Op nog geen 20? meter afstand van het crematorium, ligt de dierentuin. Jawel, de dierentuin. SS-ers en hun gezinnen konden zich op hun vrije dag vermaken in de dierentuin, dat op een steenworp afstand achter prikkeldraad uitgeteerde mensen leefden, ach ja…

Binnen in de heerlijke warmte luisteren we beleefd naar de onderzoeksresultaten van een stagiaire over de plaats van muziek in het concentratiekamp. Het is geen oninteressante stof, maar de presentatievorm was niet zo inspirerend, alls ik het zo mag uitdrukken.

Na de lunch gaan we weer naar ons ‘klaslokaal’. We verdelen ons in groepen en denken vast na over de opdracht voor de presentatie voor de volgende dag. Veel tijd hebben we echter niet, want we gaan onze tocht over het kamp vervolgen. Via de archeologische vondsten (we mogen ze aanraken) lopen we naar een barak, een originele, die nog overeind staat in een linkerhoek van het terrein. Pas als ik daar sta en me omdraai richting de ingang, krijg ik een goede indruk van de omvang van het kamp. Zo omhoogkijkend zie ik vele malen beter hoe groot het moet zijn geweest en kan ik me voorstellen hoe het eruit moet hebben gezien met al die barakken. Stel jezelf daar nog een vlag met hakenkruis bij voor op de top van de ingangspoort en je hebt een afschrikwekkend plaatje.

Na de barak blijft er helaas nog maar weinig tijd over voor het museum en de kunsttentoonstelling. Ik moet een keuze maken en kies voor de kunsttentoonstelling, omdat daar de stagiaire onderzoek naar heeft gedaan en ik haar een aangename persoonlijkheid vind. Daarnaast hou ik ook erg van kunst en ben benieuwd wat ze zal vertellen. Twee tekeningen heb ik met name onthouden. Een daarvan is van de Nederlander Henri Pieck, die in opdracht van een SS-officier een typisch Nederlands tafereeltje schilderde, maar wel de vrouw in klederdracht een rok aantrok met eenzelfde motiefje als de kleding die de gevangen droegen.

Het programma voor donderdag zit erop en na de avondmaaltijd vertrekt de bus naar Weimar om de gelegenheid te geven voor inkopen. Aangezien ik niets nodig heb, nestel ik me met mijn boek op de bank in de recreatiekamer. Als de rest van de groep terugkomt met allerlei inkopen, waaronder vooral veel bier en chipsachtige dingen, word ik ingewijd in de wereld van de ‘Big Bang.’ Op het moment dat bij mij het kaarsje uitgaat, komen mijn veel jongere reisgenoten pas op goed op gang. Wat er allemaal precies aan activiteiten is geweest, durf ik niet te zeggen, maar grofweg kun je het indelen in drie categorieën; een marathon Big bang theory, een spel met opdrachten, drank en veel lol (dat gebeurde namelijk in de kamer naast mij, dus heb ik vrij goed kunnen volgen) en een pokerestafette.

Donderdagmorgen aan het ontbijt krijgt het woord ‘pokerface’ voor mij een heel andere betekenis als ik Andre en Wouter aan tafel zie verschijnen. Zij zijn tijdens hun pokersessie in slaap gevallen en werden om 7.00 uur wakker met de kaarten nog in hun handen en alsof er niets gebeurd was maakten zij hun potje af…

Als wij dachten dat het gisteren koud was, dan komen wij vandaag bedrogen uit, er trekt werkelijk een sneeuwstorm over de Ettersberg, want wij waaien onderhand de bus in.

Het was de bedoeling dat wij te voet de berg af zouden wandelen om een bezoek te brengen aan het monument op de berg, maar het is geen doen. Buschauffeur Mees zet ons af en wij trotseren wind, sneeuw en nog meer wind om naar het monument te lopen.

Vanuit de verre omgeving is dit monument te zien.
Iedereen merkt daar dat we een beetje verzadigt raken en na een bezoek aan de tentoonstelling van het kamp in de Sovjetperiode lopen de meesten van ons terug om nog even te werken aan de presentaties en te lunchen.

Na de lunch presenteert ieder groepje een zelfgekozen aspect van het bezoek aan Buchenwald. Roezbeh stelt ons voor aan Ilse Koch, de Heks van Buchenwald. Thijs neemt ons mee naar de Nederlandse barak, wij vragen ons af wat de inwoners van Weimar wisten over het bestaan van het kamp en de laatste groep neemt ons mee naar het bordeel van Buchenwald. En dan zit het erop. De gids dankt ons hartelijk en wij hem.

We reizen af naar Weimar voor een laatste ontspannend avondje met kerstmarkt, bowlen, eten en massagestoelen. Jeffrey koopt nog een mooi DVDtje voor de buschauffeur, waarvan het thema mij deed besluiten om niet meer in de TVkamer te komen en dan gaat het na nog een nachtje slapen (lekkuh!) weer terug naar Nederland.
Niet alleen Buchenwald is een kamp van tegenstellingen, de reis is dat ook. Serieuze momenten wisselen zich af met een hoop gezelligheid en lachen. Ik heb het leerzaam, maar vooral ook leuk gevonden. En ik zag er nog zo tegenop. Helemaal bekeerd tot de ‘Big bang theory (30 afleveringen in 3 dagen) kom ik weer in Utrecht aan. Lekkuh naar huis!

Cindy Rousse

donderdag 8 december 2011

First Kill (3)


Tijdens de Duivelse transitie liet de gastdocent een kort fragment zien uit de documentaire First Kill.

Helemaal blanco begon ik dus niet te kijken.

En toch zit ik met verbazing te kijken naar het relaas van enkele Amerikaanse Vietnam veteranen.

De documentaire makers proberen er achter te komen hoe mensen in staat zijn om anderen te doden. Met welke reden stappen zij als vrijwilliger in het leger, ondanks dat ze weten wat daar allemaal gebeurd. Door de interviews af te wisselen met beeldfragmenten uit de Vietnam oorlog, krijg je een redelijk goed beeld over de omstandigheden waarin deze militairen zich bevonden.

De redenen zijn uitlopend, maar velen kiezen voor het avontuur, erbij willen horen, beter zijn dan een ander, respect ontvangen. Maar toch zijn het allemaal hele normale jongens, die voordat ze in Vietnam terecht kwamen geen vlieg kwaad deden. Hoe bestaat het dan toch, dat mensen in staat zijn om te moorden. En niet één, maar meerdere.

Op een gegeven moment in de film vraagt de interviewer of zij ook een moordenaar kan worden? Het antwoord is schokkend en toch zo eenvoudig: “Ja, gewoon doen, je haalt de trekker over, het pistool doet de rest.”

Enkele andere uitspraken die ik zeer schokkend vond;

• “ik had het op tv gezien, het maakte me nieuwsgierig”
• “you do what you have to do”
• “het is spannend, vermakelijk, verleidelijk”
• “alleen de eerste dode is mijn trauma”
• “je ziet alleen wat je kunt zien, wat je aankan”
• “na elke moord voelde ik mij een beetje beter”
• “in tijd van oorlog ga je niet naar de hel”
• “ik wil terug naar Vietnam om te doden, ik mis het”

Ook hier in zie ik net als bij de Duivelse Transitie dat de geest van een mens, stapje voor stapje veranderd. Bijna met ongeloof kan ik er naar kijken en denken, dat zal mij nooit gebeuren.

Ik weet helaas nu beter. Iedereen heeft een killer instinct, maar zal voordat het de eerste keer zijn, zelf de afweging moeten maken of hij het doet of niet. Het blijft een gewetensvraag die niet door mij te beantwoorden is.

Marlou Bakker

Bergen Belsen - Buchenwald (November 2011 - 2)


Natuurlijk bereid je je voor op een excursie naar twee concentratiekampen.

Vooraf maakt elk groepje een presentatie over wat we mogelijk gaan zien en horen. Daarnaast bedenk je praktisch wat je allemaal mee moet nemen.

Maar ben je dan voorbereid?

Ik niet. De ervaringen die je opdoet, kun je nauwelijks van te voren inschatten en dus ook niet voorbereiden.

Bergen Belsen

Bergen Belsen is volledig ingericht als grote gedenkplaats. Rondlopend op het terrein was gedenken eigenlijk het enige wat ik wilde. Stilstaan bij wat er op deze plek allemaal was gebeurd. Het programma zat zo vol dat er bijna geen ruimte voor is. Van het ontvangst, reisden we door naar het oude spoor, dat nog steeds in gebruik is. Daarna direct door naar de Russische begraafplaats. Van daar uit terug naar het voormalig concentratiekamp, waar we eerst een presentatie krijgen over de ontwikkeling van het kampterrein. Het middagprogramma bestaat uit een gedeeltelijke rondwandeling over het kampterrein en een bezoek aan de tentoonstellingen in het museum.

Alle indrukken die worden opgedaan moeten een plaatsje krijgen. Maar hoe doe je dat in een vol programma. ’s Avonds na het eten is er ruimte voor ontspanning. En dan merk ik opnieuw dat ik niet goed ben voorbereid. Waar menigeen een beetje alcohol nuttigt om even los te zijn van zijn emoties, komen ze bij mij even hard naar binnen. Ik heb een kamer alleen wat niet bijdraagt aan het unheimische gevoel waar ik mee rondloop.

De volgende dag mogen we in kleine groepjes kiezen uit vier opdrachten. Ons groepje maakt een herdenkingsfilmpje van Bergen Belsen. Tijdens de presentatie van de verschillende opdrachten ben ik erg onder de indruk van ons filmpje. Stilstaan komt in de buurt.

Buchenwald

Buchenwald is wellicht nog indrukwekkender. Bij binnenkomst in het hostel, overvallen de vele afschuwelijke foto’s in de gangen mij. Wij kunnen er niet onderuit, dat hier een beladen verleden is geweest. Na aankomst hebben we krap een half uur om de spullen op onze kamer te zetten en ons bed op te maken. Het programma begint met een korte introductie van de gids voor de komende twee dagen en het bekijken van foto’s. Nadat iedereen een keuze heeft gemaakt, krijgen we meer over de achtergrond van de foto’s te horen. Na een lange bustocht valt dat niet mee. Aansluitend in het programma is het eten, dat oprecht prima was. Nog kauwend op ons laatste stukje moeten we ons al weer haasten om met de bus richting Weimar te kunnen.

Wij hebben een gezellige avond, waar ik in het zelfde tempo als de rest tien spa rood achter over sla. De rest dronk overigens iets anders. Je kunt wel nagaan hoe gezellig het was. En opeens is het genoeg. Ik ben er klaar mee. Nog een kopje thee en mijn bed in. Maar als je dan in het donker stil ligt te luisteren naar geluiden van anderen, komt het unheimische gevoel direct weer de kop opsteken. Niet verdoofd, maar in alle helderheid merk ik dat ik andere keuzes maak. Ik doe niet mee met de rest. Klopt dat wel, hoor ik hier wel?

Zouden alle gevangenen in de concentratiekampen zich dit ook niet hebben afgevraagd. Waarom ben ik hier? Hoe zo ben ik anders? Wie bepaalt het dat ik anders ben dan een ander? Door de keuzes die zij gemaakt hebben in het leven, werden ze opeens als anders beschouwd. Ik zou me zeker niet willen identificeren met de gevangenen in de concentratiekampen. Het is het besef dat hier zoveel mensen gestorven, vermoord zijn om het feit dat iemand vond dat ze anders waren. Het besef dat ik mijn eigen keuzes mag maken, anders dan de rest, zonder daar voor verantwoording te hoeven afleggen, komt binnen. Ik hoor er bij.

Het is een geschenk om met deze groep een week op pad te zijn en te zien dat iedereen mag zijn wie hij is. De bizarre werkelijkheid in deze twee concentratiekampen met elkaar te ervaren en te delen en te weten dat het zoveel jaren geleden zo anders was. Natuurlijk zijn er veel meer indrukken van over reis te melden. Maar…. het moment van stilte is aangebroken.

Marlou Bakker

woensdag 7 december 2011

The Holocaust experience (3), 7 december 2011


Waarom heeft men in Amerika zich de Holocaust zo toegeëigend? Dat zo bedoeld in die zin dat men de Holocaust lijkt te claimen alsof de concentratie en vernietigingskampen zich ten tijde van het Hitler-nazi regime nabij Washington,New York,Los Angeles of Chigago bevonden, in plaats van bijvoorbeeld Sobibor, Auschwitz-Birkenau of Bergen-Belsen.Dat zo ook verwijzend naar de manier waarop men in de VS meent het verleden te presenteren, de herinnering te laten voortbestaan. Zowel kwantitatief als kwalitatief – ethisch.

Elke zichzelf respecterende stad van enige omvang heeft inmiddels naast de Burger King en McDonalds een heus eigen Holocaust museum. Daar laat men niet alleen zien dat de Amerikaanse troepen de kampen hebben bevrijd maar ook dat een gebeurtenis als de Shoa nooit meer mag plaatsvinden. Het eerste is historisch gezien deels correct; de vernietigingskampen in Oost Europa werden bevrijd door Sovjet troepen, in West en midden Europa werden de kampen bevrijd met hulp ook van de Britten. Het tweede kan iedereen alleen maar onderschrijven: een dergelijke genocide moet voorkomen worden. Wat betreft de historische representatie is er nog wel een kanttekening te maken; het Joodse lijden krijgt de nadruk, voor andere groepen slachtoffers is weinig aandacht.

De vraag naar het waarom van het toe-eigenen verdient een nuancering: dat moet zijn Waarom heeft Joods Amerika zich de Holocaust zo toegeëigend? Dat is oa. een gevolg van de inspanningen van de (Invloedrijke.)Joodse lobby in de VS. Naar aanleiding van de zes-daagse oorlog in 1967, waarbij de staat Israel in haar voortbestaan werd bedreigd, dacht men terug aan, lag een vergelijking met de nazi periode voor de hand – het gevaar van een tweede Holocaust. Israel moest gesteund worden, de Holocaust als anti semitisch fenomeen werd nieuw leven ingeblazen. Tegelijkertijd ontstond daarmee het mechanisme: “Kritiek op de staat- en politiek van Israel, betekent dat je de betekenis van de Holocaust niet begrepen hebt of ontkend”. De Holocaust als instrument in het rechtvaardigen van de gedragingen van een land, een land met een voor de VS strategische ligging in het Midden Oosten. Een land dat permanent bedreigd wordt, een land dat als voorpost en bondgenoot continue steun nodig heeft. Een andere verklaring zou kunnen zijn dat er in de VS nog maar weinig is dat de Joodse bevolkingsgroep – grotendeels niet perse religieus , wel conservatief – gemeenschappelijk heeft. De Holocaust zou daarmee fungeren als centrale mogelijkheid tot identificatie, als middel om te binden.

De Holocaust is qua musealisering hoe dan ook verworden tot een vreemd soort industrie, een commercieel fenomeen, een attractie voor iedereen met elk halfuur een nieuwe voorstelling. Multimediaal; van de derde naar de eerste verdieping zien,voelen, ondergaan, alle zintuigen worden geprikkeld. Nagebootste omgeving van de selectie op het perron tot de gaskamer.

Wat kan de zin ervan zijn, waarom zou je een onschuldig kind van tien de gang door de gaskamer te laten maken? (Een bovendien steriele gaskamer,zonder de geuren van zweet, braaksel, urine, ontlasting, de mensenmassa en vul zelf maar verder aan.)

Dat lijkt me pedagogisch niet bepaald opbouwend,eerder afbrekend. Het gaat hierbij vermoedelijk om het gewenste effect: het creëren van bepaalde maar in dit geval misplaatste emoties: “tranen willen we zien”, het breken van een kind, het “kijk ’s hoe erg…..”, - het wordt erin geslagen als het ware -, het aanpraten van schuld en schuldgevoelens. Kinderen in het algemeen en in deze tijd hebben part nog deel aan,zijn in geen enkel opzicht verantwoordelijk voor. Waarom moeten ze zich perse indentificeren met de slachtofers van toen? Waar spreek je ze dan op aan? (Tis zelfs de vraag of dit voor de daders als "therapie" een effectieve benadering is.)

Kortom de educatieve representatie van de Holocaust in de musea in de VS neigt teveel naar manipulatie , teveel naar zwarte pedagogiek om überhaupt constructief te kunnen zijn. Kinderen die een museumbezoek zo hebben ondergaan,kunnen inderdaad geschokt zijn, maar houden meer negatieve dan positieve associaties over aan, zullen met andere woorden geneigd zo snel mogelijk te vergeten wat ze gezien,gehoord en ervaren hebben. De resterende nachtmerries zijn voor rekening van de ouders.

Hypocriet maar ook meelijwekkend naar mijn idee is dat hier indirect geweld, het nazi geweld, wordt gebruikt om iets te bereiken. Het zou mooi zijn wanneer kinderen en volwassenen daar ter plekke doorkrijgen dat geweld letterlijk en figuurlijk is toegestaan, namelijk om een boodschap over te brengen.

Wim Borghuis.

The Holocaust experience (2), 6 december 2011


De Holocoast experience,een onvergetelijke ervaring

Mijn vader is dit jaar tachtig geworden. Als gezin hebben wij hem daarom een leuk dagje aangeboden. Wij zijn een paar maanden geleden met elkaar naar het mediapark in Hilversum geweest. Op dit terrein staat sinds enige jaren het gebouw van Beeld en Geluid. Je kan er gebruik maken van de experience, een zeer afwisselende informatiebron over de geschiedenis van radio en televisie. Bij deze experience is het de bedoeling zoveel mogelijk facetten rondom radio en televisie zelf te laten ervaren, een aanrader voor jong en oud. Tegenwoordig willen musea de bezoekers zo veel mogelijk zelf laten ervaren en zelf dingen laten doen.

Toen ik de eerste beelden zag van de Hollocaust Experience, moest ik direct aan Beeld en Geluid denken. In het Simon Wiesenthal Center en het United States Holocaust Museum komt de bezoeker in aanraking met de verschrikkingen van de concentratiekampen. Ze willen daar proberen dat de bezoeker de verschrikkingen zo veel mogelijk zelf ervaart en zo een schokeffect teweeg brengen. Zelfs de gaskamers zijn minutieus gekopieerd. Volgens een strak schema kunnen bezoekers alles bezichtigen en ervaren, alles is perfect geregeld en georganiseerd. Met veel bombarie komt de informatie tot de bezoeker en wordt hij of zij overweldigd door de beelden en materialen. Ik vraag mij af of er geen andere manier is om de bezoeker te informeren.

De beelden van de film werden afgewisseld met beelden uit Auschwitz-Birkenau. Ook hier is het een komen en gaan van toeristen (in fleurige bussen) die al fotograferend het terrein en zichzelf vastleggen voor het nageslacht. Ook wordt daar geprobeerd alles wat bewaard is gebleven zo goed mogelijk te conserveren.
Een prachtige documentaire die alleen laat zien en de kijker zelf vragen laat stellen en conclusies laat trekken. De film liet mij in ieder geval goed nadenken hoe ik zelf zou willen herdenken en hoe ik mijn leerlingen zou kunnen voorbereiden op een bezoek aan een museum, herinneringscentrum of voormalig terrein van een concentratiekamp.

De discussie die hierna ontstond liet ook duidelijke verschillen van mening zien. Verschillen van mening op het gebied van gedrag, kleding, voorbereiding, opzet van informatie, eetgedrag, enz. Een hele lastige discussie omdat het thema erg gevoelig ligt en iedereen respect en waardigheid anders ervaart. Iets waar wij met elkaar, in zo’n korte discussie, ook niet direct uitkwamen.

Toen ik thuis kwam, kwam ik in andere wereld terecht. Mijn nichtjes uit Canada zijn namelijk in Nederland en zij zouden bij ons deze nacht doorbrengen. Het was erg gezellig en we hebben met elkaar veel herinneringen opgehaald, dat was lachen gieren brullen. Kortom het was een enerverende dag voor mij. ’s Avonds in bed nam ik samen met Jolande de dag nog even door. Dat doen wij wel vaker, nog even lekker kletsen met elkaar. Zij kan niet zo goed tegen al die verschrikkelijke verhalen waar ik mee te maken krijg. Ik ben dus selectief in wat ik tegen haar zeg.

Ik sprak mijn verbazing uit over het gala diner dat ik had gezien. Tijdens dit ‘fundraising-gala’ diner kwamen op een podium de verschrikkelijke beelden van de kampen voorbij. Hoe is het in vredesnaam mogelijk dat wij op deze manier met het verleden omgaan, zelfs mensen die zelf betrokken zijn geweest bij de Holocaust. Waar begint en stopt de waardigheid? Bovendien vond ik de kledingkeuze van de toeristen vaak niet gelukkig, vooral de wielrenners uit België die het terrein van Auschwitz-Birkenau opfietsten gaven mij te denken.
Jolande zei tegen mij dat ik goed moet beseffen dat ik een half jaar bezig ben met dit thema en, logisch, andere inzichten heb gekregen over deze tragedie. Andere mensen leven hun leven en zijn niet zo intensief met dit thema bezig. De gemiddelde toerist ook niet, die kan komen in zijn korte broek met fototoestel, pet en zonnebril. Zij hield mij goed een spiegel voor, ook ik kan op vakantie zo in mijn korte broek een kerk binnenlopen om te bezichtigen. Ja, ze heeft gelijk. Dat
betekent overigens niet dat ik geen respect heb voor de omgeving waar ik mij bevind.

Toch wil ik leren van wat ik heb gezien. In ieder geval wil ik vooraf goed beseffen waar ik naar toe ga en mij realiseren wat kleding en gedrag bij een ander kan doen als je zoiets als een concentratiekamp of herinneringscentrum gaat bezoeken.

Bert Hofman

The Holocaust experience (1), 6 december 2011


Door de titel van de bijeenkomst van vandaag had ik al wat vage vermoedens waar het naar toe zou gaan vandaag. Een letterlijke vertaling levert ons de holocaust ervaring op. Maar wat ik me daar dan bij moest voorstellen? Gaan we drama doen en naspelen, dat zou ik eerlijk gezegd luguber vinden. Moeten we ons inleven in de kampbewoners? Het feit dat in de voorbereidende mail een documentairemaakster aan ons wordt voorgesteld, doet vermoeden dat we film gaan kijken. En dit is inderdaad het geval. Na een korte inleiding van de maakster zelf, ze wil niet te veel onthullen en ons onze eigen conclusies laten trekken, kijken we naar een uur durende documentaire met de naam ‘the holocaust experience’.

Persoonlijk vond ik de documentaire meesterlijk in elkaar gezet. De kijker sprong heen en weer tussen het Holocaustmuseum in Washington en de gedenkplaats van Auschwitz-Birkenau in Polen. Hierbij was het aan ons om ons een beeld en een mening te vormen over de manier, waarop er herdacht wordt of zou moeten worden. Wat er bewaard moet worden en wat niet, wat je wilt overdragen aan volgende generaties en wat niet.

Na de documentaire zei iemand achter mij (ik ben vergeten om te kijken, om te zien wie, dus ik citeer een onbekende mannelijke medestudent) ‘Waar houdt de educatie op en waar begint de sensatie?’ Dat is een mooie samenvatting voor deze documentaire.
In Washington wordt de bezoeker van het Holocaustmuseum op pad gestuurd met een persoonbewijs van een van de anderhalf miljoen jonge joodse slachtoffers die in de kampen gezeten hebben. Aan het eind van de toer door het themapark / museum, want zo kunnen we het rustig noemen, kom je erachter of jouw persoon het overleeft heeft. In Washington wil men de bezoekers laten ervaren hoe het leven in de kampen was, tot het betreden van een gaskamer aan toe. Authentieke voorwerpen worden tot in het extreme geconserveerd. Ieder uur een persoonlijk verhaal van een overlevende. De overweging of men echt haar van slachtoffers moest laten overkomen is zelfs gemaakt. Is dit nodig om de herinnering levend te houden?

Het gaat mij te ver, of ik ben gewoon niet Amerikaans genoeg om dit te kunnen bevatten. Ik zal een overlevende na een speech niet huilend in de armen vallen. Misschien heeft de Amerikaan tastbaar edutainment nodig om de verschrikkingen te begrijpen. Ik vind het bijzonder om te zien hoe de Amerikanen de holocaust gebruiken om hun zelfbeeld als wereldverbeteraar kracht bij te zetten. Lang leve de Amerikanen, dankzij hen geen genocide meer? Daarbij, wordt de holocaust niet gebruikt om fondsen te werven voor de zionistische zaak? Holocaust is Business!

‘Het is helemaal geen verleden, het gebeurt nog elke dag,’ zegt de Vlaamse mevrouw die bij de poorten van Auschwitz is blijven staan. Ze hoeft het niet te zien, ze weet zonder te gaan kijken ook wel hoe erg dit was. ‘Goed zo, Vlaamse mevrouw,’ denk ik dan. Want als ik zie hoe de ‘toerist’ het voormalig kamp heeft ontdekt, al poserend en fotograferend, we zijn er geweest, waar gaan we nu naar toe, dan is het niet meer herinneren maar nieuwsgierigheid.

Als ik zie hoe men probeert de authentieke omheiningpalen te restaureren, vraag ik me een beetje af, waar we mee bezig zijn. Het is toch niet de bedoeling dat we het nog eens gaan gebruiken, laat het maar afbrokkelen, laat het gras maar groeien, de herinnering zit niet in het bezoek aan de plaats, maar in jou.

Waarom moeten we dit alles in stand houden? Opdat wij niet vergeten? Ook zonder kampen vergeten we niet, en ja we moeten leerlingen vertellen over toen en we moeten de link leggen naar nu. Maar ik ben van mening dat een leerling met de juiste begeleiding, ook zonder tastbaar (authentiek) materiaal, zonder ‘experience’ heel goed kan begrijpen, wat er 70 jaar geleden onder Naziregime gebeurde. Onderschat de leerling niet!

Cindy Rousse