21-09-16

Beelden - september 2016


Tja, wat kan ik verwachten over een bijeenkomst over Beeldmateriaal? Bij de plenaire bijeenkomsten is er geen website of boek dat vooraf beoordeeld kan worden, dus ik kan alleen associĆ«ren. In dit geval komt m.n. de vraag bij me op of de inhoud van de bijeenkomst overeen zal komen met de colleges over afbeeldingen bij het vak Geschiedenis. Tijdens die colleges werden Van der Kooij (2005), Wildschut (1995) en Barton (2005) behandeld. Van der Kooij’s beeldvormers voor geschiedenisonderwijs zijn als volgt – in volgorde van optimale manier van leren – ingedeeld: de werkelijkheid, afbeeldingen, het gesproken woord, het geschreven woord, doen.Wildschut werd aangehaald in het kader van de beoordelingscriteria voor afbeeldingen:
  • Voor wie zijn de afbeeldingen bestemd?
  •  Gaat het om de werkelijkheid of om de vertekende/vervalste werkelijkheid?
  •  Gaat het om de hedendaagse werkelijkheid of de verouderde werkelijkheid (tijdgenoot of reconstructie/fantasie)?
  •  Is de ethische lading van de afbeelding acceptabel?
  •  Is de esthetische kwaliteit van de afbeeldingen acceptabel?
Maar ook de manier van onderzoeken van een afbeelding werd ons geleerd op de manier van Wildschut, zodat je leerlingen kunt leren historisch denken en redeneren:
  • Translatie: nauwkeurig kijken zonder te interpreteren (iedereen kan meedoen): ‘Wat zie je?’
  • Interpretatie: verbanden/conclusies; visuele info/verplaatsen in de situatie: ‘Wat zou dat kunnen betekenen?’
  • Beoordelen van de bron: wie heeft het gemaakt? Hoe, waarom en wat? ‘Wie heeft het gemaakt?’
  •  Conclusie: ‘Wat weet je nu over … ?’
Barton werd behandeld om de zeven mythes die hij benoemd in het kader van primaire bronnen (bijvoorbeeld een dagboek, een brief, voorwerpen). Twee mythes zijn bijvoorbeeld dat primaire bronnen betrouwbaarder zouden zijn dan secundaire bronnen; en dat primaire bronnen leuker zijn dan secundaire bronnen en dat hierdoor de leerlingen de geschiedenis beter begrijpen. Hij geeft aan dat dat niet per definitie zo is, dus dat je kritisch moet zijn bij het inzetten van primaire bronnen: gebruik altijd meerdere bronnen en een context; heuristiek/ kijk kritisch naar bronnen (en leer dit ook aan leerlingen); roep op tot onderzoek en ervaar/voel geschiedenis (of laat leerlingen dat voelen/ervaren). Niet ieder beeld is immers wat je denkt dat het is…
Het beeld dat me gelijk te binnenschoot bij dit onderwerp waren twee afbeeldingen uit ons geschiedenisboek van De Bruin en Bosua (2013) met en zonder Troski (Stalin had Troski naar Siberiƫ gestuurd en wilde het volk hem laten vergeten).Voor de bijeenkomst was ik dan ook erg benieuwd of de inhoud in lijn was met de Geschiedenis colleges (aanvullend of nagenoeg identiek) of wellicht helemaal niet en hoe dat dan te verklaren is.
Het college bleek een mooi vervolg en een aanvulling te zijn op wat ik vorig semester heb geleerd. Het ging ditmaal namelijk over beeldvorming d.m.v. filemateriaal (i.p.v. alleen afbeeldingen) en hoe je daarnaar kunt kijken vanuit de volgende invalshoeken:
  • Representativiteit
  • Betrouwbaarheid
  • Perspectieven (goed-fout; dader-slachtoffer-omstander; toen-nu)
  • Wel/niet geschikt voor gebruik in de klas
Deze invalshoeken hebben we gebruikt om films te beoordelen (Het korte leven van Anne Frank, Andere tijden – Het achterhuis, De aanslag op Hitler, Saving Private Ryan, Zwartboek en 13 in de oorlog). Het waren heel verschillende soorten films, welke ik al eerder gezien had of waarvan ik het verhaal kende, op de complottheorie rondom Otto Frank na. Als ik Saving Private Ryan nogmaals ga bekijken, zal ik dat toch met een andere blik doen (herkennen van racisme, discriminatie en propaganda). Daarnaast heb ik me voorgenomen eens met mijn zoon mee te kijken als hij 13 in de oorlog kijkt. Dat voornemen heb ik die avond zelf gelijk in praktijk gebracht en kon eigenlijk niet stoppen met kijken. 

Annemiek Schramade