01-02-2018

Lieux de Mémoire Duitsland: Bergen Belsen - Mittelbau Dora - Buchenwald - ‘Wir haben es nicht gewusst’, ja tuurlijk




Bergen-Belsen, meer dan het kamp waar Anne Frank overleed
De eerste stop van deze excursieweek naar Duitsland is Bergen-Belsen. Na een busreis van vijf uur komen we aan in het voormalig krijgsgevangenen- en concentratiekamp. Dit kamp is vooral bekend als de plek waar Anne Frank is overleden. Het Joodse meisje dat werd verraden en vanuit het achterhuis met haar familie naar Westerbork werd gebracht en dat uiteindelijk door tyfus is overleden in Bergen-Belsen. Haar dagboek dat ze schreef tijdens de onderduiking kennen we allemaal en is wereldberoemd.

We ontmoeten onze gids Felix die ons deze twee dagen gaat begeleiden. Na een korte inleiding vertrekken we naar de Rampe, een laad-en losplaats bij het spoor. Misschien goed om te weten is dat het voormalig kamp in 1935 werd gebouwd om arbeiders te huisvesten die een kazerne moesten bouwen. Ook werd er een oefenterrein voor de Panzertruppenschule van de Duitse Wehrmacht aangelegd en de Rampe. Deze laatste werd gebruikt voor de aanvoer van onder andere materieel en munitie. Na de Duitse inval in België en Frankrijk veranderde de functie van het kamp van dertig barakken in een krijgsgevangenenkamp en kwamen de gevangen genomen militairen aan op de Rampe.

Bergen-Belsen werd dus in eerste instantie niet gebouwd als kamp voor gevangenen. Bij de meeste kampen liep het spoor door in het kamp, zodat de omstanders de gevangenen niet zagen. In Bergen-Belsen moesten de gevangenen eerst nog een eind lopen, in het begin van de oorlog werden ze nog gebracht met een vrachtwagen, totdat zij in het kamp aankwamen. Wij reizen met de bus ernaartoe.

Op de voormalige laad-en losplek staat nu een treinwagon waar de gevangenen in werden vervoerd. Ik voel dat ik er niet in wil. Als vee werden de gevangenen met tientallen in de wagon zonder ramen gepropt met alleen een pot water en pot voor hun behoeften. Urenlang moesten ze wachten totdat ze op hun bestemming aankwamen. De angst die zij toen gevoeld moeten hebben, kan ik mij niet indenken. Totaal uitgeput kwamen de gevangenen op het laadperron aan en begonnen hier de zes kilometer tocht die ze te voet moesten afbrengen onder strenge bewaking naar het kamp.
In 1941 viel Duitsland de Sovjet-Unie aan en worden er meer dan 21.000 Russische militairen naar Bergen-Belsen gestuurd. Onder erbarmelijke omstandigheden en door de koude winter van 1941/1942 overlijden er 14.000 krijgsgevangenen. Aangezien zij POWs zijn hebben zij bepaalde rechten en krijgen zij een kilometer buiten het kamp een begraafplaats. Daar rijden we na ons bezoek aan de Rampe naartoe.

Onze gids Felix vertelt over hoe Duitsland de begraafplaats in de jaren vijftig/zestig heeft veranderd. Hoe ze alle doden op een hoop hebben gegooid in plaats van individuele graven. Dat ze het Russische monument hebben verplaatst en een nieuw monument hebben neergezet. Wat vooral opvallend is, zijn de teksten op deze monumenten. Het Russische monument spreekt over 50.000 krijgsgevangenen die tot de dood zijn gemarteld. De tekst op het monument dat later door Duitsland is neergezet heeft een andere toon, rationeler. Alsof de Duitsers iets wilden rechtzetten.
We keren terug naar het voormalig kamp en krijgen een korte tour door het documentatiecentrum. Ik ben vooral onder de indruk van de architectuur van het gebouw en benieuwd naar de gedachte hierachter. Het gebouw is in 2010 gebouwd nadat dit plan de tender van de gemeente had gewonnen. De muren zijn van beton in een sobere kleur en heeft een relief van hout. Dit staat symbool voor leven. De vloer gaat omhoog en eindigt bij een groot raam waar je naar het kamp kan kijken. Het laatste stuk 'vliegt' in de lucht omdat er niet op het kampterrein gebouwd mag worden. Hierna eindigen we dag in een klassiek Duits restaurant waar we een schnitzel voorgeschoteld krijgen.

De volgende dag krijgen we voordat we het voormalig kampterrein bezoeken een korte film te zien van overlevenden die vertellen over hun eerste bezoek aan Bergen-Belsen na de oorlog. Het voormalig kamp is volgens hen nu meer een natuurreservaat met groen, bomen en vogels. Een compleet andere wereld dan toen. Naast dat het er anders uitziet, ruik je volgens een overlevende ook niet meer de geur van lijken en er is geen honger en kou. 'Het leek op niks dat wat het was.'
Van het voormalig kamp is niet veel over van toen. De barakken hebben het Britse leger na de oorlog moeten verbranden omdat er zoveel ziektes heersten. Er zijn wel bouwrestanten van bijvoorbeeld het luizenhuis, zwembad voor de SS'ers en de fundamenten van een barak waar Hongaarse uitwisselingsjoden hebben gezeten. Bergen-Belsen is nu meer een begraafplaats geworden voor de overleden personen die in de 14 massagraven liggen en dat gevoel krijg je ook, dat je loopt over een plek waar de doden worden herdacht.

De iPad die we aan het begin van de rondleiding krijgen, geeft je een beeld van hoe het kamp er toentertijd uitzag. Ze hebben het expres niet te realistisch gemaakt omdat mensen het idee kregen dat ze een computerspelletje aan het spelen waren. Ik vind de iPad een goede oplossing om toch een idee te krijgen van het kamp wanneer je niet wil kiezen voor reconstructie.

Het meest indrukwekkende van deze dag vond ik de massagraven. Terwijl je daar loopt zie je de filmbeelden die het Amerikaanse en Britse leger hebben gemaakt na de bevrijding en die integraal werden gebruikt tijdens de processen van Neurenberg en het Eichmann proces. Die hopen met lijken die met bulldozers of half slepend over de grond in zo'n massagraf werden gegooid. Ik begrijp niet dat ze zo met de overleden gevangenen zijn omgegaan. Ik vind het respectloos voor de overledenen en de nabestaanden. Ook snap ik niet waarom ze deze mensen geen individuele graven hebben gegeven en zonder naam hebben begraven. Hoe moet je nu weten als nabestaande waar je vader, moeder, broer, zus, opa of oma ligt begraven? Waar je om haar of hem kan rouwen? Volgens de gids komt het omdat alle documenten zijn vernietigd door de Duitsers. Nu willen ze de doden met rust laten. Een graf openmaken is tegen het Joodse geloof. Maar sommigen zeggen dat het toch niet uitmaakt. Ze zijn ook niet begraven in de richting van de Tempel van Jeruzalem. Het is tot vandaag de dag nog steeds een discussie.

Na het bezoek aan het kampterrein kunnen we nog een uurtje rondlopen in het documentatiecentrum. Veel interviews met overlevenden die vertellen hoe hun leven voor de Tweede Wereldoorlog was, het leven op het kamp, de bevrijding en de hoe de emigratie is gegaan. Ik vond vooral de verhalen interessant van na de bevrijding. Je hebt het kamp overleefd en wat nu? Ga je terug naar je eigen land waar je misschien niets meer hebt? Of begin je een nieuw leven? Ook verbaasde me hoe lang het duurde voordat je uit het kamp kon vertrekken en hoe lastig het was om te emigreren naar een ander land. Het was een soort van loterij waar je geluk voor moest hebben. Niet veel landen zaten te wachten op mensen die ziek waren en niets hadden.

Ik vind het mooi dat voormalig kamp Bergen-Belsen een soort van natuurpark is geworden met taluds voor de massagraven, monumenten en symbolische graven. Het is een eervol en respectvolle gedenkplaats voor de overledenen geworden. Het documentatiecentrum is een prachtig symbolisch gebouw met interessante interviews en veel informatie. Hier kom je veel te weten over de verschrikkingen die hebben plaatsgevonden tijdens de korte periode van dit kamp zodat we het niet vergeten. Het is een plek waar we de misdaden herdenken, maar ook waar we de manier van herdenken herdenken zoals op de Russische begraafplaats. Gids Felix herinnert ons daar ook aan: bedenk altijd met welke intentie een object is neergezet. Deze informatie is heel belangrijk bij de volgende twee stops: Mittelbau-Dora en Buchenwald.

Mittelbau- Dora, de ondergrondse hel
Dat we het koud zouden krijgen deze week in Duitsland, dat stond vast. Bergen-Belsen was koud, en nat, en nu gingen we de bergen in waar het nog veel kouder zou worden. Goed ingepakt stapten we uit de bus bij de Harz-gebergte, nabij het stadje Nordhausen. Gelukkig gingen we eerst naar binnen in het bezoeker- en educatiecentrum om kennis te maken met de gids die ons gaat rondleiden op de gedenkplaats Mittelbau-Dora.

Het voormalig kamp Mittelbau-Dora was niet zomaar een naziconcentratiekamp. Na het bombardement op het dorp Peenemünde in de nacht van 17 op 18 augustus 1943 waarbij het proefstation voor de ontwikkeling van raketwapens werd getroffen, werd besloten de productie te verplaatsen naar ondergrondse fabrieken. In de berg Kohnstein was door de ontginning van gesteente een uitgebreid gangensysteem ontstaan. Gevangenen werden vanuit concentratiekamp Buchenwald naar deze plek toegestuurd en moesten de mijngangen vergroten en verbouwen tot een rakettenfabriek, het zogenaamde Mittelwerk. Hier zouden de gevangenen 18 uur per dag werken aan de beruchte V2-raketten.

Vandaag gaan we niet de tunnels in, tot grote teleurstelling van vele klasgenoten, maar we gaan het voormalig kamp Dora bekijken, eerst een subcamp van Buchenwald en later hoofdkamp van Mittelbau-Dora. De leef- en werkomstandigheden in de ondergrondse fabrieken waarin de gevangenen zich verkeerden waren ellendig. Slaapgebrek, honger, overmatige belasting, ziekte en lichamelijk geweld eisten hun tol van de dwangarbeiders. Dit leidden binnen vier tot acht weken tot totale uitputting. Zelfs de Duitsers zagen in dat het zo niet langer kon en er werd een barakkenkamp gebouwd genaamd Dora aan de voet van de Kohnstein. Na negen maanden werken in de ondergrondse fabriek zagen de gevangenen voor het eerst weer het daglicht.

Wat direct opvalt wanneer we het kamp oplopen, is de invloed van de Duitse Democratische Republiek op het kamp na de bevrijding. In 1974 had de DDR de voormalige appèlplaats waar gevangenen voor en na het werk uren moest staan, opnieuw ontworpen als ereplein voor bijeenkomsten met een enorm sprekersplatform. Dit was ter gelegenheid van het 25-jarige jubileum van de DDR. Een paar jaar later werd er een herdenkingsmuur geplaatst waar het lijden en de overlevingsstrijd van de gevangenen worden weergegeven.

Net als Bergen-Belsen, en vele andere kampen, is ook van het voormalig kamp Dora weinig meer van over. Na de bevrijding werd het kamp gesloopt door de bevolking van Nordhausen om er de schaarse bouwmaterialen vanaf te halen. De voormalige gevangenis, ook wel de Bunker genoemd waar veel gevangenen werden gemarteld en vermoord, werd ondanks protesten van voormalige gevangenen met toestemming van de DDR autoriteiten met de grond gelijk gemaakt. Het stenen gebouw bestond uit één verdieping met 32 krappe cellen. Aan beide kanten was het omgeven door een hoge muur zodat de gevangenen die op de appèlplaats stonden niet zagen wat er gebeurden, maar wel hoorden. Tegenwoordig is de fundering en de cellenstructuur gerestaureerd en hebben ze de muur rondom de Bunker gereconstrueerd. Dit geeft een indruk van hoe het toen er uit heeft gezien. Vooral de hoek waar gevangenen werden geëxecuteerd geeft je een naar gevoel.

Het crematorium werd door de DDR bewaard als een herdenkingsplaats en omgebouwd tot museum waar tentoonstellingen werden gehouden met een antifascistisch tintje. Na de val van de Berlijnse muur in 1989, en dus het einde van de DDR, werd er een nieuw concept bedacht voor het herdenken van Mittelbau-Dora. Qua inhoud werd de focus gelegd op de historische gebeurtenissen die hier hebben plaatsgevonden. Relikwieën en andere plekken die getuigen van de gebeurtenissen zijn blootgelegd en gemarkeerd. Het crematorium is gereconstrueerd, het tunnelsysteem is gedeeltelijk weer toegankelijk gemaakt en de voormalige barakken zijn gemarkeerd door middel van witte kalkstenen.

Ik vind het interessant om te zien hoe het nazi-verleden werd behandeld tijdens het DDR-tijdperk. De republiek gebruikte het voor hun eigen communistische propaganda. Heel anders dan bij Bergen-Belsen waar het leek dat men zich schaamde voor hun verleden, hier buitten ze het juist uit. Die nazi’s hebben verschrikkelijke daden begaan en dat zie je onder andere terug op de herdenkingsmuur en bij het monument van de vijf onderdrukt uitziende gevangenen bij het crematorium. Ondanks dat heeft Mittelbau-Dora nooit een sleutelrol gespeeld in het herdenkingsbeleid van de DDR. Het kreeg nooit de status van Nationaal Monument en het bleef in de schaduw staan van Buchenwald, waar de communistische invloeden op het herdenken nog duidelijker zullen zijn.

De volgende dag gaan we vrijwel meteen met de gids naar de tunnels. Na de bevrijding zijn de ingangen (nadat vrijwel alles door de Amerikanen en Russen was leeggeroofd en meegenomen) opgeblazen door de Sovjetbezettingsmacht, maar na de eenwording van Duitsland nam de belangstelling toe voor wat er in de oorlogsjaren was gebeurd en werd dit kamp langzaamaan uit de vergetelheid gerukt. In 1995 werd er een nieuwe ingang gebouwd en kunnen we de tunnels weer bezoeken. Voor de overlevenden was dit erg belangrijk omdat de tunnels het bewijs zijn dat het echt is gebeurd en dat zij het hebben overleefd.

We lopen eerst door een lange gang naar de hoofdtunnel. Als je claustrofobisch bent is dit niet een fijne plek om te zijn, hoe verder we lopen hoe benauwder het wordt. De ventilator staat ook nog aan en maakt een enorm kabaal. Het enige lichtpuntje is dat het iets warmer is dan buiten. We bezoeken maar een klein deel van het hele tunnelcomplex. Het grootste gedeelte staat onder water en het is niet veilig genoeg. Ook kunnen er nog lichamen liggen van gevangenen die toentertijd zijn overleden. In de hoofdtunnel hangt er een maquette die laat zien hoe groot het complex is en het is enorm. Via plateau’s lopen we naar de verbindingstunnels die de eerste negen maanden van Mittelwerk dienden als slaaptunnels. Huiveringwekkend en onvoorstelbaar. Na het bouwen van het barakkenkamp werden deze tunnels gebruikt voor het in elkaar zetten van de V1-raketten. Schroot verspreid over de verdiepingen getuigt van deze fase.

‘Dora, de naam die we niet durfden uit te spreken. Want van Dora kwam niemand meer terug’, aldus een overlevende die “geluk” heeft gehad. Eén op de drie mensen stierf in dit kamp of tijdens de “dodenmarsen”. Als in april 1945 de Amerikanen in de buurt komen, sturen de Duitsers de gevangenen op “dodenmarsen” richting Berlijn. Slechts een kleine groep gevangenen bleef achter die te ziek was en voor dood werd achtergelaten. Na de bevrijding dwingen de Amerikanen de bevolking van Nordhausen om in de kampen te komen kijken. ‘Wir haben es nicht gewusst’, is hun antwoord. Dat dat niet waar is, staat vast. Ze wisten van de leef- en werkomstandigheden van de gevangenen en waren ook weleens betrokken bij de misdaden zelf. De bevolking hielp bijvoorbeeld mee bij het opsporen van ontsnapte gevangenen. De kampen en de aanblik van de gevangenen maakten deel van het dagelijks leven voor de burgerbevolking. Elke dag zagen ze de gevangenen die zich door de dorpen en steden trokken naar hun werk en terugkeerden met kruiwagens vol met lijken van medegevangenen die het werk niet hadden overleefd. Het cremeren van de lijken was het gesprek van de dag in Nordhausen, want die brandende geur was ondraaglijk. Ook werkten Duitse arbeiders en de gevangenen zij aan zij op de bouwplaatsen en in bijna elke onderneming. Ik kan me niet voorstellen dat de burgers zo onwetend zijn geweest van de brute behandeling van de bewakers naar de gevangenen toe of van de ellendige fysieke toestand van de meeste gedetineerden.

Ik vind het moeilijk te begrijpen waarom de bevolking zo heeft gereageerd. Er zijn verhalen dat de burgers de gevangenen hebben geprobeerd te helpen door bijvoorbeeld brood te smokkelen, maar dit soort verhalen komen minder vaak voor bij overlevenden. Om de bevolking te begrijpen moet je hun geschiedenis kennen. Ik kan me niet voorstellen dat propaganda en indoctrinatie van de Nazi’s ervoor heeft gezorgd dat de misdaden niet leidden tot afwijzing van het regime maar juist tot samenwerking met de Duitsers. Ik ga het gedrag van de omstanders niet verklaren in dit verslag, want dat is niet te doen en ik denk dat het ook niet te begrijpen is. Terwijl we verder gaan naar onze volgende stop, het voormalig kamp Buchenwald, rijden we door Nordhausen. Nog eenmaal kijk ik naar het voormalig kamp Mittelbau-Dora en zie in de verte het crematorium liggen. ‘Wir haben es nicht gewusst’, ja tuurlijk.

Buchenwald, ‘Ieder het zijne’ 
Aan het eind van de lieux de mémoire  in Nederland vroeg ik mijzelf af hoe Duitsland is omgegaan met de oorlogsgeschiedenis. Of ze hebben geprobeerd om het te vergeten en te verdoezelen. Aan het eind van deze excursieweek is dat voor mij duidelijker geworden. Er spelen hier hele andere factoren mee, waar Nederland niet mee te maken heeft gehad. Maar dat later meer.

Na een ochtend in een voormalig ondergrondse rakettenfabriek rijden we richting de gedenkplaats Buchenwald, boven op de Ettersberg. Het voormalig kampterrein Buchenwald is een van de meest bezochte gedenkplaatsen uit de Tweede Wereldoorlog in Duitsland. Van alle kampen die we bezocht hebben is hier het grootste deel nog in oorspronkelijke staat, zoals het poortgebouw, crematorium en een aantal wachttorens. Tastbare bewijzen van het verleden. Ook staan er nog oorspronkelijke SS-barakken waar we de aankomende drie nachten gaan eten en overnachten. Ik vond het een luguber idee om in zo’n gebouw te gaan slapen, maar eenmaal aangekomen viel het me alles mee. Het zag er niet uit als een SS-barak, ook al zou ik niet zo goed weten wat ik mij dan had voorgesteld. SS-vlaggen? Of hakenkruizen op de muur?

Het is al laat in de middag dus we krijgen alleen een rondleiding rondom het voormalig kampterrein. We lopen langs de Bloedstraat die duizenden dwangarbeiders het leven kostte bij het maken ervan, de Rampe oftewel de laad- en losplaats, de Carachoweg die vanaf het kampstation tot aan de poort liep, de dierentuin voor SS’ers en familieleden die pal naast het voormalig kampterrein stond, de toegangspoort met de befaamde woorden ‘Jedem das Seine’ en uiteindelijk eindigen we bij de steengroeve. Het is intussen al donker geworden en in de verte zien we de lichten van een nabijgelegen stadje. In de berg waar we op staan is één grote hap uitgehaald. Hier moesten de gevangenen onder extreem zware en vaak gruwelijke omstandigheden de hele dag stenen uithouwen. De gewonnen kalksteen was slechts geschikt als bodemvulling voor wegen en gebouwen en dus was de groeve eigenlijk alleen in gebruik om slavenarbeid te laten verrichten en de gevangenen uit te putten.

De volgende dag begint in de bioscoop waar we een film krijgen te zien over concentratiekamp Buchenwald. Voor veel klasgenoten een moment om even wat slaap in te halen. Daarna lopen we richting het voormalig kampterrein en gaan we de linkervleugel van het poortgebouw in waar de voormalige cellen zitten. Hier werden gevangenen ingezet om ze te straffen of om bekentenissen af te dwingen door ze te folteren. Eén van die gevangenen was Paul Schneider, een predikant die op de verjaardag van de Führer op 20 april 1938 tijdens het appèl zijn pet weigerde af te nemen. Hij werd hierop publiekelijk afgeranseld en in de Bunker opgesloten. Vanuit zijn cel kon hij het niet laten om het evangelie te verkondigen en troostende woorden toe te roepen naar de op de appèlplaats staande gevangenen, ondanks de vele mishandelingen en martelingen die daarop volgden. Hij hield het een jaar lang vol. In één van de cellen hangt er nu een portret van Schneider met informatie erbij en staan er bloemen en kaarsjes op het bed.

Vervolgens gaan we naar één van de oorspronkelijke 23 wachttorens en in groepen van twee mogen we naar boven klimmen. Vanuit hier zien we het voormalig kampterrein met het crematorium en de Pferdestall, die we hierna bezoeken. De originele stal lag buiten het gevangenenkamp en is nu nog slechts het fundament van te vinden, maar werd gereconstrueerd in een bijgebouw van het crematorium. In de Pferdestall werden vanaf 1941 Russische krijgsgevangenen systematisch geëxecuteerd. Tijdens een ‘medisch onderzoek’ werden zij bij het opmeten door een gleuf in de muur in hun nek geschoten. Weer een van de misselijkmakende ideeën van de Duitsers die je niet kunt bedenken of voorstellen.

In de beginperiode van het kamp werden de lijken gebracht naar het crematorium in Weimar en in 1940 kreeg Buchenwald een eigen verbrandingssysteem, gebouwd door een bedrijf uit Erfurt. Onder het crematorium zit een kelder waar de lijken door middel van een schacht in werden gegooid en vervolgens met een lift naar de ovens gebracht. Lekker efficiënt. Naast dat de kelder een opslagplaats was voor lijken werden hier ook gevangenen geëxecuteerd. Haken aan de muur herinneren daar nog aan. De dood bekruipt je als je hier staat.

We bezoeken nog het ‘Kleine Lager’ aan de noordkant van het hoofdkamp. Eind 1942 werd dit kamp opgezet en hier moesten gedeporteerde gevangenen enkele weken blijven voordat ze naar andere subkampen werd gestuurd. In grote getale werden de gevangenen opgesloten in voormalige paardenstallen. Met de komst van de massatransporten uit onder andere Auschwitz en Gross-Rosen eind 1944, begin ‘45 veranderde het ‘Kleine Lager’ in een plek waar tienduizenden voornamelijk Joodse gevangenen werden achtergelaten om te worden vergeten en om te sterven van de kou, uithongering, uitdroging, foltering en epidemieën van ziektes die onbehandeld bleven. Een paar dagen voor de bevrijding wordt meerendeel van deze gevangenen op “dodenmarsen” gestuurd. Na de bevrijding is het hoofdkamp door de Oost-Duitse autoriteiten grotendeels bewaard gebleven en zijn er verschillende gedenktekens neergezet. Het kleine kamp speelde volgens de DDR geen rol in het herdenken en werd volledig afgebroken en overwoekerd door bomen en struiken. Tot 1990, toen zijn ze begonnen met archeologische opgravingen en is er een monument gekomen om deze plek niet te vergeten.

Deze ochtend eindigen we bij een gedenkteken dat alle slachtoffers van het concentratiekamp Buchenwald herdenkt. De steen is verwarmd en is altijd 37 graden, lichaamstemperatuur. Bijzonder rakend. Na de lunch mogen we aan de groepsopdracht werken. Wij kiezen om een presentatie te houden over Henri Pieck, de broer van Anton. Een communistische kunstenaar en Russische spion die tijdens zijn tijd in Buchenwald schetsen en schilderijen maakte van het wrede slavenbestaan van de gevangenen en portretten van SS’ers. Hij maakte ook deel uit van een ondergrondse communistische organisatie die bij het naderen van de Amerikaanse troepen zelf het kamp had bevrijd.

De laatste dag van deze excursieweek is aangebroken en de ochtend staat in teken van het Speziallager Nr. 2 Buchenwald, oftewel het interneringskamp. Vijf jaar heeft het kamp bestaan en hiervan is nauwelijks iets van bewaard gebleven. Het toenmalige DDR wilde hier liever niet aan herinnerd worden. In 1990 zijn er overblijfselen van onbekende slachtoffers van het speciaal kamp gevonden en op die plek is een houten kruis gezet. Deze stond ook symbool voor het einde van het taboe van deze geschiedenis. In de jaren die volgden is het een kerkhof geworden van individuele rouw en herdenking van slachtoffers van het speciaal kamp Buchenwald. Het is een gekke plek om te zien. Verschillende houten kruizen met namen van slachtoffers, maar ook misschien wel daders. Zonder enige vorm van proces werden de gevangenen door de Sovjets vastgezet. 7.000 kwamen in deze periode om. ‘Warum?’ wordt er gevraagd op een van de kruizen.

We lopen richting het Nationale Mahn- und Gedenkstätte Buchenwald waar we de dag op het voormalig kamp mee afsluiten. In de verte horen we knallen en de gids kijkt met afschuw. Ze vertelt dat de jacht is begonnen op zwijnen. Na enkele kilometers doemt het kolossale monument op. In 1958 was dit onder het communistisch regime van de Oost-Duitse partij gebouwd, ter ere van het onverzettelijke ‘antifascistische verzet’ tegen het nationaalsocialisme. Buchenwald werd hiermee een symbool van de DDR. De monumentaliteit was vooral bedoeld om de omvang van de misdaden weer te geven, onder andere door enorme stenen muren met verschillende reliëfs van de gruwelijkheden die gedaan werden door de Duitsers. We lopen naar beneden naar een soort van arena’s wat massagraven blijken te zijn en komen langs enorme palen met vuurkorven erop. Langs een enorme trap gaan we weer omhoog en zien daar een groep verzetsstrijders staan met op de achtergrond een klokkentoren. Indrukwekkend hoor, en erg respectvol gedaan. Jammer alleen van de intentie waarmee het hier is neergezet. DDR-propaganda ten top. Nu kan ik het wel waarderen, we herdenken eigenlijk de manier van herdenken van het communistisch regime.

Dat doet me terugkomen op hoe Duitsland is omgegaan met de oorlogsgeschiedenis. Bij het voormalig kamp Bergen-Belsen, dat in West-Duitsland lag, werden er in 1946 monumenten voor de Joodse gevangenen en de Russische krijgsgevangenen onthuld. Een jaar later verscheen op initiatief van het Britse militair bestuur op het terrein van Bergen-Belsen een obelisk en een muur met inscripties, nadat de pers had geklaagd over de verlaten staat van het kamp. In 1952 kreeg deelstaat Nedersaksen de verantwoordelijkheid over de Gedenkstätte Bergen-Belsen en het gedenkteken werd eindelijk officieel ingewijd. Periodes van aandacht werden gevolgd door lange fases van verwaarlozing. De herinnering aan Bergen-Belsen was geen politieke prioriteit. Pas na 1957 bezochten grote groepen jongeren de plaats waar Anne Frank was overleden. In de jaren zestig werd het kamp herontworpen en ook de Russische begraafplaats. In 1966 werd er een documentatiecentrum geopend met een permanente tentoonstelling over de jodenvervolging, met een focus op Anne Frank. Dit was de eerste permanente tentoonstelling ooit in Duitsland over de misdaden van de nazi’s. Pas in 2000 kreeg het gedenkteken financiële steun van de regering en Nedersaksen en werd het voormalig kamp opnieuw herontworpen en kreeg het een groot nieuw documentatiecentrum.

Mittelbau-Dora en Buchenwald lagen beiden in Oost-Duitsland. In tegenstelling tot Buchenwald kreeg het voormalig kamp Dora niet de status van Nationale Mahn- und Gedenkstätte en heeft het geen belangrijke rol gespeeld binnen het herdenkingsprogramma van de DDR. Het voormalig kamp bleef in de schaduw staan van Buchenwald waar de communistische invloeden veel duidelijker zijn. Pas na de eenwording van Duitsland nam de belangstelling toe voor wat er in de oorlogsjaren was gebeurd en werd Dora langzaamaan uit de vergetelheid gerukt.

Onze gids eindigt de week met de woorden: ‘Wees waakzaam’ en daar wil ik ook mee eindigen. Als ik één ding heb geleerd na deze excursies: dit nooit meer.

Marlous Blokker