22-02-18

De invloed van de Jappenkampen op het re-integratie proces van de Nederlandse oud-gevangen 1945 - heden (2) tante Wicky




Tante Wicky

Officieel is het natuurlijk niet mijn tante en ook niet die van mijn moeder maar ze noemde haar altijd zo omdat er veel contact was met de familie, we beschouwen haar als echte familie. Tante Wicky heeft mijn opa leren kennen in Indonesië in een internaat waar kinderen veelal verbleven vanuit de ondernemingen toentertijd (tante Wicky kende haar toekomstige man Joop ook daar al). Zo is hun vriendschap begonnen en het was een hechte vriendschap tot de dood van mijn opa. Tante is in de Jappenkampen terecht komen omdat ze Nederlands was, haar man Joop heeft in de mijnen in Japan gezeten (een wonder dat hij het overleefd heeft). Na de oorlog in de Bersiap tijd in het kamp geleefd en konden het kamp slechts verlaten onder zware bewaking.  Wicky Mulder is nu 95 jaar. Ik interview haar als onderdeel van mijn onderzoek naar Nederlanders in de Jappenkampen. Het interview was erg lastig vanwege de emoties bij Wicky Mulder. 

Wat was uw situatie voordat de Tweede Wereldoorlog begon in Nederlands-Indie?


‘’Ik woonde op Java met mijn ouders en mijn zus. Mijn vader was opzichter van een plantage en zo zou je wel kunnen beschouwen dan mijn vader als een ‘foute Nederlander’ gezien werd. (stille zucht en verteld hoe geweldig haar ouders waren omdat ze alles over hadden voor hun kinderen).


Ik had veel vrienden en ging veel met Loek om (bijnaam van mijn opa), ik was fanatiek met school en wilde altijd graag een groot gezin stichten. Streefde altijd naar het ‘huisje boompje beestje leven’. Zo leerde ik ook mijn toekomstige man kennen Joop’’.


Wanneer merkte u dat er veranderingen plaats vonden en wat waren de gevolgen voor u?


‘’Ik moet eerlijk zeggen dat wij heel erg veel last hebben gehad van de dingen die er gebeurde voordat de oorlog begon, zelf merkte ik er niet veel van en zat in een veilige omgeving, eenmaal toen de oorlog was begonnen, merkte ik er wel wat van. Kreeg vaak vieze opmerkingen naar mijn hoofd, maar deed dat altijd was terug naar wat ik me kan herinneren. Mijn vader kreeg hiervoor vaak op zijn donder. Verder zijn er veel vage herinneren en op een dag was mijn vader al meegenomen voordat ik thuis kwam. Gevangen genomen omdat hij als een ‘foute Nederlander’ werd beschouwd. Opmerkelijk bleef mijn moeder vooral kalm terwijl ik erg in paniek was een boos.


Wat ik me kan herinneren is dat de volgende maanden erg ‘rustig’ hebben verlopen, als ik het achteraf vergelijk met de gebieden waar kennissen verbleven. Je kan zeggen dat ik in die periode geluk heb gehad, en ja ik definieer het ook als geluk aangezien ik in die periode prima verder kon met mijn leven en nog niet erg last had van de gemene jappen. Mijn geluk was natuurlijk voorbij toen ik ook werd opgesloten in de kampen samen met mijn zus, mijn moeder was al voorheen weggestuurd naar het kamp en wij volgden. Joop was al eerder naar een kamp gestuurd en heeft voor de Japanners in de mijnen moeten werken.’’


Wanneer (periode) verbleef u in de Jappenkampen en hoe heeft u dit ervaren?


In het begin kon ik het nog wel redelijk verdragen, de omstandigheden waren redelijk en het voedsel was oké als ik het met het einde vergelijk. Ik was samen met 2 vriendinnen opgesloten en mijn zus. Ik probeerde er vooral voor hen te zijn . (moment van stilte en emotie). We zijn meerdere keren naar allerlei kampen gestuurd en van de reis heb ik vaak maar vage herinneringen. (ze wilde hier niet verder over praten). Je moest er vooral voor zorgen dat je een plekje zocht wat afgezonderd was en vooral niet andere mensen tot last moest zijn. Ik had hier in het begin vaak moeite mee omdat ik een pittig persoon ben, hiervoor ben ik ook meerdere keren gestraft. Ik moest in een kooi zitten van bamboe en dat vaak heel lang in de hete zon zonder eten en drinken. Mijn zus probeerde stiekem eten te brengen en werd ook gestraft. (Ze huilt heel hard en heeft een lange tijd nodig om bij te komen).


Het draaide om overleven met de nadruk om jezelf koest te houden, ik had geluk dat ik puur alleen honger had, ziek werd en infecties had. Het was normaal en het was je leven. Ik ben bijna dankbaar dat ik niet een knap meisje was in die tijd en dat Japanners mij niet wilde misbruiken zoals veel werd gedaan bij mijn vriendin. Ze diende als een seksslavin en om mij heen was er continu misbruik van vrouwen. Het was een regelrechte hel voor jonge vrouwen. Ik denk oprecht dat ik amper seksueel misbruikt ben geweest mijn redding was. Eigenlijk te bizar voor woorden maar eigenlijk probeerde ik alleen maar eten te vinden en voorzieningen om voor mezelf en mijn zus een plekje te creëren..’’


(Ik heb op dit moment getwijfeld om het interview te stoppen maar tante Wicky stond er zelf op om het interview af te maken).


Hoe waren de Japanners tegen u en uw naasten?


‘’Ik wist niet waar mijn ouders waren en was allang blij samen met mijn zus te zijn. Ik wist niet waar mijn Joop was en probeerde me vooral te focussen op overleven en zo weinig mogelijk in problemen te komen. ‘’


Hoe was de situatie in de Jappenkampen aan het einde van de oorlog?


‘’Situatie was extreem slecht, ik was inmiddels gescheiden van mijn zus doordat ik meerdere keren naar andere kampen werd geplaats, ik had het idee dat de Jappen mij als een apart iemand zagen, terwijl ik altijd zo min mogelijk wilde opvallen. Ik was erg vermagert en lopen ging moeizaam omdat ik een infectie in mijn been had. Op de een of andere manier probeerde ik van bepaalde spullen krukken te maken maar vaak nam een soldaat dit op een brute wijze af. De Jappen waren erg onrustig, bepaalde soldaten deden extreem lief terwijl andere nog even je simpelweg afranselden… ‘’


En na de oorlog?


‘’Na de oorlog werden de situaties wel beter, had het geluk dat op Java de Pemoeda’s nog niet heel erg actief waren maar moest wel naar een ander kamp voor bescherming. Daar werd ik herenigd met mijn zus en hebben we uren zitten huilen van blijdschap. Ze zag dat ik amper kon lopen en probeerde medische zorg voor me te regelen en die kwam er wonderbaarlijk door een van de weinigen artsen die aanwezig waren van de geallieerden. Ik kon op dat moment alleen nog maar denken aan mijn Joop en wist niet of ik hem nog zou zien. Na een periode vol onrust, waar ik zelf niet extreem veel van merkte omdat ik veilig in een gebied zat. Ik wist nog steeds niet waar mijn ouders waren, later was het duidelijk dat zij wel vermoord is door de Pemoeda’s ‘’huilen)… ik durfde hier niet meer verder op door te gaan en besloot door te gaan naar de volgende vraag.


Wat was het besluit om naar Nederland te verhuizen?


‘’Na alle ellende (ouders vermoord) en de kampen wilde ik de plek achter me laten. Vol geluk was mijn Joop terug gekomen en wilde wij ons leven opbouwen in Nederland. We konden simpelweg niet meer en het was ook verstandig om weg te gaan na de onafhankelijkheid van Indonesië, daarnaast gingen veel mensen die ik kenden ook naar Nederland en wilde ik graag met ze mee om bepaalde herinneringen voor te zetten.’’


Hoe heeft u daar uw leven opgepakt?


‘’Ik ben met de man van mijn dromen getrouwd en hebben samen 3 kinderen gekregen. Dolgelukkig, ik ben zelf huismoeder gebleven. We woonden in Den Haag en zijn later naar Harderwijk verhuisd in verband met het werk van Joop. Later ben ik me erg bezig gaan houden met schilderen, het werkte als een soort van therapie voor me en probeerde vooral te genieten van mijn gezin maar dat was soms erg lastig.’’


Zijn er nog gevolgen geweest na uw verblijf in de Jappenkampen op uw ‘gewone’ leven daarna?


‘’Heb je nog even een week voor interview? Ik keek verbaasd, en het enige was ze kon uitbrengen was alles. Ik was continu bezig met de kinderen bijbrengen hoe goed zij het hadden en dat ze alles uit hun leven moesten halen. De tradities die mijn ouders met feestdagen hadden wilde ik voortzetten. Vaak botste ik met Joop omdat hij erg hard was, hij snauwde vaak mensen af en wilde vooral nooit meer een grot in (vanwege zijn werk in de mijnen voor de Jappen). Het was lastig om echt van dingen te genieten en echt te realiseren dat alles hier normaal is. Het schilderen heeft er vooral voor gezorgd dat ik een soort therapie had anders had het net voor mij kunnen aflopen als met Joop, verbitterd en hard. De kinderen begrepen het wel op een of andere manier.


Iedere keuze die ik heb gemaakt deed ik voor mijn kinderen, omdat mijn ouders dat ook deden. Zij zijn gestorven door de gruwelijkheden en ik leef nog ondanks alles.


Verder heb ik na mijn 3 kinderen mijn been moeten amputeren op latere leeftijd, ik heb altijd veel last gehad van dat been en op begeven moment kon het niet meer verder met twee benen’’


Waarom noemde u de Japanners steeds ‘jappen’?


‘’Een andere bijnaam waren die beesten toch ook niet waard……? Stilte… ‘’



Marjorie Visser