20-02-18

De invloed van de Jappenkampen op het re-integratie proces van de Nederlandse oud-gevangen 1945 - heden (1)



Tijdens de Minor Tweede Wereldoorlog heb ik vaak gehoord dat het leven voor mensen na de oorlog lastig was. Vaak werd er nadruk gelegd op de mensen in West-Europa of de Joden. Echter heb ik bij deze momenten vaak aan mijn eigen grootvader, daarom is dit onderwerp tot stand gekomen afhankelijk van mijn eigen afkomst. Mijn opa kwam uit Indonesië, toen natuurlijk Nederlands-Indië, en diende daar ook in het leger. Door het recentelijk overlijden van mijn opa ben ik mij erg interesseren in zijn afkomst en hoe voor hem de Tweede Wereldoorlog was. Mijn moeder probeerde er altijd grapjes over te maken als ik er naar vroeg. Echter was er niks leuks aan, aangezien hij in de Jappenkampen verbleef. Ik weet niets van zijn leven in de Jappenkampen en durfde er ook nooit naar te vragen, pas op zijn sterfbed begon hij kleine dingen te zeggen. Bij zijn overlijden ontving ik zijn levensverhaal, dat hij zelf opgeschreven had. Dat was voor mij de doorbraak om dit onderzoek op te starten, aangezien het verhaal van mijn opa maar een doel had. ‘’Om wat inzicht te geven, heb ik ook de invloed-zoals ik die zag- van de sociale omstandigheden van de periode circa 1930 -1947 in dit verhaal meegenomen’’, aldus Frederik Louis Jochems -mijn opa.
Japan had tijdens de Tweede wereldoorlog een grote hoeveelheid krijgsgevangen, dit had natuurlijk te maken met het feit dat Japan zoveel gebieden had veroverd. In totaal ging dit om 40.000 krijgsgevangen en 80.000 burgers Japan wilde deze gevangen natuurlijk ook vasthouden en zij hadden hier speciale kampen voor gesteld. Aangezien Japan een Aziatische werksfeer nastreefde werden alle Europeanen, dus Nederlanders opgesloten. In principe eerst alleen de mannen, maar de vrouwen en kinderen volgden. Wat ook veel in de kampen in het oosten gebeurden, waar gezinnen uit elkaar werden gehaald, gebeurde dit ook in Azië. Mannen werden ingedeeld in mannenkampen en vrouwen met kleine kinderen gingen naar het vrouwenkamp. Daarnaast wordt er ook nog een speciaal jongenskamp ingericht voor jongens van jonge leeftijd. De jongens worden al ingedeeld in het jongenskamp vanaf een leeftijd van 10 jaar. Daarnaast was Japan voornamelijk erg van de regels, dus hadden zij ook voor deze kampen bepaalde reglementen opgesteld. Deze reglementen bevatte natuurlijk ook de behandeling met betrekking tot de gevangen en welke handelingen zij moesten verrichten in de kampen. Daarin stonden de algemene regels van het houden van gevangen en hoe zij behandeld moesten worden. In werkelijkheid is de behandeling natuurlijk anders gegaan dan in het reglement stond en aanvaarde Japan de conventie voornamelijk om een buiging te tonen aan de internationale opgestelde regels. Doordat het leger te laat was met het doorgeven van het reglement ontstonden er grote verschillen in het beleid per kamp.
Natuurlijk gingen de Japanners de gevangen op zodanige manier inzetten zodat zij ervan konden profiteren. Het arbeid verrichten, Aziatische werksfeer en het uitbuiten van de gevangen waren eigenlijk de enige bedoelingen van de Japanners met de kampen. Zoals eerder gezegd werden alle Nederlanders  (Europeanen) sowieso opgesloten, je zou deze groep kunnen vergelijken met Joden uit Europa die achtervolgd worden. Alleen wordt er niet specifiek propaganda en andere dingen ingezet om de Europeanen ‘uit de weg te ruimen’, zoals in Duitsland wel bekend was. De krijgsgevangen werden beschouwd als eerloos, de beste militairen onder de gevangen werden ingezet bij de gevechtslinies. Echter kwam dit niet heel vaak voor en werden zij voor zware arbeid ingezet. Die gevangen werden als tweederangs beschouwd en werd ook overgelaten aan de reserveofficieren. De Europese, eigen de ‘witte-gevangen’ moesten hetzelfde ervaren als de mensen die in armoede leefden.
Hierdoor werden deze mensen het slechtst behandelt. De Japanners maakten nog meer onderscheid tussen de gevangen, net zoals in de concentratiekampen in Europa gebeurden. Officieren en commandanten van de ‘vijand’ werden ook anders en slechter behandeld door de Japanners, zoals mijn grootvader heeft ondergaan door zijn functie. Daarnaast was het dagelijks leven voor een gevangen ook afhankelijk van welke kamp zij zich bevonden, de behandelingen van de gevangen waren erg verschillend dit is gebleken uit meerdere dagboeken van overlevenden. De situatie voor burgers in kampen is anders dan de omstandigheden voor de krijgsgevangen. Ook is iedere kampcommandant en bewaker anders. Ondanks de verschillen zijn er ook overeenkomsten in het dagelijks leven tussen de verschillende kampen. Deze overeenkomsten zijn vooral; geen privacy, strenge straffen, weinig eten en vieze sanitair. De mensen in de kampen slapen in grote barakken en de kampen zijn overvol. Doordat een gevangen niet meer dan een vierkante meter hadden voor zichzelf binnen het kamp, konden er irritaties ontstaan tussen de gevangen. De irritaties tussen de gevangen loopt nog hoger op door de aanwezige honger bij de gevangen. Gevangen kijken naar details met betrekking tot het voedsel, een andere gevangen krijgt een volle lepel en jij niet… Aangezien een groot deel van de vrouwen niet aan het werk werden gezet, kregen zij ook wel andere functies zoals de beroemde ‘troost meisjes’, de vriendin van Wicky Mulder had ook deze functie gekregen.

Troostmeisjes
Ongeveer 400 Nederlandse vrouwen zouden als ‘troostmeisje’ hebben gediend voor de Japanners. Aangezien de hoofdofficieren van de Japanners erg van de regels waren en zij altijd rapporten moesten doorgeven over de situatie in de kampen, werden de troostmeisjes naar buiten gebracht als een vrijwillige deelname. De Japanners zouden hierdoor beter kunnen vechten tegen de vijand. Natuurlijk werden deze vrouwen ingezet als seksslavinnen, zij werden vastgebonden en werden hierdoor gedwongen om seks te hebben met Japanse soldaten. In alle gebieden die Japan bezette werden ‘troostmeisjes’ gewoven, in eerste instantie in Korea, daarna ook in Zuidoost-Azië zoals China, Nederlands-Indië en de Filipijnen. Het is waarschijnlijk om een totaal gegaan van 200.000 meisjes en vrouwen van verschillende nationaliteiten. Vaak ging het om een jonge vrouwen omdat zij natuurlijk het meest aantrekkelijk zijn maar soms ging het ook om minderjarige meisjes, de jongste was 12 jaar. Aangezien de legerleiding van de Japanners grootte waarde hechten aan bordelen werden deze ‘troostmeisjes’ net zo belangrijk gezien als andere levensmiddelen, de soldaten kregen bonnen die zij moesten inleveren bij deze vrouwen/meisjes zodat het als een soort ‘betaling werd gezien. In tegenstelling tot de vrouwen die misbruikt werden in Europa, moesten de Japanse soldaten condooms gebruiken om zwangerschappen te voorkomen. De vrouwen/meisjes zagen deze ‘functie’ natuurlijk als een totale vernedering. Het schaamte niveau ligt erg hoog en vaak durven zij hierdoor niet over deze gebeurtenissen te praten. Vandaar dat het feit met betrekking tot de ‘troostmeisjes’ pas op latere leeftijd echt bekend is geworden. Een aantal vrouwen vochten voor erkenning en een soort vergoeding van de Japanse regering. (Harry, 2008)

Dwangarbeid
Bij ieder kamp hoort wel arbeid die gevangen moesten verrichten, gevangen waren hiervoor gewoon nodig. Echter hoefden de burgers geen dwangarbeid te verrichten in tegenstelling tot de krijgsgevangen. Heel veel Europeanen, vooral Nederlanders moesten werken aan het beruchte Birma spoor, van Birma naar Thailand. Daarnaast waren er krijgsgevangen aan het werk in het oerwoud waar zij iedere dag de begroeiing moesten weg hakken om het Birmaspoor aan te leggen. Wanneer er een pad was vrij gemaakt moesten zij stenen verplaatsen en de kuilen opvullen. Vervolgens werden er bielzen op een rij en daarop werden de spoorstaven geplaatst. Wanneer de gevangen een rivier tegen kwamen moesten zij simpelweg een brug bouwen. Het werk aan de beruchte spoorlijn begint op 16 september 1942 en tot de verbazing is het spoor voltooid al 16 maanden later. Het spoorlijn was uiteindelijk 415 kilometer lang, dit toont vooral aan op het feit hoe zwaar het werk was. Het continue verplaatsen, slechte eten, geen goede leefomstandigheden, straffen boven je hoofd en nog veel meer wat het dagelijkse leven was voor veel krijgsgevangen. Uit de biografie van mijn grootvader beschreef hij het volgende over zijn dagelijks leven als krijgsgevangen;

‘’Na enige maanden weer het onvermijdelijke aantreden onder hard geschreeuw en gemep werden we in goederenwagons geladen, naar Batavia, en werden meteen Japanse vrachtschepen ingejaagd. Dat was denk ik in oktober ’42 januari ’43. In de vrachtschepen hadden ze in de ruimen op +/- 1m van elkaar vloeren aangelegd waar je 60/70 cm de ruimte had om te zitten of liggen. Toiletfaciliteiten was via de vlonders met gaten buitenboord. Eten en drinken was een loterij. Na 4 of 6 dagen in Singapore en van de haven naar Changijail, temidden van duizenden Engelsen en aussies. Regelmatig corveeën naar de verwoeste loodsen in de haven, puinruimen en proberen blikjes melk en vlees die niet verbrand waren mee te smokkelen. Afranseling was het gevolg als je gesnapt werd. Velen verkochte hun schoenen en ringen, kleding enz. aan zwarthandelaren in het kamp om extra voedsel te kopen. Ik deed dat niet omdat ik schoenen belangrijk vond in verband met het zware werk. We werden in een goederenwagon gestamp, je kon staan en zitten, meer ruimte was er niet. Een emmer als toilet en op bepaalde tijden stopte de trein en kreeg je voer en drinken we stapten uit bij Bang Pang, het begin van de spoorweg, aansluitend op de lijn Bangkok-Singapore. Toen lopen naar het basiskamp, bamboebarakken, en een paar dagen later met onze 200 of 400 man naar ons kamp waar we in het laagland een spoordijk moesten aanleggen. Eten was oké en de taak was hier wel dragelijk. Toen de afstand tot de werkplek te groot werd, verplaatsen naar een volgend barakkendorp, gedeeltelijk aangelegd. We begonnen de last te krijgen van bamboeluizen, we bleven de rivier volgen langs diverse kampen. De eerst doden waren hier al gevallen waaronder een bekende K.M.A. Robbie van Reyen. Hoe verder je van de basis (Bangpang) afkwam, hoe minder bij de hoger gelegen kampen kwamen, voedsel was dus een distributieprobleem en moest alert blijven.
In een kamp kwamen we aan, 8 persoonstenten, zo lek als een mandje, en het was natte tijd, elke dag gietbuien en als het werk niet klaar was ging het door, verlichting door houtvuren. Als je niet meer kon lopen dan kroop je maar er moest productie geleverd worden. Ik werd gescheiden met een groep, moest de motorweg verbeteren, mars van 100 km, alles moest mee gedragen worden. Als je niet meer kon lopen, bleef je achter en dan hoorden wij een schot. Dus we sleurden elkaar mee en smeten veel eigen spullen weg, maar toch waren er achterblijver…..! Ik heb geluk gehad doordat ik door de bioloog in onze groep wist welke bladeren ik kon eten en stalen we met eigen levensgevaar de converseren tijdens het ontladen voor de Jappen. (Voor verdere uitwerking van de bibliografie, zie bijlage).

Dit stuk uit de biografie van mijn grootvader geeft het gemiddelde dagelijks leven van een krijgsgevangen van de Jappenkampen. Het continu verplaatsen, altijd honger lijden, zoveel mogelijk manieren vinden om te overleven. Altijd bezig zijn met overleven, dit komt vaker naar voren uit meerdere dagboeken, biografieën en interviews. Burgers hoefden vaak geen arbeid te verrichten maar hadden ook continu last van slechte voorzieningen, aanwezige honger en amper privacy door de overvolle kampen. Vrouwen werden misbruikt en er waren verschillende behandelingen naar de gevangen toe, je moest geluk hebben welke kampleider je had om het dagelijks leven te overleven…. (Jochems, 2003). (W.Mulder, 2017).
Hoe verliep na de bevrijding het (re)-integratie proces van de Nederlanders in de samenleving ?
Nadat er op 6 en 9 augustus 1945 twee atoombommen boven op de Japanse steden Hiroshima en Nagasaki werden gegooid, gaven de Japanners zich over. Na de officiële ondertekening door de keizer komt er een einde aan de Tweede Wereldoorlog. Aangezien er verschillende bevolkingsgroepen zijn op de voorheen bezette gebieden door de Japanners en voornamelijk de verschillende bevolkingsgroepen in Nederlands-Indië, zijn de gevolgen erg verschillend. De Indonesiërs willen zo snel mogelijk onafhankelijk worden en de Nederlanders ( de blanke mensen) willen zo snel mogelijk weer de draad op pakken. Aan de andere kant is het voor de Japanners erg moeilijk om toe te geven dat zij de Tweede Wereldoorlog hebben verloren. Voor iedere gevangen werd het (re)-integratie proces dus anders. Het feit dat de bezette gebieden bevrijd zijn dringt nog niet echt door tot de gevangen, alleen het feit dat ze niet meer gevangen zijn maar dat is ook het enige.
‘’De bevrijding maakte geen emoties los, behalve het feit dat we niet meer gevangen waren’’.
Dit komt voornamelijk omdat de duur per kamp verschillend is voordat zij überhaupt te weten komen dat zij bevrijd zijn. Nadat de gevangen te weten zijn gekomen dat zij bevrijd zijn, zijn ze blij en denken ze dat de gevangenschap snel voorbij zal zijn, echter was dit in veel kampen niet zo en liet het (re)-integratie proces zich nog even op zich wachten… Aangezien de Indonesiërs zo snel mogelijk onafhankelijk willen worden, zijn ze de Nederlanders zat. Jongeren, die beïnvloedbaar zijn, trokken met bendes door het land om mensen met een Nederlandse afkomst te mishandelen en in ernstige geval zelfs te vermoorden. Deze bendes werden ook wel de ‘Pemoeda’s’ genoemd en deze Pemoeda’s richten zelfs hun eigen kampen op waar ze de Nederlanders opnieuw opsluiten. In deze extremistenkampen zaten meer dan 35.000 mensen.

Pemoeda’s
Nadat de Japanse overgave heeft plaats gevonden, vindt er tot 1 december 1946 een Bersiap-periode plaats. Bersiap betekent: wees paraat en dit was de strijdkreet van de Pemoeda’s de Indonesische jongerenstrijdgroepen. Volgens hun is het einde van de oorlog hun kans om eindelijk te kunnen afrekenen met de gehate Nederlanders. De haat is erg aanwezig aangezien de Indonesiërs het vaak genoeg uitspreken: ‘We don’t like the Dutch!’. Deze teksten werden door het hele land op voorwerpen, huizen en etc. geschreven. De Pemoeda’s deden dat expres in het Engels en niet in het Nederlands, om de geallieerden te laten weten dat ze de Nederlanders niet meer in Indonesië willen hebben. Door het gebrek aan orde handhaven door de geallieerden, kunnen de Pemoeda’s vrijuit hun gang gaan. Het eerst incident tegen de Nederlanders vindt plaats op 19 september 1945 in Soerabaya, waar het blauwe stuk van de Nederlandse vlag wordt gescheurd boven Hotel Oranje, zodat er alleen maar rood en wit overblijft wat de Indonesische vlag representeert. De oorzaak van de Pemoeda’s kwam voornamelijk van het feit af dat er geen geallieerde machtsgroep in zich was om de orde te handhaven.

Daarnaast waren er nog weinig groepen van de geallieerden om overal het bestuur van de Japanners over te nemen en daarom vragen de Britten speciaal aan de Nederlanders om voorlopig nog in de Jappenkampen te blijven voor hun eigen veiligheid. Ook door het gebrek aan de geallieerden soldaten moeten de Japanners, ondanks de bevrijding, de kampen nog bewaken. Hierdoor voelen zij zich dus eigenlijk nog gevangen. De Jappenkampen werden dus eerst gebruikt om de Nederlanders binnen te houden en nu werden de kamen gebruikt om de Indonesiërs buiten te houden. De leefomstandigheden verbeteren natuurlijk wel maar eigenlijk zijn ze nog niet vrij. Pas in Mei 1947 kan het (re)-integratie proces voor de Nederlanders beginnen als het allerlaatste kamp is ontruimd. De meeste Nederlandse gevangen keren terug naar hun afkomst, namelijk naar Nederland.
Naar aanleiding van de uitspraak van Koningin Wilhelmina op 7 december 1942, waar Nederland een federatie zou aangaan met Indonesië, ieder land heeft dus een zeggenschap maar geen volledige zelfstandigheid. De leider, Soekarno, van het Indonesische verzet was aan het einde van de oorlog niet echt te spreken over deze uitspraak en sprak het parool uit van het verzet van Indonesië, oftewel ‘’de vrijheid of de dood!’’. Twee dagen na de overgave van Japan, roept Soekarno de zelfstandigheid uit over de republiek Indonesie maar dit is voor  veel burgers moeilijk te geloven. Er gaan veel mooie verhalen rond maar is dit nou daadwerkelijk de waarheid… De Permoeda’s reageren fel op deze uitspraak en ontvoeren de leider van het verzet en binden hem vast in zijn eigen huis. Hierdoor werd er de volgende dag een nieuwe uitspraak gedaan door Soekarno; ‘’Wij, het volk van Indonesië, verklaren hierbij de onafhankelijkheid van Indonesië!’’. Het volkslied Raya wordt gezongen en de verklaring word over de radio de hele wereld ingezonden. Veel vrijheidsstrijders vinden de periode van de Nederlanders overheersing ten einde maar de Nederlanders erkennen deze zelfstandigheid van de Indonesiërs natuurlijk niet.In plaats van dat mensen zich re-integreren vindt er een periode plaats van opstand, chaos en onrust.
 
Na hun tijd in de Jappenkampen zien veel Nederlanders dit als landverraad, maar de Nederlanders kunnen nog niet veel tegen de opstanden doen. Door het scheepvaart verbod van de Britten, kunnen de Nederlanders geen nieuwe troepen over laten komen of überhaupt wapens bezitten. In maart 1946 nemen de Britten bepaalde posities over in Nederlands-Indië en stuurt Nederland duizenden mensen om te orde terug te handhaven. Er worden twee grote pogingen gedaan om de Indonesische verzetsstrijders te verslaan, en voor het buiteland wordt dit naar buiten gebracht als politionele acties. Acties door politieagenten, terwijl het eigenlijk soldaten waren tegen Indonesische verzetsstrijders. Er vindt een soort ‘mini-oorlog plaats, veel hinderlagen, bermbommen en etc. Door de Verenigde naties wordt op 5 augustus 1947 een staking van het vuren afgesproken. Nederland moet uiteindelijk toch toegeven en op 5 januari 1949 eindigt de laatste politionele actie tegen de verzetsstrijders en in december 1949 worden de overdrachtspapieren ondertekent. Over de aantallen en wreedheden met betrekking tot de gevallen slachtoffers zijn beide landen het nog steeds niet met elkaar eens. Was er na de oorlog dus sprake van een (re)-integratie proces voor de meeste overlevenden na weer een aantal jaar onrust, slachtoffers en chaos? Voor de meeste mensen niet… (Jochems, 2003). (W.Mulder, 2017). (IsGeschiedenis, sd). (Harry, 2008).
Voor veel Nederlanders was de capitulatie tijd, na de bevrijding, als een schokkend en vaak als een levensbedreigende periode ervaren. De mensen zaten vol verwarringen onzekerheid na alle narigheid die zij al hadden meegemaakt in de Jappenkampen. Veel mensen zijn na de Jappenkampen nog op een gruwelijke wijze om het leven gebracht. De Nederlandse gevangen zijn dus op meerdere manier getraumatiseerd en trauma’s  blijf je je hele leven vast houden. Gebeurtenissen die voor een traumatische ervaring zorgen.Ten eerste werden zij gescheiden van hun familie en vrienden tijdens de bezetting. De ouderen en kinderen werden in eerste instantie bij de vrouwen geplaatst maar ook later overgebracht naar het mannenkamp. Kinderen ondergingen dus al op jonge leeftijd traumatische dingen. Ten tweede had ieder kamp verschillende karakters waardoor de mensen op verschillende manieren werden behandelt en met name de vrouwen aangezien de Japanners van huis uit niet geleerd hadden waarde te hechten aan de mening van vrouwen. Daarnaast was er in het vrouwenkamp, met name naar de jonge meisjes veel last van seksuele intimidatie, wat zij als erg beschamend ervaarden. De misbruik van de vrouwen was duidelijk aanwezig. Als een jonge jongen betrapt werd op spieken van het seksuele misbruik of iets in die richting, aangezien pubers dat veel uit nieuwsgierigheid deden konden er schoten worden gelost. Terwijl de Japanners aan de andere kant dol waren op kinderen…. Door de overbevolking konden de vrouwen lastig hun kinderen beschermen en voorzien van levensbehoeften, de vrouwen trokken het mentaal niet en er ontstonden ruzies. Als een kind daarnaast ook op jonge leeftijd vertrok naar het mannenkamp dan ging dat vaak met een ‘teddybeer’ in de rugzak naar een kamp met slechtere omstandigheden voor een kamp en dat helemaal alleen. Daarnaast was de zware arbeid en mishandeling van de gevangen (met name mannelijke krijgsgevangen) ondraaglijk om als doel de gevangen te laten ervaren dat zij niks voorstellen of ook maar iets zijn. Tot slotte kwam nog de grote trauma ervaring naar de Bersiap-tijd, waardoor de Nederlanders in de kampen moesten blijven ter bescherming. De Nederlandse overlevenden hebben vele heftige gebeurtenissen moeten ondergaan wat bij ieder persoon een andere ervaring en gevolgen heeft meegebracht, - zo heeft een vriend van mijn opa zelfmoord gepleegd omdat hij niet meer geloofd in vrede binnen de wereld waarin hij leefde -, scheiding van families/vrienden, slechte leefomstandigheden, mishandeling, honger, zware arbeid, seksueel misbruik en verlies van familie en vrienden. De Nederlanders wilden dus een plek om opnieuw te leven en die kwam er niet, in verband met de Bersiap-tijd, dit zorgde bij veel mensen als een mentale klap en waren zij dankbaar voor de dingen die zij op dat moment konden gebruiken in tegenstelling tot de tijd voor de Tweede Wereldoorlog. Ik citeer:
‘’’Na al die tijd in massa’s geleefd te hebben, was ik dankbaar voor de fourageloods waar ik met 2 Coro-sergianten een eigen afgesneden deel had compleet met eetruimte en een Japanse oppasser. (Jochems, 2003).

Erkenning
Op de gebieden van oorlogsgeweld, internering en vervolging is het pijnlijk om bij deze onderwerpen stil te staan, hoewel iedereen weet dat deze incidenten gebeurd zijn. Nog pijnlijker is het om voor ons te realiseren dat de situatie van de  vrouwen/meisjes die in de vrouwenkampen verbleven en voor sommigen meisjes betekende dat al hun grenzen van een intimiteit en seksuele misbruik werden overschreden. Daarnaast heeft ongetwijfeld het stilzwijgen in verband met de traumatische ervaring bijgedragen aan het leven van overlevend. Niet alleen bij de vrouwen maar later is ook gebleken dat dit bij jonge jongetjes gebeurde, wat wij in de huidige tijd zouden identificeren als pedofielen. De maatschappelijke houding tegenover deze slachtoffers zijn van belang, aangezien zij hier pas later over durfden praten en veel slachtoffers moesten vechten voor erkenning. Dit speelde vooral in landen zoals China, en deze gevolgen hebben bij veel mensen gezorgd als een last van de schouders.
Voor de overlevenden van de jappenkampen is er inhoudelijk veel veranderd zoals, trouwerijen, kinderen, verhuizen en etc. Eigenlijk het ‘normale leven’ hadden zij in der loop van de jaren 50 opgepakt, maar de mentale impact komt bij veel dingen naar boven. Ik citeer:
‘’In de loop van der jaren is er veel veranderd, maar inhoudelijk voor mij niet veel, behalve de natuurlijke twijfel die ik al denken krijg, zeker met de oude dag’’. Redenatie van ex-militair die in de jappenkampen verbleef, aan het Birma spoor werkte en heeft gevochten tijdens de Bersiap-tijd, aldus mijn opa. De context waarin deze ellende gebeurd is van grote betekenis geweest voor de gevolgen op de ontwikkeling van de mensen. De betekenis van de context komt tot uitdrukking in de aard van het seksuele contact, de relatie tussen het kind en de volwassene, de sociale relatie met andere mensen, de psychische leeftijd van de overlevende, de wijze waarop  contact wordt gebracht, de omvang en de frequentie van het contact, de situatie waarin dat plaatsvindt en zo kan ik nog wel lang door gaan.
Wat mensen in hun reactie gemeen hebben is de verwarring en angst rond bepaalde gebeurtenis. De gebeurtenissen zijn een traumatiserende ervaring, waarbij de lichamelijke en psychische grenzen van de mensen worden overschreden en waarbij het onvermogen om dit te integreren ertoe kan leiden dat de ervaringen niet worden verwerkt maar afgesplitst. Indien er wel een verwerking plaatsvindt, gebeurt dit op twee manieren: de traumatiserende ervaring wordt geheel of gedeeltelijk herhaald of geheel of gedeeltelijk vermeden. Dit kan leiden tot een herhaling in het gedrag en in de vorm van een bepaalde herbeleving. Wanneer mensen het vermijden dan gaat dit vaak samen met de angst en de herinnering of herbeleving van de ervaring. Hieruit kan zelfs een fobie uiten. (W.Mulder, 2017). (Schreuder, 1993).
Japan heeft de Jappenkampen opgericht om puur de gevangen heen te brengen. De gevangen zaten er met een doel, namelijk dat zij goed ingezet konden worden voor arbeid. Arbeid met als doel om het vervoer binnen de oorlog te verbeteren, namelijk door middel van spoorwegen, verkeer en vliegvelden. In eerste instantie was er een regelement opgesteld volgens de regels bij de conventie van Geneve. Echter veranderde Moerikami het beleid weer om ervoor te zorgen dat de gevangen beter behandeld zouden worden, commandanten moesten hier niks van weten. Zonder enige structuur of regels gingen veel kampleiders hun eigen gang waardoor het erg lastig was om controle uit te voeren op de kampen. Hoe langer de oorlog duurde hoe slechter de omstandigheden in de kampen werden, aan het einde van de Tweede Wereldoorlog was er te weinig ruimte en grote voedseltekorten. Door de voedseltekorten, geen privacy en zware omstandigheden draaide het leven van de gevangen vooral om het overleven. De mensen overleefden van dag op dag. Voor iedereen was het anders en iedereen kreeg een andere functie. Zo waren er troostmeisjes en vaak moesten de mannen zwaar arbeid verrichten. De zware arbeid was vooral gericht op het werk aan het berichte Birma-spoorweg. Het andere werk was natuurlijk gericht op de overige infrastructuur. Wanneer de Nederlanders deze Jappenkampen overleefden, kwam er nog een zware tijd aan namelijk de Bersiap-tijd. Aangezien de Nederlanders sowieso al in de kampen werden opgesloten vanwege hun nationaliteit, kregen zij vaak al een andere behandeling dan de gewone burgers in de kampen. Wanneer de Nederlanders die de kampen hadden overleefd nog steeds in de kampen moesten blijven voor hun eigen veiligheid was dit natuurlijk erg teleurstellend. De situatie was precies hetzelfde behalve dat er meer voedsel, geen straffen en meer ruimte was. Zij werden nog steeds bewaakt door de Japanners om ervoor te zorgen dat zij niet mishandelt of zelfs vermoord werden door Indonesisch verzetsstrijders, de Pemoeda’s. De Indonesiërs wilden een onafhankelijk land worden en niet meer onder Nederlands-Indië leven. Doordat de Britten een verbod hadden gelegd op de zeevaart waren er weinig geallieerden en Nederlanders om de overlevenden te helpen. Toen er eenmaal hulp kwam vanuit Nederland vonden er twee grote operaties plaats tegen de verzetsstrijders om ervoor de te zorgen dat Indonesië nog steeds als Nederlands-Indië verder ging. Eenmaal eind 1949 ondertekende Nederland de onafhankelijk van Indonesie en ging het land verder als alleen Indonesie. De Nederlanders hebben in de periode van 1942-1948 kort gezegd alleen maar ellende moeten ondergaan en je kan dit samenvatten als een periode vol traumatische ervaringen. Het hangt maar net van de persoon af wat hij met deze gebeurtenissen doet verder in zijn leven en wat hij of zij er wel of niet over wil uit spreken. Ieder doet dit op zijn eigen manier en natuurlijk is voor ieder individu de inhoud van hun leven verandert. Echter heeft de invloed van de Jappenkampen en de Bersiap-tijd een grote impact gehad op hun mentale leven met vooral de betrekking tot de keuzes in hun leven. Sommige vechten voor erkenning terwijl andere het liever stil houden en weg stoppen. 

Marjorie Visser