06-11-17

Kamp Westerbork, alle wegen leiden door Westerbork



Ook deze ochtend reis ik weer een paar uur af om een Lieux de mémoire te bezoeken. Ik ga het nog missen de Nederlandse natuur in de vroege morgen voordat je bij een of ander gehucht aankomt waar een kamp of begraafplaats is weggemoffeld. Eenmaal aangekomen bekijken we in het Herinneringscentrum Kamp Westerbork de vaste tentoonstelling ‘Durchangslager Westerbork’, over de geschiedenis van kamp Westerbork. Rode draad zijn de persoonlijke verhalen, interessant maar ik ben benieuwd naar het voormalige kampterrein. Na een half uur nemen we de bus en reizen we zo’n drie kilometer door het bos.

We komen aan bij het houten huis van Gemmeker, de voormalige kampcommandant van het Judendurchgangslager Westerbork, aan de rand van het kampterrein. Om het pand te beschermen tegen weersinvloeden is een glazen overkapping van twaalf meter hoog geplaatst. De laatste bewoonster die het huis in 2007 verliet, heeft de villa nog zo goed als oorspronkelijk gehouden, maar wel in slechte staat van onderhoud. Zo slecht dat we er niet in mogen. We mogen wel een rondje om het huis lopen, wat de meeste bezoekers overigens niet mogen want die moeten buiten de stolp blijven.

Het doorvoerkamp lag in de oorlog in een open vlakte, maar is nu door bos omgeven. Ook staan er enorme radiotelescopen. De voormalige commandantswoning is één van de weinige overblijfselen van het nazi-kamp. De barakken zijn verdwenen. Op de plekken waar eens de barakken stonden, zijn wel taluds te vinden die een indruk geven hoe het kamp er vroeger uitzag. Ik lees achteraf dat ze in de jaren tachtig gekozen hebben voor een symbolische invulling, met kunstwerken en accenten in het landschap. Barakken ‘terugbouwen’ vond men toentertijd kitsch. Wat ik wel begrijp. Maar daar komen ze nu toch op terug. Een houten barak dat vijftig jaar als varkensstal dienst deed bij een boer, is een paar jaar geleden met oude stukken herbouwd en teruggeplaatst. Ook staat er een goederenwagon die tijdens de Tweede Wereldoorlog is gebruikt door nazi’s. Het herinneringscentrum probeert hiermee het verhaal van de deportaties van Nederlandse Joden en Roma zichtbaarder te maken, maar het is niet zeker dat de wagon voor transporten naar vernietigingskampen als Auschwitz, Sobibor en Treblinka is gebruikt.

107.000 personen zijn op deze plek doorgevoerd naar vernietigingskampen en maar 5.000 keerden terug. Het monument De 102.000 Stenen op de voormalige appèlplaats maakt duidelijk om hoeveel mensen het bij deze moord gaat. De massaliteit van het aantal doden die hier zijn gedeporteerd. Ook maakt het monument de individualiteit duidelijk. De gids vertelt het verhaal over de steen van Machieltje. Kampcommandant Gemmeker bekommerde zich om het te vroeg geboren Joodse baby’tje. Hij liet zelfs een couveuse voor hem uit Groningen halen. Machieltje werd het symbool van hoop. Uiteindelijk toen het jongetje gezond genoeg was, moest hij toch op de trein. Ook hij heeft het niet overleefd.

We eindigen de rondleiding bij het Nationaal Monument Westerbork, ontworpen door kampoverlevende Ralph Prins. De omhoog gekrulde rails drukken de wanhoop uit en zijn bewerkt alsof er op geschoten is. Ze rusten op 93 bielzen die verwijzen naar het aantal transporten dat vanuit kamp Westerbork vertrok. Vier bielzen die los liggen symboliseren vier transporten die van elders naar het Oosten vertrokken. Aan het eind van de rails staat het stootblok, vlakbij de plaats waar ook in de oorlog de spoorlijn van Hooghalen naar het kamp haar eindpunt vond. Daarachter een muur van grote keien, die van veraf op schedels lijken.

Ik had me niet ingelezen over de huidige staat van Kamp Westerbork, net zomin als bij Kamp Amersfoort, en was ook deze keer verbaasd over wat er bewaard is gebleven van die tijd. Je kunt je afvragen waarom Nederland op deze manier omging met het oorlogserfgoed. Waarom het herinneringscentrum maar ook de overheid zo laks zijn geweest en waarom weinigen zich druk maken om het verdwijnen daarvan? Wilden men het verleden zo graag vergeten? Net zo apart vind ik dat veel van die barakken zijn hergebruikt, als opvanghuizen voor Molukkers of als varkensstal, terwijl ze voor zo’n verschrikkelijk doel zijn gebruikt.

Ik begrijp: oorlogserfgoed is traumatisch erfgoed. Voor omstanders, daders en slachtoffers. Men was na de bevrijding niet klaar voor de confrontatie met het verleden. Maar daar komt verandering in. Men is benieuwd naar wat (overgroot)opa en oma hebben meegemaakt, men wil weten, voelen, zien, lezen. Kamp Westerbork worstelt met de vraag hoe ze het verhaal van het kamp moeten overbrengen. Ligt de nadruk op informeren en kennisoverdracht of juist op het ervaren, het beleven? Volgens het Herinneringscentrum moeten we ons beseffen: kamp Westerbork bestaat niet meer. En hoe kun je iets voelen dat er niet meer is?

Bij het Herinneringscentrum zijn ze toch tot de conclusie gekomen dat de symbolische herinrichting van de jaren tachtig niet meer voldoet en onvoldoende zeggingskracht heeft voor jonge generaties. Door middel van het herbouwen van een barak en een wagon wordt het verleden meer zichtbaar. Maar hoe dan ook, de geschiedenis van deze plek is afschuwelijk. En of dat verhaal van het kamp wel of niet goed overgebracht wordt, het verhaal blijft afschuwelijk. En deze plek, voormalig kamp Westerbork dat inderdaad gelukkig niet meer bestaat, herinnert je daaraan.

Marlous Blokker