06-11-2017

Kamp Vught, het voorportaal van de hel van het oosten



‘Kunt u zich dat voorstellen?’, werd er gevraagd in de documentaire Tussen Hemel en Hel die we voor ons bezoek aan het voormalig Kamp Vught gingen bekijken. Acht overlevenden van het concentratiekamp Vught vertellen daarin over de verschrikkingen die ze hebben meegemaakt. Hoe bij aankomst al hun lichaamshaar werd afgeschoren, dat ze zich moesten uitkleden en dat alles werd afgenomen. Eten kregen ze nauwelijks op het kamp, loerend werd er gekeken naar de buurman totdat hij dood neer viel zodat je zijn warme eten kon pakken. Elke dag moesten ze op appèl, urenlang werd er geteld door de kampleiding. Stond je niet op de juiste plek, dan kreeg je een schop, en als je het appèl miste dan kreeg je stokslagen. Een overlevende vertelde over baby’s die tegen het prikkeldraad werden gedrukt, omdat ze van de honger huilden. De constante angst die heerste op het kamp om op transport te moeten. ‘Vught was heel erg, maar dat het elders beter zou zijn, die illusie had je niet’.

Men probeerden te overleven door niet op te vallen, door te luisteren en de regels te volgen. ‘Als je daar bent dan is er maar één ik en dat ben ikzelf. De rest was allemaal lucht voor me. Het is een vreselijk hard bestaan hoor.’

Het zijn stuk voor stuk indringende verhalen die een indruk geven van het leven in Kamp Vught. Nee, ik kan het mij niet voorstellen. Hoe het voelt om opgesloten te zitten, de constante vernedering, het niet weten waar je aan toe bent en wanneer je op transport moet. Alles viel voor hen weg. Het leven op Kamp Vught werd heel klein gemaakt. ‘Je was ineens geen mens meer, maar een nummer.’

Na de documentaire gingen we met een gids over het voormalig kampterrein. Naast de woonwijk en twee kazernes is een groot deel hiervan in gebruik door de Penitentiaire Inrichting Vught, één van de zwaarst beveiligde gevangenissen van Europa. Van het vroegere kampterrein is weinig over. De maquette geeft weer hoe de structuur van het kamp was en hoe klein het stukje terrein is dat nu bij Nationaal Monument Kamp Vught hoort. Wat men nog kan zien is naast de authentieke kamgracht met omheining van prikkeldraad een nagebouwde barak, de helft van de oorspronkelijke grootte, en een aantal wachttorens, ook reconstructies. Hoe de gevangenen leefden in een barak is ook gereconstrueerd. Er staan tafels, bedden en matrassen van stro. Sommige critici roepen dat het gaat om Disneyficatie van de geschiedenis. Zelf stoor ik me er niet aan. Je kunt er toch geen voorstelling van maken en dat wordt ook niet geprobeerd, maar je krijgt wel een idee, een indruk.

Aan het eind van het pad staat een kindergedenkteken met de namen van de 1269 kinderen. Vanaf februari 1943 mochten de kinderen die ouder zijn dan drie jaar niet meer bij hun moeder blijven. Ze moesten naar een apart deel van het kamp. De kleine kinderen konden slecht verzorgd worden. Er was geen goed voedsel of melk en er heersten veel besmettelijke ziektes, zoals mazelen en rodehond. Veel kinderen worden ziek en overlijden. Dit wordt ook buiten het kamp bekend en daarom besluit de SS dat alle kinderen weg moeten uit het kamp. Tegen de ouders wordt verteld dat ze naar een speciaal kinderkamp gaan, maar via doorgangskamp Westerbork gaan ze rechtstreeks naar het vernietigingskamp. Het verhaal van de kindertransporten is hartverscheurend, ik begrijp niet dat iemand zoiets kan doen.

Vooral in de eerste maanden van het bestaan van kamp Vught was het sterftecijfer hoog. Ziekte, ondervoeding, kou, uitputting en mishandeling eisten hun tol. Tenminste 750 gevangenen zijn hierdoor overleden, 329 van hen zijn buiten het kamp op de schietbaan neergeschoten. Met de lijkwagen, die er nu nog staat, werden de lichamen naar het crematorium gebracht en verbrand. Het crematorium is grotendeels nog in oorspronkelijke staat. De gids vertelt een verhaal, maar ik luister maar half. Ik vind het heftig om op zo’n beladen plek te staan. Eerst de lijkenopslag, de sectieruimte, de ovens, de putten met as van gecremeerde gevangenen. Ik heb er geen woorden voor.

Ik vind het jammer dat je niet alle gebouwen die nog bewaard zijn gebleven kan zien. De op het SS-terrein gevestigde huisvesting, keuken en garages zijn tegenwoordig onderdeel van een van de twee kazernes. Midden op het terrein van de inrichting staat de voormalige kampgevangenis ‘de Bunker’ met de beruchte cel 115. Hier werden als vergelding door de kampcommandant 74 vrouwen op een oppervlakte van 9 vierkante meter op elkaar geperst. Als de volgende ochtend de celdeur open gaat, hebben tien vrouwen de nacht niet overleefd. Dit ‘bunkerdrama’ is een van de vele voorbeelden van de wreedheden in het kamp. De cel is nagebouwd in het gebouw met het crematorium, maar het voelt toch anders.

We eindigen deze excursie met een bezoek aan de voormalige fusilladeplaats, die we bereiken door bij de uitgang van het bezoekerscentrum een stuk het bos in te lopen. Eenmaal aangekomen zien we aan het eind van de schietbaan een enorm houten kruis. Daarvoor staat een monument met de namen van 329 verzetsmensen die hier zijn geëxecuteerd. De herdenkingsmuur staat tevens als symbool voor de uitdrukking: ‘Met de rug tegen de muur’, zoals Nederland zich geplaatst zag tijdens de bezetting.

De plekken die we de afgelopen weken hebben bezocht hebben grote indruk op mij gemaakt. Vooral de persoonlijke verhalen blijven mij voor altijd bij. Ik had geen van alle plekken eerder bezocht. Ik wist niet dat Nederland op deze manier was omgegaan met het originele oorlogserfgoed en dat was voor mij in het begin even schrikken. Waarom is er zo weinig bewaard gebleven? Ik begrijp het nu en snap de keuzes die zijn gemaakt. Nogmaals: hoe het is geweest dat kun je niet voelen, je kunt hoogstens een indruk krijgen. Ik ben benieuwd hoe Duitsland daarmee is omgegaan. Voor hen is het net zo traumatisch geweest. Hebben zij ook geprobeerd het verleden uit te wissen zodat ze er niet meer mee geconfronteerd worden? Ik weet dat de nazi’s het geprobeerd hebben, maar dat het deels is mislukt. Ik zal het zien.

Marlous Blokker