06-11-2017

Kamp Amersfoort, een voorbeeld



Aan de Loes van Overeemlaan ligt het bezoekerscentrum van Nationaal Monument Kamp Amersfoort, een indrukwekkend gebouw met, wat ik later hoor van een vrijwilliger, veel symboliek. Het lijkt alsof het gebouw dreigt weg te zakken in het landschap, onder andere door een daktuin, zoals de herinnering aan Kamp Amersfoort dreigt weg te zakken. Zowel gebouw als herinnering worden vastgehouden en zijn verankerd in de grond. Aan de binnenzijde, de kant van de gedenkplaats, heeft het bezoekerscentrum een lange rechte wand die doorloopt tot voorbij de poort. De daktuin wordt aan deze zijde niet meer gezien. Hierdoor wordt het effect van een hoge muur versterkt. De gedenkplaats krijgt hierdoor de uitstraling van een besloten binnenplaats, zoals het tijdens de Tweede Wereldoorlog ook was. Niemand kwam er zonder toestemming uit.

Op het voorplein staat een wachttoren die alles overziet. De gids vertelt dat vanuit deze wachttorens gevangenen werden doodgeschoten wanneer ze te dicht bij het hek kwamen. Kampbewakers gooiden weleens expres sigaretten of de mutsen van gevangenen vlak tegen de omheining aan en beveelden gevangenen ze te pakken, waarop de dood volgde. Want mikken konden ze wel. Langs de wachttoren kun je via een poort de gedenkplaats betreden. Via het pad kom je langs de steen van Kopinsky. Veel gevangenen, waaronder Kopinsky, zijn door de tijd die ze in kamp Amersfoort doorbrachten psychisch geknakt. De knik in het pad symboliseert dit. Op de gedenkplaats staat een herinneringsgebouw met een muurschildering die de kampcommandant indertijd door gevangen heeft laten maken. Aan de ene kant van de deur zie je een plattegrond van het Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort. Aan de andere kant werkende gevangenen die er gezond en tevreden uitzien. Dankzij de verhalen weten we dat het niet zo plezierig was. Tegenover het huisje ligt de rozentuin. Deze tuin is een herinnering aan de beruchte ‘rozentuin’ van Kamp Amersfoort, waar gevangenen uren, soms dagen, moesten blijven staan, waar prikkeldraad rozen werden. Het is een stille gedenkplaats omgeven door een haag. De tuin is een kale grindvlakte, waarin zuilen zijn opgesteld zoals de gevangenen op de vroegere appelplaats. Langs sommige zuilen bloeien rozen, langs andere prikkeldraad.

Ik vind het moeilijk om de gruwelijke verhalen die hier hebben plaatsgevonden te horen. Je bereidt je bij elke excursie voor, zodat wanneer je er staat het minder hard aankomt. Deze keer is het anders. De opa van mijn vriend heeft hier gevangen gezeten. Dit zorgt ervoor dat de verhalen harder aankomen. In zijn familie is er nooit over gepraat, logisch ook wanneer ik hoor dat gevangen die vrijgelaten werden een verklaring moesten ondertekenen dat ze goed behandeld waren. Maar dan nog, zou jij het aan je, toen nog, jonge kinderen vertellen? Of zou je het ze besparen?

Aan de overkant van het bezoekerscentrum ligt een 320 meter lange schietbaan. Onder barbaarse omstandigheden is deze volledig door gevangen uitgegraven. Hier werden gevangenen gefusilleerd, aan het begin, halverwege en vooral aan het eind. Daar staat nu De Stenen Man, een monument dat officieel Gevangene voor het vuurpeloton heet. Gemaakt door de beeldhouwer Frits Sieger, zelf een oorlogsgevangene. Dit laatste heeft er waarschijnlijk voor gezorgd dat het monument heel treffend is. Het raakt je. Een kale man in een pyjama op klompen met een gebalde vuist als teken van machteloze woede en zijn ongebroken wil. Het oneerlijke lot dat voor hem is bepaald.

Van het voormalig PDA kamp is niet veel over, maar de verhalen geven je beelden. Je moet dan wel een goede gids hebben, en gelukkig hadden wij dat. Hoe hard die nazi’s konden zijn, daar kom je op deze plek wel achter. Weinig eten, zwaar werk en mishandeling waren aan de orde van de dag. Nu is het een plek geworden van herdenken en bezinnen,  maar vooral een plek om van te leren. Zoals Cees Biezeveld, oud-directeur van Nationaal Monument Kamp Amersfoort, het zegt: ‘Vergeten? Of een voorbeeld?’ Dit nooit meer.

Marlous Blokker