27-12-16

Shooting dogs - december 2016



Bij de evaluatie van de excursie naar Duitsland, kan ik me wel wat voorstellen, hoewel ik mijn eigen reflectie nog niet op papier heb gezet, omdat ik er nog te veel mee bezig ben in mijn hoofd. De term ‘Shooting dogs’ zei me daarentegen eerlijk gezegd niet zo veel. Totdat ik het ging opzoeken op internet en bij de volgende omschrijving van een film uitkwam:

‘Als op 6 april 1994 het vliegtuig met de Rwandese president Juvénal Habyarimana en de president van Burundi Cyprien Ntaryamira wordt neergeschoten begint in Rwanda een genocide op de Tutsibevolking. De katholieke priester Christopher en de jonge Engelse leraar Joe Connor huisvesten 1500 vluchtelingen in hun school: het Ecole Technique Officielle. Zij worden aanvankelijk beschermd door de Verenigde Naties.
De VN-soldaten zijn niet in staat om de vluchtelingen lang te beschermen. Ze hebben geen mandaat om op de milities te schieten, en de interahamwe rukt op naar het schoolterrein. Joe, die al voor de genocide een prille liefde heeft opgevat voor de Rwandese leerlinge Marie, maakt gebruik van een mogelijkheid om met de soldaten te vertrekken. Hij heeft het gevoel dat hij de vluchtelingen - en vooral Marie - verraadt, maar ziet niet in hoe zijn verdere aanwezigheid voor hen van dienst kan zijn. Christopher blijft, en probeert met de moed der wanhoop een klein aantal kinderen, waaronder Marie, te redden. Hij laat daarbij zelf het leven. Marie overleeft, en ontmoet later Joe weer in Engeland. In deze korte eindscène worden de onverwerkte gebeurtenissen en de onvermijdelijke keuzen die werden gemaakt merkbaar.’ (bron: www.wikipedia.nl)

Ik verwacht dat we ons verder gaan verdiepen in de meer recente genocides, zoals die in Rwanda. In 1994 was ik 16 jaar, dus ik heb er wel degelijk iets van meegekregen. Ik weet nog dat het niet besproken werd op school en dat ik het moeilijk vond om te begrijpen waarom twee bevolkingsgroepen van één land elkaar te lijf gingen (de Hutu en de Tutsi), die ogenschijnlijk vredig met elkaar leefden. Ook meen ik me te herinneren dat de Hutu de oorspronkelijke bewoners waren en m.n. boeren. Wanneer de Tutsi in Rwanda kwamen en hoe dat geleid heeft tot de genocide heb ik zojuist opgezocht op internet (bron: http://www.geschiedenisbeleven.nl/wat-vooraf-ging-aan-de-rwandese-genocide/): in de loop van de 15e eeuw kwamen de Tutsi (een krijgers- en herdersvolk) in Rwanda wonen. De Tutsi startten geen oorlog met de Hutu, maar integreerden in het bestaande systeem dat gebaseerd was op familielijnen met landeigenaren als hoogste in de hiërarchie. De Tutsi waren in de minderheid, maar wisten de landeigenaren over te halen (geen idee hoe) om zichzelf ook als Tutsi te bestempelen, waardoor een nieuwe identiteitsgroep ontstond. Het onderscheid werd gemaakt o.b.v. beroep: zij die op het land werkten waren Hutu en de machthebbers Tutsi. Dit was geen statisch systeem, want de sociale mobiliteit was groot doordat Hutu en Tutsi konden trouwen en een Hutu een Tutsi kon worden door bijvoorbeeld genoeg vee te verwerven. Hierdoor vervaagden de verschillen tussen de volken.

In 1898 vielen de Duitsers het land binnen en werden er de baas. De Duitsers deelden de Rwandezen in verschillende rassen in, o.b.v. de raciale categorisatie (onder invloed van de Verlichting), waarbij de gedachte was dat het ene volk beter was dan het andere. Het was moeilijk om onderscheid te maken tussen de ‘rassen’ in het land, maar ze vonden toch verschillen in lengte en bouw. Tutsi waren bijvoorbeeld een hoog voorhoofd, smalle en lange handen en voeten en een lange dunne neus. Zij bezaten de beste sociale en economische posities en waren volgens de Duitsers superieur. Bron: www.lipstickalley.com

Na WOI hadden de Belgen het er voor het zeggen en zetten dezelfde lijn van raciale discriminatie voort: Tutsi waren superieur en de Hutu-meerderheid werd gediscrimineerd. De Belgen hadden ook moeite met onderscheid maken tussen de inwoners. Ze kozen daarom voor andere kenmerken, zoals het beroep en de grootte van de veekudde: > 10 dieren = Tutsi; anders Hutu of ander volk. Het belangrijkste gevolg was een zuivering van Hutu uit de belangrijkste posities in het land en de daarbij behorende economische en sociale ongelijkheid. In 1933 voerden ze identiteitskaarten in met de raciale identiteit. Na WOII zagen de Belgen af van deze discriminatie – onder druk van de VN – en mochten Hutu ook naar school en bestuursfuncties op zich nemen. Vervolgens kwamen er anti-Tutsi bewegingen op met als doel het discrimineren van de Tutsi.
In 1957 werd Rwanda zelfstandig. Het anti-Tutsi sentiment bleef sterk met veel geweld tot gevolg. In 1973 kwam er een eind aan de spanningen, want de Hutu Juvénal Habyarimana pleegde een staatsgreep en werd populair doordat hij een eind wist te maken aan de discriminatie (hoe?). Eind jaren ’80 kwam Rwanda echter in een zware economische crisis, waardoor de ongelijkheid weer groeide en Habyarimana de Tutsi de schuld gaf van de crisis. Op 6 april 1994 werd Habyarimana’s vliegtuig neergeschoten en besloten de woedende Hutu’s hun onvrede te botvieren op de Tutsi-minderheid. Ook rijke Hutu en Hutu die op Tutsi leken werden slachtoffer. Pas na drie maanden werd er een einde gemaakt aan de moordpartijen, welke ongeveer 800.000 levens hadden geëist. Over de genocide is geoordeeld door – niet geheel oncontroversiële – volksrechtbanken, waarbij dorpen hun eigen volksrechters mochten kiezen. In 12.000 zittingen stonden 2 mln mensen terecht, waarvan 65% schuldig werden bevonden.

Ik weet dat deze samenvatting het maximum aantal woorden nu reeds overstijgt, maar ik had deze ‘geschiedenisles’ nodig om mijn voorkennis op te frissen en aan te vullen/een beter beeld te krijgen van de aanloop naar de genocide. Het roept bij mij gelijk allerlei vragen op: Wat als de Duitsers geen rassenonderscheid hadden doorgevoerd? Wat als de Belgen het niet hadden overgenomen? Zou het dan niet gebeurd zijn? Zou het dan minder gewelddadig zijn geweest? Kan ik begrip opbrengen voor de daden van de Hutu? Als ik naar de informatie kijk die ik op internet had gevonden, krijg ik zeker inzicht in waarom mensen tot een dergelijke daad kunnen komen – zonder dat ik wil zeggen dat ik erachter sta –, maar het gevoel bekruipt me ook dat dergelijke genocides nooit tot het verleden gaan  behoren…
Dan het college zelf. De inleiding ging over genocides, de betrokkenheid van mensen – afhankelijk van sociale en fysieke nabijheid – bij genocides en de media-aandacht. Ook hebben we het gehad over goede doelen, het inzetten van bekende mensen daarbij en hoe we op deze manier een goed gevoel ‘kopen’. Dat slaat m.i. met name op volwassenen, omdat de kinderen – die bijvoorbeeld op dit moment auto’s wassen en statiegeldflessen ophalen voor serious request – echt actie ondernemen en zo geld ophalen, vanuit een puur hart. Ook de lak-aan-actie van de 6-jarige Tijn actie valt in deze categorie. Hij heeft zelf een dodelijke ziekte en lakt nagels voor kinderen met longontsteking in derde wereldlanden. Als neveneffect krijgt zijn ziekte extra aandacht. Het maakt ook duidelijk dat – in lijn met de theorie uit het college – de betrokkenheid/empathie van mensen groter wordt als de fysieke en sociale nabijheid – het identificeren met personen – groter is. Mensen zijn daardoor meer bereid om te helpen. En dat blijkt! Op donderdagavond 22 december was er ruim EUR 3mln opgehaald voor serious request, waarvan ruim 700.000 opgehaald met de actie van Tijn. Het lijkt erop dat het ons meer doet als een Nederlands jongetje dodelijk ziek is en een onbaatzuchtige, pure actie onderneemt, dan de wetenschap dat elke 35 seconden een kind sterft aan een longontsteking in derde wereldlanden. Een  opmerking met eenzelfde strekking wordt door de vrouwelijke reporter gemaakt in de film ‘Shooting Dogs’: ‘de dode Bosnische vrouwen hadden mijn moeder kunnen zijn en hier zijn het maar gewoon dode Afrikanen.’ De TV-crew in de film gaat (daarom) pas naar de school met Tutsi-vluchtelingen als ze horen dat er ook 40 Europeanen aanwezig zijn. 

Andere zaken die mij opvielen en raakten in de film, waren:

  • De verschillende overtuigingen van waaruit je kunt handelen, zoals de priester die bij de vluchtelingen blijft (‘Zoek vervulling in alles wat je doet’; ‘Door opoffering toon je de meeste liefde’) en kinderen helpt bij hun vlucht en Joe die weggaat, omdat hij bang was om te sterven;
  • De dilemma’s, zoals de afweging voor de ouders: wacht je lijdzaam af totdat je gezin gewelddadig wordt afgemaakt of geef je je kinderen een kans om met de priester te vluchten? En hebben ze dan wel een toekomst?
  • Wat zou er gebeurd zijn als het mandaat van de VN niet zo strak (vrede monitoren i.p.v. vrede afdwingen; alleen schieten als er op je geschoten wordt) was geweest? En zouden de Tutsi ook in de scholen en kerken zijn komen schuilen als ze wisten dat het mandaat zo strak gehandhaafd zou worden, waardoor ze op een presenteerblaadje zouden worden gegeven?
  • Wat is de definitie van genocide? “How many acts of genocide are necessary to speak of genocide?”
  • Waarom heeft de VN niet ingegrepen? Welke belangen speelden daarbij mee? Dachten ze dat het probleem op deze manier vanzelf werd opgelost, net zoals bij de moslim-enclave in voormalig Joegoslavië? …?
Ten slotte wil ik de informatie die ik had gevonden op het internet (Hutu als oorspronkelijke bewoners en minderwaardig aan de Tutsi tot de staatsgreep in 1973) nog vergelijken met de inleidende tekst bij de film (de Hutu hebben de Tutsi 30 jaar lang onderdrukt): afhankelijk van hoever je terugkijkt in de geschiedenis kun je de sympathie van de lezer/kijker beïnvloeden. Het lijkt erop dat de filmmakers wilden dat de kijker sympathie had voor de Tutsi en hen zag als de slachtoffers. Zij waren in 1994 ook duidelijk slachtoffer van de genocide – dat wil ik ook zeker niet ontkennen –, maar als je naar het verloop van de geschiedenis sinds de 15e eeuw kijkt, kun je de Hutu ook als slachtoffers zien en in bijvoorbeeld 1933 waren de Hutu het minderwaardige volk. Ook de daders en misdaden veranderen in de tijd. Tussen 1900 en WOII waren de Duitsers en Belgen degenen die de discriminatie invoerden en in stand hielden en bij de genocide van 1994 waren de Hutu de daders die de machetes oppakten. Als omstanders kun je de blanken en de VN zien. De Belgische VN-soldaten ter plaatse zijn m.i. zowel omstanders als slachtoffers van het beleid van de VN, omdat ze niet mochten ingrijpen.

Kortom: het is wederom belangrijk me bewust te blijven van de nuance, het is vaak niet zo zwart/wit als je je er eenmaal in gaat verdiepen en informatiebronnen zijn nooit geheel objectief en vertellen vaak – bewust of onbewust – niet het gehele verhaal.
Feit blijft dat genocides in het verleden (o.a. Armenië (1915), WOII, Cambodja (1975-1979), Rwanda (1994) en het voormalig Joegoslavië (1985-1995)), de huidige genocides – die misschien nog niet zo mogen worden genoemd, omdat er dan moet worden ingegrepen – en de toekomstige genocides veel mensenlevens hebben geëist en zullen eisen. Het einde lijkt helaas niet in zicht…

Annemiek Schramade