04-11-16

Koningshuis, (V)verzet en De Uitvinder - november 2016.



1 november staat in het teken van het verzet en de voorstelling de Uitvinder. Allereerst staat het koningshuis en het verzet op het programma. We hebben natuurlijk al basiskennis opgedaan door de boeken die we moesten leren voor de eerste literatuurtoets, de plenaire bijeenkomsten en de bezoeken in den landen. Zo leerden we het verschil tussen passief (wijdverbreid, vanaf vroeg in de oorlog en geuit door bijvoorbeeld het planten van oranje bloemen) en actief verzet (aarzelend op gang en amateuristisch met als uitingen bijvoorbeeld: de illegale pers, helpen van de Geallieerden door militaire spionage, hulp aan onderduikers, ontsnappingsroutes, sabotageacties, gewapende overvallen op distributiekantoren, bevrijdingsacties, stakingen). Ook werd ons duidelijk dat het verzet te laat op gang kwam om de Joodse deportaties te voorkomen of in ieder geval aanzienlijk te vertragen. Daarnaast zorgde niet alleen de verzuiling tot versnipperd verzet in verschillende groepen, maar ook de verschillende organisaties, die moesten gaan samenwerken onder de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) o.l.v. Prins Bernhard. De BS en het militair gezag o.l.v. Generaal Kruls hielden de OD klein en behandelden de ontheemden (ongeveer 2mln personen) kil en onpersoonlijk. Als er al sprake was van een romantisch beeld bij het verzet in Nederland, is dat al de grond in geboord… Hopelijk wordt mijn kennis over het verzet in Nederland aangevuld, zodat ik het kan gebruiken bij mijn onderzoek naar de onderduik- en verzetstijd van mijn opa in Kaatsheuvel.

Wim heeft inderdaad heel veel informatie gegeven. Het wellicht nog romantische beeld over Wilhemina en Bernhard als bevrijders van het vaderland heeft hij goed weten te nuanceren door mythes te ontkrachten en (verborgen) agenda’s van de verschillende partijen te belichten. De manier waarop hij het verzet besproken heeft, kun je ongenuanceerd of eenzijdig belicht noemen. Door echter m.n. het gewapend verzet te bespreken, laat hij m.i. de minder deugdzame kant zien. En dat mag ook wel een keer gebeuren. Zoals de dochter van meester Lok – slachtoffer van een Silbertanne moord (moord op iemand met gezag als represaille) – aangeeft: ‘Waarom wordt gewapend verzet als èchter/belangrijker verzet gezien dan ongewapend verzet?!’. Het gewapende verzet vormt ook het beeld van de Nederlanders d.m.v. films als Oorlogswinter, Soldaat van Oranje en Zwartboek. Juist door de verschillende verhalen van het gewapende verzet te bespreken, worden ook de (ernstige) gevolgen zichtbaar, wordt de eigen verheven wereld waarin deze verzetsleden leven belicht en wordt je je bewust van de vreemde, naïeve, egocentrische, opportunistische denkwijze van deze mensen.
De verhalen over de moorden op Felix en Kitty na WOII, o.b.v. verdenkingen i.p.v. bewijzen door het verzet/de knokploegen, vond ik een eye-opener. Ik was me niet bewust van het feit dat het verzet/de KP eigen rechter bleef spelen na de oorlog. Het is gewoon een criminele organisatie te noemen, geleid door eigen gewin in plaats van het landsbelang. Dat bleek ook uit de documentaire ‘Nooit meer laf’ (met o.a. de dochter van meester Lok), waarin de hoofdpersoon Gerrit van de KP in Meppel aangeeft dat hij zich verheven voelde t.o.v. de grijze massa. Hij besloot – na te zijn gewaarschuwd voor een controle – om zich samen met zijn kameraden ‘er doorheen te schieten’ i.p.v. om te rijden (wat niet eens in hem was opgekomen). Het gevolg was een dode NSB’er en een Silbertanne moord op meester Lok. 

Hij geeft zelf aan dat hij en de NSB’er met wie hij in deze documentaire sprak ervoor gekozen hadden om te doen wat ze hebben gedaan. Maar hij was toch nog steeds onderdeel van het verzet als ze waren omgereden? Dat is toch ook een keuze?! En is het ergens niet vreemd dat deze NSB’er die – naar eigen zeggen – niemand heeft vermoord in de oorlog tot de dag van vandaag wordt veracht voor de keuze die hij maakte om bij de NSB te gaan, terwijl Gerrit meerdere mensen heeft vermoord – waarschijnlijk niet altijd o.b.v. bewijs en met represailles op onschuldige mensen als gevolg – en wordt gezien als oorlogsheld? Wat is goed en wat is fout….

Over de voorstelling De Uitvinder vond ik – ter voorbereiding – het volgende in een persbericht op internet (als ik de juiste heb):

Als het verzonnen was, zou niemand het geloven. Maar het is echt gebeurd. De werkelijkheid kan fantastischer zijn dan de verbeelding. Frederik & Galama laat het bizarre levensverhaal van Nobelprijswinnaar Fritz Haber zien. En dat op locaties met de sfeer van het begin van de vorige eeuw. Deze joods Duitse chemicus is de uitvinder van de kunstmest, maar ook de ontwikkelaar van het eerste massavernietigingswapen: het gifgas. Hij was degene die het in de Eerste Wereldoorlog voor elkaar kreeg om met dat gas in enkele uren vijfduizend soldaten ‘onschadelijk’ te maken.

Hoe is het mogelijk dat iemand zonder ooit gewetenswroeging te krijgen jaren werkt aan een manier om binnen de kortste tijd, zo goedkoop mogelijk zoveel mogelijk mensen om te brengen. Over die dilemma’s gaat De Uitvinder. Dat doet denken aan Auschwitz... Maar dat is een ander verhaal. Of toch niet?

Deze tekst maakt me erg nieuwsgierig naar de voorstelling. Je zou bijna denken dat deze Joodse man een vernietigingsmethode heeft bedacht die door de Duitsers is ‘doorontwikkeld’ tot de gaskamers waarin andere Joden (misschien de Joodse uitvinder zelf wel?!) aan hun einde zijn gekomen.
Tijdens het zien van de voorstelling blijkt dat ik inderdaad het juiste bericht van internet had geplukt en na het zien van de voorstelling blijkt dat mijn verwachtingen niet eens zo ver van de waarheid liggen: deze Joodse uitvinder was niet alleen de uitvinder van de kunstmest en het gifgas, maar ook de uitvinder van Zyklon-B om ratten te verdelgen. Hij heeft niet meer meegemaakt dat het gebruikt is in de vernietigingskampen, omdat hij voor die tijd is overleden. De voorstelling was erg indrukwekkend, omdat de speler alle rollen op zich nam en het vanuit allerlei perspectieven belichtte. Het decor was eenvoudig, maar precies goed om zijn woorden te ondersteunen. Wat ik ook erg mooi vond was dat hij het – op middelbare scholen in m.n. Vlaanderen, omdat daar WOI veel meer leeft dan in Nederland – combineert met een tribunaal om de schuldvraag omtrent deze uitvinder te bepalen. In eerste instantie bevinden ze hem dan allemaal schuldig, maar naarmate ze meer informatie verkrijgen, wordt het beeld/ de veroordeling genuanceerder. Dit komt m.i. overeen met de rode lijn van deze dag en eigenlijk de gehele minor: hoe meer je weet, hoe genuanceerder je beeld en mening wordt. Niets is echt zwart en wit of goed en fout! 

Annemiek Schramade