18-11-16

First Kill - november 2016



Op basis van het vorige college over de duivelse transitie, heb ik natuurlijk al enigszins een beeld bij de documentaire ‘First kill’, waarin Billy vertelt over de tijd dat hij soldaat was in de Vietnamoorlog en 36 mensen heeft gedood. Tot dat moment was mijn – beperkte – beeld gebaseerd op films en series, zoals Tour of Duty en Apocalypse Now. Die laatste film heb ik eerlijk gezegd nooit afgekeken door de trage voice over van Michael Herr. Ondanks dat dezelfde Michael Herr voorkomt in de documentaire, wordt een boeiend beeld geschetst van de VS-soldaten – niet alleen van Billy – in de Vietnamoorlog. Zaken die mij aanzetten tot nadenken zijn:

  • ‘De media verkortten de oorlog niet, maar verlengden de oorlog.’ 
  • Jonge mannen wilden er graag bij zijn en gingen vrijwillig in dienst. Billy ging naar Vietnam om erkenning te krijgen van zijn ouders.
  • ‘Je overlevingsinstincten komen terug t.b.v. persoonlijk overleven: zicht, gehoor, gevoel wordt beter/intenser.’
  • ‘Je first kill is vreemd, maar die daarna voelden goed/ een rush beter dan seks of drugs.’ Het lijkt wel een verslaving te worden!
  • Als de soldaten weer terug in de VS komen, merken ze dat hun daden en gevoelens niet passen in de maatschappij van de 10 geboden en normen en waarden. Verder worden ze niet als helden gezien, omdat de publieke opinie is gedraaid en ze de oorlog niet hebben gewonnen.
De soldaten lijken in een eigen wereld te hebben geleefd, waarbij de groep extra belangrijk was geworden. Wim had voorafgaand aan de documentaire al aangegeven dat juist in een oorlogssituatie het groepsgevoel erg belangrijk is door de isolatie, het vreemde land en het feit dat de enige sociale steun en contacten binnen de groep te vinden zijn. Het feit dat het geweld zo excessief was, is o.a. te verklaren door hun referentiekader (doden is geen misdaad, doden van burgers is geen misdaad, racisme in de VS, persoonlijke aanleg?, onzekerheid (guerrilla en land is nieuw/vreemd) en formele banden) en de uitgangspunten van de VS in Vietnam: i) bodycount (aantal dode ‘tegenstanders’ is bewijs militair succes, zwangere vrouw telt dubbel); ii) search & destroy tactiek (alle vijandige zaken opsporen en vernietigen; elk dorp is verdacht, dus wordt volledig vernietigd); en iii) free fire zones (zones waarin iedereen die er komt, wordt neergeschoten; zones waren alleen niet gecommuniceerd aan de burgers). Er werd ook geen onderscheid meer gemaakt tussen burgers en vijanden, want iedereen zou een vijand kunnen zijn. Op deze manier werd de vijand getotaliseerd en waren mannen, vrouwen en kinderen slachtoffer als ze op het verkeerde moment op de verkeerde plaats waren. Bij het gebruik van ontbladeringsmiddel (agent orange) en napalm om overzicht te krijgen in het oerwoud werd dus ook geen rekening gehouden met de mogelijkheid dat er onschuldige mensen het slachtoffer zouden kunnen worden, want in hun ogen waren er geen onschuldige mensen.

Dit doet helaas denken aan de werkwijze van de Einsatzgruppen t.o.v. de Joden...

Dit college herinnert mij aan het boek ‘Lord of the Flies’ van William Golding. Dat komt mede door het in de documentaire meermalen gebruikte beeld, waarin een varken door zijn hoofd wordt geschoten. Dit lijkt op de afbeelding op het boek, een varkenskop op een stok:
Daarnaast is er in het boek ook sprake van een hele eigen wereld, waarin het groepsproces wordt beschreven en duidelijk wordt dat – in dit geval – ook 12-jarige jongens moordenaars kunnen worden.
Goed en kwaad is in iedereen aanwezig. Je individuele geweten stuurt je bij het maken van de juiste keuzes. Het individuele geweten wordt echter opgeheven door de groep. De groep ondermijnt de remming op agressie en brengt een individu in de anonimiteit. Volgen is dan  gemakkelijker dan ertegen in gaan.

Annemiek Schramade