10-11-16

Een Duivelse transitie - november 2016.



Bij de titel van het college, gingen er allerlei gedachten door mijn hoofd. Ik dacht bijvoorbeeld aan Sophie’s choice: een vrouw in Auschwitz die onder druk moet kiezen tussen het leven van haar dochter of haar zoontje. Degene die ze kiest mag dan voorlopig nog in leven blijven en de ander gaat gelijk de gaskamer in. Dit lijkt echter meer een duivels dilemma dan een duivelse transitie, aangezien een transitie een ‘structurele verandering is, die het resultaat is van op elkaar inwerkende en elkaar versterkende ontwikkelingen op het gebied van bijvoorbeeld economie, cultuur etc.’ Wellicht dat het college gaat over hoe iemand verandert door het maken van deze keuze of hoe iemand moet veranderen voordat hij iemand anders zo’n keuze oplegt. Ik ben benieuwd…. Mijn laatste inschatting lijkt niet eens zo ver van de inhoud van het college. Christophe Busch (Kazerne Dossin, Mechelen) heeft op een indrukwekkende manier uiteengezet hoe het mogelijk is dat in WOII zoveel excessief geweld werd gebruikt, zonder dat het te verklaren is doordat de daders allemaal psychopaten waren. Er moet dus iets gebeurd zijn in de samenleving waardoor dit excessieve geweld te stand kwam. Hij geeft aan dat collectief geweld wordt gepland, uitgedacht, voorbereid etc. waarbij mensen in de verschillende rollen en functies (segmentering) moeten evolueren. Deze evolutie naar extreme gewelddaden is de duivelse transitie. Deze duivelse transitie moet je begrijpen om te kunnen ingrijpen en het extreme geweld te voorkomen.
Het is natuurlijk erg confronterend om te ontdekken dat eigenlijk iedereen deze duivelse transitie kan doormaken en dat de mensen die het kwade werk doen ook dezelfde banale dingen doen die wij ook doen (zie het fotoboek van Höcker in Auschwitz als de banaliteit van het kwaad). Door ons kort te laten kijken naar de afbeelding met duiveltjes/vleermuizen en engeltjes en ons te laten vertellen wat we zagen, maakte Christophe ons duidelijk dat bij daders alleen het slechte wordt gezien en niet het goede van deze persoon. Dit verklaart de dominante verklaring: een dader is alleen slecht en wij zijn met z’n allen alleen goed (zwart/wit), terwijl de waarheid duidelijk genuanceerd is. Maar hoe komt het dat mensen uiteindelijk extreem geweld gaan gebruiken? Wat zijn de beïnvloedende actoren binnen de daderpsychologie? Achtereenvolgens werden behandeld:

  • de dader: welk referentiekader heeft de dader en door welke bronnen wordt dit beïnvloed? O.a. het boek ‘Hitlers gewillige beulen’ van Goldhagen wordt hierbij aangehaald, waarbij de opgebouwde haat tegen Joden als verklaring wordt aangedragen voor het extreme geweld. Het lijkt alleen niet de enige verklaring te kunnen zijn, omdat de haat tegen een ander volk niet overal tot extreem geweld leidt. Ook de neutraliseringstechnieken van Sykes en Matza worden doorgenomen. Deze technieken hebben we allemaal in ons (goed praten/herinterpreteren van situaties in ons eigen voordeel), maar in mindere mate, omdat we ons niet in een destructieve omgeving bevinden;
  • de dadergroep: kameraadschap/ band of brothers wordt verklaard d.m.v. het feit dat iedereen ergens bij wilt horen en o.b.v. de biologie/ het knuffelhormoon oxytocine. Hierbij wordt het boek van Browning ‘Ordinairy men’ behandeld, waaruit blijkt dat het 101ste RPB een merkwaardige groep is qua samenstelling, maar toch 38.000 executies heeft uitgevoerd. Het wordt in het boek verklaard door destructieve conformiteit en de verklaring wordt gezocht in de experimenten van Asch (groepsdruk) en Milgram (dynamiek van gehoorzaamheid)
  • dictatoriale systemen: ook hier gaat het experiment van Milgram op door de gehoorzaamheid aan de autoriteit/ de verschoven verantwoordelijkheid. Pas als er twee autoriteiten zijn met een verschillende mening (je mag wel/niet stoppen) kiest de (proef)persoon voor stoppen. Dat is dus lastig in een omgeving met een absolute leider.

Uit het gevangenisexperiment van Stanford blijkt dat er een indeling is van 30% sadisten, 50% rechtvaardigen en 20% goede cipiers. Deze indeling blijkt overeen te komen met het 101ste RPB en de autobiografie van Höss;
Uit het gevangenisexperiment van Stanford blijkt dat er een indeling is van 30% sadisten, 50% rechtvaardigen en 20% goede cipiers. Deze indeling blijkt overeen te komen met het 101ste RPB en de autobiografie van Höss;
  • de slachtoffers: net als bij gepeste kinderen, worden bepaalde bevolkingsgroepen o.b.v. bepaalde patronen als eerst gekozen 
  • de omstanders en het omstandereffect: d.m.v. filmpjes wordt aangetoond dat de psychologie van de omstanders bepaald wordt door i) empathisch ongemak (wegkijken is gemakkelijker); ii) schuldgevoelens/directe angst en iii) just world fenomeen (waar rook is, is vuur).

Het college wordt goed samengevat in de volgende figuur:



Daarin wordt duidelijk hoe mensen getraind worden en welke fasen zij geleidelijk doorlopen om de duivelse transitie te volbrengen. Kortom: ‘de zekerste weg naar de hel is de geleidelijke weg die zachtjes helt, goed begaanbaar, zonder scherpe bochten, zonder mijlpalen, zonder waarschuwingstekens.’

Annemiek Schramade