17-10-16

Kamp Westerbork - oktober 2016



Op 12 oktober hebben we in een auto met vijf personen de weg afgelegd van Houten naar Westerbork. Wij hadden na ruim 1,5 uur al een hard aanvoelend zitvlak, terwijl we stoelverwarming en lederen bekleding hadden. Laat staan hoe de mensen zich voelden nadat ze een tijd langer en veel minder comfortabeler in een goederenwagon de weg naar Westerbork hadden afgelegd! En wij wisten min of meer wat we konden verwachten en wisten dat we aan het eind van de dag weer dezelfde weg terug zouden afleggen. Hun toekomst was onbekend. Op onze lange weg werd wel erg duidelijk op wat voor een afgelegen plek we zouden komen: het aantal huizen en auto’s nam zinder ogen af. Op de plek zelf zijn de bomen die er nu staan eigenlijk misleidend. Het lijkt daardoor namelijk een erg vruchtbare en liefelijke plek, terwijl het destijds een kale, stoffige plek was.
Na een opwarmende kop koffie, werden we door onze gids voor een presentatie uitgenodigd. Hij vertelde o.a. het verhaal van de Amsterdamse Jules Schelvis en zijn jonge vrouw Rachel, die elkaar voor hun huwelijk spiegeltjes hebben gegeven met hun foto erop. Op 1 juni 1943 worden ze via Westerbork met 3000 personen naar Sobibor getransporteerd. Uiteindelijk is hij de enige overlevende van die 3000 personen. In Sobibor weet hij zich in een werkploeg te praten, waardoor hij wel – en zijn vrouw en schoonfamilie niet – dit vernietigingskamp overleefd. Uiteindelijk belandt hij in Auschwitz, van waaruit hij deelneemt aan de dodenmars. Deze voettocht gaat in 1944 via Oostenrijk naar de grens van Duitsland, omdat de Geallieerden dichtbij Auschwitz kwamen. Uiteindelijk wordt hij bevrijd door de Russen en verliest hij zijn spiegeltje. Hij is één van de 5000 Joodse overlevenden (en zijn vrouw één van de 102.000 vermoordde Joden) en is pas onlangs overleden. Dit is één van de verhalen die deze dag worden verteld. De andere gaan over Sonja (ontsnapt via een gat in de treinwagon); Machieltje (een te vroeg geboren jongentje, voor wiens genezing kosten noch moeite waren bespaard, waarna hij op transport is gesteld, zijn dood tegemoet), Roos Horneman-Liverpoll (gastspreker en pas tot spreken in staat vanaf het moment dat ze weer terugging naar de kampen waar ze opgesloten zat; zij zat op hetzelfde transport als Marion Blumenthal en haar moeder overleed in dezelfde plaats als de vader van Marion (Tröbitz) en Anne Frank (na het verraad kwam zij met haar familie in de strafbarakken terecht en moest ze werken in een barak om batterijen uit elkaar te halen voordat ze op het laatste transport uit Westerbork werd gezet). Wat me bijblijft van dit alles is de schijnwerkelijkheid die Gemmeker in stand hield. Dit werd al duidelijk door de documentaire van Rob Trip over de Westerborkfilm, maar door de verhalen (m.n. over Machieltje) wordt deze manipulatieve en tot in de puntjes doordachte strategie van schijnwerkelijkheid nog duidelijker. Je gaat bijna begrijpen waarom Joodse gevangenen voor Gemmeker hebben getuigd bij zijn proces. Met de kennis van nu lijkt het me echter heel erg sterk dat hij niet wist dat de transporten tot de directe of langzame dood van de inzittenden zou leiden…
Het lijkt me lastig om deze werkwijze m.b.v. schijnwerkelijkheid duidelijk te maken aan leerlingen in de bovenbouw van de basisschool. Voor die leeftijd zul je op een ander niveau moeten insteken. Voor een bezoek aan dit kamp, zou ik – hier komt ie weer! – het boek ‘Groeten van Leo’ voorlezen, waarna ik de leerlingen d.m.v. een webwandeling kamp Westerbork zou laten leren kennen: barak 66 waarin hij verbleef (met vele anderen), de barak met de eensgezinswoningen, de school waar hij heen ging, de hoeveelheid voedsel die hij per dag kreeg, de spullen die hij bij zich had. Kortom: hoe zag zijn dag eruit en wat was zijn leefwereld? Vervolgens zou ik met de leerlingen de Leo Meijer speurtocht doen in het museum. Tenslotte bezoeken we dan het kampterrein met een gids die zich richt op de leerlingen en hun leefwereld. Ik hoop echter dat er tegen die tijd meer barakken staan. Ondanks dat onze gids aangeeft dat ze niet snel zullen kiezen voor een ingerichte barak, zou ik dat wel adviseren. Hij gaf aan dat de oudere generatie dat een circus noemt, maar hij zei ook dat ze de kinderen en de jeugd willen aanspreken. Aangezien deze doelgroep nog maar moeilijk abstract kan denken, moet je m.i. juist een ingerichte barak neerzetten, zodat ze zich kunnen inleven en op deze manier een optimale leerervaring kunnen opdoen. Een begin is natuurlijk al gemaakt met de treinwagons en het geconserveerde huis van Gemmeker. Ik vind het echter wel bizar dat onder de overkapping van het huis van Gemmeker nog een toneel is gebouwd. Hoewel… wellicht is het juist logisch dat de achtergevel van het huis van degene die de grootst mogelijke schijnwerkelijkheid in standhield, plaats biedt aan andere toneelspelers….

Annemiek Schramade