11-10-16

Amsterdam - oktober 2017



Om eerlijk te zijn heeft het even geduurd voordat ik het verslag en reflectie van de dag in Amsterdam op papier kreeg. Dat kwam niet omdat ik alles extra op mij moest laten inwerken, maar omdat ik juist het gevoel heb dat het veel minder met me doet dan ik had verwacht. Niet dat het niet interessant was, maar het raakte me minder dan de andere bezoeken. De oorzaken daarvoor komen tijdens de beschrijving van de bezoeken vanzelf naar boven en startte met het feit dat ik de schouwburg veel kleiner vond dan ik me had voorgesteld o.b.v. de verhalen die ik erover gelezen had (o.a. als onderdeel van het boek ‘Groeten van Leo’ van Martine Letterie). Vervolgens kregen we een presentatie van iemand van het Joods Kwartier (1 km2 met de Hollandsche Schouwburg, Joods Historisch Museum, Nationaal Holocaust Museum en de Portugese Synagoge) met een korte geschiedenis van de Joodse gemeenschap in Europa en hun diversiteit. Het schilderij dat daarbij werd gebruikt was een mooi hulpmiddel, maar daar had wat langer bij mogen worden stilgestaan. Het zelfde geldt voor de ‘stippenkaart’ van Amsterdam waarop één stip staat voor 10 Joden in een bepaald woonblok. Het was nu wat algemeen en niet zo persoonlijk (op de woonplaats van Anne Frank na). Het zou mooi zijn geweest als er meerdere persoonlijke verhalen waren gebruikt. De ooggetuigenverklaring van een niet-Joods meisje dat vanuit haar huis in de binnenplaats van de Hollandsche Schouwburg kon kijken was indrukwekkend, omdat ze het vertelde zoals ze het toen beleefde. Ze zag haar vriendin op die binnenplaats en kon met haar praten en zette haar op de foto (daar werd later nog naar teruggepakt en was te zien op de binnenplaats), maar zou nog meer indruk hebben gemaakt als er meer over het gezin van die Joodse vriendin bekend was en zou worden gedeeld. Uit welke wijk kwamen zij? Hoe zag dat gezin eruit? Etc.  
Ik werd gewoon niet opgezogen in de ‘belevenis’. Wat niet mee hielp is dat de schouwburg niet meer was zoals in WOII. De symboliek van de architect was mooi, maar zorgt ervoor dat je je minder kunt inleven en dat is toch al lastig. Ook ontbraken er foto’s van hoe het was om opgesloten te zitten in de schouwburg. En als het voor mij al lastig is, lijkt het me voor leerlingen in de romantische fase heel lastig. Met leerlingen in deze basisschoolleeftijd zou ik weer kiezen voor een aflevering van 13 in de oorlog en vervolgens zou ik het boek van Martine Letterie ‘Groeten van Leo’ voorlezen en d.m.v. een webwandeling duidelijk proberen te maken op welke plekken hij is geweest en hoe dat eruit zag. Vervolgens zou ik een kort bezoek brengen aan de schouwburg om duidelijk te maken hoe Leo daar met zijn ouders zat. Als verwerkingsopdracht zou ik ze een tekening laten maken van het bezoek. Dat kan dan hele diverse zaken opleveren, want de ene tekent uit gevoel en de ander heel feitelijk. Of ik het verhaal van de crèche en de ontsnappingen zou opnemen in mijn lessen, laat ik afhangen van de leeftijd van de kinderen en of het kinderen zijn die het gelijk op zichzelf gaan betrekken. Dat laatste doe ik vooral sinds ik zelf kinderen heb.
Het feit dat de kinderen tot 12 jaar in de crèche werden ondergebracht en dus gescheiden van hun ouders deportatie afwachtten, vind ik persoonlijk het hefstigste van deze herdenkingsplek/ een schakel in de vernietiging. Het gezin werd verteld dat ze weer samengebracht zouden worden als ze op transport zouden gaan, maar ik kan me voorstellen dat dat ook onzeker was. Ik moet er niet aan denken dat ik in die tijd (als we Joods waren) samen met mijn man in de schouwburg zouden moeten zitten zonder te weten wat de toekomst zou brengen en zonder onze kinderen, omdat zij (10, 7 en 3 jaar oud) in de crèche zouden zitten. Laat staan dat ik zou weten wat te doen als één van de leidsters van de crèche zouden komen vragen of ze onze kinderen mochten laten onderduiken, omdat dat natuurlijk ook veel onduidelijkheid zou opleveren: ‘waar komen ze terecht?’, ‘kunnen ze samen blijven?’, ‘zien we ze dan nog wel ooit terug?’ etc. Aan de andere kant zou je op transport wel samen blijven, maar die toekomst was ook onzeker, ook al hoopte je dan – misschien tegen beter weten in – dat je het zo samen zou kunnen overleven. Dit heb ik allemaal zelf door mijn hoofd laten gaan, maar het was één van de verhalen die vandaag teveel als bekend werd verondersteld, waardoor het te summier werd belicht en je niet meegezogen in het verhaal. Feit blijft dat ik me nog afvraag of ik de film over Süsskind ga kijken…
Na de Hollandsche Schouwburg, stond het verzetsmuseum op het programma. Na het lezen en samenvatten van de website was ik in verwarring gebracht, omdat het meer een museum leek dat WOII in Nederland belicht met het verzet als klein onderdeel. En juist over het verzet wil ik meer weten i.v.m. het onderzoek. Helaas is de verwarring niet omgezet naar verrassing: het museum gaat inderdaad maar een minimaal deel over het verzet en veel over WOII in Nederland. De naam van het museum dekt m.i. niet goed de lading. Ook de rondleiding was erg algemeen en veel wisten we al door de boeken die we voor de toets moesten lezen (dat leverde ons wel weer complimenten op van de gids). Helaas werd er niet ingegaan op de educatieve programma’s behalve dan het introductiefilmpje en het verwijzen naar het verzetsmuseum junior. Daar hadden ze m.i. nog wat meer op in kunnen gaan, bijvoorbeeld door aan te geven hoe je dat kunt gebruiken. Ik ben ook nog even door het junior verzetsmuseum heen gelopen en ik zal er zeker met mijn kinderen heengaan. Het wordt daar erg tastbaar gemaakt hoe het is om een kind te zijn van een NSB-er, een verzetsman, een Joods kind te zijn of een ‘normaal’ kind en sluit zo goed aan op 13 in de oorlog. Voor leerlingen in groep 6-8 van het PO is dat erg passend. Ze kunnen in het huisje van elke kind rondlopen en dingen aanraken en zo bijvoorbeeld de onderduikplek van twee oudere broers ontdekken die niet willen gaan werken in Duitsland. Ik zou eerst de filmpjes op de website met de leerlingen bekijken en bespreken en vervolgens het junior verzetsmuseum bezoeken. Ik zou een speurtocht voor ze maken, zodat ze alle zaken bekijken om ze een goed beeld te laten krijgen van de verschillende rollen en zo ook de nuances. Als verwerkingsopdracht laat ik ze in tweetallen kiezen uit: het maken van een quiz, het maken van een tekening, het schrijven van een verhaal (bijvoorbeeld ‘een dag uit het leven van…’), het schrijven van een lied of rap. Op deze manier kunnen ze het op eigen wijze verwerken en worden verschillende intelligenties van Gardner (1983) aangesproken.
Het was zeker geen nutteloze dag, maar mijn persoonlijke opbrengst (ik blijf toch econoom) viel tegen, ondanks een aantal memorabele momenten: i) me – wellicht iets te veel – inleven in de situatie met mijn eigen gezin in de schouwburg; ii) de tastbaarheid van het (verzets)museum junior; en iii) twee mogelijk interessante boekjes over het verzet in het algemeen en in Noord-Brabant en een overzicht met de verzetsleiders, welke ik hopelijk kan gebruiken voor mijn opdracht.  

Annemiek Schramade