29-09-16

Kamp Amersfoort - september 2016



Dinsdag 27 september stond het bezoek aan kamp Amersfoort op het programma, met inleidend de lezing van Cees Biezeveld. Hij was 16 jaar portfeuillehouder Kamp en woonachtig op het terrein van de politieschool die gesticht is op het terrein van Kamp Amersfoort. De lezing was erg inspirerend, waardoor de tijd voorbij vloog. Hij vertelde de grotere context van het kamp (de oorlog en zijn spelers, de oorsprong van het kamp en het gedrag van de Nederlanders en de Duitsers), waardoor de bewoners (gevangenen en bewakers) van het kamp en de omstandigheden ook meer tot leven kwamen:
  • de eerste gevangenen kwamen uit de gevangenis in Scheveningen en Schoorl;
  • verder zaten er gevangenen met tijdelijke straffen (bijvoorbeeld een straf van 3 maanden kamp Amersfoort uitzitten voor het zeggen van ‘Oranje boven’), verzetsmensen, gijzelaars (opgepakt na een verzetsactie, op wie vergeldingsacties kunnen worden ondernomen), Joden (die 3-6 maanden strafkamp als straf kregen na overtredingen van de regels (bijvoorbeeld het niet inleveren van je fiets) en, indien nog in leven, vervolgens doorgestuurd werden (via Westerbork) naar Duitsland) en VS-staatsburgers in Nederland na de deelname van de VS aan WOII;
  • naar Duits gebruik hadden ze hier de voormannen: de gevangenen met privileges als ze hun medegevangenen maar in bedwang wisten te houden;
  • het kamp werd geleid door de SD (‘het tuig van het tuig’) en de buitenbewaking was in handen van de SS (met het opleidingscentrum voor Nederlandse SS-ers om de hoek; zonen van NSB-ers; ontslag was niet mogelijk!);
  • Kamp Amersfoort was: geweld van begin tot het eind, honger, nooit weten waar je aan toe was, niets mogen vertellen over het kamp en manipuleren van de gevangenen.

Gelukkig was er de hulp van Loes van Overeem, die toegang wist te krijgen (net als in Vught en de gevangenis van Breda) om voedselpakketten (soms wel 4000-6000 per week) af te leveren. Niet alleen op deze wijze wist ze levens te redden, maar ook door gevangenen naar de quarantainebarak door te verwijzen (daar waar de Duitsers niet durfden te komen) en mensen naar buiten te smokkelen. Op 19 april 1945 was zij degene die het kamp overnam van de Duitsers en tot de bevrijding op 7 mei als ware enclave in stand te houden. Tegen die tijd was het hele kamp op orde, de gevangenen gewassen, ontluisd en voorzien van schone kleren. Kortom: lichamelijk klaar om naar huis te gaan. Jammer dat deze daden vervolgens niet de waardering lijken te hebben gekregen die ze verdienen. Ze had immers geen boekhouding bijgehouden (dus hoe kwam ze aan de spullen?!) en had als enige toestemming gekregen om het kamp te betreden tijdens de oorlog (hoe heeft ze dat voor elkaar gekregen?!).

Niet alleen bij het verhaal over Loes van Overeem blijft het gevoel van onrechtvaardigheid en oneerlijkheid bij mij hangen. Zonder het te willen laten overkomen als een negatieve lezing, was het wel duidelijk dat Cees erg betrokken is bij Kamp Amersfoort en begrijpelijkerwijze verontwaardigd is over het feit dat Kamp Amersfoort niet de aandacht krijgt die het verdient (blijkbaar was het niet zo gek dat mijn kennis over het kamp zo beperkt was). Daarnaast was ik me – waarschijnlijk ietwat naïef – niet bewust van de discussies tussen de verschillende oorlogsmonumenten over welk monument het belangrijkst is. Ik dacht dat het zeker na een oorlog als de tweede wereldoorlog zou gaan over hoe het feitelijk is gebeurd. Dat het gaat m.i. om de slachtoffers (en hun verhalen) en niet om de aantallen. Ik krijg bijna het idee dat een kamp in importantie stijgt naarmate het meer doden heeft moeten begraven en naarmate er meer Joden hebben gezeten. Ik weet dat ik me nu op glad ijs begeef, terwijl dat niet mijn bedoeling is. Volgens mij kunnen de verhalen van àlle mensen verteld worden: onafhankelijk uit welk land ze afkomstig zijn, onafhankelijk tot welk volk/ras ze behoren en onafhankelijk van hun geloof. Wat maakt het uit dat de eerste trein naar Auschwitz is vertrokken vanuit Amersfoort met 333 Joden om op de weg ernaar toe in Westerbork nog meer Joden op te halen? Is het niet al erg genoeg dat het gebeurd is? Laten we dan ook gewoon vertellen hoe het werkelijk is gebeurd of is het een ‘eer’ om de eerste trein met Joden te hebben laten vertrekken?! 

Door deze lezing was ik niet alleen qua kennis beter voorbereid op het bezoek, maar ik was ook beter bedacht op het feit dat iedereen een eigen versie heeft van de waarheid en dat de daadwerkelijke waarheid daar ergens tussenin ligt. Het gaat dus wederom om nuance.
Ook deze plek van herinnering lag mooi tussen het groen met – in ons geval – een najaarszonnetje erop. Het is moeilijk voor te stellen dat het hier kaal en zanderig was op het moment dat Kamp Amersfoort in bedrijf was. De uitgehongerde, zieke, kaalgeschoren gevangenen die daar tussen de barrakken door het stof liepen in hun niet passende oud-uniformen van het Nederlandse leger (die lagen nog in het kamp toen het in gebruik werd genomen door de Duitsers) met de vlekken veroorzaakt door en het registratienummer van de vorige gebruikers er nog op en op niet passende klompen…
Na het verwerken van deze eerste indrukken hebben we de vitrines met persoonlijke eigendommen van gevangenen bekeken. Onder deze eigendommen waren ook eigendommen van de overgrootvader van Amber, die het kamp uit waren gesmokkeld. Dat maakt het toch weer tastbaarder.

Vervolgens begon de rondleiding met een film met een getuigenverklaring van een vrouw die in het kamp heeft gezeten (vrouwen zaten er zonder nummer, wellicht een verklaring waarom er mensen zijn die ontkennen dat er vrouwen hebben gezeten). Hierdoor krijgen de slachtoffers een gezicht en wordt duidelijk voor welke ‘misdaden’ ze werden opgesloten. Ondanks het trieste verhaal, blijft de gebeurtenis dat ze met Kerst hebben gezongen me bij. Ze had zowaar een glimlach op haar gezicht toen ze het vertelde en ze weet achteraf dat ze daar andere gevangenen een hart mee onder de riem heeft kunnen steken. Alsof ook – of misschien juist dan – in al die ellende de mooie momenten worden gekoesterd, zo ook door de man die met plezier terugkeek op het door de bocht scheuren met een soort treintje met zand. Ik denk ook dat je die mooie momenten – hoe schaars ook – moet koesteren om hoop te kunnen houden op een goede afloop (lees: levend uit het kamp komen). Juist die persoonlijke verhalen van gevangenen en bewakers maakt dat de plek tot leven komt, terwijl we langs de overblijfselen lopen: de bunkercellen (met de ter dood veroordeelden, de vrouwen en de kinderen), de appèlklok, het kantoor van de kampcommandant, de bewakingstoren, de ‘oefenschietbaan’/fusilladeplek, het standbeeld voor de slachtoffers, het lijkenhuisje en het monument. Ook de foto’s en wandschilderingen in het kantoor van de kampcommandant dragen daartoe bij. Doordat er veel verdwenen is, zijn deze verhalen ook nodig, maar het maakt het kamp ook abstract. Je moet als bezoeker veel zelf invullen en dat is voor leerlingen op de basisschool lastiger dan voor leerlingen op de middelbare school of volwassenen. Ik begrijp nu ook waarom er op de website zulke uitgebreide lespakketten staan om in de klas te gebruiken. Op deze manier worden leerlingen (bijvoorbeeld door het lezen van een boek) voorbereid, hun voorkennis op niveau gebracht en hun betrokkenheid opgewekt voor het bezoek aan het Kamp. Wellicht dat er ook filmpjes zijn met getuigenissen van mensen die als kind in het kamp zaten of als kind hebben geholpen bij het verzet rondom het kamp (ik zag een boek in het bezoekerscentrum van een jongen die zijn vader hielp met brieven het kamp in en uit smokkelen als ze goederen het kamp inbrengen, maar de titel is me ontschoten). Zo kunnen ze zich goed inleven in het kind en dus ook in een dergelijke situatie. Waar je wel voor uit moet kijken is dat ze zich ook weer niet te goed in de situatie kunnen inleven. De scheidslijn is nu eenmaal dun. Dat heeft ook weer met nuance te maken, de manier van presenteren/vertellen, waarbij bij mij de waarheid voorop staat, maar je de mate van details moet aanpassen aan je doelgroep.

Het gevoel dat ik had bij vertrek is als volgt samen te vatten: 

  •  ik had een gevoel van onrecht, omdat het verhaal van dit kamp zo relatief onbekend is. Onrecht t.o.v. de slachtoffers, maar ook t.o.v. de daders (niet iedereen is door en door fout, ook daar is sprake van nuance);
  •  ik had ook een gevoel van medelijden met de overlevenden en nabestaanden die hebben meegekregen hoe het kamp is afgebroken, dat er een politieschool op gesticht is (met de bijbehorende mogelijk beangstigende geluiden) en hoe het vergeten/verwaarloosd was;
  • daarnaast had ik een gevoel van teleurstelling, omdat ik me bewust werd van het feit dat, ook bij zoiets gewichtigs als WOII, iedereen zijn eigen ‘waarheid’ heeft. Dit kan worden ingegeven door onwetendheid, maar ook door het hebben van een eigen (verborgen) agenda. Natuurlijk moet je zelf blijven luisteren en conclusies trekken, maar dat zelfs op één dag over hetzelfde onderwerp je op meerdere punten tegenstrijdige informatie krijgt, vind ik eigenlijk wel schokkend;
  • tenslotte voelde ik het gevoel van willen strijden voor de waarheid, zoals Cees dat overbracht. Is het vertellen van de waarheid niet de beste manier om de slachtoffers van de oorlog te eren?     
 Annemiek Schramade