30-09-16

Kamp Amersfoort - september 2016 (2)



Op maandag 6 juni 1988 begon mijn primaire politieopleiding in de ‘Boskamp’ Dit is een politie opleidingscentrum dat is gevestigd op de plaats van het oude kamp Amersfoort. Naast de ingang stond een klok onder een rieten kap. Tijdens de introductie werd ons verteld dat de ‘Boskamp’ op een bijzondere plek was gebouwd, namelijk ‘Kamp Amersfoort’, een zo geheten ‘durgangslager’. De klok naast de ingang stamt uit die tijd en wij mochten daar niet aankomen. Na deze korte mededeling werd er verder geen aandacht aan besteed. Het museum en herinneringscentrum zoals het er nu staat waren er in die tijd niet. Het enige beeld dat mij daaraan herinnerd is de klok. Nu, 28 jaar later is er een mooi herinneringscentrum en is veel duidelijker te zien wat er allemaal heeft plaatsgevonden.

Bij de introductie en voorbereiding op deze week kregen wij te horen dat Cees Biezeveld als gastdocent een college zou geven over Kamp Amersfoort. Dat sprak mij gelijk aan. Ik ken adjudant Biezeveld nog uit de tijd dat ik daar naar school ging. Hij kwam daar op het terrein wonen en wij, moesten daar als student rekening mee houden. Om een beeld en beleving te geven uit die tijd. De Boskamp was een internaat waar zo’n 300 studenten (jongens en meisjes) woonden en studeerden. Overdag werden lessen gevolgd en om 17:00 uur ging de leiding naar huis. Dan was het terrein voor de studenten. Er werden flinke feesten gegeven en het kon er heftig aan toe gaan. Vanuit de docenten was het dan ook fijn dat adjudant Biezeveld op het terrein ging wonen en zo ook een beetje toezicht kon houden.  Later kwam daar adjudant Albert van Nistelrooij bij. Hij woonde in het complex van de Boskamp zelf. Een tijd en een plaats waar ik mooie herinneringen aan heb maar geen van die herinneringen heeft dan ook maar ‘iets’ met de historie van Kamp Amersfoort te maken.

Om mijn voorkennis op peil te brengen heb ik de website van Kamp Amersfoort bekeken. Daar heb ik artikelen gelezen en video’s bekeken van overlevenden. Een ervaring met een heel andere lading dan mijn herinnering aan de Boskamp. Het persoonlijke verhaal van Jan Houtkamp, die als één van de weinigen uit Kamp Amersfoort wist te ontsnappen staat in schril contrast met het verhaal van ‘de beul van Amersfoort’ Joseph Kotälla. Kamp Amersfoort, waar tussen 1941 en 1945 ongeveer 37000 gevangenen voor korte of langere tijd hebben vastgezeten is een kamp met een heel bijzondere geschiedenis en kent verschillende gezichten. De website van Kamp Amersfoort vind ik niet gebruiksvriendelijk en geeft relatief weinig informatie. De website richt zich naar mijn beleving op kinderen die naar de middelbare school gaan. Op andere websites is gelukkig veel meer achtergrondinformatie te vinden. Met een andere mindset dan anders ga ik op dinsdag 27 september naar Utrecht en Amersfoort. Ik ga terug naar een stukje van mijn eigen verleden, dat zo’n groot contrast is met het doel van vandaag. Op de website van Kamp Amersfoort staat het mooi geschreven. Zij vragen de “bezoekers zich te bezinnen op het verleden, om lessen van het verleden door te geven aan nieuwe generaties en waar nodig parallellen te trekken met hedendaagse ontwikkelingen”.

Gastcollege Cees Biezeveld.

De dag begint met het gastcollege van (adjudant) Cees Bieseveld, de voormalig directeur van ‘Kamp Amersfoort’. Cees begint met een verhaal. Het verhaal gaat over een man en een lepel. De man in zijn verhaal heeft vaste gebruiken en gewoonten. Elke avond moest ‘de lepel’ in de aardappelen staan. Als dit niet het geval was dan kon hij daar erg boos om worden. De kinderen in huis wisten dit en groeide hiermee op. Niemand vroeg zich af waarom hij per se wilde dat ‘de lepel’ in de aardappelen moest staan. Het was nu eenmaal zo en hij praatte er niet over. Zoals zoveel mensen die bewust de oorlog hebben meegemaakt en traumatische ervaringen hebben opgedaan in die oorlogsjaren, werd er niet over gepraat. Een generatie die vol emoties zit en er niet over kunnen en willen praten. Zo ook de man met de lepel. Een vreemde gewoonte van een verder stille man…
De ouders van Cees hebben de oorlogsjaren bewust meegemaakt en Cees is opgevoed in de sfeer van, nooit meer oorlog, open staan voor anderen en saamhorigheid. In de oorlogsjaren waren macht, gelegenheid en middelen aanwezig om ernstige misdaden tegen mensen te plegen en dit is ook op grote schaal gebeurd. De man met ‘de lepel’ kwam thuis uit een concentratiekamp. ‘De lepel’ was zijn enige bezit geweest en heeft hem geholpen de verschrikkingen van het kamp te overleven. Met ‘de lepel’ kon hij het waterige voedsel eten en het was zijn enige houvast geweest. De man kon niet over zijn ervaringen praten en ‘de lepel’ stond hiervoor symbool. Cees vertelde dat zijn vader net zoals die man, na de oorlog weer thuiskwam. Er werd niet over de oorlogsjaren gepraat zoals dat nu wel gebeurd. Veel mensen zijn getraumatiseerd en hebben moeite om dit in hun eigen leven een plekje te geven.
Cees werkte als docent bij de politie (De Boskamp) en vanuit de politieacademie was niet veel aandacht voor de historische plek waar deze academie stond. Het werd een beetje lastig gevonden om bij herdenkingen en andere gelegenheden dit op een goede manier te regelen en hier voldoende aandacht voor het hebben. Cees gaf aan dat hij hier wel gevoel bij had en wilde zich hiervoor verantwoordelijk maken. Zo werd in 1988 Cees portefeuillehouder van Kamp Amersfoort en ging hij zelf op het terrein wonen. Dit klopte met het beeld van mijn eigen herinnering. Nu werd het verhaal van Cees voor mij interessant. Want Cees vertelde dat hij regelmatig mensen aan de poort zag. Dit waren altijd mensen die een vage vraag of onduidelijk verhaal hadden. Het waren vaak mensen die in Kamp Amersfoort hadden gezeten en op zoek waren naar een stukje verleden. Mensen die niet langer konden zwijgen en mensen die hun trauma’s aan het verwerken waren. Cees heeft in de 35 jaar dat hij aan de politieacademie is verboden honderden oud-gevangenen ontmoet. Cees vertelde dat hij geleerd heeft om met getraumatiseerde mensen om te gaan en heeft ze altijd verwelkomd op het kamp. Het enige dat van het kamp is overgebleven zijn de klokkenstoel (de klok), een wachttoren en een stenen gebouwtje. In dit kantoortje zat eerst de kampcommandant en later de directeur van de politieschool.  Bij een renovatie is het zachtboard van de wanden gehaald en daarachter kwamen twee muurschilderingen tevoorschijn. Deze muurschilderingen zijn vermoedelijk gemaakt door een gevangene van het kamp. Ze geven een goede impressie van de situatie van het kamp in die tijd weer.  Met deze drie schamele resten van het kamp is Cees aan de slag gegaan om er een mooie plek van herinnering van te maken.

Cees verteld een klein deel van de Duitse geschiedenis, hierbij haalt hij het verdrag van Versailles aan en dat Duitsland pas in 2010 de laatste schulden heeft afbetaald. Daarnaast maakt hij een klein zijsprongetje en verteld over Carl von Ossietsky, een hoofdredacteur en pacifist uit de tijd van de Weimarrepubliek, die door zijn ervaringen uit de Eerste Wereldoorlog overtuigd pacifist geworden is en vanuit die politieke overtuiging publiceert. Het Naziregime pakt hem in 1933 op en sluit hem op in een kamp. In 1935 ontvangt hij de Nobelprijs voor de vrede maar de Nazi’s laten hem niet gaan om zijn prijs op te halen. In 1938 overlijdt hij in het kamp aan zijn verwondingen. Cees gebruikt dit voorbeeld om de relatie te leggen met de grondrechten van alle mensen zoals ze zijn opgeschreven in de grondwet. Nadat het Naziregime de macht in Duitsland heeft overgenomen, stelt zij de grondwet buiten werking en begint met experimenteren met de eerste kampen, deze bevinden zich vlak bij de Nederlandse grens.

Nederland heeft in die tijd ook een kamp. Na de Kristallnacht in november 1938 zoeken veel Joods Duitse vluchtelingen een veilige haven in Nederland. Deze worden opgevangen in een vluchtelingenkamp, in kamp Westerbork.

Na de capitulatie van Nederland wordt de Nederlandse politie onder Duits regime gesteld. De politie stond onder leiding van de sicherheitsdienst (SD) en de leiding werd vervangen vanuit NSB (Politie opleidingsbataljon Schalkhaar) of de sicherheitspolizei. Alle informatie van de Nederlandse politie werd overgedragen aan de SD. Het was een goed geoliede machine.

Elke Nederlander moest een formulier invullen met zijn of haar persoonsgegevens. Deze werden gevoegd bij het bevolkingsregister en dit werd in recordtempo volledig up to date gemaakt en gekopieerd, zodat de Duitsers over twee complete register beschikten. Een middel waar de Duitsers zeer efficiënt gebruik van hebben gemaakt bij de opsporing van Joden, Roma zigeuners en anderen die door de Duitsers als gevaarlijk of als untermensch werden getypeerd.

In Nederland was voor 1940 een verkapte Jodenhaat aanwezig. Nederland had in die tijd een verdeelde maatschappij. Cees geeft hiermee een mooie weergave van de situatie in Nederland uit die tijd.

De eerste politieke gevangenen gingen naar kamp Schoorl. Tijdens de Februaristaking in 1941 zijn veel politieke gevangenen opgepakt en zonder vorm van proces opgesloten in Schoorl. In mei dat jaar valt Schoorl onder het sperrgebiet naar aanleiding van ervaringen van de Duitsers met het ontzetten van de Noorse krijgsgevangenen op de Noorse kust. Op 5 mei gaat de leiding van het kamp over van de Wehrmacht naar de SD en het hele kamp verhuisd naar Amersfoort. In kamp Amersfoort wordt de buitenring bewaakt door een Nederlands SS-bataljon maar de leiding bleef altijd stevig in handen van de Duitsers. In augustus 1941 is het kamp helemaal klaar en de commandant meldt aan Den Haag: “Laat de gevangenen maar komen”. Vanaf dat moment is Kamp Amersfoort volledig in bedrijf. Kamp Amersfoort staat vanaf het eerste begin al bekend om het grove geweld dat tegen de gevangenen wordt gebruikt. Je kunt het een ‘Trademark’ noemen. In Amersfoort wist je immers nooit waar je aan toe was. 

Als laatste spreekt Cees zijn teleurstelling uit over de wijze waarop ‘wij’ in Nederland met onze erfenis omgaan. Dat er nauwelijks of geen aandacht was voor Schoorl en Amersfoort. Dat Koningin Beatrix er in de jaren ’90 persoonlijk voor gezorgd heeft dat er in Schoorl voor het eerst een herdenking heeft plaatsgevonden. Dat gedenkplaatse zoals Kamp Amersfoort nooit die aandacht hebben gekregen die het verdiende. In Nederland wilde wij maar al te graag vergeten. Het historisch besef begint nu eindelijk pas te komen.

Bij de afronding sluit Cees af met een prachtig verhaal van heldendom. Hij vertelt het verhaal van Loes van Overeem. De vrijwilligster die het leven van gevangenen in Kamp Vught en later in Kamp Amersfoort dragelijk maakt door de wekelijkse boterhammen van het Rodekruis. Hij gaat hierbij ook kort in op de contacten die zij met hooggeplaatste nazi’s heeft. Dat zij Walter Heinrich eerst voor het blok heeft gezet om toegang tot het kamp te krijgen en later met Joseph Kotälla ‘gezellig’ een sigaretje stond te roken en te kletsen. Een kennelijk omstreden vrouw die volgens Cees een onderscheiding verdiende maar deze nooit heeft gekregen. De gevangenen noemen haar liefdevol ‘de witte engel’. Vol trots vertelde Cees dat de weg die naar het herdenkingscentrum leidt nu de naam Loes van Overeemlaan heeft. Een klein gebaar en blijvende herinnering.


Bezoek aan kamp Amersfoort. 

Na mijn eigen voorbereidingen en het gastcollege van Cees Biezeveld nu opweg naar de mij bekende Appelweg die nu dus Loes van Overeemlaan heet. Bij aankomst herken ik de omgeving direct en zie gelijk wat er allemaal veranderd is. Er is een herinneringscentrum vanuit een stalen muur met daarin een grote draaideur gekomen. Voor het herinneringscentrum staat de wachttoren en het geheel ziet er goed verzorgd en robuust uit. Een mooie plek om te beginnen. Binnen in het centrum worden wij ontvangen en starten met een film van een overlevende van Kamp Amersfoort. Een vrouw die verteld hoe zij als gezin daar, in Kamp Amersfoort terecht zijn gekomen. Dat haar vader en twee broers daar zijn vermoord door de nazi’s op de ‘Schietbaan’. Na deze film gaan we in twee groepen uiteen en worden door een gids meegenomen over het terrein. Eigenlijk komen we helemaal niet op het kampterrein. Daar is immers de politieacademie gevestigd. Deze bevindt zich achter een hek dat wordt afgesloten door nog steeds dezelfde toegangspoort. Dit maakt wel de nodige indruk op mij. Ik ben zo vaak door deze poort gegaan, zonder te weten dat juist deze poort voor zoveel mensen een einde aan hun vrijheid betekende. We krijgen uitleg over het herinneringscentrum, de wachttoren en bekijken het huisje met de muurschildering. We lopen langs de klokkenstoel, de rozentuin en bekijken een nagebouwd fragment van de bunkercellen, waar ook de vrouwen in een wat grotere cel gezeten hebben. Hierna lopen we de Schietbaan af en komen bij het beeld van ‘de stenen man’. Daar zijn 49 mensen gefusilleerd. Dit was een represaillemaatregel van de nazi’s naar aanleiding van een aanslag op Hanss Rauter. Als represaillemaatregel zijn er 300 mensen vermoord, waaronder die in Kamp Amersfoort. Na het tellen van de namen kwam het bericht uit Den Haag dat er slechts 49 mannen gefusilleerd waren en het diende er 50 te zijn, waarna alsnog de 50e werd doodgeschoten. Een macaber verhaal van 50 mensen in een massagraf. Het beeld, ‘Gevangene voor het vuurpeloton’ of in de volksmond ‘De Stenen Man’ van kunstenaar Frits Sieger, die zelf ook oorlogsgevangene is geweest markeert de plek van het massagraf. Eromheen zijn vijf witte duiven afgebeeld die de vijf oorlogsjaren verbeelden.
Na de stenen man zijn we de helling van de schietbaan opgeklommen en kwamen bij een ander deel van de geschiedenis van Kamp Amersfoort uit. Voordat het Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort werd, was het een kazerne van het Nederlandse leger. Daar sliepen soldaten die op de Grebbeberg dienst deden en ze konden hier oefenen en trainen. Voor dit doeleinde waren er ook loopgraven aanwezig. Deze zijn door het museum in ere hersteld. De nazi’s hebben hier nadat ze de macht hadden overgenomen gebruik van gemaakt en verder uitgebreid met een luchtafweergeschut. In het veld zijn meerdere monumenten en gedenkplaatsen aangebracht. Het monument dat voor mij het meest tot de verbeelding spreekt is het monument ‘Schuilplaatsverleners’. Dit is voor het eerst dat schuilplaatsverleners worden herdacht. Ik moet dan gelijk denken aan het achterhuis, aan Miep Gies en Beb Voskuijl, dit zijn mensen die gestraft zijn voor het bieden van een schuiladres en dit zijn de mensen die onder anderen in Kamp Amersfoort terecht kwamen. Het monument zelf spreekt mij niet zo maar de betekenis vind ik waardevol.

Overwegingen. 

Voor mij was het een bewogen week. Zonder dat Cees Biezeveld of één van de medestudenten daar iets van wist ben ik de afgelopen week niet alleen in de geschiedenis van Kamp Amersfoort gedoken, voor een deel heb ik ook een stukje van mijn eigen geschiedenis gezien. Ik heb daar een jaar gewoond en dagelijks rondgelopen op het oude kamp zonder dat ik mij daar bewust van was. Het is voor mij een fijne plek om terug te komen. De meeste informatie heb ik tijdens de voorbereiding gekregen en deze werd perfect aangevuld door Cees en de gids op het terrein zelf. De teleurstelling van Cees over de wijze waarop wij in Nederland omgaan met onze geschiedenis maakt mij weer duidelijk hoe graag wij dingen willen vergeten. Een menselijk trekje waardoor wij in het algemeen zo slecht van de geschiedenis leren. Daarnaast heeft het verhaal van Loes van Overeem voor mij veel waarde. Het is aan de ene kant een vrouw die vanuit haar werk als vrijwilligster bij het Rode Kruis een voet tussen de deur krijgt en haar plek op het kamp opeist en aan de andere kant onderhoudt zij vriendschappelijke banden met hoge nazi kopstukken, waardoor zij voor zichzelf de mogelijkheid creëert om goed werk binnen Kamp Amersfoort te doen. Niet alles is wat het lijkt en andersom. Erkenning zit hem niet in een lintje. Een straatnaam is minstens net zo mooi. 

Als afbeelding heb ik de muurschildering van Kamp Amersfoort gekozen. De muurschildering is vermoedelijk gemaakt door de mensen om wie het hier gaat, de gevangenen uit Kamp Amersfoort. Een tastbare herinnering uit ons verleden. In deze muurschildering heeft de toegangspoort een centrale plaats gekregen. Voor de gevangenen betekende dit het einde van hun vrijheid en waren ze overgeleverd aan de wreedheden binnen het kamp. Sommigen kozen ervoor om op die plek te zijn en anderen hadden geen keuze.  Voor mij was het een toegangspoort naar een nieuwe baan, een nieuwe omgeving en weg van huis, een andere vorm van vrijheid. Dezelfde poort met een heel andere beleving en lading. Dan blijkt ook nog eens dat de verkeerde vlaggen naast de poort wapperen. Ook hier is een loopje met de geschiedenis genomen en willen ‘we’ kennelijk iets vergeten of mooier maken dan het werkelijk is.

Joost Louwe