10-11-14

Een duivelse transitie, 04-11-2014 (2)



De zekerste weg naar de hel is de geleidelijke weg, de weg die zachtjes helt, goed begaanbaar, zonder scherpe bochten, zonder mijlpalen, zonder waarschuwingstekens.

Dit college stonden we stil bij het dadergedrag en een van de belangrijkste vragen van de Tweede Wereldoorlog. Hoe komt een individu zo ver om een ander individu, die hij niet kent, alleen vanwege zijn ras te vermoorden? Dit college hebben we gekregen van Christophe Busch, een criminoloog die op zeer kundige wijze ons dit gedrag probeerde uit te leggen. Wat hij gelijk aan het begin van het college duidelijk maakte is waarom het voor hem zeer belangrijk en interessant is om dit collectieve dadergedrag te kunnen verklaren. De populaire gedachtegang is dat deze gruweldaden gepleegd werden door mensen die een aangeboren psychische afwijking hadden. Maar het tegendeel is waar. Wetenschappelijk gezien is het percentage kernpsychopaten daar te klein voor. Voor het plegen van een genocide moet ook de normale mens tot moord geactiveerd worden. Met name de weg er naar toe, de transitie van een normaal persoon naar een moordenaar is waarnaar gekeken moet worden. De uiteindelijke gruweldaden die een persoon pleegt aan het einde van de duivelse transitie spreken voor zich. Deze zijn het eindproduct van een proces waardoor het gedrag van een persoon verandert is.

Om dit te kunnen begrijpen dient men zich te verplaatsen in de tijdsgeest. Vonden de Duitsers dat zij het kwade waren, of vonden zij juist dat zij het kwade aan het bestrijden waren? De Joden werden verantwoordelijk gehouden voor het leed van de Duitse bevolking na de Eerste Wereldoorlog. Antisemitisme was echter alom aanwezig in Europa. De Joden werden veelal als zondebok gebruikt. Niet alleen in Duitsland, maar ook  in andere landen. Een bekend voorbeeld is de Dreyfuss affaire in Frankrijk. Het antisemitisme nam extreme vormen aan in Duitsland mede vanwege de rassenleer. Joden werden als inferieur gezien, een belangrijk aspect  in de dehumanisatie van het slachtoffer. Toch waren niet alle daders antisemitisch en was voor hen het antisemitisme niet de drijfveer tot moord. Alleen antisemitisme als motief dekt niet de gehele lading.

Een interessant voorbeeld hiervoor werd geschetst aan de hand van het 101e reserve politiebataljon. Gewone dienstplichtigen van simpele komaf. Belangrijk is dat er naar de gemiddelde leeftijd is gekeken. Deze bedroeg 39 jaar. Met andere woorden, deze personen waren al gevormd. Ze hebben bewust de tijd van voor het naziregime meegemaakt. Toch is dit bataljon verantwoordelijk gehouden voor zo’n 38.000 executies van Joden. Hierbij zij twee verschillende invalshoeken tegen het licht gehouden. Als eerste Goldhagen die beweerd dat er een verband is geweest tussen het antisemitisme en lethaal gedrag. Ik neig zelf meer naar de theorie van Browning. Deze keek meer naar de groepskenmerken. Hierbij speelde de druk tot conformiteit een belangrijke rol. Mijn kameraad doet het dus ik moet het ook doen. Als ik het niet doe, wat zal hij wel niet van mij denken? Het tot een collectief behoren speelt hierbij een belangrijke rol. Ook de gehoorzaamheid aan een autoritair figuur. Befehl ist befehl. Wat zouden de consequenties wel niet zijn als ik niet gehoorzaam ben? Zodoende dat bij de initiatie tot moord maar een klein deel van het politiebataljon deelname weigerde. Toch vonden degen die er aan deelnamen het verschrikkelijk. Gaandeweg is bij het politiebataljon een transitie waar te nemen. Voortschrijdende gewenning,het abnormale wordt normaal. Men is steeds meer in staat om tot extreme gewelddaden te komen. Men gaat van initiatie, waarbij moord nog als verschrikkelijk ervaren, naar routinisatie. Het moorden wordt als werk ervaren. Belangrijk hierbij is dat de slachtoffers niet meer als personen worden bezien. Men spreekt over aantallen, stuks. Men kan de gezichten of namen van de slachtoffers niet meer herinneren. Als laatste van routinisatie naar brutalisatie. Crimineel gedrag wordt aangeleerd door interactie en imitatie. Als een persoon de weg richting brutalisering is ingeslagen zullen anderen volgen.

Als militair ben ik vier keer op uitzending geweest. Daarbij maakte ik deel uit van een hechte eenheid met een gemeenschappelijk doel. Tijdens deze uitzendingen heb ik deelgenomen aan gevechten en ben ik getuige geweest van extreem geweld. Daarbij vond er bij mij ook een transitie plaats. Iedereen kan zich het eerste vuurcontact of beschieting van de vijand herinneren. Daarna begint het al wat gewoner te raken. Totdat er mensen gewond raken of sneuvelen. Dan beginnen andere gevoelens mee te spelen, zoals wraak en dehumanisatie van de vijand. Langdurige blootstelling aan deze extreme situaties heeft invloed op het gedrag van mensen. Ook tijdens de hedendaagse conflicten ligt extreem geweld en brutalisatie op de loer. Niet alleen bij wat wij extremisten of terroristen noemen, maar ook bij militairen van vredes- of interventiemachten. Ook zij staan blootgesteld aan alle factoren die crimineel gedrag bevorderen. Ook al vechten zij, in onze ogen, aan de goede zijde.

Marcel van Driel