22-10-14

Gastsprekers, 21-10-2014



Tijdens mijn derde jaar stage heb ik voor het eerst een gastspreker vanuit Westerbork aan het werk gezien in de klas. Toen er aan het einde van zijn verhaal gelegenheid werd geboden tot het stellen van vragen, bleef het angstvallig stil. Haast uit beleefdheid wist een leerlinge het op te brengen een vraag aan de gastspreker te stellen. Ik verbaasde mij destijds over deze tamme reactie van de leerlingen. Was het verhaal niet interessant genoeg voor ze of was de spreker niet duidelijk genoeg geweest? Achteraf bleek dat deze leerlingen niet bezig waren in het lesprogramma met de Tweede Wereldoorlog of de Holocaust. Hierdoor ontbrak het aan de vereiste voorkennis en wisten zij het verhaal niet op de juiste waarde te schatten. Gelukkig is dat tijdens deze minor geen probleem. Ik verwacht weer bijzondere persoonlijk verhalen te horen die toch weer een ander perspectief bieden op de Holocaust. Verder verwacht ik interessante en ge├»nteresseerde vragen uit de klas. 


Jaap Wertheim.
Ondanks dat het verhaal van Jaap vaak van hot naar her ging bleef het een boeiend verhaal. De vermakelijke anekdotes boden een mooie inkijk in de hogere milieus waarin hij zich na de oorlog heeft mogen begeven. Als klein jongetje dook hij onder bij een welgestelde familie in Steenbergen. Daar kon hij natuurlijk niet onder zijn eigen naam onderduiken. Hij kreeg daar de schattige naam Mopsje. Uit zijn verhaal konden wij opmaken dat hij niet altijd een schattig kindje moet zijn geweest. Geregeld was wij opstandig en kreeg hij daarvoor ook straf. Op zich niet zo verwonderlijk. Vader was opgepakt door de SS en moeder dook onder op een andere locatie. Jaap was in wezen ontheemd. Hij is in de loop van de oorlog zijn onderduikgezin wel als zijn familie gaan zien. Hij omschreef het wederzien met zijn moeder na de oorlog dan ook als afstandelijk en ietwat ongemakkelijk.
Ook al heeft Jaap de oorlog op jonge leeftijd meegemaakt, het heeft hem voor het leven getekend. Vrijwel heel zijn familie kwam om tijdens de oorlog. Ook vertelde hij dat Joodse kennissen en familieleden het Joods zijn niet meer onder ogen wilden zien of er aan herinnerd wilden worden. Zelf heeft hij daar geen juist probleem van gemaakt. Sterker nog, hij heeft zich een groot deel van zijn leven ingezet voor het behoud van het Joods cultureel erfgoed. Daarbij heeft hij zich in de hogere kringen van de Nederlandse samenleving mogen begeven. Ook bij de respectabele leeftijd van 75 jaar toonde Jaap zich tijdens zijn verhaal zeer strijdbaar. Het is dan ook haast geruststellend om te weten dat hij deze strijdbaarheid nog steeds weet in te zetten voor het behoud van het Joods cultureel erfgoed. Dat is in zijn handen wel toevertrouwd.

Miel Andriesse en Tanja Wolterbeek.
De twee volgende sprekers hadden in hun leven overeenkomsten maar ook zeer grote verschillen. Beide komen uit Eindhoven en hebben na de oorlog in een pleeggezin gezeten. Ook hebben zij hun leven lang met de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog te kampen gehad. Miel was echter tijdens de Tweede Wereldoorlog een klein Joods jongetje en Tanja was het dochtertje van een beruchte NSB-er. Op het eerste oog een wereld van verschil maar toch zijn beiden slachtoffer van de oorlog. Kinderen hebben hun ouders niet voor het uitkiezen. Toch werden ze als kind niet ontzien. Als Miel niet was ondergedoken tijdens de oorlog, was de kans zeer groot geweest dat hij de oorlog niet had overleefd. Puur vanwege het feit dat zijn ouders, en dus ook Miel, Joods waren. Helaas heeft een groot deel van zijn familie, waaronder ook zijn ouders de oorlog niet overleefd. Hierdoor werd hij na de oorlog bij familieleden ondergebracht die hem eigenlijk niet wensten in huis te nemen. Dit terwijl hij bij zijn onderduikgezin liefde en genegenheid heeft gekend. Deze ervaringen die hij op jonge leeftijd heeft doorstaan na de oorlog hebben Miel,  dankzij diezelfde oorlog  voor het leven getekend.
Tanja Was de dochter van een “foute”vader. Hierdoor heeft zij een groot deel van haar leven als paria moeten slijten. In Nederland heeft lang het beeld van “goed” en “fout” geheerst over menselijk handelen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze beeldvorming is zelfs nu nog niet helemaal verdwenen. De vervolgingen van “foute”Nederlanders zijn na de oorlog verschrikkelijk geweest. Zelfs ver na de Tweede Wereldoorlog drukte het “fout”zijn van haar vader een stempel op Tanja’s leven.
Miel en Tanja hebben door hun ouders veel leed gekend. Het verschil hierin is wel dat de ouders van Miel geen keuze hadden en de ouders van Tanja wel.

De wijze waarop deze drie personen toch een positieve invulling hebben weten te geven aan deze ingrijpende persoonlijke ervaringen is bewonderenswaardig. Dankzij hun verhalen wordt het voor mij persoonlijk steeds meer duidelijk dat geen enkel verhaal hetzelfde is. Het aanhoren en lering trekken uit deze verhalen is zeer waardevol en kunnen als voorbeeld dienen in het klaslokaal. Een “zwart-wit” of “goed-fout” perspectief dekt nooit de gehele lading. Een mooi voorbeeld hierover gaf Jaap ook over een voorval tijdens de Bar Mitswa van een kleinzoon in Amerika. Daar werd hij niet als victim maar als survivor van de Holocaust aangekondigd. Dankzij deze drie survivors krijgen leerlingen en studenten een nieuwe en genuanceerde kijk op deze periode in de geschiedenis. Deze nieuwe en genuanceerde kijk zullen zij wellicht als docent weer aan een volgende generatie bijbrengen.

Marcel van Driel