15-09-14

Minor Tweede Wereldoorlog educatie - september 2014



De start van de Minor Tweede Wereldoorlog, 2 september 2014

Daar stonden we dan, als nerveuze brugpiepers te wachten bij de deur om naar de allereerste les van de Minor te kunnen. Studenten van allerlei verschillende opleidingen hadden gekozen om de minor De Tweede Wereldoorlog te gaan volgen, net als ik. Iedereen heeft wel iets met het onderwerp, dat bleek ook wel toen we het allereerste voorstel rondje gingen doen. Student A vind dat het onderwerp aansluit bij zijn interesses. Student B vind dat het onderwerp zeer relevant is voor deze tijd, omdat je vaak nog op internet/televisie tegenkomt. Het speelt mee in het dagelijkse leven van mensen. Vandaar dat student B ook voor deze minor heeft gekozen.
Voor mijzelf was het kiezen van deze minor zeer gemakkelijk. Zelf ben ik geschiedenisdocent in opleiding, dus de geschiedenis heeft altijd al mijn interesse gehad. Toen ik afgelopen jaar over de Minor-markt liep, was er nog keuze tussen de minor Religieuze Geschiedenis of deze minor. Mijn uiteindelijke keuze heb ik gemaakt door af te wegen wat ik het beste kon gebruiken in mijn eigen geschiedenis lessen. Tijdens het lesgeven heb ik gemerkt dat leerlingen weinig weten van de Tweede Wereldoorlog. Vaak vragen ze mij ook: Als er een Tweede Wereldoorlog was, was er dan ook een Eerste Wereldoorlog? Dit laat mij zeer schikken! Want als de leerlingen die nog geen tien jaar jonger zijn dan ik, al bijna niets meer weten over het onderwerp. Wat weet ik dan nog over de Tweede Wereldoorlog? Deze vraag, en natuurlijk interesse in de oorlog, heeft mij overgehaald om toch voor deze minor te gaan. (Oké, en natuurlijk dat Wim Borghuis mijn docent zou worden! :) )
Nadat wij allemaal aan elkaar waren voorgesteld, gingen we verder met het invullen van allerlei formulieren. Hier een formulier om je persoonlijke informatie te delen, daar een formulier om je kennis van de Tweede Wereldoorlog te testen. Voor je het wist had je stapels aan papier liggen op je tafeltje en was je het overzicht kwijt! Gelukkig hadden we een goede docent die al snel weer het overzicht bracht in alle chaos. Door ons mee te nemen door de studiegids van de minor, wisten alle studenten wat er van ons verwacht werd om de minor te halen.
Veel studenten wisten nog niet dat er meerdere interessante excursies op de planning stonden. De eerste excursies van de minor stonden al op de planning voor de tweede week, een dagje naar de Grebbeberg en een dagje naar Overloon. Niet alleen excursies binnen Nederland waren gepland, maar ook een werkweek naar Duitsland was ingecalculeerd. Ik ben zo benieuwd hoe we alle excursies gaan beleven, wat neem ik allemaal mee?, wat kan ik gebruiken in mijn lessen?
Ik neem aan dat ik met deze minor veel meer te weten kom over de belevenis van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Maar ook op welke wijze dit beleefd werd in Duitsland, aangezien zij als “daders” worden gezien. (tsja, de schuldvraag blijft altijd een lastige, want kun je namelijk de hele bevolking wel zien als schuldigen?)

 
Excursie “De Grebbeberg” – nog geen 20 jaar....

De eerste excursie was al gelijk even slikken. Je komt aanlopen bij de Grebbeberg, het allereerste wat je ziet is een begraafplaats waar honderden witte grafstenen liggen. Wetende dat onder al die witte grafstenen jonge mannen van een jaar of 20 – 25 liggen die zelf nooit het einde van de oorlog hebben meegemaakt.
De gids begon zijn verhaal door langs de graven te lopen van heldhaftige soldaten. Soms stilstaand bij een graf, om een persoonlijk verhaal te vertellen over de soldaat. Zo was er een soldaat die, door het niet weten van een wachtwoord, door eigen vuur om het leven was gekomen. Of soldaten waarvan ze geen exacte data van overlijden wisten, omdat hun lichamen nooit zijn terug gevonden tijdens de oorlog.
Terwijl wij met de gids langs verschillende graven lopen, wordt het steeds stiller. Iedereen wordt zich bewust van de generatie die verloren is gegaan op het slagveld. Kijkend naar de leeftijden die op de witte grafstenen staan, wordt ook ik stil. Sommige hebben niet eens de leeftijd van 25 weten te bereiken, ze zijn niet eens zo oud geworden als dat ik nu ben. Dit maakt mij niet alleen stil, maar ook enorm triest. Want wat waren de toekomstplannen van de soldaten voor ze verplicht in dienst moesten? Wilden ze, net als ik, studeren? Hadden ze een leuke vriendin? Waren ze getrouwd?
Na al deze verschrikkelijke verhalen van soldaten die zijn overleden door eigen vuur, of door te weinig goede zorg, liepen we richting de bomen. Tussen het bos en het graanveld in, was een heel mooi stukje van de geschiedenis opnieuw opgebouwd. De gemeente en de stichting van de Grebbe hadden een loopgraaf gereconstrueerd, op de plek waar mogelijk ook de echte loopgraaf uit de oorlog heeft gelegen. Als ik er naar kijk de loopgraaf kijk, hoop ik stiekem dat de jongens die daar hebben moeten vechten heel klein waren. Want als je lang bent, kwam je zo boven de loopgraaf uit en overleefde je het niet lang.
Dieper in het bos aangekomen, zien we oude materialen liggen van de oorlog. Een paar restanten van oude kazematten komen we tegen. De gids vertelde dat zo’n kazemat maar een paar schietrichtingen had, dus je hoopte maar dat de vijand van die richting kwam. Eenmaal in zo’n kazemat was je een rat in een val. Naar binnen gaan is gemakkelijk, maar eruit om te vluchten was niet gemakkelijk (de deuren waren te zwaar etc.).
Eventjes later liepen we langs de Grebbe. De gids vertelde dat langs de Grebbedijk hevig was gevochten. En dat er in mei 1940 misschien wel de meeste slachtoffers aan gevechten waren gevallen. Aan Nederlandse kant niet alleen door vijandelijk vuur, maar ook door eigen vuur. Nederland had nooit willen toegeven dat er eventuele oorlog met Duitsland mogelijk was, waardoor de soldaten moesten vechten met allerlei verouderde wapens (defensie was niet goed geregeld). Geen goede training voor soldaten, slechte communicatie onderling het heeft allemaal bijgedragen aan de slachtoffers die zijn gevallen in de mei-dagen van 1940.
Het enige wat ik kan bedenken is dat er zo veel slachtoffers zijn gevallen, die eigenlijk voorkomen hadden kunnen worden. Nederland had zich veel beter kunnen organiseren en communiceren. Maar het is altijd gemakkelijker praten als je ongeveer 75 jaar later leeft.

Excursie “Overloon” – Het oorlogsmuseum.

Nog niet helemaal bijgekomen van de vorige dag, stond er voor vandaag weer een excursie op de planning. Ditmaal het oorlogsmuseum in Overloon, met een toepasselijke visie; Oorlog hoort in het museum thuis.
Een vrijwilliger van het museum kwam ons rondleiden en vertellen wat hij belangrijk vond om vertellen over de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De rondleiding startte bij foto’s van mannen en vrouwen die hadden samengewerkt met de Duitsers. Mannen die werden opgepakt, kinderen die niet meer werden aangekeken omdat hun ouders verkeerd waren. Of vrouwen die er alles aan deden om hun gezin en zichzelf te redden door om te gaan met Duitsers. Foto’s van vrouwen waarvan het hoofd wordt kaalgeschoren, die met borden en opgetekende Hitlerkapsels door de straat moesten rond lopen.
Dit alles viel mij gelijk al zwaar. Want wat zou ik, als vrouw, doen tijdens zo’n situatie? Zou ik er echt alles aan doen om mijn gezin te redden? Zelfs als ik daarvoor vrienden moet worden met de vijand?
De gids nam ons door heel het museum, stond stil bij verschillende voorwerpen waarover hij informatie gaf. Zo stonden we even stil bij een enorme versie van Mein Kampf, het boek waarin Hitler onder andere zijn rassenleer had uitgewerkt. Zo vertelde de gids dat iedereen die ging trouwen in Duitsland een kleinere versie van het boek kreeg. En dan op die manier de ideeën van Hitler snel waren verspreidt. Ook stonden we even stil bij de medailles die vrouwen kregen als zij meerdere kinderen kregen, brons bij 4 kinderen, zilver bij 5-6 kinderen en goud wanneer je nog meer kinderen kreeg...
Later werd er ons gevraagd om even plaats te nemen op een bankje, zodat de gids wat meer kon vertellen over de periode dat de joden allerlei verboden kregen opgelegd. Zo werden de joden geplaatst in een bepaalde wijk, mochten zij niet meer naar bepaalde winkels of parken. En werd het verplicht om een davidster te dragen als joodzijnde.
Ondanks dat er wel vele protesten waren, werden die snel de kop ingedrukt. De Duitsers hadden al snel in de gaten dat je de herrieschoppers moest verwijderen naar een concentratiekamp.
In het museum waren ook nog oude concentratiepakken aanwezig die de joden (onder andere) moesten dragen, maar ook oude foto’s. Foto’s van zware martelingen.. Het is misselijk makend om te kijken naar die foto’s die de Duitsers hadden gemaakt van martelingen, medische proeven of andere nare zaken waarin ze de gevangenen nodig hadden. De enige vraag die in mij opkomt bij het zien van deze foto’s is: Welke beesten van mensen kunnen dit andere mensen aan doen..? Hoe kun je leven met jezelf als je weet dat je iemand op zo’n wijze gedood hebt...?

Saske During