20-11-13

‘…uit de hel van Bergen Belsen verlost’ - november '13

‘Ik heb mijn leven niet zoveel gehuild als bij de bevrijding. Toen pas begon ik mij te realiseren wat er met de hele familie was gebeurd.’ Channa Shapira, overlevende van Bergen-Belsen, na haar bevrijding.
Hoe verging het die mensen die gelukkig genoeg waren om Bergen-Belsen te overleven? 
Zij hadden vreselijke dingen meegemaakt en kregen nu de tijd om zich te beseffen dat nooit meer iets hetzelfde zou zijn. De strijd om te overleven was voorbij, en zij hadden gewonnen, toch?

Gerrit Groen is pas 15 jaar als hij in Bergen-Belsen wordt gevrijd. Als enige van zijn familie overleefd hij. ‘Ik bleef alleen achter, zonder dat iemand zich om mij bekommerde’, zegt hij erover.

Ook de bevrijders hebben moeite om zich voor te stellen hoe deze mensen hebben moeten vechten voor hun voortbestaan. Een citaat:

‘Deze joodse en Poolse mensen waren net dieren. Ze waren zo gedegradeerd dat er geen menselijkheid of compassie, of maar iets dat er op leek, mogelijk was. Wanneer ze iets zagen dat eetbaar was, grepen ze het en renden ermee weg naar een hoek om het op te eten en vochten met iedereen die in de buurt kwam.’

Deze mensen hebben na het kamp nog een lange weg te gaan, dan is duidelijk. Maar ze kunnen voor het eerst weer genieten van de kleine dingen in het leven. Zoals veters. ‘(…) ik wist niet meer dat het vreemd was dat ik op open schoenen liep. Bij het Rode Kruis kreeg ik veters en het was zo heerlijk om weer veters te hebben.’

En natuurlijk het eten. Al konden hun magen nog niet veel hebben en moesten ze alsnog oppassen. ‘Ik moest op dieet en dat terwijl er dingen waren die je in zoveel jaren niet had kunnen eten.’ 

Deze mensen, de overlevenden, hadden hun vrijheid terug. Maar zij waren hevig getraumatiseerd en waren vaak het grootste deel van hun familie kwijt. De hel van Bergen Belsen lag achter hen, maar ervan bevrijd waren ze nog lang niet. 

Eline Jansen