23-10-13

Gastsprekers - oktober 2013, verslag in woord en beeld


De excursies in Nederland zijn afgerond en dinsdag 22 oktober hadden we een bijeenkomst op de HU. De twee gastsprekers van die dag waren allebei kind in de oorlog, ze vertelden allebei vanuit een ander perspectief.



De ochtend startte met gastspreker Bert van der Linden, die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië gewoond heeft als kind. Na de inval van Japan in januari 1942 werden Nederlanders en Indische Nederlanders in kampen opgesloten. Bert zat ook in een kamp samen met zijn moeder, zijn vader zat in een apart mannengedeelte. Hij herinnert zich nog goed dat hij op zijn derde verjaardag naar het mannenkamp mocht omdat zijn vader een kruiwagen had geknutseld voor hem. Hij heeft zijn vader toen gezien maar herkende hem niet, dit was de laatste keer dat hij hem zou zien. Zijn vader is samen met een hoop anderen daarna geëxecuteerd. Bert en zijn moeder zijn uiteindelijk bevrijd door de Australiërs. In 1946 gaan ze per vrachtschip naar Nederland, met 200 mensen zitten ze in het vrachtruim. Bert vertelt dat hij een ID-kaart kreeg en op zijn powerpointsheet staat heel toepasselijk ‘ik besta’. Hierna kreeg hij kleding en werd hij aangekleed als Hollandse jongen.

De schoenen vond hij verschrikkelijk, hij liep normaal gesproken altijd op blote voeten.



In 1994 is hij voor het eerst weer terug geweest naar Indonesië en naar één van de twee kampen waar hij heeft gezeten. “Het ziet er nog net zo uit als toen, de bomen zijn alleen wat groter”, zegt Bert. Ook is hij opzoek gegaan naar het graf van zijn vader, in 2007 is hij met zijn hoogbejaarde moeder nogmaals naar Indonesië gegaan om het graf te bezoeken. 



Kind van de vijand

’s Middags kregen we het verhaal van gastspreker Ab van Aldijk te horen. Hij is geboren in Haarlem in 1942, zijn vader was een Duitse marineman. Na 18 maanden komt Ab in een pleeggezin terecht. Zijn moeder kon niet meer voor hem zorgen.

Op de basisschool werd hij anders behandeld. Niemand mocht naast hem zitten in de klas, hij kreeg straf voor niks en mocht niet op kinderfeestjes komen. Op zijn 16e hebben zijn pleegouders hem geadopteerd en verteld dat zij niet zijn echte ouders waren. Hij wist dit al lang, had al lang een vermoeden gehad.

Pas op zijn 27e wilde hij weten waar hij vandaan kwam en wie zijn echte ouders waren. Hij bleek een halfbroer te hebben en samen met hem is hij opzoek gegaan naar zijn moeder. Zij bleek een zeer onprettig mens te zijn en het contact verliep erg moeizaam. Uiteindelijk krijgen ze de naam van zijn vader. Tegen de tijd dat hij hem vond was zijn vader al overleden. Zijn halfbroer heeft in 1987 zelfmoord gepleegd en zelf heeft dhr. van Aldijk veel last gehad van depressies en alcoholgebruik door al deze gebeurtenissen. Een zeer bewogen leven dus.

Een kind van een ‘foute’ Duitser, nog maar 3 jaar oud toen de oorlog was afgelopen. Slecht behandeld in zijn jeugd, geen ‘eigen’ identiteit, de slopende zoektocht naar familieleden. Een slachtoffer van de oorlog, een onschuldig kind. Helaas kan je niet zelf je vader kiezen. 



Hiske Midavaine