10-10-13

Westerbork - oktober 2013 (1)


Bram en Eva


7 jaar oud
Ik ben ondergedoken
Ver weg van papa
Ver weg van mama

Ik heb nieuwe vriendjes
En nieuwe ouders
Een nieuwe voornaam
En leven in spanning

Diep in de nacht
De deurbel gaat
Ik hoor zware laarzen op de trap
Wat gaat er gebeuren?

We zijn verraden
En wat nu?
Bang, we worden meegesleurd
Op weg naar??

Westerbork
Best leuk hier
School, vriendjes, speeltuin
En soms een stoomfluit

In de trein
Ik ben bang
Heb nauwelijks ruimte
Geen idee wat we gaan doen

Eindelijk eruit
Sneeuw, vreemde taal
We moeten douchen
. . . . . . . . . . . .

Dit gedicht vertelt het verhaal van Bram en Eva Beem. Tijdens de oorlog doken hun ouders onder. Bram en Eva kwamen terecht bij een gastgezin op de Veluwe. Hier gingen ze naar school, maakten ze nieuwe vrienden en hadden ze een redelijk onbezorgd leven. Tot ze midden in de nacht werden opgepakt, blijkbaar waren ze verraden.
In Kamp Westerbork leefden ze in het weeshuis. Ze kregen les, mochten voetballen en spelen in de speeltuin. Bram stuurde geregeld een briefkaart naar zijn pleegouders, die hij oom en tante noemde. De laatste brief, die net als alle andere brieven door de controle moesten, werd verstuurd op 4 maart 1944. Bram en Eva waren toen al niet meer in Westerbork. Op 6 maart kwamen ze aan in kamp Auschwitz, alwaar ze vrijwel direct zijn vermoord.

Maurits Harmsen