15-09-13

Grebbeberg - september 2013 (3)





Een takje knakt onder mijn voet als ik het bospad betreed. De regen sijpelt langzaam door een dik bladerendak boven mijn hoofd. Ik staar naar de stille getuigen van het gevecht dat zich op deze locatie heeft afgespeeld. De gids verteld levendig het verhaal van de Grebbelinie ten tijde van de meidagen, in mijn gedachten dwaal ik af en om me heen kijkend probeer ik me voor te stellen in wat voor angst de mannen hier hebben ervaren.

De zwart/wit foto’s in de folder laten een afwisseling zien van aanvalsplannen, woest uit kijkende Duitsers en gesneuvelde soldaten. Een ding is zeker, de mannen die hier gevochten hebben, hebben dit vol overgave gedaan en zijn niet voor niets gestorven.

Als we door het bos langs verschillende locaties wandelen, verteld de gids hoe de situatie tijdens de meidagen op die plek is geweest. Een kazemat kapotgeschoten bevestigd het enorme geweld wat hier gebruikt is. We lopen door naar een deel van de gereconstrueerde loopgraaf die grenst aan de bosrand komt het volgende gedicht in me op;

De Grebbe

--------------------------------------------

De nog koel aanvoelende lente zon wordt afgewisseld door dreigende wolken,
De wind speelt speels met de boomtoppen langs de bosrand,
Doffe dreunen in de verte volgen elkaar op, gevolgd door pijnlijke stiltes.

Op zijn hurken geknield, met zijn rug gedrukt tegen de glibberige planken,
Voelen na een koude, klamme nacht al zijn spieren pijnlijk en stijf,
Een versnelde ademhaling verstoort het ritme van de wind,

Zijn hart klopt zo hard, dat hij er zeker van is dat de vijand hem hoort,
Trillende handen, ruw en kapot van het schurende zand van zijn schuilplek,

Vingers zoeken op de tast een koud aanvoelende trekker,
Knijpt bemoedigend in de loop van zijn geweer,

Ondanks de koud lopen er zweetdruppeltjes over zijn voorhoofd,
Paniekerig kijkend naar links en rechts,
Hoort hij de dreunen steeds luider worden.

Hij sluit zijn ogen en denkt aan zijn moeder,
Een lachend gezicht die hem altijd ontving,
Nu thuis in angst, kijkend naar het tikken van de klok.

Een traan ontsnapt en duikt over zijn grauwe wang op zijn uniform.
Zijn oren spitsen zich als hij meent iets te horen, de vijand?

Het signaal van de aanval luidt,
Een laatste blik naar de lucht,
Veert hij op en verlaat hij de loopgraaf,
Rennend, struikelend, zijn geweer in de aanslag,
Een wanhopige, lege blik,
Schoten klinken,
Gefluit van kogels langs zijn oren,
Stap voor stap,
Een schampschot,
Een treffer,
Valt hij langzaam op zijn rug, in het half hoge gras,
Tranen vullen zijn ooghoeken en vertroebelen zijn zicht,
Hoort hij zijn naam roepen in de verte,
Kou en een vredig gevoel vullen zijn lichaam,
Een laatste gedachte aan thuis,
Een laatste blik naar de wind die met de boomtoppen speelt,
Het begin van een nieuwe reis…

------------------------

De gebeurtenissen op de Grebbeberg hebben diepe indruk op me gemaakt, jonge mannen die de betekenis van het woord oorlog aan den lijve hebben ondervonden vind ik maar moeilijk te beseffen. De zwijgende grafstenen op de militaire begraafplaats laten ons afvragen of dit resultaat het allemaal waard is geweest.

Elisa de Vries