21-12-12

Shooting dogs (2) - december 2012



Kleine mens


Menselijke evolutie is blijkbaar nog jong.  

Want als we veertien miljard jaar ontwikkeling van de aarde zouden vatten in veertien boeken, elk boek zou dan tien hoofdstukken hebben van 100 miljoen jaar. Als we dan in het laatste boek, in de het laatste hoofdstuk, in de allerlaatste alinea, in de allerlaatste zinnen zouden kijken dan komen we daar pas de mens tegen. De vervolmaking van organismen wordt, door ons, ingeschaald over miljoenen jaren dan zou dat over ons zelf zeggen dat we nog bijzonder jong zijn.

We spreken over menselijke geschiedenis, uitgaande van geschreven bronnen, van om en nabij de 6000 jaar. 
Uit DNA onderzoek blijkt dat de ‘moderne’ mens ongeveer 200.000 jaar oud is. Daarvoor  zullen we nog wel wat juridische voorgangers hebben maar dat is het dan wel z’on beetje. Merkwaardig is dan ook op welke wijze wij, tegenwoordig, over vooruitgang spreken. Onze middelen, mogelijkheden en kennis zijn vooruitgegaan maar ik denk niet dat we kunnen spreken van vooruitgang als menselijke soort. Sterker; degeneratie is zelfs meer aan de orde doordat wij onszelf langer in leven kunnen houden en doordat wij niet meer hoeven te overleven in een overweldigende natuur met minimale middelen.

Het dunne laagje vernis wat wij ‘beschaving’ noemen is nog nauwelijks ontwikkeld. Verbazingwekkend genoeg schrikken we keer op keer als dan weer blijkt dat wij ons beestachtig kunnen gedragen. Bijna ondenkbaar dat wij, als individu, ook in staat  zijn om onze soortgenoten wreed en efficiënt kunnen afmaken. 
Wat een hypocriet uitgangspunt is het dan ook om met misplaatste superieure denkbeelden te oordelen over anderen, in het verleden, die zich als efficiënte doders hebben gedragen. Het is ons als soort gegeven om met het vermogen te redeneren en te herinneren tot grootse prestaties zowel goedschiks als kwaadschiks. Alleen dit  vermogen maakt het volslagen onzinnig om in dit stadium van onze prille ontwikkeling te kunnen spreken van ‘vrede’. Een prachtige utopische wens die hooguit een paar generaties stand houd om vervolgens gierend weer de bocht uit te vliegen.


Het verleden laat domweg zien dat we als soort ons zeer langzaam aanpassen aan elkaar, en onze omgeving, en dat de spelregels eigenlijk niet echt veranderen.


Ik daag de lezer uit om te achterhalen wanneer en door wie de onderstaande tekst is geschreven;


Overal heeft het lot zich aan onze zijde geschaard. God doet de heerschappij over de wereld rondgaan van het ene volk op het andere, nu hebben wij de zetel van die heerschappij. Er geldt voor de mensen zo goed als voor de dieren een ijzeren wet, die voorschrijft dat men moet wijken voor de sterkste en dat de macht berust bij hen die over de beste wapens kunnen beschikken.

Is dit een universele tijdloze wet? Hebben wij niet de altijd geldende behoefte om macht te kunnen uitoefenen? Zelfs over onze partner, vrienden etc.? Is geweld, in welke vorm dan ook, niet één van onze standaard middelen om onze egoistische wens kracht bij te zetten? Dat laten we toch dagelijks zien in onze media en ons eigen gedrag van oordelen. Laten we accepteren dat wij als mens onze mogelijkheden, gelukkig, inzetten voor veel goede zaken maar dat onze ‘beestachtigheid’ altijd aanwezig is om te vernietigen. Dat gaat niet alleen op voor de psychopaten onder ons maar ook zeker voor ieder ander. 
Wij zijn dagelijks bezig beelden voor ons te scheppen en te rechtvaardigen over ‘wij’ en ‘zij’. Met regelmaat wordt hier gewoon een vijandbeeld aan gekoppeld en dat eten we als zoete koek. Met prachtige eufemismen praten we de juistheid van onze oordelen recht en overtuigen elkaar van de morele rechtvaardigheid.  Met kracht overtuigen we anderen om zich te scharen achter de egoïstische belangen van onszelf en proberen ons ook te conformeren aan het zogenaamde collectieve belang. Onzeker tasten we onze weg voorwaarts niet gehinderd door nieuwe inzichten en niet gehinderd door schaamte.
Elke generatie denkt superieur te zijn aan zijn voorgangers om vervolgens gewoon dezelfde menselijke blunders te begaan.


Ach, wij kleine onwetende mens. We moeten nog zoveel leren en dat gaan we ook doen. Het is mooi om te blijven geloven in onze goedheid. Maar het is dom om onze ogen te sluiten voor onze beestachtigheid. Ik hoop dat we als soort genoeg tijd krijgen om ons werkelijk goed door te evolueren zodat ‘wereldvrede’ niet langer spottend te hoeven worden aangehoord als onze Miss World kandidaten dit voor de vorm uitbraken.


Als kleine individu houd ik er maar een paar simpele leefregels er op na om in deze jungle van evolutie mijn eigenheid te behouden. Tenslotte is dat me geleerd en wil ik daar ook wel mee verder.

“Bewust van wie ik ben op weg naar wie ik wil zijn en zodra mijn eind nadert dat telt alleen wat ik voor andere mensen hebt betekend en andere mensen voor mij”.

Bas Kosterman