14-12-12

Een duivelse tranitie - december 2012 (2)



Ik, jij, wij, zij

Op het programma van dinsdag 11 december stond een lezing genaamd “Een duivelse transitie”.

Na de reis naar Duitsland zijn we bezig met de daderkant, dus ‘zoiets’ zou de gastspreker gaan bespreken, had ik bedacht.
Het werd zo’n lezing waar je tijdens de reis naar huis aan blijft denken, waar je thuis enthousiast over vertelt en waar de toehoorders vriendelijk naar luisteren (en wellicht niet helemaal snappen ‘waarom je begrip opbrengt voor die slechteriken’, of iets dergelijks). 

Christophe Busch gaf de lezing, aan de hand van een presentatie en videomateriaal. Hij wist veel, had een leuke manier van presenteren kon een een groep zeker drie uur  boeien, maar het belangrijkste vond ik dat hij heel helder uiteenzette dat de ‘daderprofielen’ die men geneigd is te schetsen, toch iets genuanceerder liggen dan door de grote massa aangenomen wordt.

Als je deze minor doet, ontkom je er niet aan om alvast in het hoofd van een dader te kijken. Misschien dat je dat al eerder gedaan had, maar zeker hier doe je dat automatisch. Aan de hand van filmpjes van proeven, die Busch liet zien, kan worden vastgesteld dat de mens van nature in hiërarchie denkt en handelt. Het zit erin dat je in principe luistert naar iemand die boven je staat, ook al heb je daar soms je wroeging over. De wetten van de natuur, geëvolueerd of niet, komen ook (of juist) in de duisterste momenten naar boven. De ik/jij/wij/zij-instincten die menigeen door sociale gewenning en mogelijkheden tot nadenken weet te onderdrukken, komt zichtbaar naar voren als er sprake is van een groep en dus groepsdruk, hoe klein de groep ook is.
In de praktijk zie je dat op bijvoorbeeld scholen, waar kinderen stelselmatig worden gepest. De gepeste (de ik), de pesters (de zij), de kijker (de jij) en de gelegenheidspesters (de wij). Niemand wil buiten de groep vallen, want stel dat jij de volgende bent? Dus doen wij maar mee met zij die de baas zijn.

Busch gaf aan dat er natuurlijk een aantal factoren meespelen als je het hebt over ‘wie zou daartoe in staat zijn en wie niet’. Het komt erop neer dat er in elk mens zo’n mogelijkheid schuilt, maar bij de één komt dat tot uiting en bij de ander niet. Vooral sociaal-emotionele factoren liggen daaraan ten grondslag, maar het blijft wel een gek idee dat in principe iedereen dit kán.
Laten we dan maar hopen dat ik en jij dit niet kunnen, dat wij ervoor kunnen zorgen dat zij hun duistere kant bedekt kunnen laten. Een utopie, gezien de bewijzen dat de mens zo geprogrammeerd is… maar toch. Wellicht naïef, maar ik geloof graag in ons.

Nadine Hoogvelt