02-12-12

Bergen Belsen Buchenwald - emotionele snelweg (1)


In Utrecht stappen we op zondag 11-11-2012 om 13.00 uur in de bus en vertrekken naar Duitsland. We slapen de eerste 3 nachten in hotel Tryp in Celle. In de bus is het gezellig.
Ik voel me goed.

Ik heb al wel weken voordat we vertrekken stress opgebouwd.
Maandag om 09.00 uur komen we aan op het voormalig concentratiekamp Bergen-Belsen. Onderweg komen we langs de kazerne Bergen-Hohne, hier heb ik 3 en een half jaar gelegerd gezeten, voor mij is er veel herkenning, de omgeving, de geluiden van schietoefeningen, de lucht, het voelt allemaal weer vertrouwd, ik voel me goed en verbaas mij er over dat sommige dingen zo diep in je systeem zitten dat je ze direct herkend. Ik voel me goed en een beetje nostalgisch.

Als de gids Andreas bij het ontluizingsgebouw verteld over de vroegere kampcommandant van Bergen-Belsen dat die zijn kinderen toch ook dingen verteld zal hebben raak ik in gedachten, Lana (mijn dochter van 13) heeft mij een paar weken gelden gevraagd wat ik allemaal gedaan heb tijdens mijn militaire dienst, ik vertel haar wel wat maar zeker niet alles want ze is te jong om sommige dingen te begrijpen.
Ik voel me goed maar weet dat ik later eerlijke antwoorden wil geven.
Ik krijg deze vraag ook van andere mensen uit de minor groep (vooral de jongere mensen) later begrijp ik hun vragen pas, zij zijn namelijk uit een tijd dat er geen militaire dienstplicht meer is en ik begrijp dat hun vragen pure nieuwsgierigheid zijn en uit interesse voor het onderwerp oorlog/leger, ook al komen sommige vragen voor mij heel dicht bij mijn emoties de vragenstellers bedoelen het niet vervelend maar ik durf nu nog niet te diep op de vragen in te gaan.
Ik voel me redelijk goed maar bescherm mezelf voor mijn emoties.

Dinsdag avond gaan Bram, Ramon, Niek, Emilie, Harold, Nienke, Marjolein en ik naar de binnenstad van Celle om wat te gaan eten. Na het eten zitten Nienke en ik in de rookruimte van het restaurant te praten, ik praat eigenlijk spontaan over mijn ervaringen hier in Celle, ik praat over Gudrun, hoe ik haar heb leren kennen en dat ik haar verloren heb. Nienke reageert heel prettig, er komen meer mensen van ons groepje bij en ik vertel dat mijn gevoel nu wel op het randje balanceert van mezelf groot houden en mezelf laten gaan en beginnen met huilen. De reacties van de mensen om mij heen is heel prettig en ik voel me verdrietig maar niet alleen, dus het gaat.
Als we avonds door Celle lopen komen we langs het huis waar Gudrun gewoond heeft, ik krijg het moeilijk en ik blijf staan.
Ik voel me verdrietig en weet niet goed wat ik met mijn gevoel moet.

Na een tijdje komt Bram naar mij toe en vraagt van alles aan mij. Ik vertel dat Gudrun daar gewoond heeft, ik vertel hoe ik hoorde dat zij overleden was.

Gudrun overlijd in 1990, op dat moment ben ik in Nederland op cursus. Als ik naar Duitsland rij na de cursus die 2 weken duurde besluit ik om naar Gudrun haar huis te rijden in Celle, zij woont daar samen met haar vriendin Ilse.
Als ik bij het huis kom is er niemand thuis, ze zal wel bij haar ouders zijn denk ik en ik besluit naar huis te rijden, dan kom ik onderweg langs de ouders van Gudrun en bel ik daar wel even aan.
Onderweg bedenk ik dat haar ouders en ik elkaar maar 2 keer eerder hebben ontmoet, dit komt omdat Gudrun niet een heel goede band met haar ouders heeft en ik dus eigenlijk ook niet.
Als ik uiteindelijk bij haar ouders aanbel op vrijdag om ongeveer drie uur in de middag doet de vader van Gudrun doet open, als hij mij ziet staan kijkt hij ernstig en ziet hij er slecht uit, zijn gezicht is wit en hij zegt niks, als ik vraag of Gudrun thuis is draait hij zich om en vraagt mij binnen te komen.
Ik kom in de keuken en haar moeder zit daar en ze zegt dat ik moet gaan zitten. Als ik vraag hoe het gaat begint ze te huilen, haar vader verteld mij dat Gudrun overleden is, ik ben verbaasd en ik begrijp het niet, ik vraag wat hij zegt en krijg weer te horen dat Gudrun niet meer leeft, na een tijdje begrijp ik dat ze in het weekend hiervoor uit is geweest met vrienden en dat ze toen op de terugweg verongelukt zijn. Ik weet niet meer hoe lang ik daar gezeten heb maar uiteindelijk ga ik weg en besluit ik naar Sven toe te gaan.

Ik vertel aan Bram dat ik naar mijn beste vriend Sven (waarmee ik samen in het Gladio project geopereerd heb en die ik dan 3 jaar ken) ben gegaan en dat Sven mij toen zo fijn geholpen heeft, ik vertel dat Sven en ik na een paar weken besluiten om weer een uitzending te doen een klein half jaar later tijdens uitzending wordt hij neergeschoten en in mijn armen sterft hij, terwijl hij daar ligt ziet hij mijn verdriet, hij lacht en zegt: “Jij moet leven dat is veel moeilijker” later begrijp ik pas hoe ernstig hij gelijk heeft.
Nadat Sven in Nederland begraven is ga ik weer naar mijn legeronderdeel in Duitsland. Ik kan niet meer het plezier vinden dat ik hier altijd had, ik heb continu een gevoel van alleen zijn, (ik denk zelfs eenzaamheid) verdriet en vooral mis ik hen. Ik besluit om het leger te verlaten en een half jaar later ben ik weer burger (denk ik) Ik vertel Bram niets over Gladio, te geheim? Te gevoelig? Ik weet het niet. Ik voel me erg verdrietig en onzeker.

Gladio is een stay behind organisatie die ik hier niet ga uitleggen maar via google is er wel informatie te vinden (geloof niet alles wat je leest)
Voor ons kwam het er op neer dat we informatie van de vijand verzamelden en dat we op bepaalde plaatsen in het geheim wapens verborgen die we dan na een eventuele invasie konden gebruiken, de vijand was in dit geval het Oostblok, de communisten (onder andere DDR)

Bram en ik lopen weer naar de rest toe als het weer een beetje beter met me gaat. Bij de groep aangekomen lopen we naar café Rio tijdens de wandeling krijg ik een schouderklop, een gesprekje, een stomp, een knuffel. Het gevoel van verdriet neemt af en ik ben zo blij dat ik deze mensen om mij heen heb.Ik voel me redelijk oké.

In het café drinken we bier en we maken wat plezier, in de rookruimte van het café vertelt Emilie een aangrijpend verhaal, ik zie verdriet bij haar en voel mezelf verdrietiger worden.
In de taxi naar hotel Tryp is het gezellig. In het hotel drinken we samen wat op een kamer, het is gezellig.
Als ik naar bed ga kan ik niet slapen, ik heb de beelden waarin Sven sterft weer in mijn hoofd, ik mis hem en Gudrun enorm. Ik voel me zwaar klote, verdrietig maar niet eenzaam.

Erik Terwel