20-11-12

Bergen Belsen & Buchenwald - november 2012 (2)


Imagine there's no heaven
It's easy if you try
No hell below us
Above us only sky
Imagine all the people
Living for today...

Imagine there's no countries
It isn't hard to do
Nothing to kill or die for
And no religion too
Imagine all the people
Living life in peace...

You may say I'm a dreamer
But I'm not the only one
I hope someday you'll join us
And the world will be as one

Imagine no possessions
I wonder if you can
No need for greed or hunger
A brotherhood of man
Imagine all the people
Sharing all the world...

You may say I'm a dreamer
But I'm not the only one
I hope someday you'll join us
And the world will live as one

John Lennon

Scheldend op mezelf dat ik mijn tas eerder had moeten inpakken, ren ik om de trein nog te halen.
Met de inhoud van die tas kan ik makkelijk een week doen. Sterker nog, als het zou moeten, zou ik elke dag nieuwe kleren aan kunnen doen. Ook alle andere spullen zijn aanwezig, gelukkig niets vergeten in de haast. Al rennend en balend van die tijdnood, besef ik ineens dat ik tenminste nog überhaupt tijd heb gehad om mijn tas te pakken. 
De gevangenen hadden die tijd niet eens, die mochten wat zaken meenemen en dat was het. Ik stond er van stil op mijn run naar de trein, zo hard kwam dat aan.
Realisatiemomentje nummer één en er zouden nog vele, vele, vele van dat soort momenten volgen.

Jarig als ik was, vond ik het jammer dat ik tijdens die hele dag in de bus zou zitten. Toen bedacht ik ineens dat gevangenen hun verjaardagen in kampen hebben meegemaakt, maar er natuurlijk helemaal niets te vieren viel daar. 
Moet je blij zijn dat je weer een jaar langer leeft? Moet je je geboortedag willen eren en daarmee ook het leven, als de dood constant en onvermijdelijk om je heen waart? Stel je eens voor…

Dom genoeg deed ik een andere jas aan tijdens ons eerste bezoek aan Bergen-Belsen. Hij was niet zo warm als ik gedacht had. Het was waterkoud op de vlakte van het voormalig kamp en ik moest mijn best doen om niet de hele tijd te trillen. Gelukkig mocht ik een trui lenen van Thomas, maar alsnog dacht ik de hele tijd aan hoe koud ik het wel niet had. Ineens realiseerde ik me dat de mensen die hier gezeten hebben, letterlijk kou geleden hebben. In hun dunne gevangenenkleding, soms op blote voeten, in de gure wind, sneeuw en vrieskou. Ik zuchtte, keek even naar boven en voelde me schuldig. Dat beetje kou van vandaag. Hoe was het voor hen? Stel je eens voor…

In Buchenwald aangekomen, was het mistig en de zon probeerde uit alle macht door de vele lagen nevel heen te komen. Ze vocht hard, maar verloor het van de meerderheid. Na een paar dagen zie je veel dingen in metaforisch perspectief.
 “Typical Buchenwald weather”, zou ik horen in een documentaire op National Geographic Channel, een dag na terugkomst in Nederland. Ja, typisch ja. Dat unheimische gevoel kreeg ik toen ik daar liep. Het paste precies bij de sfeer, ‘beter’ had het niet kunnen zijn. Toch was ik blij dat ik in de groep liep. Het onbestemde gevoel ging namelijk niet weg. Later kwam ik er in een vrij uurtje nog eens alleen terug. Gewoon, om er even te zijn met alleen mijn eigen gedachten. Het was raar. Ik had nooit verwacht dat ik zó bewust zou zijn van mijn stappen, van mijn ademhaling, van mijn stem - ik maakte opnamen -, van mijn gedachten, van mijn zijn. Mijn hele zijn werd daar tot in het uiterste beproefd.
Ik was me nog nooit zo bewust van ‘zijn’. De mensen die hier gevangen hebben gezeten, hadden geen ‘zijn’ meer. 
Zij waren niets. Niet en niets zijn: stel je eens voor…

Bewustwording is een term die op deze reis veel gebruikt is om het gevoel te beschrijven. 
Onvermijdelijk moet je dan verwoorden waarvan je je precies bewust geworden bent. Niet alleen van de gruwelijkheden in de kampen – goed beschouwd was je daar al van op de hoogte. Dat was het dus niet alleen. De bewustwording ging over op mijzelf, zonder dat ik dat doorhad. De groep heeft daarin een verrassend grote rol gespeeld, want naast je eigen bewustwording, deel je deze ervaringen met eensgezinde personen. Je ziet diepere lagen bij anderen en je wordt gedwongen – of je wil of niet – ook naar die van jezelf te kijken. Ik realiseerde me, dat ik me opvallend prettig voelde in deze groep. We waren inmiddels al bijna een week op elkaar aangewezen en we waren niet vaak op onszelf. 
De omstandigheden waren daar ook perfect voor: we zaten ergens, ver van de bewoonde wereld, vrijwillig en met een gezamenlijke interesse. 

Toen bedacht ik me, dat de gids had gezegd dat er geregeld ruzie was in de kampen. Ondanks hun gezamenlijke situatie, waren ze niet één. Ze waren op zichzelf aangewezen. Vrienden, familie, allemaal uit het zicht en vrijwel geen anderen om je prettig bij te voelen. In die hel. Stel je eens voor…

Deze week heb ik maar weinig geslapen. De dagen werden alle als vanzelf gerekt tot de nacht, zelfs tot de vroege ochtend. Niet moe, niet suf… Nee, niets. Zelfs in de bus naar huis was ik nog niet moe. Het leek alsof alles, zonder er bewust van te zijn, gewoon over me heen kwam, maar nu besef ik dat ik daarom zo weinig wilde, kon en hoefde te slapen. Onbewust ben je daar al bezig met verwerken en door alle indrukken was ik wakker. 

Vaak probeerde ik me er een voorstelling bij te maken. Hoe zij leefden, dat volhielden, of niet. 
Ook probeerde ik me voor te stellen hoe je dit een ander aan kunt doen. We zijn toch allemaal mensen?
Nee, de Untermensch was geen mens. Maar voor mij zijn al die foto’s van wachtende, werkende, zittende, magere, gebroken, bange mensen, gewoon mensen. 

Imagine all the people… 

Nadine Hoogvelt