06-10-12

Oktober 2012 - Kamp Westerbork (2)



De ondergedoken barakken

Wanneer ik op een mooie zomerdag, drie uur treinen en bussen van huis vandaan een stukje ga wandelen vanaf de bushalte in Hooghalen, zou ik een half uur later onwetend in een park neer kunnen ploffen. Even buiten Hooghalen ligt voormalig Kamp Westerbork en het moet vermeld worden: als ik het niet had geweten had ik er in de zomer achteloos gaan liggen zonnebaden. 

Van het voormalige kamp is niets meer te zien ontdek ik wanneer we onze fietsen op slot zetten en het terrein oplopen. Gelukkig zijn we vooraf gewaarschuwd door onze gids, die een wedstrijdje snel praten met docent Wim vast niet uit de weg zal gaan.

We komen aan bij de batterijensloperij. Eigenlijk moet ik zeggen, we komen aan bij het grasheuveltje met het bordje batterijensloperij, de voormalige werkplek van Anne Frank in Kamp Westerbork. Ik moet eerlijk bekennen dat mijn eerste gedachte toen ik het terrein zag was: ‘Had dan een barak nagebouwd.’ Aangekomen bij dit heuveltje snijdt onze gids dit onderwerp aan. Hij vertelt hoe ze oud gevangenen hebben ondervraagd. Groep A vertelde in geuren en kleuren over de barakken met hun groene kleur en groep B had het over dezelfde  barakken met hun bruine kleur. Wat is goed en wat is fout en welke kleur was de echte?

Dit onderwerp komt bij de evaluatie ook terug, wanneer ons wordt gevraagd wat wij denken over het bouwen van barakken op het kampterrein. Een studiegenoot start een discussie met de gids over authentiek versus echt. Ik kan me echter maar één ding bedenken. Zou het voor iemand die hier gezeten heeft verschil maken of die in de resten van een authentieke barak staat, of te midden van een replica. Zou het iets uit maken voor de beleving? Wat is echt? Ik denk dat het afhangt van de perceptie, echt is net zo min rechtlijnig als goed en fout. Voor groep A was de barak groen en voor groep B was deze bruin. Voor beide groepen is dit echt, hun herinnering en hun beleving. Zit er dan iemand fout?

Ik weet inmiddels niet meer heel zeker hoe ik tegenover het nabouwen van barakken sta na vandaag. Met het oog op de toekomst en de oorlog die verloren dreigt te raken in de onwetendheid en desinteresse van de nieuwe generatie roep ik heel hard ja. Bouw er één van plastic na, niet authentiek maar wel echt. Vanuit gevoel denk ik ook terug aan de pretparkachtige taferelen in Overloon met haar speeltuinen en pannenkoekenhuis. Moet oorlog worden verteld als pretpark om niet te worden vergeten?

Eén ding weet ik zeker. Wanneer ik één van de barakken uit Westerbork wil zien, hoef ik niet naar voormalig kamp Westerbork maar maak ik een tripje langs de Nederlandse boerderijen. Immers staat er op de muur in het museum zelf al vermeldt:

 de meeste Joden hebben we niet kunnen redden, maar we hebben wel alle barakken bij boeren kunnen laten onderduiken.

Maike de Groot