26-09-12

Kamp Amersfoort – september 2012 (3)



De Canadees van Otterlo

Voormalig directeur van Nationaal monument kamp Amersfoort Cees Biezeveld is een bevlogen spreker met een bewogen verhaal, namelijk de geschiedenis van Polizeiliches Durchgangslager - kamp Amersfoort.
Zijn voordracht die gisteren en vandaag zo’n twee uur met een meer dan aandachtig  publiek en meer dan onderhoudend was, startte Cees met een aantal  anekdotes. Hier cursief, want niet slechts amusant maar eerder treurig van ondertoon. Een van die verhaaltjes is dat van de Canadees van Otterlo. 

Toen geallieerde troepen april 1945 optrokken om Nederland te bevrijden, stuitten de Canadezen op 16 april aan de rand van de Veluwe nabij Otterlo op onverwacht hevige tegenstand van Duitse troepen. Er volgde een veldslag (De officieel laatste grootste veldslag in Nederland.)van enkele dagen waarbij de Canadezen uiteindelijk ontzet werden. Na dagen van hevige gevechten, honger en andere ontberingen kwamen de overlevenden in desolate toestand aan in Ede. Een soldaat doet verslag van wat hij dan ziet: in de plaatselijke horeca Canadese officieren in galakostuum , aan rijk gevulde tafels, met animeermeisjes op de knie die zich prima amuseren. “Op dat moment zo zegt hij, “begreep ik er niets meer van en heb er nooit meer iets van begrepen, wat een rare oorlog”. 

Dat “rare”, dat onbegrijpelijke is een Leitmotiv in het verhaal van Cees. Een verhaal dat zich niet beperkt tot de geschiedenis van kamp Amersfoort in de Tweede Wereldoorlog, maar eigenlijk doorloopt tot de dag van vandaag. Wel verklaarbaar maar toch ook merkwaardig is bijvoorbeeld het feit dat negen van de tien Nederlanders ook anno 2012 niet op de hoogte is van het feit dat er een concentratiekamp Amersfoort is geweest. Negen van de tien heeft trouwens ook geen idee van de betekenis van de Hollandse Schouwburg. Westerbork en Vught zijn wel bekend. Die selectieve belangstelling heeft geleid tot selectief herdenken. 

Selectief herdenken zou daarmee een prioritering in leed kunnen zijn. Daarmee doe je de historische plaats en de voormalig gevangenen en hun nabestaanden geen recht. Want kamp Amersoort samenvatten in enkele woorden kan als volgt: angst, onzekerheid, terreur, buitensporig geweld, sadisme, fysiek zwaar werk, uitputting, ziektes, fusillades. Alleen de gaskamer ontbrak nog bij wijze van spreken. (Maar aldus een gids ter plaatse deze middag; daar werd aan gewerkt, de fundamenten waren al gelegd.) Hoe dan ook, Westerbork is niet “erger” te noemen dan Amersfoort, Vugt niet “erger” dan Westerbork. 

Toch stond Amersfoort lange tijd niet op de kaart van onze nationale  lieux de mémoires. Dat heeft een aantal redenen. Daar zou je een boek over kunnen schrijven, dat heeft Cees dan ook gedaan: http://www.vanstockum.nl/boeken/geschiedenis-algemeen/vaderlandse-geschiedenis/nl/regio-boek,-kamp-amersfoort-cees-biezeveld-9789087881375/
Het boek laat een zelfde gedrevenheid zien als die Cees in zijn voordracht toont. Daarnaast kan het zeker ook een ongemakkelijk gevoel geven; in wat voor een land leven we waarin het realiseren van een Nationaal Monument kamp Amersfoort zoveel inspanningen kost? 

Wie met deze voorkennis het voormalig kampterrein bezoekt doet dat dan met respect voor de plaats van herinnering en zijn slachtoffers, maar ook met bewondering voor het werk van Cees.

Wim Borghuis