11-05-12

Het HBO-niveau – mei 2012 (1)


Momenteel is er veel aandacht voor het HBO, het eindniveau en de kwaliteit daarvan. Maar wat is nu dat HBO-niveau? En heeft de Minor Tweede Wereldoorlog educatie dat HBO-niveau? 

De Minor is volgens de deelnemers  meer dan interessant, voldoende uitdagend en scoort buitengewoon goed.  Maar waaruit blijkt dat we doen wat we doen HBO-waardig is? In een programma dat vanuit het competentie gericht leren is ontwikkeld  en wordt uitgevoerd, is dat op voorhand wellicht lastig te omschrijven. Niet in de laatste plaats daar de formele kaders vrij algemeen zijn.

Algemene kenmerken van het HBO zijn: “de praktijk, het actuele werkveld als uitgangspunt voor leerprocessen, de gerichtheid op het verwerven van kennis, vaardigheden, het genereren van nieuwe kennis, het betekenis geven aan leerprocessen en situaties waarin deze zich afspelen, reflectie op de ontwikkelingen in de beroepscomponent – de maatschappelijke context, reflectie op zichzelf en de eigen ontwikkeling”.

De normen voor het HBO-niveau worden bepaald door  de zg. Dublin Descriptoren, deze beschrijven de kwalificaties van een afgestudeerde op HBO-niveau op 5 terreinen: kennis, inzicht, toepassen van kennis en inzicht, oordeelsvorming, communicatieve en leervaardigheden. 

Daarnaast zijn er de HBO kernkwalificaties, oa. ontwikkeld omdat de Descriptoren te algemeen zouden zijn. De kernkwalificaties zijn eigenlijk net zo algemeen als de Descriptoren, het gaat om de volgende 10 die dan als norm, als referentiekader voor het HBO dienen: brede professionalisering, multidisciplinaire integratie, toepassing van wetenschap, transfer en brede inzetbaarheid, creativiteit en complexiteit in handelen, probleem gericht werken, methodisch en reflectief denken en handelen, sociaalcommunicatieve bekwaamheid, basiskwalificering voor management, besef van maatschappelijke verantwoordelijkheid. 

Tsja, wanneer een HBO onderwijs programma dus bovenstaande ingrediënten bevat, zou van HBO-niveau sprake moeten zijn. Nee: het gaat slechts om een kader, de precieze invulling van een cursus, de wijze waarop de deelnemers met de inhoud omgaan, de kwaliteit/het niveau van de begeleidingen – de zichtbare interactie tijdens het leren,  de toetsing, de manier waarop men leert - het geleerde integreert -  zowel beroepsmatig als persoonlijk -  de reflectie op dat leren en leerprocessen, dat  neigt naar mijn idee al wat specifieker naar HBO-niveau. 

Vanwege het brede deelnemersveld hebben de kernkwalificaties  in dit programma voor elke individuele deelnemer een eigen betekenis, “weegt de een wat zwaarder dan de ander”. In het algemeen zou je kunnen zeggen dat bijvoorbeeld brede professionalisering, multidisciplinaire integratie, toepassing van wetenschap wat minder prominent zijn, transfer, methodisch- reflectief denken en besef van maatschappelijke verantwoordelijkheid wat dominanter naar voren komen. 

Gezien de positionering van een Minor in de (Laatste.) fase van de opleiding, de thematiek, “Tweede Wereldoorlog-Holocaust-genocide” en de maatschappelijke opdracht die een Educatieve Faculteit heeft, lijkt me dat ook vanzelfsprekend en zeer legitiem.

Wim Borghuis