12-01-12

Veteranen (3), januari 2012


Mijn broertje is in december 21 jaar geworden. Hij volgt een sport- en mediaopleiding in Tilburg en heeft daar ook sinds kort een kamer. Hij kan niet koken, mijn moeder doet elk weekend z’n was en laatst vroeg hij aan mij hoe je een schoolboek moet retourneren. De gedachte dat dit ventje – mijn broertje – een geweer in z’n handen gedouwd krijgt en ineens verantwoordelijk is voor duizenden vluchtelingen wier taal hij niet spreekt, is vermakelijk en tegelijkertijd zorgwekkend.

Met dit idee stel ik me ook de achthonderd jongens voor die deel uitmaakten van Dutchbat. Knulletjes van amper twintig die tot dan toe niet eens het einde van hun eigen Nederlandse straat hadden gezien, en nu moesten scheidsrechteren tussen twee bevolkingsgroepen die elkaar het licht in de ogen niet gunden. Deze jongens waren de enige buffer tussen de pakweg vijfduizend gewapende Serviërs en veertigduizend moslimvluchtelingen in de Bosnische enclave Srebrenica.

Volgens Boudewijn Kok – hij was 21 jaar tijdens zijn Dutchbat-periode – liet de voorbereiding voor zijn Joegoslavische avontuur flink te wensen over. Deze reikte, naast uiteraard zijn militaire training, niet veel verder dan seksuele voorlichting. Ook een teleurstelling: de uitrusting van de VN-soldaat was slechter dan die van de gemiddelde vluchteling. Er was te weinig munitie (twintig kogels per geweer), er waren veel geweren die het niet deden, het eten was niet om vrolijk van te worden en de hygiëne was slecht.

Zo moesten de Nederlanders de Bosniërs beschermen tegen de mannen van Mladic. Tot hun eigen verbazing bleken onze jongens net zoveel indruk te maken in Srebrenica als Mark Rutte doet in Washington. De veiligheid van de Bosniërs hing eerder af van de gratie van de Serviërs dan van de Nederlandse spierkracht. De Serviërs deden namelijk naar believen. Ze vorderden geweren van de Nederlanders; munitie, uniformen en andere dingen die ze nuttig achtten, zonder dat de VN’ers daar iets tegenin te brengen hadden. Zo gewild, kon een Dutchbatter achterlaten worden met niets anders dan een blauwe helm.

Deze jongens zijn door de VN en de Nederlandse regering behoorlijk aan hun lot overgelaten en vervolgens ook nog eens als zondebokken gebruikt na wat er in Srebrenica gebeurd is. Het is nogal makkelijk om als hoge pief met je vinger naar Dutchbat te wijzen, maar voor iemand als Boudewijn is het onmogelijk om terug te wijzen. Het is makkelijk om één Karremans van z’n bed te lichten, maar de gehele Nederlandse regering plus de VN Veiligheidsraad in de boeien slaan, is een lastiger verhaal.

Ik heb in elk geval een beetje medelijden gekregen voor de Dutchbatters die weggingen als peacekeepers en terugkwamen als ‘laffe honden’ en ‘massamoordenaars’. Je moet er toch vanuit kunnen gaan dat de Nederlanders alles gedaan hebben wat ze konden met alle verrotte middelen die ze hadden. De enigen mensen die alles hadden kunnen voorkomen waren de mannen in pak, met stropdas en nette schoenen, net als hun geweten ongetwijfeld mooi gepoetst.

Door Marlinde Venema