18-12-11

Bergen Belsen - Buchenwald december 2011 (1)


Woensdagmorgen 5.42, de bus van Dalem naar Geldermalsen, met de trein naar Utrecht, Frankfurt, Erfurt en uiteindelijk om 14.05 Weimar, eindpunt van deze reis. Onderweg regen, regen, regen. Gelukkig (?) heb ik de dag ervoor een paar klassen een repetitie gegeven en ik moet deze nu verplicht van mijzelf nakijken. Vanuit de trein bel ik met Bert, die niet opneemt, dan met Wim die gelukkig zijn mobiele wel beantwoord. De groep is in het Atrium, het welkomstcentrum van Weimar en ik kan daar vanaf het station zo naar toe lopen. In het Atrium loop ik tegen Mirjam en nog wat andere bekende gezichten aan en zij helpen mij de weg naar de bus te vinden.

Ik voel me nog een beetje apart, zij zijn allemaal al een aantal dagen met elkaar op pad, ik moet even acclimatiseren, de groepshumor moet nog even landen. (lekkuh!)
Over een eerste indruk van het kamp valt niet veel te zeggen, want in het donker rijden we de Ettersberg op, dus ja, dan blijft mijn eerste indruk hangen bij, koud, donker en blij met mijn kamer voor mezelf alleen. Ik plof op het bed neer en weet even niet zo goed wat ik moet doen. Naar huis bellen, ik weet zeker dat ik het dan niet droog hou. Ik voel me altijd vreselijk schuldig als ik weg ben. Gelukkig heb ik weinig tijd om me daar druk om te maken. Een half uur later worden we boven verwacht voor de eerste kennismaking met de gids voor de komende dagen.

In ons slaapverblijf, voormalige SS-barakken, bevindt zich op de bovenste ruimte een soort van klaslokaal/documentatiecentrum. Hier beginnen we de ‘seminar’ in Buchenwald. Gids Daniel legt een veertigtal foto’s op de vloer en vraagt ons er een te kiezen, hierna volgt een rondje ter kennismaking en mogen we de foto die we gekozen hebben toelichten. Ondanks dat het buiten al donker is wil de gids toch nog even een rondje maken langs een paar plekken op de berg. Hij begeleidt de groep langs het treinstation en de toegangspoort. Omdat het donker is en ik graag even naar huis wil bellen, blijf ik achter en denk: ‘dat komt morgen wel’. Het is genoeg voor vandaag.

De volgende dag blijkt dat Wim ons niet voor niets aanraadde om wanten, sjaal en mutsen mee te nemen, want het is snijdend koud. Na de introductie film over het kamp hijst iedereen zich in eskimo-outfit en verlaten we de zeer comfortabele filmzaal. Het is zelfs zo koud dat ik tegen mijn principes in bijna geen aantekeningen en foto’s maak.

We blijven de hele morgen buiten en maken een wandeling over de berg. Langs de prachtige restanten van de huizen van de SS officieren.
We worden getrakteerd op een prachtig uitzicht over de stad Weimar, wat een tegenstelling. Daniel stelt ons hier de vraag wat je nou eigenlijk moet met zo’n steengroeve. Moet dit een monument blijven, of laat je hier in de winter de kinderen met hun sleetjes naar beneden rijden? Hier komt de vraag naar boven of je nog kunt blijven herinneren als de plaats delict een andere bestemming krijgt. Persoonlijk denk ik van wel.

Een volgende tegenstelling wacht ons bij het kamp zelf. Op nog geen 20? meter afstand van het crematorium, ligt de dierentuin. Jawel, de dierentuin. SS-ers en hun gezinnen konden zich op hun vrije dag vermaken in de dierentuin, dat op een steenworp afstand achter prikkeldraad uitgeteerde mensen leefden, ach ja…

Binnen in de heerlijke warmte luisteren we beleefd naar de onderzoeksresultaten van een stagiaire over de plaats van muziek in het concentratiekamp. Het is geen oninteressante stof, maar de presentatievorm was niet zo inspirerend, alls ik het zo mag uitdrukken.

Na de lunch gaan we weer naar ons ‘klaslokaal’. We verdelen ons in groepen en denken vast na over de opdracht voor de presentatie voor de volgende dag. Veel tijd hebben we echter niet, want we gaan onze tocht over het kamp vervolgen. Via de archeologische vondsten (we mogen ze aanraken) lopen we naar een barak, een originele, die nog overeind staat in een linkerhoek van het terrein. Pas als ik daar sta en me omdraai richting de ingang, krijg ik een goede indruk van de omvang van het kamp. Zo omhoogkijkend zie ik vele malen beter hoe groot het moet zijn geweest en kan ik me voorstellen hoe het eruit moet hebben gezien met al die barakken. Stel jezelf daar nog een vlag met hakenkruis bij voor op de top van de ingangspoort en je hebt een afschrikwekkend plaatje.

Na de barak blijft er helaas nog maar weinig tijd over voor het museum en de kunsttentoonstelling. Ik moet een keuze maken en kies voor de kunsttentoonstelling, omdat daar de stagiaire onderzoek naar heeft gedaan en ik haar een aangename persoonlijkheid vind. Daarnaast hou ik ook erg van kunst en ben benieuwd wat ze zal vertellen. Twee tekeningen heb ik met name onthouden. Een daarvan is van de Nederlander Henri Pieck, die in opdracht van een SS-officier een typisch Nederlands tafereeltje schilderde, maar wel de vrouw in klederdracht een rok aantrok met eenzelfde motiefje als de kleding die de gevangen droegen.

Het programma voor donderdag zit erop en na de avondmaaltijd vertrekt de bus naar Weimar om de gelegenheid te geven voor inkopen. Aangezien ik niets nodig heb, nestel ik me met mijn boek op de bank in de recreatiekamer. Als de rest van de groep terugkomt met allerlei inkopen, waaronder vooral veel bier en chipsachtige dingen, word ik ingewijd in de wereld van de ‘Big Bang.’ Op het moment dat bij mij het kaarsje uitgaat, komen mijn veel jongere reisgenoten pas op goed op gang. Wat er allemaal precies aan activiteiten is geweest, durf ik niet te zeggen, maar grofweg kun je het indelen in drie categorie├źn; een marathon Big bang theory, een spel met opdrachten, drank en veel lol (dat gebeurde namelijk in de kamer naast mij, dus heb ik vrij goed kunnen volgen) en een pokerestafette.

Donderdagmorgen aan het ontbijt krijgt het woord ‘pokerface’ voor mij een heel andere betekenis als ik Andre en Wouter aan tafel zie verschijnen. Zij zijn tijdens hun pokersessie in slaap gevallen en werden om 7.00 uur wakker met de kaarten nog in hun handen en alsof er niets gebeurd was maakten zij hun potje af…

Als wij dachten dat het gisteren koud was, dan komen wij vandaag bedrogen uit, er trekt werkelijk een sneeuwstorm over de Ettersberg, want wij waaien onderhand de bus in.

Het was de bedoeling dat wij te voet de berg af zouden wandelen om een bezoek te brengen aan het monument op de berg, maar het is geen doen. Buschauffeur Mees zet ons af en wij trotseren wind, sneeuw en nog meer wind om naar het monument te lopen.

Vanuit de verre omgeving is dit monument te zien.
Iedereen merkt daar dat we een beetje verzadigt raken en na een bezoek aan de tentoonstelling van het kamp in de Sovjetperiode lopen de meesten van ons terug om nog even te werken aan de presentaties en te lunchen.

Na de lunch presenteert ieder groepje een zelfgekozen aspect van het bezoek aan Buchenwald. Roezbeh stelt ons voor aan Ilse Koch, de Heks van Buchenwald. Thijs neemt ons mee naar de Nederlandse barak, wij vragen ons af wat de inwoners van Weimar wisten over het bestaan van het kamp en de laatste groep neemt ons mee naar het bordeel van Buchenwald. En dan zit het erop. De gids dankt ons hartelijk en wij hem.

We reizen af naar Weimar voor een laatste ontspannend avondje met kerstmarkt, bowlen, eten en massagestoelen. Jeffrey koopt nog een mooi DVDtje voor de buschauffeur, waarvan het thema mij deed besluiten om niet meer in de TVkamer te komen en dan gaat het na nog een nachtje slapen (lekkuh!) weer terug naar Nederland.
Niet alleen Buchenwald is een kamp van tegenstellingen, de reis is dat ook. Serieuze momenten wisselen zich af met een hoop gezelligheid en lachen. Ik heb het leerzaam, maar vooral ook leuk gevonden. En ik zag er nog zo tegenop. Helemaal bekeerd tot de ‘Big bang theory (30 afleveringen in 3 dagen) kom ik weer in Utrecht aan. Lekkuh naar huis!

Cindy Rousse