04-11-11

De Uitvinder en het verzet, november 2011 (2)


Als je alles van te voren weet, zou je dan de dingen doen, die je ooit gedaan hebt?

Gerrit Gunnink kreeg spijt, Fritz Haber hebben we het nooit meer kunnen vragen.
Gerrit Gunnink was een jaar of zeventien toen hij zich aansloot bij het verzet. Samen met zijn kameraden had hij een doel. Hij voelde zich euforisch en boven de andere mensen verheven. Pas in 1952, zeven jaar na de oorlog beseft hij dat niet alles aan het verzet even goed was. Hij weigert het bronzen kruis. En toch duurt het nog jaren, voordat hij werkelijk zijn daden onder ogen kan zien. Hij neemt zijn verantwoordelijkheid en gaat op vierentachtig jarige leeftijd op zoek naar de slachtoffers van de beschieting op de controlepost in Appelscha. Tijdens de reconstructie die aan de hand van zijn verhaal wordt gemaakt, krimpt hij bij elk pistoolschot in elkaar. Een geweer heeft hij nooit meer aangeraakt, maar zijn “kanarietje” bewaart hij nog steeds netjes in een doosje. Aan de andere kant was hij in de oorlogsjaren een adolescent op weg naar volwassenheid, die niet alle consequenties van zijn daden kon overzien en op zoek was naar avontuur. Kunnen we hem dat kwalijk nemen?

Fritz Haber was daarentegen 47 jaar, toen voor het eerst zijn ontdekking werd gebruikt in de Eerste Wereldoorlog om de vijand te verslaan. Ook hij was euforisch, kreeg aanzien binnen de Duitse regering. Op die leeftijd zou je zeggen,beschik je over voldoende verantwoordelijkheid en inzicht in de conseqenties van het gebruik van chloorgas. Maar had hij kunnen overzien dat een nieuwe uitvinding uit 1920, Zyklon B, jaren later gebruikt zou worden om miljoenen joden te vermoorden. Als hij het van te voren had geweten, had hij dan ooit chemicus geworden? De vraag blijft, het antwoord zullen we nooit krijgen.

Marlou Bakker