17-11-11

Nazi concentratiekampen (4), november 2011



Better safe than sorry

De film “Nazi concentration camps” geeft een beeld van de Duitse concentratiekampen zoals de gealieerden deze in maart/april 1945 aantroffen. Ver voor dat Auschwitz een begrip werd, werd hiermee het beeld van Bergen Belsen Het beeld voor de Holocaust.

De film is een samenvatting , zo’n 15%, van de in totaal meer dan 26 km. die gefilmd werd door de leger foto- en filmdienst. De opnames in zwart wit worden voorafgegaan door een affidavit van Hollywoord regisseur Stevens en regisseur special effects Kellog. Dit zet -afgezien van de daarmee beoogde gerechtelijke bruikbaarheid - mede de toon van de film. De toon van het begeleidend commentaar lijkt daar niet helemaal mee synchroon te lopen, de commentator is eigenlijk niet meer dan het verlengstuk van de camera, vlak en niets meer dan een verbale registratie, wellicht daarmee dan toch meest doeltreffend, - net als het afzien van filmen in kleur - , maar zeker sfeerbepalend. Het totaalbeeld of dat wat op het netvlies achterblijft laat zich raden: wat nu precies ”misdaden tegen de menselijkheid “ zijn behoeft geen nadere uitleg meer.

De film werd integraal gebruikt tijdens de processen van Neurenberg (Aanvang 1945.)en tijdens het Eichman proces .(1961)Daar zijn wel wat kanttekeningen bij te plaatsen. Afgezien van het feit dat welhaast elke verdachte in de context van dit beeldmateriaal bij voorbaat schuldig is en er in het beeldmateriaal uiteraard geen expliciete handelingen van daders te zien zijn.

De beelden zijn wel exemplarisch voor de nazi terreur als systeem , niet voor de Holocaust. Frappant dat de film dan toch werd gebruikt tijdens het Eichman proces. De vernietigingskampen in Oost Europa zijn namelijk geen onderdeel in de film. Sterker nog: het woord Jood wordt slechts eenmaal gebruikt; “a German Jew”. Waarschijnlijk was hier dan ook het effect van bepalend voor de inzet in de rechtszaal. Niet representatief dus voor de Holocaust, wel representatief voor de effecten van politieke terreur en excessen binnen een totalitair regime.

En wellicht “glad ijs”, ook representatief voor de hypocrisie van de geallieerden. Die is naar mijn idee nogal stuitend. Dan gaat het niet om VS militairen die bijvoorbeeld dachten “Tja, logisch dat de nazi’s dit soort gedegenereerde opsluiten, ze zien er niet uit en gedragen zich als beesten……” maar wel om de indruk die de argeloze kijker zou krijgen van “Zij die net op tijd kwamen”.En inderdaad, voor veel gevangenen in de kampen kwamen de geallieerden op tijd, maar voor zeer velen ook veel te laat.

De geallieerden waren al sinds 1941/1942 op de hoogte van wat zich in de diverse kampen afspeelde; van Buchenwald tot Bełżec. Men wist feitelijk alles. Met die kennis werd echter weinig gedaan. In 1942 kon dat gezien de militaire situatie ook nog niet , Duitsland op het toppunt van de macht, de geallieerden bezig met een inhaalslag, maar in 1944 waren de rollen omgedraaid, ook toen deed men niets.

Het is niet onwaarschijnlijk dat ingrijpen toen meer levens had gespaard.
Argumenten om niets te doen waren er voldoende: “We vechten voor democratie, tegen het nazisme, dus niet om mensen in kampen te bevrijden”, “Militaire successen zijn de snelste weg naar bevrijding van de kampen”, “Alle militaire capaciteit is nodig voor gevechtshandelingen – die bommenwerpers hebben we nodig in Normandie”. Een afwijkende inzet van mankracht en materiaal zou de oorlog vertragen. “Het lot van de Joden? Welke soldaat wil daar voor vechten”. Inderdaad, Joden waren niet populair, werden niet gezien als een natie of een bondgenoot. Sterker nog: de leiders in de geallieerde landen repten nauwelijks over deportaties en gaskamers.

De gedachten hierachter lijken even onzinnig als plausibel: “Stel dat het grote publiek weet dat Joden als groep worden uitgemoord, dan zou men best ’s kunnen gaan denken, tja, de nazi’s of Duitsers hebben ze waarschijnlijk niet voor niets als speciale groep uitgekozen, er zal wel wat mee aan de hand zijn.”En: “Hm,tja, die Joden allemaal dood, we hebben er zelf ook genoeg waar we last van hebben". Anders gezegd; gewag maken van de genocide zou leiden tot een toename van antisemitisme in eigen land. Dat wilde men voorkomen. Anderzijds was er natuurlijk ook de gedachte “Alles wat die Duitsers inzetten voor die kampen,zetten ze niet in aan het front”. Daar zit wel wat in; qua logistiek, materieel,personele bezetting ed. was het systeem van de kampen veeleisend; “militair-strategisch niet handig - maar ja racisten” kwam het de geallieerden prima uit.

Hoe dan ook, dat niets doen, had een signaal functie, multi interpretabel zo lijkt het, maar zelfs het afwerpen van flyers boven bezet gebied om mensen te waarschuwen was niet nodig, “Men zou het toch niet geloven”. Had men dat wel gedaan, dan was er op z’n minst de kans geweest dat minder mensen zich passief, lijdzaam en apathisch hadden laten deporteren. Maar Inderdaad en grof gezegd: Joden waren niet populair.
Men liet het eigenlijk allemaal maar gebeuren. Direct tijdens en na de bevrijding kwamen wel de afschuw, weerzin , verbijstering en het oordeel. Men veroordeelde datgene wat men eigenlijk al veel langer wist. Wellicht dat de letterlijke confrontatie met - en daarmee ook de confrontatie met het eigen in gebreke blijven, een aansporend effect had in aanklagen vonnissen en terechtstellen.

De film Nazi concentration camps is wat dit laatste betreft representatief en uitermate bruikbaar in die context, maar representeert niet de werkelijkheid van “Zij die net op tijd kwamen”, wel karakteristiek voor de overwinnaar die de geschiedenis schrijft en historisch gezien een vanzelf sprekende indruk opwekkend die aansluit bij dat gewenste imago van “De goeden tegen de kwaden”.

Dan heb je inderdaad geen technicolor nodig, maar volstaat zwart-wit.

Wim Borghuis