17-11-11

Nazi concentratiekampen (2), november 2011


Het is al november en het weer wordt steeds grimmiger. De Minor ook. Ilse Koch is nog niet weg of Martin Sommer staat al voor de deur. En dan zitten we nog niet eens in de ‘feestmaand’ waarin we tussen Sinterklaas en Kerst een week in twee concentratiekampen zullen vertoeven. Wie toch al last heeft van winterdepressies komt misschien beter tot zijn recht bij de Minoren ‘Mediterraans koken’ of ‘Creatief met kurk’.

Al we straks per bus richting Hannover vertrekken zijn we in elk geval goed voorbereid. Alle groepen die een presentatie houden, hebben zo goed hun research gedaan dat we een vertraging oplopen van ongeveer twee uur. De angst van mijn groepje (hulde aan Roezbeh, Thijs en Sander) dat we binnen acht minuten door onze stof heen zijn, blijkt ongegrond. We zijn bijna drie kwartier aan het woord (bij deze nog mijn excuses namens de groep).

Uit de presentaties komt naar voren dat Bergen-Belsen en Buchenwald een hoop dood en verderf met elkaar gemeen hebben. Beide kampen hebben dezelfde kenmerken: honger, ziektes en wreedheden. De verhalen van overlevenden uit de reader zou je zomaar met fictie kunnen verwarren, omdat ze zo absurd lijken. Pas als je de Amerikaanse videobeelden ziet die gemaakt zijn vlak na de bevrijding van de kampen, komen die verhalen tot leven.

Het is een raar idee dat we over een kleine maand zelf op die plekken zijn waar we net de beelden van hebben gezien. Overal waar je loopt kan iemand zijn mishandeld of vermoord of begraven. Of misschien wel twee mensen of tien of honderd.

Wij hebben in elk geval één geruststelling die de mensen hier vroeger niet hadden. We kunnen altijd weer de bus naar huis pakken en zeggen: ‘’Zo, ‘t is mooi geweest’’.

Marlinde Venema