30-11-11

Bergen Belsen, november 2011 (1) "Es will niemand daran erinnert werden"


Bergen Belsen, in 1935 “bouwvakkers kamp”, krijgsgevangenkamp in 1941, in 1943 concentratiekamp vanaf 1945 vluchtelingenkamp. In 1946 door de Britten bewerkt tot Landschapspark met daarin massagraven en gedenktekens. Officieel Gedenkplaats vanaf 1952, ingewijd door toenmalig Bondspresident Heuss, en nu op ’t eerste gezicht een vriendelijk heide landschap, afhankelijk van ’t seizoen en de weersgesteldheid prima plek voor een zondagmiddagwandeling.

Tis de vraag of deze keurig gesaneerde en goed onderhouden omgeving de historische waarheid - “crime scene Bergen Belsen” - representeert, illustreert wat hier daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, recht doet aan de gevoelens van slachtoffers en nabestaanden. Met het Masterplan Gedenkst├Ątte Bergen Belsen wordt nu in ieder geval een poging gedaan de fysieke ruimte zodanig in te richten dat bezoekers niet langer het idee hoeven te hebben dat door middel van landschapsarchitectuur sprake is van geschiedenisvervalsing. Maquettes in de bodem, informatiezuilen en het markeren van de boomgrenzen verschaffen kennis, dragen bij in het visualiseren, het musealisering van het voormalig kampterrein.

In 2012 “viert” de gedenkplaats haar 60 jarig bestaan. Er zijn grootse plannen voor herdenkingen en aanverwante activiteiten. Voormalig gevangen en diverse hoogwaardigheidsbekleders worden uitgenodigd. Interessant is wie uit de regio en uit het nabij gelegen Bergen en uitnodiging krijgen – daar gehoor aan geven, of uit zichzelf zullen komen. Naar verwachting zijn dat er niet zoveel.

De plaatselijke bevolking heeft geen enkele interesse in het voormalig kamp. Nu niet, in het verleden ook niet. Een positieve verklaring zou kunnen zijn dat men zich schaamt voor wat er gebeurt is. Misschien een schaamte met terugwerkende kracht, een schuldgevoel dat teruggrijpt op een voorgaande generatie. Dat zou je kunnen respecteren. Het ligt toch anders. Voor de plaatselijke bevolking, de inwoners van Bergen en omliggende dorpen, is het kamp een taboe. “Niemand wist en weet er iets van”, en niemand wil er iets mee te maken hebben. Wat men wel kan vertellen is dat de zogenaamde massagraven meer te maken hebben met propaganda dan de feiten. Men accepteert teksten als “Hier liggen30.000 doden” niet. De getallen zijn overdreven,opgevijzeld; 300 of 3000, dat zou nog kunnen, 30.000 is onmogelijk. Verder heeft men geen mening, en “Das ist nicht unsere Sache”. Treurig ook, alsof er enig verschil zou zijn tussen het moedwillig ombrengen van 300, 3000,of 30.000 onschuldigen.

Wat men wel weet is dat het delen van het terrein uitstekend geschikt zijn voor bramengroei, wie dan in augustus inderdaad een zondagmiddag wandeling maakt, heeft gemak van de ophogingen in het terrein (Massagraven.), reuze handig, want bij ’t plukken hoef je niet te bukken.

Het initiatief om in Bergen een straatnaam om te dopen in Anne Frank straat, werd niet gehonoreerd,de plaatselijke notabelen waren er tegen: “Es will niemand daran erinnert werden”.

Wim Borghuis