05-10-11

Kamp Vugth, 4 oktober 2011 (1)


De briefjes en de rode zakdoek van kamp Vught.

Ofwel Konzentrationslager Herzogenbosch, zoals de officiele naam luidt. Dit kamp vind ik van de drie die we nu bezocht hebben toch het meest indrukwekkend. Waar dat nu direct door komt vind ik lastig te zeggen, maar misschien heeft het te maken met de historische sensatie, omdat hier de meeste tastbare overblijfselen of replica’s zijn. Toen men het monument hier inrichtte heeft men er goed over nagedacht wat er te zien moest zijn. Daarbuiten is de omgeving ook nog het best herkenbaar als kampplaats. De lange weg er naar toe, de Brederodekazerne, de ‘barak’achtige woningen die voor de Molukkers zijn neergezet, de hoge muur van de PI (waar Holleeder beschermd wordt tegen de buiten/onderwereld), dragen er wel toe bij dat mijn inlevingsvermogen geactiveerd wordt.

Maar vooral het uitzicht dat je hebt als je naar de betonnen 'madurodamversie' van het kamp kijkt, vanuit het museum. De gracht, de dubbele rij prikkeldraad, de wachttorens en op de achtergrond het crematorium. Dat geeft een goed beeld.
Kamp Vught was het derde kamp van de grote drie Nederlandse kampen. Het werd in 1942 gebouwd om het overschot aan gevangen in Amersfoort en Vught op te vangen.
Aangezien het kamp nog niet eens af was toen de eerste gevangenen arriveerden, mochten ze het zelf verder afbouwen. Het hele project kostte 15 miljoen gulden, waarvan 12 miljoen bestemd was voor de bouw van de onderkomens en voorzieningen voor de kampleiding en 3 miljoen voor de ‘voorzieningen’ van de gevangenen van het kamp. Het geld hiervoor kwam, hoe wrang, voornamelijk uit joodse fondsen (niet vrijwillig afgestaan uiteraard).

De gevangenen die in het kamp aankwamen, arriveerden vaak midden in de nacht op het station van Vught. In het donker kwamen zij aan en moesten naar het kamp lopen. Als de groep van zo'n 200 gevangenen voorbij was, kwamen de Vughtenaren om hun stoepje schoon te vegen. Niet omdat zij vies waren van de stoet gevangen, maar vanwege de papiertjes die de gevangenen tijdens hun tocht op de grond gooiden met persoonsgegevens. Zo kon men aan het thuisfront laten weten waar je heen gebracht werd. De Vughtenaren lieten de thuisblijvers weten wat er met hun dierbare was gebeurd. Ik vond dit ontroerend om te horen.

Pesten was de kernactiviteit van de bewaking in dit kamp, alles eraan doen om het leven zo ondraaglijk mogelijk te maken, zinloos werk, stenen heen en weer sjouwen, vernedering. En dan zou dit juist een promotiekamp moeten zijn, zo van: kijk eens, het is hier zo slecht niet. Wij nazi's zorgen goed voor jullie. Even heropvoeden en je kunt weer gaan.

De interpretatie van het woord ‘heropvoeding’ liet alleen wel veel te wensen over. Want het hele kampbeleid was ingericht op vernedering en getreiter. De gids noemde tal van voorbeelden: Zo kreeg je maar een stel kleren, dat mocht niet vies worden. Gevolg is dat je iedere avond je streepjespyjama (mannen) of blauwe overal (vrouwen) moest wassen. (samen met nog 240 gevangen in een kleine ruimte) Maar hing je was niet te drogen, want de bewakers haalden het ’s nachts weg. Moest je heel de dag in je blootje lopen. Dit is slechts een voorbeeld, een ander voorbeeld is de complete vernedering bij aankomst, als behalve je spullen en kleren, ook je identiteit wordt afgenomen en jij een nummer wordt, een gekleurde driehoek opgeplakt kreeg en zo in een bepaalde categorie van ongewenste personen werd ingedeeld.

De gids voert ons via een namaakbarak naar het kindermonument om daar het verhaal te vertellen van het kindertransport. 1269 joodse kinderen en evenzoveel volwassenen werden op 6 en 7 juni 1943 op transport gezet naar Westerbork. De kampleiding vertelde de ouders dat de kinderen naar een kinderkamp gingen en dat ze een ouder mochten meenemen, zodat deze kon zien hoe het was in het kinderkamp. Natuurlijk bestond er helemaal geen kinderkamp, na een dag op het perron van Westerbork in de wagons te hebben doorgebracht, werden de twee treinen aan elkaar gekoppeld en verdween het hele transport bij aankomst in Sobibor rechtstreeks in de gaskamer. Het monument toont ons alle namen van de kinderen en hun leeftijd, de jongste was Machieltje Prins (daar is ie weer) met zijn zes dagen. Hij werd ‘gered’ in Westerbork en pas 6 maanden later vergast. Hij moest eerst gezond worden en dan vergast…leg mij het nut daarvan maar eens uit.

Wat mij het meest trof was een rode zakdoek die de gids liet zien. Als tijdverdrijf hebben een tiental vrouwen hun naam op deze boerenzakdoek geborduurd. Om het in het kamp te kunnen volhouden moest je stiekem ‘leuke’ dingen doen. Naald en draad werden stiekem uit de kledingbarak meegesmokkeld. Deze zakdoek was van een vrouw die vrijgekomen is en na haar vrijlating heeft ze haar nummer en rode driehoek er bij op genaaid. Later heeft ze de zakdoek aan het herinneringscentrum geschonken.
Een van de beste excursies tot nu toe, kamp Vught.

Cindy Rousse