20-10-11

Duo gastsprekers "goed - fout", 18 oktober 2011


Verzoening,

een woord dat na vandaag een hele nieuwe betekenis heeft gekregen. Luisterend naar twee vrouwen, beide getekend door de oorlog, ieder met haar eigen achtergrond.

Fanny, 4e kind uit een Joods gezin, geboren in 1942, wordt via de Hollandsche Schouwburg, Kamp Westerbork uiteindelijk met het hele gezin gedeporteerd naar Bergen-Belsen. Daar verliest zij haar vader. Op 7 april 1945 zijn Fanny, haar zussen Esther (11) en Berti (6) en broer Alfred (9) samen met hun moeder op de trein gezet. Zij zijn vijf van de in totaal zesduizend mensen uit Bergen Belsen, die zeven dagen heen en weer rijden zonder eindbestemming. Haar moeder overlijdt 9 dagen later, 3 dagen na de bevrijding door de Amerikanen, aan uitputting en ondervoeding. En nog is het niet voorbij.

Esther en Alfred zorgen als een vader en moeder voor de twee jongere meisjes. Na aankomst in Maastricht worden de kinderen van elkaar gescheiden. Behalve Berti en Fanny, die samen in een gezin geplaatst worden, groeien ze afzonderlijk van elkaar op. Esther blijft haar leven “opletten dat het goed komt”. Haar broer Alfred verhuist met het orthodox Joodse weeshuis op zijn veertiende naar Israël. Fanny wilde vooral gewoon zijn, haar oorlogsverleden vergeten. Een tik die zij er aan overhoudt, zo zegt zij zelf is altijd dankbaar zijn voor alles en bescheiden.

Pas op haar 45ste komt Fanny toe aan het verwerken van haar verleden. Zij gaat op zoek naar haar familiewortels en werd een heel mens, over de oorlog heen. Het geeft haar rust om op een positieve manier een bijdrage te leveren aan het verleden.

Karin is 4 jaar als de oorlog in Nederland uitbreekt. In 1935 sluit vader zich, onder druk van zijn vrouw en schoonmoeder, aan bij de NSB. In 1942 verhuist het gezin van Voorschoten naar Schaarsbergen en woont in een huis van een oud Joods echtpaar geweest. Karin voelt als jong meisje al dat het niet klopt. Kort daarop wordt haar vader ontslagen op de NSB-school, omdat hij niet fanatiek genoeg is. Een deel van het gezin verhuist naar Hannover. De jongste kinderen, waaronder Karin worden bij haar grootmoeder in Breda ondergebracht. Haar strenge, autoritaire oma en het feit dat kinderen niet met haar wilden spelen hebben haar altijd een gevoel gegeven er niet bij te horen. In september 1944 haalt haar moeder de kinderen op en wordt het gezin herenigd. Haar oudste zus zit op een kostschool, haar oudste broer vecht aan het oostfront. En dan wordt haar vader gearresteerd. Ze zal hem nooit meer terugzien.

Moeder gaat met de andere kinderen terug naar Nederland, waar moeder wordt geïnterneerd en de kinderen worden ondergebracht bij familie. Zowel thuis als op school werd er over de oorlog gezwegen, laat staan dat zij iets mee kreeg van de jodenvervolging.

Karin gaat het verleden verwerken als haar broer in 1980 zelfmoord pleegt. Zij is dan 45 jaar. Ze sluit zich aan bij een praatgroep voor kinderen van NSB’ers. Iedereen voelde zich miskent. Door met elkaar te praten, te luisteren naar elkaar, ga je het snappen.

Het was voor Karin niet genoeg. Ze wilde meer. Ze sluit zich aan bij KOMBI. De stichting heeft als doelstelling de ontmoeting en het gesprek tussen verschillende groepen oorlogsgetroffenen op gang te brengen.

Tijdens hun betoog, wisselen zij elkaar af. Ze zoeken de parallellen, de overeenkomsten tussen hun levens. En gek genoeg, ze vinden ze nog ook.

De ontmoeting met Karin is het allermooiste dat Fanny is overkomen, zegt zij als afsluiting. Haar verzoening, door te praten en te luisteren. Wat een geschenk. Het raakt mij diep. Ik voel mijn tranen opkomen.

Marlou Bakker