17-10-11

1939 – 1945, 17 oktober 2011


Een dichte oase,
Van een groen bladerdek,
Rust aan de takken,
Kalmte bij uitstek.

Waar verder in het bos,
Een briesje begint te waaien,
Is het bij die boom nog herfst,
Voor het seizoen daar ook gaat draaien.

De winter verspreid zich snel,
Tot de kou de bladeren verslapt,
Hun groene kleur ontnomen,
De bruine kleur die hen verklapt.

De wind steekt op,
Waarmee een bruin blaadje ging,
Geen idee waarom, en wanneer,
Geen idee welke bestemming.

Een grotere vlaag komt op,
Meer bladeren in de stroom,
Stroom naar het oosten,
Steeds minder bladeren aan de boom.

Sommigen laten zich vallen,
Uit angst dat de wind zich zal wreken,
Andere schuilen achter opkomend sneeuw,
Dat fungeert als een warm, beschermend deken.

De onvoorspelbare wind,
De vaak lange reis,
Het lot nog onbekend,
De wolken nog steeds grijs.

De wind laat zich vallen,
Een tussenstop zonder rust,
De angst voor vertrek,
Hun kracht al snel uitgeblust.

Te weinig voeding,
Zichtbaar wordende nerven,
Voor veel is de reis te zwaar,
Veel die onderweg sterven.

De laatste bries steekt op,
Families gebroken, kapot,
Tot de bestemming is bereikt,
Het afwachten van het lot.

Langzaam wordt het warmer,
Legt de wind zich neer,
De kou wordt minder,
Dit verandert het weer.

Nog een paar bladeren aan de boom,
Die zich goed hebben geweerd,
De angst eindelijk voorbij,
De lente die terugkeert.

De boom begint te groeien,
Nieuwe bladeren aan de boom,
Nieuwe zaden, voor nieuwe bomen,
Weg van de nachtmerrie, de enge droom.

Ook de wind die eindelijk draait,
De boom houdt zich stug,
Maar na lang wachten,
Komen maar een paar bladeren terug.

Getekend door de reis,
Familie die verdween,
Plek aan de boom ingenomen,
Breekbaar en helemaal alleen.

De boom groeit langzamer dan voorheen,
Getekend door al het verdriet,
Doorgaan en niet meer terugkijken,
Want vergeten, kan het niet.

Quirine Visser

Symbolen:
Bladeren: Oorlogsslachtoffers
Winter: Bezetting
Groene kleur ontnomen: Joodse beperkingen
Bruine kleur: Jodenster
Wind: Transport
Aan tak blijven hangen: onderduiken
Sneeuw: verzet
Uit voorzorg laten vallen: zelfmoord
Nerven: botten
Lente: Bevrijding