30-09-11

Kamp Westerbork, 29 september (3)


Is dit nu een schuldig landschap, het ”landschap van de gewelddadige dood”. Het eerste is moeilijk voor te stellen, een parkachtige omgeving, veel fiets-toerisme, - een ANWB fietsroute loopt dwars door ’t kampterrein -, de bekende baby in rugzak en picknickende ouderen. Het tweede op deze manier dus ook niet. Van een gewelddadige dood was trouwens pas sprake na april ’45; toen “Goede Nederlanders” hier “Foute Nederlanders” gevangen hielden. Er stierven in die periode meer mensen dan onder het bewind van de Duitse commandant Gemmeker. “Fout” was overigens een relatief begrip, het lidmaatschap van de Nederlandse Schaak Bond was al genoeg om achter ’t prikkeldraad te belanden. (Ja ja, NSB…….) Het rapport Kamptoestanden – Van der Vaart-Smit geeft een verbijsteren en ontluisterend beeld van die periode: http://www.scribd.com/doc/38239582/Kamptoestanden-1944-45-48-Rapport-Van-Der-Vaart-Smit

Met dank ook aan koningin Wilhelmina, die aangaf dat voor landverraders geen plek meer zou zijn in het bevrijdde vaderland. Zij had zelfs deportatie van hen naar Borkum voor ogen. Nadere inspectie van het Duitse Waddeneiland door een ambtenaar maakte duidelijk dat dat geen haalbare kaart was. Deportatie zou echter wel meteen het kamp hebben vrijgemaakt voor de nog overgebleven en terugkerende Joden, die konden daar dan mooi worden gehuisvest, tot dat men wist wat daar mee te doen, een serieuze gedachte destijds uit kringen van het verzet.
Aandacht voor die groep bewoners van het kamp is er (nog) niet, dat ligt nog te gevoelig, er zijn groepen slachtoffers die hun leed exclusief claimen, ook meer dan 60 jaar na de oorlog. De hiƫrarchie van leed is blijkbaar een strikte.

Ook gevoelig ligt het enig dat fysiek uit de gehele periode Westerbork is overgebleven; de woning van de kampcommandant. Hoe ga je dit nu musealiseren? Het is ironisch, niets ter plekke herinnert aan de oorlog, behalve dit stukje “dader erfgoed”. Commandant SS-Obersturmfuhrer Gemmeker zou zomaar het middelpunt kunnen worden van deze lieux des memoires. De woning als authentiek element past inderdaad goed in een moderne museale setting, een concreet en fysiek iets, dat trekt de aandacht. Hoe het dan hanteren in de beleving van de bezoeker, das een ander verhaal. Afgezien van de praktische (on)mogelijkheden, tis een houten woning uit eind jaren ‘30, om daar nu jaarlijks 3 tot 400.000 bezoekers doorheen te leiden, dat vergt nogal wat. Het idee is nu om de woning via een glazen omhulsel te overkoepelen, zodat ’t huis in een soort van vitrine terecht komt. Het lijkt me dat er dan minimaal een treinwagon of een barak als tegenwicht op ’t kampterrein geplaatst moet worden. Anders zou je vanuit het daderperspectief in de vitrine hooguit de Drentse fietsvierdaagse voorbij zien trekken. Dat doet geen recht aan Westerbork als symbool in de Holocaust.

Wim Borghuis