12-09-11

12 september 2011, De Grebbeberg (4)


Mijn eerste gedachte als ik bij het ereveld uit de auto stap: ‘het is kleiner dan ik me herinner.’ Ik ben hier ooit eerder al eens geweest. Maar dat is zeker 20 jaar geleden en ik weet nog goed dat ik toen zwaar onder de indruk was van de hoeveelheid graven en dat ze er allemaal hetzelfde uitzagen. Nu, 20 jaar later dus, heb ik ook de begraafplaatsen in NormandiĆ« en nabij Ieper bezocht en daarbij valt deze kleine begraafplaats in het niet. Niet dat dat iets afdoet aan de betekenis die deze begraafplaats heeft. Ik loop vanaf de parkeerplaats het ereveld op. Het miezert licht, dus ik ben een van de weinige bezoekers op dit moment. Onder het afdak van het informatiecentrum staan een paar fietsers, die een rustpauze nemen.

Ik kan me niet herinneren dat het informatiecentrum er al stond toen ik hier 20 jaar geleden was, dus ik besluit om eerst eens op mijn gemak daar rond te kijken. Ik ben heerlijk in mijn eentje gekomen, man en kinderen zijn thuis, dus ik kan me heerlijk focussen op wat ik zie. In het begin kom je in een ruimte waar langs de muur in het kort de aanloop tot de oorlog wordt beschreven. (De tekst is kort en bondig valt me op, dus voor leerlingen ook zeer geschikt.) Dan staan er in het midden drie rugzakken op een paal, met een telefoonhoorn eraan. Via een schermpje kun je meeliften door de eerste dagen van de oorlog. Ik kies willekeurig voor Jaap Vermeer. Door de informatie ruimte staan drie van deze zuilen verspreid, zo volg ik Jaap van begin tot het eind.

Jaap blijkt een tuinder uit het Westland, die vroeger graag bij de politie wilde, maar te klein werd bevonden. Hij werd afgekeurd en zodoende ging hij ook de tuinbouw in. Hij kreeg een militaire training en bleek een verdienstelijk schutter. Vlak voor de oorlog trouwde hij en kregen hij en zijn vrouw een kindje. Toen de oproep tot mobilisatie kwam in augustus 1939, werd Jaap ingedeeld bij de Maas-Waal stelling. Toen de Duitsers het land binnen vielen, was Jaap met verlof, maar sloot zich al snel weer aan bij zijn kameraden aan het front. Hij stierf een van de eerstdagen aan het front. Zijn zoon heeft niet kunnen nagaan welk van de drie verhalen over zijn dood, het echte is. Zeker is dat Jaap bij de eerste slachtoffers in die meidagen hoorde. Zijn familie wist echter pas na twee jaar dat Jaap niet meer leefde, al die tijd heeft hij als naamloos slachtoffer in een graf gelegen.

Terwijl je verder door het leven van Jaap loopt, verandert ook de inrichting van het informatiecentrum. Er wordt verder ingegaan op de Grebbelinie en de slag wordt van dag tot dag, van uur tot uur op landkaarten getoond. Je ziet hoe de Duitsers de verdediging steeds verder terug dringen. Tot slot beleef je de laatste dagen van Jaap bij de derde rugzak en kijk je uit over het ereveld. Ik besluit om het graf van Jaap op te zoeken, in het register vind ik zijn naam en het nummer van zijn laatste rustplaats. Rij 6 nummer 26.
Het is buiten ondertussen gestopt met miezeren en ik loop tussen de rijen door, terwijl ik ondertussen al die namen lees. En vooral die data, dat treft mij wel, al deze mannen, velen jonger dan ik nu, waarschijnlijk met net zo’n leven als ik, getrouwd, kleine kinderen. Ze zijn opeens opgeroepen om hun land te verdedigen en hebben het niet gehaald. Ik probeer me te verplaatsen in hun vrouwen. Vreselijk…bij iedere steen hoort misschien wel zo’n verhaal als dat van Jaap Vermeer. Vlak voor ik het graf van Jaap zie, lees ik de naam Jansen op een graf en iets verder nog een keer. Ik weet wel dat het een veel voorkomende achternaam is, maar je gaat toch denken, zou het familie zijn?
Als ik even bij het graf van Jaap Vermeer heb stil gestaan, loop ik terug naar het grote monument en steek ik de weg over naar de klok. Via een trappetje aan de achterkant loop je zo het bos is. Ik weet inmiddels waar ik naar kijken moet en herken de granaatinslagen in de bomen. In Overloon had ik die ook al gezien. Er is weinig meer over van het slagveld van toen, een greppel die je herkent als loopgraaf om klein materieel tegen te houden, een stuk beton van een bastion, verder is er niet zo veel meer. Het is stil in het bos, je kunt je nu niet voorstellen hoe dat geweest moet zijn in die eerste meidagen van 1940. Ruim zeventig jaar later loop ik op die grond, waarop zo bitter maar tevergeefs strijd is gevoerd, waar zo’n 400 Nederlandse en 300 Duitse mannen het leven lieten.

En achter mij raast het verkeer van Rhenen naar Wageningen of andersom...

Cindy Rousse