14-02-11

14 februari 2011 - Minor Tweede Wereldoorlog educatie 2010 – 2011 - Wir haben es nicht gewusst


Natuurlijk is kennis over de Tweede Wereldoorlog meetbaar. Wanneer je er echter van uit gaat dat leren synoniem is aan reproduceren zou dat in het algemeen en in geval van een onderwerp als de Tweede Wereldoorlog in het bijzonder wel een tamelijk oppervlakkige doelstelling zijn. Alleen weten wat er gebeurd is, is dan niet voldoende. (Hiermee niet het belang van kennis geheel terzijde schuivende want veel weten is nog altijd veel zien.)

Inzicht in het kwaad in de mens kan ook niet het belangrijkste doel zijn, dat zou “zwarte pedagogiek zijn”. Waarschijnlijk wel sensationeel, maar weinig effectief. Het is vrij eenvoudig Hitler als een monster te presenteren. Daarmee is bijvoorbeeld de vraag hoe dat monster 6 miljoen Joden kon vermoorden niet beantwoord. Daarvoor is dus een ander inzicht nodig, een ruimere blik. De reflex van morele verontwaardiging is daamee niet helemaal uit te sluiten maar daar mag ook best wat ruimte voor blijven. Tis toch ook altijd ook een veilig en vertrouwd gevoel zelf aan de goede kant te staan.

Inzicht, bewustwording, besef en persoonlijke ontwikkeling zijn wat gewaagder , ambitieuzer maar ook meer relevante doelen, eigenlijk minimale voorwaarde voor zinvolle onderwijs activiteiten over de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust. Ervaren, voelen, beleven en inleven zijn dan de geschikte methodes; of het nu gaat om vmbo leerlingen of hbo studenten.
Psycho-sociaal moet je daar ook min of meer aan toe zijn, er voor open staan. Waarom maken mensen welke keuzes, je bezighouden met dilemma’s van daders, slachtoffers en omstanders, binnen de specifieke context. Vaak onbegrip en ongeloof, sympathie en antipathie maar ook identificatie. Dat laatste met name zorgt voor herkenning van menselijk gedrag . Inzicht in de motieven van daders en omstanders leidt dan veelal niet alleen tot een ander en meer genuanceerde van de Tweede Wereldoorlog, maar ook tot meer alertheid en een andere blik op de wereld. En soms ook tot een andere blik op jezelf. Emoties ontbreken daarbij dan niet. In de Minor 2010-2011 en de afsluitende presentaties bleek dat er ook deze sessie weer “Heel wat geraakt is”. Er waren om diverse redenen de nodige emotionele momenten. Das prima, “dat wat raakt – beklijft”.

Wat mezelf afgezien van het enthousiasme van de deelnemers, de sfeer,saamhorigheid en gezelligheid, de momenten van de deelnemers in de groep ed., ’t meest is bijgebleven is inhoudelijk de confrontatie met de grootschaligheid van het nazi systeem en het klaarblijkelijke gemak waarmee dat kon functioneren. Wie de omvang ziet van het systeem van werkkampen, concentratiekampen en vernietigingskampen kan het “Wir haben es nicht gewusst niet plaatsen”. Aannemelijker is dan het “Was niemand wissen wolte, aber jeder wissen konnte”. Ook het etiketteren van daders is weinig zinvol; nazisme of communisme, het is altijd een geschiedenis tussen mensen. Buchenwald is daar in beide gevallen trouwens een sprekend voorbeeld van. Misschien en bij wijze van spreken wel het hoogtepunt in een half jaar ellende.

Veel ellende kan ook behoorlijk cynisch en mismoedig maken en leiden tot verzuchtingen als “Het is hopeloos….. we leren niets van de geschiedenis…”. Dat is echter in de Minor letterlijk en figuurlijk niet het geval, het positieve overheerst. En wanneer een deelnemer noteert dat hij de afgelopen 4 jaren als student niets heeft meegekregen voor het leven buiten de muren van de opleiding, maar dat dat nu voor ’t eerst door deze Minor sinds jaren wel het geval is, dan lijkt mij dat belangrijker dan het reproduceren van 20 jaartallen.

Wim Borghuis.