19-01-11

18 januari 2011 - Srebrenica


Verbindelaars en moeilijke beslissingen

Na het uiteenvallen van de Republiek Joegoslavië en de burgeroorlog die daarop volgde werd de stad Srebrenica door de Verenigde Naties tot veilige enclave voor moslims verklaard, binnen een door Bosnische Serviërs beheerst gebied. Voor de veiligheid van de ruim 30.000 inwoners van de enclave werd gezorgd door de aanwezigheid van een internationale vredesmacht onder de vlag van de Verenigde Naties.

Op 24 jarige leeftijd werd de net afgestudeerde Anne Mulder opgeroepen voor de dienstplicht. Hij besloot dat hij iets nuttigs wilde doen met deze tijd, in plaats van ergens achter een bureautje te blijven zitten. Dus meldde hij zich aan voor de vredesmissie van de VN in Srebrenica. De missie van zijn bataljon genaamd Dutchbet, was het bewaken van de wapenstilstand tussen de Bosnische-Serviërs en de Bosnische moslims. Het kamp van Dutchbet was een kapotgeschoten fabriek. Anne Mulder was daar samen met nog een aantal jonge gasten Verbindelaar en dus verantwoordelijk voor de satelliet communicatie in het kamp; de fax, radio en telefoon.

Al snel realiseerde Anne zich dat zijn studententijd nu echt voorbij was en dat het echt oorlog was. Hij zag namelijk hoe een van zijn mede Dutchbetters op een landmijn ging staan en naar het hospitaal werd afgevoerd, zijn been moest daar geamputeerd worden.
Toen de spanningen hoger opliepen werden ook de beslissingen steeds moeilijker. Op het kamp was een ijzeren voorraad medicijnen, het minimum en alleen voor noodgevallen. Toen kwam er een vrouw aan de poort met een enorm gezwel in haar buik. Dit zorgde voor een dilemma want de arts moest zich houden aan zijn eed van hippocrates en dus iedereen helpen waar het kan, maar de generaal moest medicijnen bewaren voor zijn eigen mannen. “Het probleem werd vanzelf opgelost, want de vrouw ging dood.”

Donderdag 6 juli begonnen de beschietingen op het dorpje Srebrenica, de Rules of engagement voor de VN missie waren alleen schieten als je persoonlijk bedreigd werd. “Wij zijn niet direct in gevaar tenzij ze echt op ons schieten, dat gaf wel rust, voor mij dan.” Op 11 juli 1995 kwamen Bosnisch-Servische troepen onder bevel van generaal Ratko Mladic zich met tanks de stad binnen en deporteerden en vermoordden een groot deel van de daar aanwezige moslimmannen en -jongens. Het exacte aantal slachtoffers is nooit vast komen te staan. Het NIOD ging in 2002 nog van ongeveer 7.000 doden uit.

Daarna was de enclave dus leeg en kwamen Bosnisch-Servische burgers de hele enclave leegroven, maar ze gingen niet weg zonder nog even te zwaaien naar Anne Mulder en de Hollanders. Tijdens hun uittocht uit Bosnië werden de mannen bij de grens zelfs nog uitgezwaaid door Mladic zelf.

Leonie Loggen