12-01-11

11 januari 2011 - Veteranen en Gastsprekers (1)


Zenuwachtig zit ze voor de klas. Haar voetjes staan met de tenen naar elkaar toe en de hielen van elkaar vandaan onder de tafel. Op die tafel ligt een forse map met onwijs veel papiertjes, waar ze alleen de bovenste van lijkt te gaan gebruiken. “Ik heb dit nog nooit gedaan”, vertelt ze voorzichtig. Dan doet ze het bovenste knoopje van haar blouse open, alsof ze het een beetje benauwd heeft, neemt een slokje water, en begint te vertellen. “Ik ben geboren in Amsterdam, in 1921. Daarna ging ik naar Engeland.” Vlug begint ze te blozen. “Oh, ik doe het nu al fout. Ik ben geboren in ehhh...” Even kijkt ze naar de grond en begint ze zenuwachtig te lachen. “Dit doen we even opnieuw. Ik ben geboren in 1921, en ben in 1926 naar Engeland verhuisd.” Ja, zo klopt het.

De vrouw die voor ons zit, Carla Jacobs, is een van de meest bescheiden vrouwen die ik tot nu toe in mijn leven heb gezien. Als ze als jonge vrouw in Engeland terecht komt en werkt voor haar vader, breekt de oorlog officieel uit. Met de fiets gaat ze elke dag naar haar werk toe, soms letterlijk de bommen ontwijkend. “Dat deed je toen gewoon, je moest wel, je dacht er niet zoveel over na.” Na een tijdje wilde ze iets doen, dus sloot ze zich aan bij het vrouwenhulpkorps (VHK). Met dat korps had ze trainingen, ging ze naar België om geëvacueerden op te vangen, en na de oorlog behandelde ze mensen met schurft en luizen. Ook deelde ze voedselpaketten uit. Al met al heeft ze een jaar in het korps gezeten. Waarom? “Omdat je zulke erge verhalen hoorden. We waren best wel op de hoogte van wat er allemaal in Nederland gebeurde. Je wilde iets doen. Wij hadden het nog betrekkelijk goed, dus wilde je iets doen voor de mensen die het minder hadden.” Dus deed ze dat. Haar broer zat overigens in de Irenebrigade en haar zus was luistervink. Alledrie hebben ze de oorlog overleefd.

Het verhaal van Carla lijkt een vrolijk verhaal. Af en toe kijkt ze de klas in en zie ik de jonge vrouw weer in haar. Zeker als ze vertelt dat ze af en toe dansfeesten hadden, en er best wel wat romances opbloeiden in die tijd. Of als ze vertelt dat ze Juliana had ontmoet. Of als ze vertelt hoe moedeloos de adjudant wel eens van de vrouwen werd tijdens trainen, “omdat er weer een vrouw de verkeerde kant op draaide”. Het lijkt geen verhaal te zijn van pijn en verdriet, maar een verhaal van kracht en goedheid. Totdat er iemand vraagt naar haar verhaal als Jood. “Ja, ik ben Joods. Nooit iets mee gedaan, hoor.” Maar haar familie? Heeft die de dans ontsprongen? “Ik was bij mijn tante in Nederland, en die wilde eigenlijk dat ik daar zou blijven. Mijn ouders waren het daar niet mee eens, ik moet per direct weer terug naar Engeland komen. Dus ging ik twee dagen eerder dan gepland.”

Ineens breekt er iets in deze vrouw. Het schattige zenuwachtige wat ze had, verandert in verdriet. “Nadat ik vertrok, werd mijn tante weggevoerd. Veel familieleden zijn overleden.” Ineens zit er een vrouw voor ons die duidelijk getekend is door de oorlog. Als ik haar zo zie, snap ik dat ze alleen de leuke verhalen vertelt. Misschien moet ze wel de nadruk leggen op de positieve dingen, omdat de negatieve dingen te heftig zijn om continu naar boven te halen. “Sorry hoor!”, snikt ze. “Ik wou dat je dit niet naar boven had gebracht.”

Kort hierna gaat ze verder met haar verhaal. Ze haalt wat foto’s uit een mapje, laat ze rond gaan en begint spontaan wat dingen te vertellen. Vragend kijkt ze naar de persoon die met haar mee is gekomen. “Doe ik het nou wel oké?”, vraagt ze tussendoor. “Voor mijn gevoel is het helemaal niet interessant wat ik vertel...” glimlacht ze. In mijn gedachten wil ik de vrouw die voor me zit helemaal platknuffelen, zeggen dat ze alles kan vertellen en dat elk woord dat het afgelopen uur uit haar mond is gekomen interessant is geweest. Maar in plaats daarvan glimlach ik naar haar. Als de les afgelopen is, kijkt ze verlegen om zich heen. “Ik hoop dat jullie het leuk h ebben gevonden. Ik heb wel theaterlessen gehad, maar dit is toch anders!” Nooit heb ik iemand met zo’n verhaal, zo stilletjes iets horen vertellen. Maar misschien kwam het mooie verhaal van de prachtige Carla Jacobs juist daardoor wel harder aan. De heldin met de schattige voetjes, ik zal haar niet zo snel vergeten.

Daphne Blokhuis