01-12-10

30 november 2010 - De Uitvinder en First Kill



“Wat zou jij doen?”

Het is een vraag die de hele Minor al gesteld wordt. Wat zou ik doen?

Volgens Coco Schrijber is iedereen tot moorden in staat. Maakt niet uit uit welke sociale klasse iemand komt of wat voor achtergrond iemand heeft; iedereen kan het. Sterker nog, het is verslavend.
De kick, de adrenalinestoot die het moorden geeft is te vergelijken met seks.
En volgens sommige ge├»nterviewden is het zelfs beter…

De eerste gast van vandaag had een ander verhaal. De vrouw van Fritz Haber, uitvinder van het gifgas dat tijdens de Eerste Wereld oorlog gebruikt werd, kon niet tegen al het geweld dat haar man ter weeg bracht. De ochtend na de eerste succesvolle aanval met chloorgas pleegde ze zelfmoord.

Op het eerste gezicht gaan deze twee verhalen niet samen. Maar door het grote verschil passen ze eigenlijk wel weer heel goed bij elkaar. De mannen in First Kill konden hun vijanden in de ogen kijken en daardoor kregen ze een kick. Haber maakte het eerste massavernietigingswapen en kon daarmee compleet onpersoonlijk doden, zonder enig gevoel.

Ik vraag me af of de vrouw van Harber zou kunnen moorden op de manier uit de documentaire.
Als je Coco zou moeten geloven, kan ze dat. Volgens haar zou zelfs deze intelligente, zachtaardige vrouw en lieve moeder een kick kunnen krijgen van de laatste blik in iemands ogen. Volgens haar getuigen zou zelfs bij haar het dierlijke instinct naar boven kunnen komen. Of dat waar is kunnen we nooit weten, want Clara Haber is al dood.

Ik kan me het niet voorstellen dat ze het gekund zou hebben. Want, als zij het kan, kan ik het ook. Volgens die mensen zou ik de trekker over kunnen halen en iemand door z’n kop kunnen schieten. Nu, op dit moment kan ik met niet voorstellen dat ik dat zou kunnen. Maar nu zit ook niet in een situatie dat er geen sociale controle meer is, sta ik niet onder druk en heb ik geen intense vijanden. Dus wie weet wat voor verschrikkelijk monster ik zou worden als die omstandigheden zich wel voordoen… Wat voor monsters we allemaal zouden kunnen worden.

Ik blijf hopen dat ik anders ben, maar toch zal ik niet zo snel meer zeggen: ‘Nee, zo ben ik niet..’
Want je weet maar nooit wat je duistere kant precies voor je in petto heeft.

Leanne Takken