17-12-10

17 december 2010 - Een duivelse transitie (1)


Onvoorstelbaar

Eenentwintig jaar. Twee jaar ouder dan ik nu ben. Een normaal meisje, hoewel haar moeder op haar twaalfde overleed. Ze was gestopt met school, wilde op kamers, had geld nodig... Na een tijdje werken, kreeg ze de kans om als verpleegster te werken. Dat het bedrijf waar ze werkte er probeerde achter te komen hoe je door middel van bestraling vrouwen kunt castreren, dat was een bijzaak. Het was haar werk. Ze kreeg er geld voor. En ze had dat geld nodig. Na even over te stappen naar een ander baantje, ging ze een klein stapje verder en werd ze gevangenisbewaker.

Bij de berechting van Irma Grese werd er het volgende gezegd: “Haar specialiteit was het loslaten van afgerichte honden op weerloze mensen.” Ze werd schuldig bevonden, hoewel ze zelf ontkende. Ze gaf geen krimp. Hoe kan dit? Was ze gek? Dit is toch onmenselijk?

Christophe Busche, criminoloog, psycholoog, deskundige, vertelde ons dinsdag wat iedereen eigenlijk al wist. Toch sloeg het bij mij in als een bom: Irma Grese is niet gek. De rest van de SS-ers ook niet. Het waren gewone mensen, die stapje voor stapje het verkeerde pad op liepen. Het zijn geen duiveltjes, het zijn mensen. Mensen met een goed stel hersenen, een goede gezondheid. Toch zien we die mensen nu als monsters. Zou ik dan ook een monster kunnen worden?

Busche gaf aan de hand van wat onderzoeken een paar dingen aan. Ze waren herkenbaar en meteen duidelijk. Een van die dingen was, dat mensen kuddedieren zijn. Gaat er een brandalarm af en blijft iedereen zitten, dan doe jij dat waarschijnlijk ook. Zegt iedereen dat een plus een vijf is, dan leren wij dat onszelf ook aan. Ook doen we vaak wat andere mensen zeggen, omdat ze macht en autoriteit uitstralen. Nee, ze hoeven het niet te hébben, als ze het maar uitstralen. Als we moeten kiezen, zien we de ander als slecht en onszelf als goed. Dat deed iedereen in de oorlog. Natuurlijk deden de Joden dat, maar ik vergeet soms dat de Duitsers dat ook deden. Vechten voor ‘het goede’. Maar wat is goed, en wat is slecht?

Voor SS-ers waren de Joden slecht. Het is bizar om te bedenken dat in de ogen van veel mensen, Joden echt ratten waren. Gevaarlijke ratten. Als je het niet dacht maar als baan had dat je bij een gevangenis werkte, dan ging je het vanzelf wel denken. Misschien moest dat wel, anders kon je je werk niet goed uitvoeren. Massaal sloten ze zich aan bij de SS. Dat was dus niet iets geks om te doen. Zij waren niet gek. En hoe de daders na de oorlog reageerden? Dat was ook niet gek. Mensen hogerop de ladder gaven de schuld aan de mensen onder zich. “ Ik voerde niks uit, ik heb niemand vermoord.” De mensen onderaan gaven de schuld aan de mensen boven zich. “Ja, maar ik deed het alleen omdat het moest van hem.” Zo herkenbaar, maar in het plaatje van de Tweede Wereldoorlog zo pijnlijk.

De verspreking van Christpohe Burke beschreef precies waar ik over dacht toen ik luisterde naar zijn verhalen. “Hoe alles kon gebeuren? Het is een combinatie van allemaal zaken. Dat maakt het zo onvoorspelbaar.” In plaats van onvoorspelbaar, zei hij twee keer onvoorstélbaar. En dat is het. Onvoorstelbaar. Misschien was ik in bepaalde onstandigheden, een bepaalde tijd, een bepaalde plek, een bepaalde gemoedstoestand, ook wel een klein stapje de verkeerde kant op gelopen. En kwam er na dat kleine stapje nog een klein stapje. Je weet het niet. Onvoorstélbaar.

Daphne Blokhuis