16-11-10

8 - 13 november 2010 / Bergen Belsen Buchenwald (1)


Vele indrukken beleefden wij vorige week. Veelal negatief, zoals bij de ontluizingruimte en de martelkamer, maar soms ook verassend positief, zoals toen Marion Blumenthal vertelde over haar overlevingstechniek en haar kinderen.

In Bergen Belsen was voor mij de tentoonstelling het indrukwekkendst. Op film vertelden Duitse burgers dat ze al van het kamp afwisten gedurende de oorlog, en over hoe ze gingen kijken naar de gevangenen. Sterker nog, deze Duitsers gooiden eten over het hek heen om vervolgens te kijken hoe er om gevochten werd. Getuigenissen waarin Duitsers (niet-militairen) vertellen dat ze van de kampen afwisten zijn zeldzaam en dit raakte mij het meest. In de filmruimte waren verder beelden te zien die direct na de bevrijding waren opgenomen. SS’ers brachten onder toeziend oog van geallieerde soldaten de lijken van omgekomen gevangen naar een massagraf. Toen zij voor de camera over zichzelf moesten praten viel vooral hun jonge leeftijd op. Jongens van 23 en 24 jaar zaten bij de SS en voerden de bewaking van het kamp uit.

In Buchenwald was vooral de buitenruimte indrukwekkend, omdat daarvan veel bewaard is gebleven. De hondenhokken, het crematorium, de wachttorens en het prikkeldraad. De kazernegebouwen, de gevangenenbarak, de toegangspoort en de steengroeve. De beleving is in het echt anders dan op foto of film, en raakte velen diep. Het schrijnendst was het contrast tussen hoe goed de SS voor zich zelf zorgde, en hoe slecht zij dit deden voor de gevangenen. Waar zij een eigen dierentuin, casino en valkenhof hadden, was de bevolking uit Weimar ook welkom voor een bezoek. De gevangenen echter hadden te maken met ondervoeding, ziektes, mishandeling en zware arbeid. Velen van hen zijn hierdoor gestorven, maar worden nog warmhartig herinnerd door familieleden en overlevenden, symbolisch voelbaar op het monument op de voormalige appelplaats.

Ferdi Postma