29-11-10

22 - 27 november 2010 / Bergen Belsen - Buchenwald (6)



Bergen-Belsen en Buchenwald.

De eerste gedachte die bij me opkomt als ik terugdenk aan afgelopen week is dat het super gezellig was! Dat was ook het eerste wat ik aan mijn moeder vertelde in de auto op weg naar huis. Die had volgens mij echt het idee dat het alleen maar een gezellig tripje was.

Pas toen ik vannacht in mijn bed lag en niet kon slapen drong het eigenlijk pas tot me door wat we allemaal gezien hebben. Wat we allemaal meegemaakt hebben en wat we te verwerken hebben gekregen. Nu pas realiseer ik me hoe heftig ik het eigenlijk vond.

Terwijl we in het kamp liepen leek het wel alsof ik mijn gevoel even uitgezet had. Op die manier kwamen de meeste indrukken op dat moment niet aan, maar dat wil niet zeggen dat ze nu minder hard aankomen. Keer op keer loop ik in gedachten onder de poort van Buchenwald door. Ik kan de duizenden mensen die voor mij onder de poort doorgelopen zijn, bijna voelen. Dat zijn niet alleen de gevangenen die er voor, tijdens en na de oorlog gezeten hebben. Ook de bezoekers die er, net als wij, onderdoor gelopen zijn, lopen in gedachten met mij mee. De manier waarop je bijna gedwongen wordt om stil te zijn als je het kamp inkomt moet iedereen ervaren, lijkt mij. (Ik had net mijn oma aan de telefoon, die is er in de zomer geweest en zij heeft precies hetzelfde. Ook al heeft ze maar een bliksembezoek van een uur aan het kamp gebracht)

Ook de tegenstellingen die er, vooral in Buchenwald, waren komen nu terug. Ik kan nog steeds niet begrijpen hoe een ‘gezellig SS-gezinnetje’ vlak naast de steengroeve kon wonen. Een thuis naast een plek waar gevangenen het gemiddeld vier weken volhielden. Of hoe het kan dat je een leuk familie-uitje kan houden vlak bij de ingang van het kamp. Met het geschreeuw van mensen die gemarteld worden in de bunker op de achtergrond. Ik kan er niet bij.

Aan de ene kant wil ik het snappen, wil ik het voor mezelf op een rijtje krijgen. Maar aan de andere kant is de afschuw te groot. Aan de andere kant heb ik het besef dat de meeste SS’ers ook maar gewone mensen waren. En ze konden er, in de meeste gevallen, gewoon tegen. En dat wil ik niet snappen, daar wil ik me geen voorstelling van maken. Dan onthoud ik liever de sneeuwballengevechten en de lachwekkende spelletjes die we ’s avonds deden. Morgen weer een gevecht jongens?;)

Leanne Takken