06-10-10

Vught - Eenzaamheid in oorlogstijd (2)


“Je hoopte eigenlijk dat degene naast je tijdens het eten dood neerviel.
Dan kon je namelijk stiekem jouw bord met de zijne verwisselen, waardoor je iets meer te eten had...”, vertelt een man in de film die we kijken. In de oorlog, dus ook in kamp Vught, lijkt geen plek te zijn voor sympathie. Egoïstisch zijn, daar kom je je tijd mee door. “Vaak genoeg stonden we op de appèlplaats en viel er iemand van vermoeidheid of slagen gewoon om, bovenop je voeten. Je wilde dan helpen, maar dat mocht niet. Dan werd je ongelofelijk hard aangepakt, als je dat deed.”

Als ik denk aan de oorlog, heb ik geen idee hoe mensen met elkaar omgingen. Ergens hoop ik dat er een soort groepsgevoel ontstond, dat ze dachten: ‘we zitten allemaal in hetzelfde schuitje, dus laten we het elkaar niet moeilijker maken dan nodig is.’ Maar de situatie waar ze in verkeerden, roept blijkbaar meer egoïsme op dan ik had gedacht. Als je bijvoorbeeld iets had gevonden moest je het dag en nacht bij je houden, anders werd het gejat.
Ook probeerden sommige mensen aan te pappen bij de SS om zelf beter behandeld te worden. Dit was het geval in kamp Vught.

Over de ruzies in de kampen wordt bijna nooit iets gezegd, ook niet in de film die we hebben gezien. De rondleider vertelt echter dat ruzies deel uitmaakten van het dagelijkse leven. In barak 23B werd er bijvoorbeeld ruzie gemaakt met de vrouw die veel van wat er in de barak gezegd werd, doorvertelde aan de kampleiding. Bedreigingen en het afknippen van haar, zorgde ervoor dat die vrouw niet meer terug durfde te keren naar de barak. Toen ze langs het prikkeldraad liep in de hoop in de gevangenis te worden geplaatst, werd ze doodgeschoten. Haar egoïsme werd haar fataal.

Wat hierop volgde, verbaasde me ontzettend. De kampleiding wilde de mensen die de vrouw hadden bedreigd straffen. Ze moesten zichzelf aangeven. Maar niet alleen de vrouwen die het gedaan hadden gaven zichzelf aan; in totaal zeiden 90 vrouwen dat ze mee hadden geholpen. In een klimaat van egoïsme, sloten ze hun handen ineen en lieten ze blijken sympathie te hebben. Ze hielpen elkaar.

Die sympathie werd genadeloos afgeleerd. De kampleiding probeerde alle 90 vrouwen in één cel te stoppen van negen vierkante meter. Na 74 vrouwen hardhandig in de cel te hebben geduwd, kon er echt geen vrouw meer bij. Die 74 vrouwen hebben veertien uur in die cel gezeten. Paniekaanvallen, weinig zuurstof en veel te weinig ruimte zorgden voor een hel. Toen ze na die veertien uur de cel uitmochten, bleken er mensen te zijn flauwgevallen. Onder de flauwgevallen vrouwen lagen tien doden.

Oorlog is blijkbaar geen tijd voor sympathie. Na je naam, je kleding en je familie werd in een kamp ook je gevoel afgepakt.
Je menselijkheid.

Daphne Blokhuis

http://www.youtube.com/watch?v=ScMPubn6TLg